Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-01-13
ECLI:NL:GHSHE:2026:36
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.349.266/01 arrest van 13 januari 2026 in de zaak van Bridge Polymers SL , gevestigd te [vestigingsplaats] , Spanje appellante, hierna te noemen Bridge, advocaat: mr. E. Jansberg te Eindhoven, tegen Agencia Intermediacion Residuos Y Soluciones Ambientales SL, gevestigd te [vestigingsplaats] , Spanje geïntimeerde, hierna te noemen Agencia, advocaat: mr. A.A.M. Knol te 's-Gravenhage, op het bij exploot van dagvaarding van 22 oktober 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis in incident, van 24 juli 2024, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 'sHertogenbosch, gewezen tussen Bridge als eiseres in de hoofdzaak, tevens verweerster in het incident en Agencia als gedaagde in de hoofdzaak, tevens eiseres in het incident. 1 De kern van de zaak 1.1. Bridge en Agencia zijn twee in Spanje gevestigde ondernemingen, die zaken met elkaar hebben gedaan. Daarna is onenigheid ontstaan over de betaling van de daarmee gemoeide facturen. Om Agencia tot betaling te dwingen is Bridge een procedure tegen Agencia begonnen bij de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch. Volgens Bridge is die rechter bevoegd op grond van een forumkeuze die bij het sluiten van de overeenkomsten door partijen is gemaakt. 1.2. Agencia heeft in incident de bevoegdheid van de Nederlandse rechter bestreden. Volgens haar hebben partijen geen forumkeuze gemaakt voor deze rechter, zodat volgens de normale regels de Spaanse rechter bevoegd is. 1.3. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard omdat volgens haar geen sprake is van een (geldige) forumkeuze bij het sluiten van de contracten tussen Bridge en Agencia, terwijl Agencia als gedaagde in de hoofdzaak geen woonplaats heeft in Nederland en bevoegdheid van de Nederlandse rechter ook niet op enige andere grond kan worden aangenomen. 1.4. Bridge is van dit incidentele vonnis in hoger beroep gekomen. Het hof komt tot hetzelfde oordeel als eerder de rechtbank en zal het incidentele vonnis bekrachtigen 2 Het verloop van het geding 2.1. Voor het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/402189 / HA ZA 24-171) verwijst het hof naar voormeld incidentele vonnis (verder het “vonnis”). 2.2. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven met producties39 tot en met 41; de memorie van antwoord; de mondelinge behandeling, waarbij beide partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd. 2.3. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3 De feiten 3.1. Beide partijen zijn in Spanje gevestigd. 3.2. In de hoofdzaak vordert Bridge betaling door Agencia van vier facturen voor geleverde goederen. Voorafgaand aan elke levering hadden (medewerkers van) Bridge en Agencia telefonisch of per WhatsApp contact en werd ook langs die weg afgesproken wat en voor welke prijs door Bridge aan Agencia geleverd zou gaan worden. Daarna stuurde Bridge een orderbevestiging per e-mail aan Agencia. Vervolgens werden de goederen geleverd, waarna door Bridge, wederom per e-mail, een factuur werd verstuurd. Bridge verstuurt uitsluitend orderbevestigingen en geen offertes; zo heeft zij haar werkproces nou eenmaal ingericht. 3.3. Onderaan de orderbevestigingen en facturen staat steeds, in een kleinere lettergrootte dan de hoofdtekst, de volgende voettekst: “ Pallets used can be property of PRS. If so they have to be returned and will be collected by PRS. Kindly note that if not specifically mentioned otherwise the products listed above are Non Prime Materials, all material names are thus only indicative. NO CLAIMS in respect to defective or non confirming goods will be taken into consideration unless a certain specification is explicitly mentioned on the order confirmation, earlier sent to you, relevant to the Batches on this document. The attached general terms and conditions of Bridge Polymers apply to this order. These general terms Op basis van de hoofdregel van artikel 4 Brussel I bis-vo is in dit geval de Spaanse rechter bevoegd, omdat Agencia als gedaagde haar woonplaats in Spanje heeft. Van die hoofdregel kan door partijen echter worden afgeweken op de wijzen als voorzien in artikel 25 lid 1 Brussel I bis-vo. De vraag die in deze procedure voorligt, is dan ook of een geldige forumkeuze als bedoeld in dat artikel is gemaakt. Dat is tussen partijen ook niet in geschil. 5.3. Wat evenmin (nog) in geschil is, is dat in dit geval sowieso geen sprake is van een forumkeuze in een van de vormen als bedoeld in artikel 25 lid 1, sub b of sub c Brussel I bis-vo. Tegen de overwegingen waarin de rechtbank in die zin heeft geoordeeld, heeft Bridge ook niet gegriefd. 5.4. Dit hoger beroep beperkt zich daarom louter tot het oordeel van de rechtbank dat ook geen geldige forumkeuze in de vorm als bedoeld in artikel 25 lid 1, sub a Brussel I bis-vo is gemaakt. Een geldige forumkeuze conform deze bepaling is gemaakt als partijen bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst een bevoegd gerecht aanwijzen. 5.5. Volgens vaste rechtspraak moet de rechter bij de beoordeling van de vraag of een geldige forumkeuze is gemaakt nagaan of het ingeroepen forumkeuzebeding daadwerkelijk voorwerp is geweest van wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uiting moet komen en moeten de vormvereisten van artikel 25 lid 1 Brussel I bis-vo strikt worden uitgelegd. Of naar nationaal recht een forumkeuze overeen is gekomen dient de rechter daarnaast buiten beschouwing te laten, omdat de forumkeuze op basis van artikel 25 lid 1 Brussel I bis-vo verordeningautonoom moet worden uitgelegd. Bespreking van de grieven Grief II 5.6. Grief 2 is gericht tegen de feitenvaststelling in het vonnis. Aangezien het hof hiervoor zelf de relevante feiten heeft vastgesteld zal het deze grief verder onbesproken laten. Grieven I & III 5.7. Met grief I komt Bridge op tegen het oordeel van de rechtbank dat van een schriftelijke overeenkomst geen sprake is omdat uit de feiten niet volgt dat Agencia schriftelijk akkoord is gegaan met het forumkeuzebeding (r.o. 2.17 en 2.18 vonnis). 5.8. Met grief III komt Bridge op tegen het oordeel van de rechtbank dat niet is gebleken dat het forumkeuzebeding daadwerkelijk voorwerp is geweest van wilsovereenstemming tussen partijen, omdat van geen van de in artikel 25 lid 1 sub a-c Verordening Brussel l-bis genoemde gevallen sprake is, noch verder is gebleken van wilsovereenstemming (r.o. 2.27 vonnis). 5.9. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke bespreking. 5.10. Bridge heeft zich in dit verband beroepen op de vermelding van de forumkeuze in de voetteksten onderaan haar orderbevestigingen en facturen (r.o. 3.3) en in haar e-mails (r.o. 3.4) en op een e-mail van Agencia van 12 mei 2023 (productie 10 bij dagvaarding in eerste aanleg). Daarbij heeft Bridge meermaals, zowel in de stukken als bij de mondelinge behandeling gewezen op de volgens haar “ prominente ” vermelding van het forumkeuzebeding in genoemde e-mails en orderbevestigingen. 5.11. Van enige prominentie van die vermelding is naar het oordeel van het hof echter geen enkele sprake; integendeel. Prominent betekent “opvallend” of “op de voorgrond tredend” (Van Dale, Groot woordenboek van de Nederlandse taal). Het forumkeuzebeding is echter zeker niet opvallend of op de voorgrond tredend weergegeven, maar steeds uitsluitend in een ondergeschikte voettekst, die in een kleinere lettergrootte onderaan de pagina van de betreffende e-mail, orderbevestiging of factuur is opgenomen. In de spreekwoordelijke “kleine lettertjes” dus; niet eens in de hoofdtekst van de betreffende communicatie. Wat daarbij verder opvalt is dat de forumkeuze ook in die voettekst op geen enkele manier wordt benadrukt. Dit in tegenstelling tot passages over pallets (vet gedrukt) en over claims (in kapitalen gedrukt) (r.o. 3.3). Waar Bridge bepaalde elementen uit de voettekst dus j