Rechtspraak Hoge Raad 1953-12-22
ECLI:NL:HR:1953:75
ECLI:NL:HR:1953:75 text/xml public 2026-06-04T12:08:06 2018-07-13 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 1953-12-22 55790 Uitspraak Cassatie NL Den Haag Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:1953:2 Rechtspraak.nl NJ 1954/478 met annotatie van B.V.A. Röling http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1953:75 text/html public 2026-06-04T12:06:05 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:1953:75 Hoge Raad , 22-12-1953 / 55790 Een minderjarige die onttrokken is aan het wettig over hem gesteld gezag"i.d.z. van art. 280 Sr. no. 791 22 December 1953. H. No. 55790. DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Op het beroep van den Procureur-Generaal bij het Gerechtshof te Leeuwarden, requirant van cassatie tegen een arrest van genoemd Gerechtshof van den 21sten Mei 1953, houdende, in hoger beroep, bevestiging van een vonnis van de Arrondissements-Rechtbank te Assen van den 23sten Mei 1952, waarbij [gerequireerde] , geboren te [geboorteplaats] , [geboortedatum] 1908, van beroep landarbeider, van het hem telaste gelegde werd vrijgesproken; Gehoord het verslag van den Raadsheer Westerouen van Meeteren ; Gezien het gerechtelijk schrijven namens den Procureur-Generaal aan den gerequireerde uitgereikt, ter kennisgeving van den dag voor de behandeling dezer zaak bepaald; Gelet op het middel van cassatie, door den requirant voorgesteld bij schriftuur, en luidende : "Schending althans verkeerde toepassing van artikel 280 van het Wetboek van Strafrecht en van de artikelen 350, 351, 352, 415, 422 en 423 van het Wetboek van Strafvordering, doordien het Hof in zijn arrest een onjuiste uitlegging heeft gegeven van het begrip "onttrokken zijn"", zoals dat in de telastlegging en in artikel 280 van het Wetboek van Strafrecht voorkomt en daardoor verkeerdelijk tot een "vrijspraak" is gekomen instede van verdachte te veroordelen"; Gehoord den Advocaat-Generaal Langemeijer namens den Procureur-Generaal in zijn conclusie, daartoe strekkende, dat de Hoge Raad het arrest waarvan beroep vernietige en de zaak verwijze naar een aangrenzend Hof teneinde haar op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen; Overwegende dat bij inleidende dagvaarding aan gerequireerde is telaste gelegd: "dat hij in de periode van de maanden Januari - April 1952 in het Arrondissement Assen en verder in Nederland, opzettelijk de minderjarige [minderjarige] , geboren [geboortedatum] 1951 in de gemeente [geboorteplaats] , die onttrokken was aan het wettig over hem, minderjarige, gesteld gezag, n.l. de voogd over deze minderjarige […] , burgemeester der gemeente [geboorteplaats] , aan de nasporing van de ambtenaren van de Justitie en de politie heeft onttrokken, immers heeft hij meermalen, althans eenmaal aan ambtenaren van de justitie en/of de politie geweigerd de verblijfplaats van deze minderjarige te zeggen, geweigerd mede te delen aan welke persoon of personen deze minderjarige kort na zijn geboorte was overgegeven en geweigerd enige inlichting te geven, welke zou kunnen leiden tot opsporing van de verblijfplaats van deze minderjarige"; dat bij het door het bestreden arrest bevestigde vonnis gerequireerde van dit telaste gelegde is vrijgesproken; dat bij de aangevallen uitspraak is overwogen: "dat het Hof verstaat, dat de woorden: "' die onttrokken"" (was aan het wettig over hem gestelde gezag) in de te laste legging dezelfde betekenis hebben als die, waarin die woorden "" die onttrokken"" ( is aan het wettig over hem gestelde gezag) in artikel 280 van het Wetboek van Strafrecht worden gebezigd; dat tussen de artikelen 279 en 280 van het Wetboek van Strafrecht samenhang bestaat in die zin, dat eerstgenoemde bepaling strafbaar stelt het opzettelijk een minderjarige aan het wettig over hem gestelde gezag onttrekken en laatstgemelde bepaling onder meer strafbaar stelt de daargenoemde opzettelijk gepleegde handelingen ten opzichte van een minderjarige, die onttrokken is aan het wettig over hem gestelde gezag en deze samenhang het Hof noopt tot de gevolgtrekking, dat a