Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2026-05-06
ECLI:NL:GHSHE:2026:1249
Strafrecht
Hoger beroep
11,338 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2026:1249 text/xml public 2026-05-21T13:14:28 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-05-06 20-002233-25 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1249 text/html public 2026-05-20T12:12:03 2026-05-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:1249 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 06-05-2026 / 20-002233-25 Het hof heeft de verdachte ter zake van een woninginbraak, een poging tot woninginbraak, belediging van een ambtenaar in functie en een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Parketnummer : 20-002233-25 Uitspraak : 6 mei 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 3 september 2025 van de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-134304-25, 01-156460-25 en 01-193865-25, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, parketnummers 01-184005-23 en 01-012216-23, tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980, thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Zwolle Zuid 1 te Zwolle. Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van het onder parketnummer 01-134304-25 feit 2 primair tenlastegelegde en de verdachte ter zake van: ‘diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (feit 1, parketnummer 01-134304-25); ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen’ (feit 2 subsidiair, parketnummer 01-134304-25); ‘eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening’ (parketnummer 01-156460-25); ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht’ (parketnummer 01-193865-25), veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest. Verder heeft de politierechter de tenuitvoerlegging bevolen van een eerder opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, onder parketnummer 01-012216-23, en de vordering tot tenuitvoerlegging, onder parketnummer 01-184005-23, afgewezen. Ten slotte heeft de politierechter bepaald dat de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en is de benadeelde partij veroordeeld in de proceskosten, tot dan toe begroot op nihil. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal vrijspreken van het onder parketnummer 01-134304-25 feit 2 primair tenlastegelegde, het onder feit 1 en feit 2 subsidiair tenlastegelegde onder dit parketnummer alsmede het tenlastegelegde onder de overige twee parketnummers bewezen zal verklaren en de verdachte voor die feiten tezamen zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Verder heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke straffen zal afwijzen. Tot slot heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 950,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Namens de verdachte is een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: In de zaak met parketnummer 01-134304-25: 1. hij op of omstreeks 30 april 2025 te Waalre in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten een woning gelegen aan [adres 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, horloges, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander, toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/horloges onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel; 2. hij op of omstreeks 1 mei 2025 te Waalre ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten een woning gelegen aan [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen naar zijn gading, in elk geval enig goed naar zijn gading, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte, toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, een kozijn (van de voornoemde woning gelegen aan [adres 2] ) heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 1 mei 2025 te Waalre opzettelijk en wederrechtelijk een kozijn, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander, toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; in de zaak met parketnummer 01-156460-25 (gevoegd in eerste aanleg): hij op of omstreeks 21 mei 2025 te Eindhoven opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant] (agent), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: 'kanker homo' en/of 'kanker wout', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; in de zaak met parketnummer 01-193865-25 (gevoegd in eerste aanleg): hij op of omstreeks 25 juni 2025 te Waalre, althans in Nederland, [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik ga je vermoorden", "Ik ga je afmaken" en/of "Ik leg je om", althans woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-134304-25 onder 1 en 2 primair, in de zaak met parketnummer 01-156460-25 en in de zaak met parketnummer 01-193865-25 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: in de zaak met parketnummer 01-134304-25: 1.
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2026:1249 text/xml public 2026-05-21T13:14:28 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-05-06 20-002233-25 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1249 text/html public 2026-05-20T12:12:03 2026-05-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:1249 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 06-05-2026 / 20-002233-25 Het hof heeft de verdachte ter zake van een woninginbraak, een poging tot woninginbraak, belediging van een ambtenaar in functie en een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Parketnummer : 20-002233-25 Uitspraak : 6 mei 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 3 september 2025 van de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-134304-25, 01-156460-25 en 01-193865-25, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, parketnummers 01-184005-23 en 01-012216-23, tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980, thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Zwolle Zuid 1 te Zwolle. Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van het onder parketnummer 01-134304-25 feit 2 primair tenlastegelegde en de verdachte ter zake van: ‘diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’ (feit 1, parketnummer 01-134304-25); ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen’ (feit 2 subsidiair, parketnummer 01-134304-25); ‘eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening’ (parketnummer 01-156460-25); ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht’ (parketnummer 01-193865-25), veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest. Verder heeft de politierechter de tenuitvoerlegging bevolen van een eerder opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, onder parketnummer 01-012216-23, en de vordering tot tenuitvoerlegging, onder parketnummer 01-184005-23, afgewezen. Ten slotte heeft de politierechter bepaald dat de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en is de benadeelde partij veroordeeld in de proceskosten, tot dan toe begroot op nihil. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal vrijspreken van het onder parketnummer 01-134304-25 feit 2 primair tenlastegelegde, het onder feit 1 en feit 2 subsidiair tenlastegelegde onder dit parketnummer alsmede het tenlastegelegde onder de overige twee parketnummers bewezen zal verklaren en de verdachte voor die feiten tezamen zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Verder heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke straffen zal afwijzen. Tot slot heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 950,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Namens de verdachte is een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: In de zaak met parketnummer 01-134304-25: 1. hij op of omstreeks 30 april 2025 te Waalre in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten een woning gelegen aan [adres 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, horloges, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander, toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/horloges onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel; 2. hij op of omstreeks 1 mei 2025 te Waalre ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten een woning gelegen aan [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen naar zijn gading, in elk geval enig goed naar zijn gading, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte, toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, een kozijn (van de voornoemde woning gelegen aan [adres 2] ) heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 1 mei 2025 te Waalre opzettelijk en wederrechtelijk een kozijn, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander, toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; in de zaak met parketnummer 01-156460-25 (gevoegd in eerste aanleg): hij op of omstreeks 21 mei 2025 te Eindhoven opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant] (agent), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: 'kanker homo' en/of 'kanker wout', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; in de zaak met parketnummer 01-193865-25 (gevoegd in eerste aanleg): hij op of omstreeks 25 juni 2025 te Waalre, althans in Nederland, [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik ga je vermoorden", "Ik ga je afmaken" en/of "Ik leg je om", althans woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-134304-25 onder 1 en 2 primair, in de zaak met parketnummer 01-156460-25 en in de zaak met parketnummer 01-193865-25 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: in de zaak met parketnummer 01-134304-25: 1.
Volledig
hij op 30 april 2025 te Waalre in een woning, te weten een woning gelegen aan [adres 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, horloges die aan [benadeelde 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; 2. hij op 1 mei 2025 te Waalre ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning, te weten een woning gelegen aan [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, enig goed naar zijn gading, dat geheel of ten dele aan [benadeelde 2] toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, een kozijn (van de voornoemde woning gelegen aan [adres 2] ) heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; in de zaak met parketnummer 01-156460-25 (gevoegd in eerste aanleg): hij op 21 mei 2025 te Eindhoven opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant] (agent), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: 'kanker homo' en 'kanker wout'; in de zaak met parketnummer 01-193865-25 (gevoegd in eerste aanleg) hij op 25 juni 2025 te Waalre [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik ga je vermoorden", "Ik ga je afmaken" en/of "Ik leg je om", althans woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het in de zaak met parketnummer 01-134304-25 onder feit 1 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: Diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid . Het in de zaak met parketnummer 01-134304-25 onder 2 primair bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid . Het in de zaak met parketnummer 01-156460-25 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening . Het in de zaak met parketnummer 01-193865-25 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een woninginbraak, een poging tot woninginbraak, een belediging van een ambtenaar in functie en een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Door het plegen van een woninginbraak heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het slachtoffer. Een woning is daarnaast bij uitstek de plek waar ieder zich veilig dient te voelen. Een woninginbraak veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoner, maar ook bij de buurtbewoners. Die gevoelens van angst en onveiligheid spelen ook op bij de slachtoffers van een poging tot inbraak. Kennelijk heeft de verdachte het eigen financiële gewin laten prevaleren. Ten laste van de verdachte is eveneens bewezenverklaard dat hij een politieagent tijdens zijn werkzaamheden heeft beledigd. Door aldus te handelen heeft de verdachte blijk gegeven geen respect te hebben voor ambtenaren die met een publieke taak zijn belasten die hun werkzaamheden ongestoord dienen te kunnen doen. Ten slotte is ten laste van de verdachte ook nog bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt met bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Dit betrof een de verdachte onbekend persoon die toevallig in een snackbar op zijn pad kwam en getroffen werd door zijn agressieve uitlatingen. Door aldus te handelen heeft de verdachte gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt, maar niet alleen bij het slachtoffer, ook degenen die daarvan ongewild oorgetuige zijn geworden. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezenverklaard. Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 2 februari 2026. Uit dit uittreksel komt naar voren dat de verdachte ten aanzien van alle feiten eerder meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Deze eerdere veroordelingen, waaronder voorwaardelijke straffen waarvan de proeftijden nog liepen ten tijde van het plegen van de nieuwe feiten, hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden om te handelen zoals bewezenverklaard. Verder heeft het hof acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt als uitgangspunt bij een inbraak van een woning in het geval veelvuldige recidive gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden gehanteerd. Het hof overweegt dat in het geval van een poging de maximumstraf met een derde wordt verminderd. Als uitgangspunt wordt bij een belediging een geldboete ter hoogte van € 210,00 gehanteerd, waarbij het hof overweegt dat in het geval van belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening de maximumstraf met een derde kan worden verhoogd. Verder wordt als uitgangspunt bij een bedreiging een geldboete ter hoogte van € 350,00 gehanteerd. Voorts heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen. De verdachte heeft naar voren gebracht dat hij een erg moeilijke periode achter de rug heeft. Zowel zijn fysieke als mentale gesteldheid was niet goed. De verdacht is psychiatrisch instabiel en had last van angsten, achterdocht en waanbeelden die mogelijk werden verergerd door verkeerd medicijngebruik, te weten Ritalin, in combinatie met drugsgebruik.
Volledig
hij op 30 april 2025 te Waalre in een woning, te weten een woning gelegen aan [adres 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, horloges die aan [benadeelde 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; 2. hij op 1 mei 2025 te Waalre ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning, te weten een woning gelegen aan [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, enig goed naar zijn gading, dat geheel of ten dele aan [benadeelde 2] toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, een kozijn (van de voornoemde woning gelegen aan [adres 2] ) heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; in de zaak met parketnummer 01-156460-25 (gevoegd in eerste aanleg): hij op 21 mei 2025 te Eindhoven opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant] (agent), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: 'kanker homo' en 'kanker wout'; in de zaak met parketnummer 01-193865-25 (gevoegd in eerste aanleg) hij op 25 juni 2025 te Waalre [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik ga je vermoorden", "Ik ga je afmaken" en/of "Ik leg je om", althans woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het in de zaak met parketnummer 01-134304-25 onder feit 1 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: Diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid . Het in de zaak met parketnummer 01-134304-25 onder 2 primair bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid . Het in de zaak met parketnummer 01-156460-25 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening . Het in de zaak met parketnummer 01-193865-25 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een woninginbraak, een poging tot woninginbraak, een belediging van een ambtenaar in functie en een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Door het plegen van een woninginbraak heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het slachtoffer. Een woning is daarnaast bij uitstek de plek waar ieder zich veilig dient te voelen. Een woninginbraak veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoner, maar ook bij de buurtbewoners. Die gevoelens van angst en onveiligheid spelen ook op bij de slachtoffers van een poging tot inbraak. Kennelijk heeft de verdachte het eigen financiële gewin laten prevaleren. Ten laste van de verdachte is eveneens bewezenverklaard dat hij een politieagent tijdens zijn werkzaamheden heeft beledigd. Door aldus te handelen heeft de verdachte blijk gegeven geen respect te hebben voor ambtenaren die met een publieke taak zijn belasten die hun werkzaamheden ongestoord dienen te kunnen doen. Ten slotte is ten laste van de verdachte ook nog bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt met bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Dit betrof een de verdachte onbekend persoon die toevallig in een snackbar op zijn pad kwam en getroffen werd door zijn agressieve uitlatingen. Door aldus te handelen heeft de verdachte gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt, maar niet alleen bij het slachtoffer, ook degenen die daarvan ongewild oorgetuige zijn geworden. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezenverklaard. Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 2 februari 2026. Uit dit uittreksel komt naar voren dat de verdachte ten aanzien van alle feiten eerder meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Deze eerdere veroordelingen, waaronder voorwaardelijke straffen waarvan de proeftijden nog liepen ten tijde van het plegen van de nieuwe feiten, hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden om te handelen zoals bewezenverklaard. Verder heeft het hof acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt als uitgangspunt bij een inbraak van een woning in het geval veelvuldige recidive gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden gehanteerd. Het hof overweegt dat in het geval van een poging de maximumstraf met een derde wordt verminderd. Als uitgangspunt wordt bij een belediging een geldboete ter hoogte van € 210,00 gehanteerd, waarbij het hof overweegt dat in het geval van belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening de maximumstraf met een derde kan worden verhoogd. Verder wordt als uitgangspunt bij een bedreiging een geldboete ter hoogte van € 350,00 gehanteerd. Voorts heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen. De verdachte heeft naar voren gebracht dat hij een erg moeilijke periode achter de rug heeft. Zowel zijn fysieke als mentale gesteldheid was niet goed. De verdacht is psychiatrisch instabiel en had last van angsten, achterdocht en waanbeelden die mogelijk werden verergerd door verkeerd medicijngebruik, te weten Ritalin, in combinatie met drugsgebruik.
Volledig
De verdachte kan zich inmiddels niet alles meer herinneren van de feiten. De verdachte is Ritalin gaan snuiven en is daar vervolgens verslaafd aan geraakt. Inmiddels is de verdachte - naar eigen zeggen - niet meer verslaafd aan Ritalin of drugs. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte ter terechtzitting in vergelijking tot foto’s van hem in het dossier inmiddels een stuk gezonder uitziet. De verdachte heeft te kennen gegeven nog graag iets van zijn leven maken, nu hij erachter is gekomen dat zijn verslaving in stand werd gehouden door voormelde verkeerde combinatie. De verdachte is naar - eigen zeggen - nu helder, erkent dat hij zich aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt en realiseert zich dat hij daarmee slachtoffers heeft gemaakt. De verdachte wil zijn leven vanuit en na detentie zijn leven een andere wending geven; dat wil hij mede voor zijn ouders en zijn vriendin. Zijn vriendin heeft hij al een tijdje nu en zij gebruikt ook geen drugs. Bij haar zou hij terecht kunnen na detentie. Naar het oordeel van het hof kan – gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en omdat de verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld – niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Verder overweegt het hof dat met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking wordt gebracht en anderzijds de strafoplegging dienstbaar wordt gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Het hof geeft de verdachte het voordeel van de twijfel en biedt hem de gelegenheid om zijn leven de door hem voorgenomen positieve wending te geven vanuit en na detentie en daarmee de kans op herhaling te verkleinen, door een deel van de vrijheidsstraf voorwaardelijk op te leggen als stok achter de deur gedurende een proeftijd van drie jaren. Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 950,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De politierechter heeft bepaald dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en de benadeelde partij veroordeeld in de proceskosten, tot dan toe begroot op nihil. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd, zodat de vordering opnieuw aan de orde is. In hoger beroep is zijdens de benadeelde partij nog aanvullende informatie (een factuur) ter onderbouwing van de vordering ingebracht. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte de vordering van de benadeelde partij tot het gevorderde bedrag erkend. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder parketnummer 01-134304-25, feit 1, bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 950,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Wettelijke rente Zoals gevorderd zal ook worden toegewezen het toewijsbare bedrag te vermeerderen de wettelijke rente vanaf 30 april 2025, zijnde de datum van het bewezenverklaarde feit, tot aan de dag der algehele voldoening. Proceskosten Het hof zal de verdachte tevens veroordelen in de kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregel Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde 1] is toegebracht tot een bedrag van € 950,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk. Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft. Vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 01-012216-23) De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch, van 20 januari 2023, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging op grond van hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken – met de advocaat-generaal en de raadsman – van oordeel dat deze vordering dient te worden afgewezen. Het hof zal deze vordering tot tenuitvoerlegging dan ook afwijzen. Vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 01-184005-23) De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 13 december 2024, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging op grond van hetgeen op het onderzoek ter terechtzitting is gebleken – met de advocaat-generaal en de raadsman – van oordeel dat deze vordering dient te worden afgewezen. Het hof zal deze vordering tot tenuitvoerlegging dan ook afwijzen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 63, 266, 267, 285 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
Volledig
De verdachte kan zich inmiddels niet alles meer herinneren van de feiten. De verdachte is Ritalin gaan snuiven en is daar vervolgens verslaafd aan geraakt. Inmiddels is de verdachte - naar eigen zeggen - niet meer verslaafd aan Ritalin of drugs. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte ter terechtzitting in vergelijking tot foto’s van hem in het dossier inmiddels een stuk gezonder uitziet. De verdachte heeft te kennen gegeven nog graag iets van zijn leven maken, nu hij erachter is gekomen dat zijn verslaving in stand werd gehouden door voormelde verkeerde combinatie. De verdachte is naar - eigen zeggen - nu helder, erkent dat hij zich aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt en realiseert zich dat hij daarmee slachtoffers heeft gemaakt. De verdachte wil zijn leven vanuit en na detentie zijn leven een andere wending geven; dat wil hij mede voor zijn ouders en zijn vriendin. Zijn vriendin heeft hij al een tijdje nu en zij gebruikt ook geen drugs. Bij haar zou hij terecht kunnen na detentie. Naar het oordeel van het hof kan – gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en omdat de verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld – niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Verder overweegt het hof dat met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking wordt gebracht en anderzijds de strafoplegging dienstbaar wordt gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Het hof geeft de verdachte het voordeel van de twijfel en biedt hem de gelegenheid om zijn leven de door hem voorgenomen positieve wending te geven vanuit en na detentie en daarmee de kans op herhaling te verkleinen, door een deel van de vrijheidsstraf voorwaardelijk op te leggen als stok achter de deur gedurende een proeftijd van drie jaren. Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 950,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De politierechter heeft bepaald dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en de benadeelde partij veroordeeld in de proceskosten, tot dan toe begroot op nihil. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd, zodat de vordering opnieuw aan de orde is. In hoger beroep is zijdens de benadeelde partij nog aanvullende informatie (een factuur) ter onderbouwing van de vordering ingebracht. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte de vordering van de benadeelde partij tot het gevorderde bedrag erkend. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder parketnummer 01-134304-25, feit 1, bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 950,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Wettelijke rente Zoals gevorderd zal ook worden toegewezen het toewijsbare bedrag te vermeerderen de wettelijke rente vanaf 30 april 2025, zijnde de datum van het bewezenverklaarde feit, tot aan de dag der algehele voldoening. Proceskosten Het hof zal de verdachte tevens veroordelen in de kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregel Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde 1] is toegebracht tot een bedrag van € 950,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk. Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft. Vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 01-012216-23) De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch, van 20 januari 2023, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging op grond van hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken – met de advocaat-generaal en de raadsman – van oordeel dat deze vordering dient te worden afgewezen. Het hof zal deze vordering tot tenuitvoerlegging dan ook afwijzen. Vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 01-184005-23) De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 13 december 2024, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging op grond van hetgeen op het onderzoek ter terechtzitting is gebleken – met de advocaat-generaal en de raadsman – van oordeel dat deze vordering dient te worden afgewezen. Het hof zal deze vordering tot tenuitvoerlegging dan ook afwijzen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 63, 266, 267, 285 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.