Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2026-04-15
ECLI:NL:GHSHE:2026:1123
Strafrecht
Hoger beroep
4,067 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2026:1123 text/xml public 2026-05-04T12:15:19 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-04-15 20-002000-25 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL Middelburg Strafrecht Wegenverkeerswet 1994 8 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1123 text/html public 2026-05-04T12:04:45 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:1123 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 15-04-2026 / 20-002000-25 Het hof heeft het bestreden vonnis vernietigd. Het hof heeft het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 450,00 subsidiair 4 dagen hechtenis en aan hem een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 2 maanden met ene proeftijd van 2 jaren. Parketnummer : 20-002000-25 Uitspraak : 15 april 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 11 september 2024, in de strafzaak met parketnummer 96-066424-24 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 maanden. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op te leggen voor de duur van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Namens de verdachte is een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 19 oktober 2023 te [pleegplaats] , een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 3,3 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 19 oktober 2023 te [pleegplaats] , een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 3,3 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Door en namens de verdachte is naar voren gebracht dat voornamelijk de door de politierechter opgelegde onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen een pijnpunt is voor de verdachte, aangezien hij in Zeeland werkt en in [woonplaats] woont. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het rijden onder invloed van cannabis. Het is algemeen bekend dat het gebruik van dergelijke genotmiddelen het bewustzijn beïnvloedt en daarmee de rijvaardigheid. Hiermee heeft de verdachte als automobilist onaanvaardbare risico’s genomen voor de verkeersveiligheid van hemzelf en zijn medeweggebruikers. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard. Het hof heeft wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf voorts acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Blijkens deze oriëntatiepunten geldt voor het rijden onder invloed bij enkelvoudig THC gebruik in het geval van recidive als uitgangspunt een geldboete ter hoogte van € 450,00 en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden. Verder heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 januari 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit komt naar voren dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor eenzelfde feit. Deze eerdere veroordeling heeft de verdachte er kennelijk niet van weerhouden om te handelen zoals bewezenverklaard. Voorts heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen. De verdachte is werkzaam als bedrijfsleider in de horeca.
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2026:1123 text/xml public 2026-05-04T12:15:19 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-04-15 20-002000-25 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL Middelburg Strafrecht Wegenverkeerswet 1994 8 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1123 text/html public 2026-05-04T12:04:45 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:1123 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 15-04-2026 / 20-002000-25 Het hof heeft het bestreden vonnis vernietigd. Het hof heeft het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 450,00 subsidiair 4 dagen hechtenis en aan hem een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 2 maanden met ene proeftijd van 2 jaren. Parketnummer : 20-002000-25 Uitspraak : 15 april 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 11 september 2024, in de strafzaak met parketnummer 96-066424-24 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 maanden. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op te leggen voor de duur van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Namens de verdachte is een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 19 oktober 2023 te [pleegplaats] , een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 3,3 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 19 oktober 2023 te [pleegplaats] , een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 3,3 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Door en namens de verdachte is naar voren gebracht dat voornamelijk de door de politierechter opgelegde onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen een pijnpunt is voor de verdachte, aangezien hij in Zeeland werkt en in [woonplaats] woont. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het rijden onder invloed van cannabis. Het is algemeen bekend dat het gebruik van dergelijke genotmiddelen het bewustzijn beïnvloedt en daarmee de rijvaardigheid. Hiermee heeft de verdachte als automobilist onaanvaardbare risico’s genomen voor de verkeersveiligheid van hemzelf en zijn medeweggebruikers. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard. Het hof heeft wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf voorts acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Blijkens deze oriëntatiepunten geldt voor het rijden onder invloed bij enkelvoudig THC gebruik in het geval van recidive als uitgangspunt een geldboete ter hoogte van € 450,00 en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden. Verder heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 januari 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit komt naar voren dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor eenzelfde feit. Deze eerdere veroordeling heeft de verdachte er kennelijk niet van weerhouden om te handelen zoals bewezenverklaard. Voorts heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen. De verdachte is werkzaam als bedrijfsleider in de horeca.