Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-09-11
ECLI:NL:GHSHE:2025:3809
Strafrecht
Hoger beroep
1,891 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHSHE:2025:3809 text/xml public 2026-02-26T14:32:39 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-09-11 20-001562-24 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3809 text/html public 2026-02-26T14:32:12 2026-02-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2025:3809 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 11-09-2025 / 20-001562-24 Mishandeling. Parketnummer : 20-001562-24 Uitspraak : 11 september 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 10 juni 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-276675-23 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977, wonende te [adres] . Hoger beroep De politierechter heeft verdachte ter zake de feiten 1 en 2 – telkens mishandeling – veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen en de verdachte ter zake de feiten 1 en 2 zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 4 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij op of omstreeks 22 oktober 2023 te Eindhoven [slachtoffer 1] heeft mishandeld door hem in de nek, dan wel tegen het lichaam te slaan, en/of hem in zijn keel/nek te knijpen dan wel vast te houden; 2. hij op of omstreeks 22 oktober 2023 te Eindhoven [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem tegen het hoofd, dan wel het lichaam te slaan; Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij: 1. op 22 oktober 2023 te Eindhoven [slachtoffer 1] heeft mishandeld door hem tegen het lichaam te slaan en hem in zijn keel te knijpen; 2. op 22 oktober 2023 te Eindhoven [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem tegen het hoofd te slaan; Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Verdachte wordt veroordeeld ter zake een tweetal mishandelingen gepleegd op 22 oktober 2023. Daarmee heeft de verdachte aangetoond dat hij geen enkel respect heeft voor de lichamelijke integriteit van een ander en laten zien dat hij bij het minste of geringste over kan gaan tot het gebruik van geweld. Blijkens het uittreksel justitiële documentatie d.d. 30 april 2025 is verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld ter zake geweldsdelicten en is aan hem in het verleden een ISD-maatregel opgelegd. Deze veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden de onderhavige delicten te plegen. Het hof betwijfelt of verdachte überhaupt van zins is zijn leven te beteren, gelet ook op de retouropdracht van de reclassering van 5 juni 2025 nadat het hof eerder opdracht had verstrekt een reclasseringsrapport omtrent verdachte te laten opstellen en verdachte zich bereid had verklaard daaraan mee te willen werken. Het hof is gezien voormelde omstandigheden betreffende de persoon van de verdachte alsmede de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Anders dan de advocaat-generaal veroordeelt het hof de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken. Voor een voorwaardelijk gedeelte van deze gevangenisstraf ziet het hof geen aanleiding. Het hof heeft er geen enkele fiducie in dat de dreiging van een voorwaardelijke gevangenisstraf de verdachte ervan zal weerhouden in de toekomst wederom strafbare feiten te plegen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 57, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Aldus gewezen door: mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter, mr. C.P.J. Scheele en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier, en op 11 september 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.