Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2026-02-26
ECLI:NL:GHSHE:2026:902
Strafrecht
Hoger beroep
7,926 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2026:902 text/xml public 2026-05-05T16:02:18 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-02-26 20-000985-25 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL Breda Strafrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2025:1771 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:902 text/html public 2026-05-05T16:01:41 2026-05-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:902 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 26-02-2026 / 20-000985-25 Ontnemingszaak (hennepteelt). Het hof oordeelt dat het aannemelijk is dat betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten uit vier eerdere oogsten. Het wederrechtelijk voordeel wordt geschat op een bedrag van € 76.415,62. Parketnummer : 20-000985-25 (OWV) Uitspraak : 12 maart 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 27 maart 2025 op de vordering tot oplegging van de maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 02-088527-23 OWV tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 130.109,45 en aan de betrokkene een betalingsverplichting opgelegd voor datzelfde bedrag. Daarnaast heeft de rechtbank de duur van de gijzeling – die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd – vastgesteld op 1080 dagen. Van de zijde van de betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. De raadsman heeft primair bepleit dat het hof de ontnemingsvordering zal afwijzen, nu de betrokkene geen wederrechtelijk voordeel heeft verkregen en subsidiair verweren gevoerd betreffende de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Vonnis waarvan beroep Het hof zal de uitspraak waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat het hof zich met die uitspraak niet kan verenigen. Meer in het bijzonder komt het hof tot een andere geschatte omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen Het hof grondt zijn overtuiging dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen op de hierna te vermelden (en in de voetnoten genoemde) wettige bewijsmiddelen en ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van bedoeld voordeel. In de voetnoten wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, op ambtsbelofte opgesteld door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie, registratienummer PL2000-2024077616, gesloten d.d. 2 april 2024, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 196. Grondslag van het wederrechtelijk verkregen voordeel De veroordeling Het hof heeft bij arrest van heden, 12 maart 2026, onder parketnummer 20-000986-25, het vonnis van de rechtbank van 27 maart 2025 – onder aanvulling van gronden – bevestigd, waarbij de betrokkene door de rechtbank is veroordeeld ter zake van – kort weergegeven – het telen van een hoeveelheid van (in totaal) 5959 gram hennep en ongeveer (in totaal) 230 hennepplanten gepleegd in de periode van 27 oktober 2021 tot en met 2 maart 2023 ( feit 2 primair ) en de diefstal van elektriciteit door middel van verbreking in diezelfde periode ( feit 1 primair ). De wettelijke grondslag Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel dat de betrokkene door middel van of uit de baten van andere strafbare feiten – te weten eerdere oogsten uit hennepteelt, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan – voordeel als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, heeft verkregen. Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel Normen van het Functioneel Parket Afpakken Het hof baseert zich bij de berekening op het door de politie opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e, tweede lid van Wetboek van Strafrecht van 9 maart 2023 , alsmede op de daarbij behorende bijlage, betreffende de update ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 (hierna ook te noemen: normen van het Functioneel Parket). Feitenvastelling en eerdere oogsten De betrokkene is veroordeeld voor het opzettelijk telen van een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 5950 gram hennep en 230 hennepplanten in de periode van 27 oktober 2021 tot en met 2 maart 2023. Het hof is van oordeel dat, mede gelet op de duur van een gemiddelde kweekcyclus, de omstandigheid dat er een forse hoeveelheid hennep is aangetroffen en de in de kwekerij aangetroffen indicatoren voor eerdere oogsten voldoende aannemelijk is geworden dat in beide kweekruimten eerdere oogsten hebben plaatsgevonden. De rechtbank is uitgegaan van vijf eerdere oogsten. De raadsman van de betrokkene heeft, bij wijze van subsidiair standpunt, betoogd dat het hof maximaal één eerdere oogst aannemelijk zal achten. In afwijking van het eerdere oordeel van de rechtbank en het standpunt van de raadsman, acht het hof het op grond van de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk dat er vier eerdere oogsten hebben plaatsgevonden. De volgende feiten en omstandigheden hebben het hof tot dit oordeel gebracht. Op 2 maart 2022, omstreeks 10:40 uur, is de politie binnengetreden in de woning aan [adres] . Aanleiding voor het vermoeden dat er in deze woning een hennepplantage aanwezig zou zijn was een melding van de fraude-inspecteur van [bedrijf] dat er op dit perceel een zogeheten henneppatroon was gemeten in het stroomverbruik. De betrokkene staat op dit adres ingeschreven. Op zolder is door de politie een kweekruimte aangetroffen met daarin 80 hennepplanten. In de kruipruimte onder de woning is een tweede kweekruimte aangetroffen met daarin 150 planten. Ook bevonden zich in die ruimte sealbagzakken met gedroogde henneptoppen (in totaal ongeveer 5950 gram). De elektriciteit werd ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal afgenomen door middel van een illegale aftakking. Aan de hand van diverse factoren, waaronder de wijze waarop de belichting, de voeding, de inrichting, het verwarmingssysteem en de bodem in de kweekruimten was vormgegeven en opgebouwd, alsmede de aangetroffen middelen voor ziektebestrijding, wordt de professionaliteit van de hennepkwekerij beschreven. In de kweekruimte in de kruipruimte werden gripzakken met gedroogde henneptoppen aangetroffen. Ook op zolder is een gripzak met henneptoppen aangetroffen. Vastgesteld is dat de henneptoppen verschillende kleuren hadden. Op grond daarvan is geconstateerd dat de henneptoppen afkomstig zijn van verschillende oogsten. Op de in de kwekerij aangetroffen apparatuur, zoals het watervat, de dompelpomp, aansluitslangen van het irrigatiesysteem, de kweekpotten en het grondzeil werd een flinke kalkaanzetting aangetroffen, hetgeen duidt op langdurig gebruik, met de daarbij behorende oogsten. Op diverse plekken werden opgestapelde kweekpotten aangetroffen. Ook bij deze kweekpotten werden gebruikerssporen en kalkaanzetting aangetroffen. De in de hennepkwekerij gebruikte koolstoffilters waren ernstig vervuild en op de zolder werden knipschaartjes aangetroffen. Op deze knipschaartjes bevonden zich hennep- hasjresten. Op de kappen van de assimilatielampen en de elektriciteitssnoeren in de hennepkwekerij werd een dikke laag stof aangetroffen.
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2026:902 text/xml public 2026-05-05T16:02:18 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-02-26 20-000985-25 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL Breda Strafrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2025:1771 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:902 text/html public 2026-05-05T16:01:41 2026-05-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:902 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 26-02-2026 / 20-000985-25 Ontnemingszaak (hennepteelt). Het hof oordeelt dat het aannemelijk is dat betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten uit vier eerdere oogsten. Het wederrechtelijk voordeel wordt geschat op een bedrag van € 76.415,62. Parketnummer : 20-000985-25 (OWV) Uitspraak : 12 maart 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 27 maart 2025 op de vordering tot oplegging van de maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 02-088527-23 OWV tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 130.109,45 en aan de betrokkene een betalingsverplichting opgelegd voor datzelfde bedrag. Daarnaast heeft de rechtbank de duur van de gijzeling – die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd – vastgesteld op 1080 dagen. Van de zijde van de betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. De raadsman heeft primair bepleit dat het hof de ontnemingsvordering zal afwijzen, nu de betrokkene geen wederrechtelijk voordeel heeft verkregen en subsidiair verweren gevoerd betreffende de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Vonnis waarvan beroep Het hof zal de uitspraak waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat het hof zich met die uitspraak niet kan verenigen. Meer in het bijzonder komt het hof tot een andere geschatte omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen Het hof grondt zijn overtuiging dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen op de hierna te vermelden (en in de voetnoten genoemde) wettige bewijsmiddelen en ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van bedoeld voordeel. In de voetnoten wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, op ambtsbelofte opgesteld door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie, registratienummer PL2000-2024077616, gesloten d.d. 2 april 2024, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 196. Grondslag van het wederrechtelijk verkregen voordeel De veroordeling Het hof heeft bij arrest van heden, 12 maart 2026, onder parketnummer 20-000986-25, het vonnis van de rechtbank van 27 maart 2025 – onder aanvulling van gronden – bevestigd, waarbij de betrokkene door de rechtbank is veroordeeld ter zake van – kort weergegeven – het telen van een hoeveelheid van (in totaal) 5959 gram hennep en ongeveer (in totaal) 230 hennepplanten gepleegd in de periode van 27 oktober 2021 tot en met 2 maart 2023 ( feit 2 primair ) en de diefstal van elektriciteit door middel van verbreking in diezelfde periode ( feit 1 primair ). De wettelijke grondslag Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel dat de betrokkene door middel van of uit de baten van andere strafbare feiten – te weten eerdere oogsten uit hennepteelt, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan – voordeel als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, heeft verkregen. Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel Normen van het Functioneel Parket Afpakken Het hof baseert zich bij de berekening op het door de politie opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e, tweede lid van Wetboek van Strafrecht van 9 maart 2023 , alsmede op de daarbij behorende bijlage, betreffende de update ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 (hierna ook te noemen: normen van het Functioneel Parket). Feitenvastelling en eerdere oogsten De betrokkene is veroordeeld voor het opzettelijk telen van een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 5950 gram hennep en 230 hennepplanten in de periode van 27 oktober 2021 tot en met 2 maart 2023. Het hof is van oordeel dat, mede gelet op de duur van een gemiddelde kweekcyclus, de omstandigheid dat er een forse hoeveelheid hennep is aangetroffen en de in de kwekerij aangetroffen indicatoren voor eerdere oogsten voldoende aannemelijk is geworden dat in beide kweekruimten eerdere oogsten hebben plaatsgevonden. De rechtbank is uitgegaan van vijf eerdere oogsten. De raadsman van de betrokkene heeft, bij wijze van subsidiair standpunt, betoogd dat het hof maximaal één eerdere oogst aannemelijk zal achten. In afwijking van het eerdere oordeel van de rechtbank en het standpunt van de raadsman, acht het hof het op grond van de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk dat er vier eerdere oogsten hebben plaatsgevonden. De volgende feiten en omstandigheden hebben het hof tot dit oordeel gebracht. Op 2 maart 2022, omstreeks 10:40 uur, is de politie binnengetreden in de woning aan [adres] . Aanleiding voor het vermoeden dat er in deze woning een hennepplantage aanwezig zou zijn was een melding van de fraude-inspecteur van [bedrijf] dat er op dit perceel een zogeheten henneppatroon was gemeten in het stroomverbruik. De betrokkene staat op dit adres ingeschreven. Op zolder is door de politie een kweekruimte aangetroffen met daarin 80 hennepplanten. In de kruipruimte onder de woning is een tweede kweekruimte aangetroffen met daarin 150 planten. Ook bevonden zich in die ruimte sealbagzakken met gedroogde henneptoppen (in totaal ongeveer 5950 gram). De elektriciteit werd ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal afgenomen door middel van een illegale aftakking. Aan de hand van diverse factoren, waaronder de wijze waarop de belichting, de voeding, de inrichting, het verwarmingssysteem en de bodem in de kweekruimten was vormgegeven en opgebouwd, alsmede de aangetroffen middelen voor ziektebestrijding, wordt de professionaliteit van de hennepkwekerij beschreven. In de kweekruimte in de kruipruimte werden gripzakken met gedroogde henneptoppen aangetroffen. Ook op zolder is een gripzak met henneptoppen aangetroffen. Vastgesteld is dat de henneptoppen verschillende kleuren hadden. Op grond daarvan is geconstateerd dat de henneptoppen afkomstig zijn van verschillende oogsten. Op de in de kwekerij aangetroffen apparatuur, zoals het watervat, de dompelpomp, aansluitslangen van het irrigatiesysteem, de kweekpotten en het grondzeil werd een flinke kalkaanzetting aangetroffen, hetgeen duidt op langdurig gebruik, met de daarbij behorende oogsten. Op diverse plekken werden opgestapelde kweekpotten aangetroffen. Ook bij deze kweekpotten werden gebruikerssporen en kalkaanzetting aangetroffen. De in de hennepkwekerij gebruikte koolstoffilters waren ernstig vervuild en op de zolder werden knipschaartjes aangetroffen. Op deze knipschaartjes bevonden zich hennep- hasjresten. Op de kappen van de assimilatielampen en de elektriciteitssnoeren in de hennepkwekerij werd een dikke laag stof aangetroffen.
Volledig
Op de zolder werden kleine potjes aangetroffen waarin normaliter hennepstekken in steenwol worden geplaatst voor de wortelgroei en het vervoer hiervan. In de slaapkamer van de betrokkene is een notitieboekje aangetroffen met daarin een kweekschema. Dit kweekschema begint op 27 oktober 2021 en eindigt op 3 april 2022. In het kweekschema worden diverse groeimiddelen vermeld, te weten: Stop Grow, Hy-Pro Terra, Aptus Regulator, Bloom, Bloombastic, Cannazym, Spraymix, Bloeistimulator en Shooting Powder. Verbalisant [verbalisant 2] relateert in dit verband dat deze groeimiddelen enkel gebruikt worden voor het telen van hennep. Elk groeimiddel heeft een andere werking en wordt in een andere fase van het groeiproces van hennep toegevoegd. De middelen zijn enkel verkrijgbaar op websites en winkels die benodigdheden voor de hennepkweek verkopen. Op pagina één van het schema staat de mengverhouding vermeld en op de rest van de pagina’s wordt per dag vermeld welke en hoeveel groeimiddel er toegevoegd dient te worden. De betrokkene heeft verklaard dat dit notitieboekje van hem is. De periode vanaf de startdatum van 27 oktober 2021 tot de datum van aantreffen hennepkwekerij op 2 februari 2023 betreft 67 weken. Een gemiddelde kweekperiode duurt afgerond in het voordeel van de betrokkene 10 weken. Dit betekent dat er in voormelde periode 6 voltooide oogsten kunnen hebben plaatsgevonden. De planten die in de kwekerijen werden aangetroffen waren dermate volgroeid dat deze er al ongeveer 7 weken konden staan. Dit komt overeen met de berekening. Het hof neemt de datum 27 oktober 2021 als aanvangsdatum van de hennepteelt. Gelet op het vorenstaande – in samenhang bezien met de bewezenverklaarde periode van de diefstal van elektriciteit – is naar het oordeel van het hof voldoende bewijs aanwezig dat de betrokkene al langere tijd hennep teelde en eerdere oogsten hebben plaatsgevonden waaruit hij wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Omdat het niet zonder meer aannemelijk is te achten dat de betrokkene de gehele periode onafgebroken heeft geteeld dan wel dat elke oogst succesvol is geweest, zal het hof in het voordeel van betrokkene uitgaan van ten minste vier eerdere oogsten. Kweekruimte 1 Bruto opbrengt per oogst kweekruimte 1. In kweekruimte 1 zijn 150 hennepplanten aangetroffen. De politie relateert dat er 15 hennepplanten per m2 aanwezig waren. De rechtbank heeft aan de hand van het rapport, waarin het aantal hennepplanten per m2 is berekend op basis van het aantal lampen, het aantal hennepplanten vastgesteld op 10 planten per m2. Het hof zal in het voordeel van de betrokkene uitgaan van het door de politie genoemde aantal van 15 hennepplanten per m2. Bij 15 hennepplanten per m2 is de opbrengst 28,2 gram hennep per plant per oogst. Dit resulteert in een bruto-opbrengt (in kilogram hennep) per oogst van (150 planten x 28,2 gram hennep =) 4,230 kilogram hennep. Het hof gaat vervolgens – overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket – uit van een prijs per kilogram hennep van € 4.070,00. Dit resulteert in een bruto-opbrengst (in euro’s) per oogst van (4,230 kilogram x € 4.070,00 =) 17.216,10 Kosten per oogst kweekruimte 1 De kosten per oogst in deze kweekruimte zijn – op grond van de normen van het Functioneel Parket – als volgt: Afschrijvingskosten per oogst € 150,00 ( kweekruimte met 0-199 planten ) Inkoopkosten hennepstekken € 571,50 ( 150 planten x € 3,81 per stek ) Overige variabele kosten € 582,00 + ( 150 planten x € 3,88 per plant ) Totale kosten per oogst € 1.303,50 Netto-opbrengst kweekruimte 1 Het vorenstaande brengt met zich dat de netto-opbrengst (het wederrechtelijk verkregen voordeel) per oogst in deze kweekruimte bedraagt: Bruto-opbrengst per oogst € 17.216,10 Kosten per oogst € 1.303,50 -/- Netto-opbrengst per oogst € 15.912,60 Kweekruimte 2 Bruto opbrengt per oogst kweekruimte 2. In kweekruimte 2 zijn 80 hennepplanten aangetroffen. De politie relateert dat er 15 hennepplanten per m2 aanwezig waren. De rechtbank heeft aan de hand van het rapport, waarin het aantal hennepplanten per m2 is berekend op basis van het aantal lampen, het aantal hennepplanten vastgesteld op 7 per m2. Het hof zal in het voordeel van de betrokkene uitgaan van het door de politie genoemde aantal van 15 planten per m2. Bij 15 planten per m2 is de opbrengst 28,2 gram hennep per plant per oogst. Dit resulteert in een bruto-opbrengt (in kilogram hennep) per oogst van (80 planten x 28,2 gram hennep =) 2,256 kilogram hennep. Het hof gaat vervolgens – overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket – uit van een prijs per kilogram hennep van € 4.070,00. Dit resulteert in een bruto-opbrengst (in euro’s) per oogst van (2,256 kilogram x € 4.070,00 =) 9.181,92 Kosten per oogst kweekruimte 2 De kosten per oogst in deze kweekruimte zijn – op grond van de normen van het Functioneel Parket – als volgt: Afschrijvingskosten per oogst € 150,00 ( kweekruimte met 0-199 planten ) Inkoopkosten hennepstekken € 304,80 ( 80 planten x € 3,81 per stek ) Overige variabele kosten € 310,40 + ( 80 planten x € 3,88 per plant ) Totale kosten per oogst € 765,20 Netto-opbrengst kweekruimte 2 Het vorenstaande brengt met zich dat de netto-opbrengst (het wederrechtelijk verkregen voordeel) per oogst in deze kweekruimte bedraagt: Bruto-opbrengst per oogst € 9.181,92 Kosten per oogst € 765,20-/- Netto-opbrengst per oogst € 8.416,72 Het hof komt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, tot de volgende netto-opbrengsten per oogst en per de totale vier eerdere oogsten. Kweekruimte Netto-opbrengst per oogst Totale opbrengst vier oogsten 1 € 15.912,60 € 63.650,40 2 € 8.416,72 € 33.666,88 Totaal € 97.317,28 Verder zal het hof de elektriciteitskosten in mindering brengen, nu dit kosten zijn die door de betrokkene zijn gemaakt en in directe relatie staan tot de verkrijging van het wederrechtelijk verkregen voordeel en welke de betrokkene – blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep – daadwerkelijk heeft betaald. De elektriciteitskosten bedragen € 20.901,66. Resumé Aldus schat het hof op grond van het vorenstaande de totale omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van: Saldo kweekruimten € 97.317,28 Kosten elektriciteit € 20.901,66 -/- Wederrechtelijk verkregen voordeel € 76.415,62 Op te leggen betalingsverplichting Gelet op het vorenstaande zal het hof aan de betrokkene de verplichting opleggen tot betaling van een bedrag ter hoogte van € 76.415,62 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Gijzeling Met ingang van 1 januari 2020 heeft het nieuwe elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kracht van wet gekregen. Het hof zal daarom bij het opleggen van de ontnemingsmaatregel tevens de duur van de gijzeling bepalen die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering in de onderhavige zaak ten hoogste kan worden gevorderd indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt. Het hof hanteert, overeenkomstig de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde uitgangspunten, bij de berekening van de duur van deze gijzeling voor elke volle € 50,00 van de betalingsverplichting één dag. De maximale duur van de gijzeling bedraagt ingevolge artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht drie jaren. Gelet op de hoogte van de op te leggen betalingsverplichting zal het hof mitsdien de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd hierna bepalen op 1080 dagen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
Volledig
Op de zolder werden kleine potjes aangetroffen waarin normaliter hennepstekken in steenwol worden geplaatst voor de wortelgroei en het vervoer hiervan. In de slaapkamer van de betrokkene is een notitieboekje aangetroffen met daarin een kweekschema. Dit kweekschema begint op 27 oktober 2021 en eindigt op 3 april 2022. In het kweekschema worden diverse groeimiddelen vermeld, te weten: Stop Grow, Hy-Pro Terra, Aptus Regulator, Bloom, Bloombastic, Cannazym, Spraymix, Bloeistimulator en Shooting Powder. Verbalisant [verbalisant 2] relateert in dit verband dat deze groeimiddelen enkel gebruikt worden voor het telen van hennep. Elk groeimiddel heeft een andere werking en wordt in een andere fase van het groeiproces van hennep toegevoegd. De middelen zijn enkel verkrijgbaar op websites en winkels die benodigdheden voor de hennepkweek verkopen. Op pagina één van het schema staat de mengverhouding vermeld en op de rest van de pagina’s wordt per dag vermeld welke en hoeveel groeimiddel er toegevoegd dient te worden. De betrokkene heeft verklaard dat dit notitieboekje van hem is. De periode vanaf de startdatum van 27 oktober 2021 tot de datum van aantreffen hennepkwekerij op 2 februari 2023 betreft 67 weken. Een gemiddelde kweekperiode duurt afgerond in het voordeel van de betrokkene 10 weken. Dit betekent dat er in voormelde periode 6 voltooide oogsten kunnen hebben plaatsgevonden. De planten die in de kwekerijen werden aangetroffen waren dermate volgroeid dat deze er al ongeveer 7 weken konden staan. Dit komt overeen met de berekening. Het hof neemt de datum 27 oktober 2021 als aanvangsdatum van de hennepteelt. Gelet op het vorenstaande – in samenhang bezien met de bewezenverklaarde periode van de diefstal van elektriciteit – is naar het oordeel van het hof voldoende bewijs aanwezig dat de betrokkene al langere tijd hennep teelde en eerdere oogsten hebben plaatsgevonden waaruit hij wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Omdat het niet zonder meer aannemelijk is te achten dat de betrokkene de gehele periode onafgebroken heeft geteeld dan wel dat elke oogst succesvol is geweest, zal het hof in het voordeel van betrokkene uitgaan van ten minste vier eerdere oogsten. Kweekruimte 1 Bruto opbrengt per oogst kweekruimte 1. In kweekruimte 1 zijn 150 hennepplanten aangetroffen. De politie relateert dat er 15 hennepplanten per m2 aanwezig waren. De rechtbank heeft aan de hand van het rapport, waarin het aantal hennepplanten per m2 is berekend op basis van het aantal lampen, het aantal hennepplanten vastgesteld op 10 planten per m2. Het hof zal in het voordeel van de betrokkene uitgaan van het door de politie genoemde aantal van 15 hennepplanten per m2. Bij 15 hennepplanten per m2 is de opbrengst 28,2 gram hennep per plant per oogst. Dit resulteert in een bruto-opbrengt (in kilogram hennep) per oogst van (150 planten x 28,2 gram hennep =) 4,230 kilogram hennep. Het hof gaat vervolgens – overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket – uit van een prijs per kilogram hennep van € 4.070,00. Dit resulteert in een bruto-opbrengst (in euro’s) per oogst van (4,230 kilogram x € 4.070,00 =) 17.216,10 Kosten per oogst kweekruimte 1 De kosten per oogst in deze kweekruimte zijn – op grond van de normen van het Functioneel Parket – als volgt: Afschrijvingskosten per oogst € 150,00 ( kweekruimte met 0-199 planten ) Inkoopkosten hennepstekken € 571,50 ( 150 planten x € 3,81 per stek ) Overige variabele kosten € 582,00 + ( 150 planten x € 3,88 per plant ) Totale kosten per oogst € 1.303,50 Netto-opbrengst kweekruimte 1 Het vorenstaande brengt met zich dat de netto-opbrengst (het wederrechtelijk verkregen voordeel) per oogst in deze kweekruimte bedraagt: Bruto-opbrengst per oogst € 17.216,10 Kosten per oogst € 1.303,50 -/- Netto-opbrengst per oogst € 15.912,60 Kweekruimte 2 Bruto opbrengt per oogst kweekruimte 2. In kweekruimte 2 zijn 80 hennepplanten aangetroffen. De politie relateert dat er 15 hennepplanten per m2 aanwezig waren. De rechtbank heeft aan de hand van het rapport, waarin het aantal hennepplanten per m2 is berekend op basis van het aantal lampen, het aantal hennepplanten vastgesteld op 7 per m2. Het hof zal in het voordeel van de betrokkene uitgaan van het door de politie genoemde aantal van 15 planten per m2. Bij 15 planten per m2 is de opbrengst 28,2 gram hennep per plant per oogst. Dit resulteert in een bruto-opbrengt (in kilogram hennep) per oogst van (80 planten x 28,2 gram hennep =) 2,256 kilogram hennep. Het hof gaat vervolgens – overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket – uit van een prijs per kilogram hennep van € 4.070,00. Dit resulteert in een bruto-opbrengst (in euro’s) per oogst van (2,256 kilogram x € 4.070,00 =) 9.181,92 Kosten per oogst kweekruimte 2 De kosten per oogst in deze kweekruimte zijn – op grond van de normen van het Functioneel Parket – als volgt: Afschrijvingskosten per oogst € 150,00 ( kweekruimte met 0-199 planten ) Inkoopkosten hennepstekken € 304,80 ( 80 planten x € 3,81 per stek ) Overige variabele kosten € 310,40 + ( 80 planten x € 3,88 per plant ) Totale kosten per oogst € 765,20 Netto-opbrengst kweekruimte 2 Het vorenstaande brengt met zich dat de netto-opbrengst (het wederrechtelijk verkregen voordeel) per oogst in deze kweekruimte bedraagt: Bruto-opbrengst per oogst € 9.181,92 Kosten per oogst € 765,20-/- Netto-opbrengst per oogst € 8.416,72 Het hof komt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, tot de volgende netto-opbrengsten per oogst en per de totale vier eerdere oogsten. Kweekruimte Netto-opbrengst per oogst Totale opbrengst vier oogsten 1 € 15.912,60 € 63.650,40 2 € 8.416,72 € 33.666,88 Totaal € 97.317,28 Verder zal het hof de elektriciteitskosten in mindering brengen, nu dit kosten zijn die door de betrokkene zijn gemaakt en in directe relatie staan tot de verkrijging van het wederrechtelijk verkregen voordeel en welke de betrokkene – blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep – daadwerkelijk heeft betaald. De elektriciteitskosten bedragen € 20.901,66. Resumé Aldus schat het hof op grond van het vorenstaande de totale omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van: Saldo kweekruimten € 97.317,28 Kosten elektriciteit € 20.901,66 -/- Wederrechtelijk verkregen voordeel € 76.415,62 Op te leggen betalingsverplichting Gelet op het vorenstaande zal het hof aan de betrokkene de verplichting opleggen tot betaling van een bedrag ter hoogte van € 76.415,62 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Gijzeling Met ingang van 1 januari 2020 heeft het nieuwe elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kracht van wet gekregen. Het hof zal daarom bij het opleggen van de ontnemingsmaatregel tevens de duur van de gijzeling bepalen die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering in de onderhavige zaak ten hoogste kan worden gevorderd indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt. Het hof hanteert, overeenkomstig de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde uitgangspunten, bij de berekening van de duur van deze gijzeling voor elke volle € 50,00 van de betalingsverplichting één dag. De maximale duur van de gijzeling bedraagt ingevolge artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht drie jaren. Gelet op de hoogte van de op te leggen betalingsverplichting zal het hof mitsdien de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd hierna bepalen op 1080 dagen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.