Rechtspraak Hoge Raad 1932-01-11
ECLI:NL:HR:1932:208
No. 34501. DE HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN , Op het beroep van [requirant] , koopman, geboren [geboortedatum] 1903 te [geboorteplaats] ( Duitschland ), wonende te [woonplaats] , requirant van cassatie tegen een te zijnen laste gewezen vonnis van de Arrondissements - Rechtbank te Utrecht van den zesden October 1931, waarbij in hooger beroep is bevestigd een door het Kantongerecht te Utrecht op 20 Mei 1931 mondeling gedane uitspraak, waarbij requirant, ter zake van het "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede over een weg rijden, terwijl hij verkeert onder zoodanigen invloed van het gebruik van alcoholhoudenden drank, dat hij niet in staat moet worden geacht het motorrijtuig naar behooren te besturen ", met aanhaling van de artikelen 22 aanhef en b, 29,31 der Motor- en Rijwielwet, 18 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, is veroordeeld tot drie dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor den tijd van zes maanden; Gehoord het verslag van den Raadsheer Taverne ; Gezien de insinuatie, namens den Procureur - Generaal aan den requirant beteekend, ter kennisgeving van den dag, voor de behandeling dezer zaak bepaald; Gelet op de middelen van cassatie, namens den requirant voorgesteld bij schriftuur: 1. Schending althans verkeerde toepassing van artikel 359 in verband met de artikelen 415 - 423 en 425 van het Wetboek van Strafvordering, doordat de Rechtbank het vonnis van den Kantonrechter heeft bevestigd, terwijl uit dat vonnis niet blijkt wat aan den verdachte werd telaste gelegd; 2. Schending, althans verkeerde toepassing van de artikelen 142 - 339 - 342 en 344,mede in verband met artikel 415 - 423 en 425 van het Wetboek van Strafvordering, zulks op grond dat de Rechtbank het vonnis van den Kantonrechter heeft bevestigd, terwijl deze heeft recht gedaan op de verklaring van één enkelen getuige en die van verdachte, welke laatste verklaring eene ontkenning inhoudt; 3. Schending, althans verkeerde toepassing van boven onder 2 vermelde artikelen met en benevens van artikel 22 sub b. der Motor- en Rijwielwet; De verbalisant verklaart en legt in zijn proces-verbaal neer, dat hij uit de " alcohollucht " waarnam, dat de verdachte verkeerde onder den invloed van alcoholhoudenden " drank ", Waar nu, hetgeen in deze verklaring is neergelegd, door den getuige niet zelve kan zijn waargenomen, doch niets anders dan een conclusie is, werd ten onrechte daarop recht gedaan. Een getuige toch kan niet weten of alcohollucht afkomstig is van alcoholhoudenden drank of van alcoholhoudende spijs. Volgens de Motor- en Rijwielwet is niet strafbaar overeenkomstig dit artikel, degene die onder den invloed verkeert van het gebruik van '' Alcohol ", maar moet de invloed uitgaan van alcoholhoudenden drank. Overmatig gebruik van zoogenaamde " vaste " alcohol zoude geen strafbaarheid kunnen teweeg brengen; Gehoord den Advocaat - Generaal Wijnveldt , namens den Procureur - Generaal, in zijne conclusie, strekkende tot verwerping van het ingestelde beroep; Overwegende dat bij het bevestigde vonnis ten laste van requirant is bewezen verklaard - met qualificatie en strafoplegging als voormeld - dat hij op 20 April 1931 des namiddags te 11 } uur te Utrecht, als bestuurder van een vierwielig motorrijtuig, daarmede heeft gereden over den openbaren rijweg, Gansstraat, terwijl hij verkeerde onder zoodanigen invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank, dat hij niet in staat moest worden geacht dat motorrijtuig naar behooren te besturen; Overwegende ten aanzien van het eerste cassatiemiddel: dat dit middel niet tot cassatie kan leiden, daar het vonnis van het Kantongerecht mondeling is gewezen en dit vonnis, overeenkomstig het voorschrift van artikel 398,60 van het Wetboek van Strafvordering, in het proces-verbaal der terechtzitting is aangetekend op de wijze als door den Minister van Justitie is bepaald, terwijl, bij de door den Minister ter uitvoering van dat voorschrift gegeven Beschikking, verwijzing naar de dagvaarding is toe