Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-11-26
ECLI:NL:GHSHE:2025:3500
Parketnummer : 20-000077-25 Uitspraak : 26 november 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 10 januari 2025, in de strafzaak met parketnummer 01-097713-24 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Van de zijde van de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. De verdediging heeft – zo begrijpt het hof – primair vrijspraak bepleit en subsidiair een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop het berust, met: aanvulling van de bewijsmiddelen door de redengevende inhoud van de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen weer te geven en door enkele andere bewijsmiddelen toe te voegen; verbetering van de gronden door – omwille van de leesbaarheid – de bewijsoverwegingen van de politierechter te vervangen en daarbij te responderen op de verweren van de verdediging. Het hof acht de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Ter zitting in hoger beroep is het hof niet gebleken van zodanig gewijzigde persoonlijke omstandigheden van de verdachte dat aanleiding wordt gezien om aan de verdachte een andere straf op te leggen dan door de politierechter aan hem is opgelegd, zodat het hof daaraan geen verdere overwegingen zal wijden. Aanvulling van de bewijsmiddelen 1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2023 (dossierpagina 11 tot en met 13), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] : [ dossierpagina 11 ] Op dinsdag 23 april 2023 (…) hoorde ik (…) via de portofoon dat er collega’s werden gevraagd om naar [adres] te komen. Aldaar werden er verdachte omstandigheden aangetroffen ter zake het vervaardigen van verdovende middelen van lijst 1 Wetboek van Strafrecht. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , houd mij als neventaak bezig met de ontwikkelingen op het gebied van verdovende middelen. Ik ben meteen ter plaatse gegaan. Ik (…) werd door collega’s gewezen op de bovengenoemde verdachte omstandigheden. Ik liep hierop naar de paardenboxen welke zijn gelegen aan het verlengde van de oprit van [adres] [ het hof begrijpt gelet op dossierpagina 68: ruimte O ]. Ik zag dat deze paardenstal los stond van de woning. Ik zag in de paardenstal aan de linkerzijde twee paardenboxen, welke in gebruik leken. Ik zag dat aan de rechterzijde verschillende hooibalen opgestapeld stonden. Ik zag dat deze hooibalen op een geprepareerd systeem stonden. Ik zag dat deze in elkaar pasten waardoor je een muur van hooibalen kon krijgen. Ik zag dat dit zo was gemaakt om de ruimte daarachter af te schermen. Ik zag dat er achter deze hooibalen een deur gelegen was. Ik zag dat de onderzijde van deze deur afgedicht was en de bovenzijde voorzien was van tralies. Ik zag dat deze deur was afgesloten middels een kettingslot. Ik zag dat deze deur op een soortgelijke Ik zag dat in een andere schuur ook een afgesloten ruimte was [ het hof begrijpt: ruimte V ]. Ik weet ambtshalve dat hier in het verleden een hennepknipperij heeft gezeten. Ik deelde aan verdachte [verdachte] mede dat hij verdachte was voor het overtreden van de Opiumwet en dat ik derhalve de uitlevering vorderde van alle aanwezige verdovende middelen. Ik hoorde dat hij het slot wel kon open slijpen [ het hof begrijpt gelet op het voorgaande: van ruimte V ]. Toen het slot open was ben ik naar binnen gelopen. Ik zag dat er aan de rechterkant diverse vriezers stonden. Ik zag dat er groen zeil overheen lag en heb dit samen met collega [verbalisant 2] weggehaald. Ik zag dat ze per twee opgestapeld waren. Ik zag dat het deksel bij sommige vrieskisten op een kier stond. Bij een van de vrieskisten zag ik een blauw vat in de vriezer liggen. Bij de vrieskisten rook ik een sterke zoete chemische lucht welke ik eerder heb geroken bij een synthetisch drugslab. Hierna ben ik met collega’s teruggegaan naar de paardenbox [ het hof begrijpt gelet op het voorgaande: ruimte O ]. Door een collega is het slot opengeknipt. Ik zag dat er in de ruimte ook nog een koel-vriescombinatie stond en een tafel met diverse attributen. Ik zag dat er ook enkele grote rode gasflessen stonden. Hierop is een adviseur gevaarlijke stoffen ter plaatse gekomen. Ik hoorde dat de adviseur gevaarlijke stoffen constateerde dat er een volledig drugslab aanwezig was, maar dat het niet in werking was. Ik hoorde van de adviseur gevaarlijke stoffen dat de rode flessen zeer waarschijnlijk van diefstal afkomstig waren van de Technische Universiteit Eindhoven. Ik zag dat er “wasserstoff” op stond. Ik zag dat er op minimaal 1 fles " [betrokkene] " stond en hoorde van de adviseur gevaarlijke stoffen dat hij werkzaam is op de Technische Universiteit Eindhoven en dat het zijn flessen waren. [ dossierpagina 19 ] De verdachte is hierop door de collega's aangehouden. Door de adviseur gevaarlijke stoffen is in het kader van de veiligheid de goederen in de paardenbox verder bekeken. Met de adviseur gevaarlijke stoffen ben ik naar twee paardenboxen gelopen die buiten op het perceel stonden [ het hof begrijpt gelet op dossierpagina 68: ruimte P ]. Ik zag dat er in de linkerbox 2 IBC vaten stonden. Ik zag dat 1 vat dienst deed als hondenhok. Ik zag dat de ander schoner was. De adviseur gevaarlijke stoffen deed het IBC vat open waar ik weer een sterke zoete chemische geur rook. Ik zag dat er residu aan de binnenkant van de draaiknop zat. Ik hoorde de adviseur gevaarlijke stoffen zeggen dat dit PMK betrof. 4. Het proces-verbaal van bevindingen van de LFO d.d. 19 september 2023 (dossierpagina 55 tot en met 61), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 4] , [verbalisant 5] en [verbalisant 6] : [ dossierpagina 55 ] Aanleiding Op dinsdag 23 mei 2023 omstreeks 16.00 uur en later, hebben wij een onderzoek ingesteld op een boerenerf aan [adres] . Dit in verband met een vermoedelijke overtreding van de Opiumwet. Door ons zijn de ruimtes/locaties waar gerelateerde goederen zijn aangetroffen als volgt gecodeerd: LFO- code Omschrijving V Ruimte V O Ruimte O P Ruimte P [ dossierpagina 56 ] Eerste bevindingen Bij het betreden van het perceel werden wij opgewacht door het onderzoeksteam. Wij liepen direct naar ruimte V welke onderdeel was van een stallencomplex dat achter de woning aan hetzelfde pand was gesitueerd. Wij zagen hier een ruimte met meerdere vrieskisten op elkaar gestapeld. Vervolgens werden wij naar ruimte O geleid welke onderdeel was van een afzonderlijk gesitueerde stalling. Wij zagen dat binnen deze stalling de toegang tot ruimte O aan het zicht onttrokken was middels opgestapelde strobalen. In ruimte O zagen wij onder andere meerdere IBC’s, diverse jerrycans en vaten, onderdelen voor afzuiging en gascilinders. Nader onderzoek en monsterneming Hieronder volgt in een tabel, de zogenoemde inventarisatielijst, een opsomming van de goederen die werden aangetroffen. Monsters en uitslag Waarvan, 2x leeg en 2x gevuld. O13 1x Witte emmer, leeg. O14 3x Transparant, witte jerrycan à 5 liter. Alle leeg. Etiket = Aceton O15 Diverse gebruikte, vervuilde slangen O16 4x Transparant, wit vat met aftapkraan à 150 liter. In totaal gevuld met circa 10 liter van een vloeistof. O17 1x Transparant, witte jerrycan à 25 liter. Opschrift = ' Meta '. Gevuld met circa 10 liter van een kleurloze vloeistof. FD = Methanol O18 1x Witte emmer à 10 liter met etiket 'Caustic Soda'. Gevuld met circa 8 kilo van een witte substantie en een vervuilde maatbeker à 1 liter. O19 1x Zwart vat à 20 liter. Gevuld met circa 14 liter van een kleurloze vloeistof. Etiket = Kroon Oil FD = Babyolie O20 1x Witte emmer à 30 liter, inhoudende: - Diverse slangkoppelingen van een ketel met afgesneden slang die soortgelijk aan O15 is. O21 5x Diverse potjes met verschillende inhoudsmaten. Waarvan 1x opschrift ' 93 ' en 2x ' 200 '. Alle gevuld met restanten van een zeer fijn, zwartbruin poeder. Vermoedelijk platinaoxide. O22 1x Plastic bak, inhoudende: - Vervuilde tosti-ijzer - 4x Diverse diepvriesbakjes O23 1x Plastic bak, onder andere inhoudende: - Deo - Verlengsnoer - Doekjes - Stofzuigerzak - Handschoen - Schaar - Radio - Glassex O24 Koelkast, inhoudende diverse blikjes frisdrank. Het vriesvak was in zijn geheel leeg. Ruimte P (P) P1 1x IBC à 1000 liter. Restant van een bruine vloeistof. Geur = PMK Interpretatie LFO De aangetroffen goederen zijn typisch voor de vervaardiging van MDMA middels de verhoogde drukmethode. Gelet op de vijf waterstofgasflessen en de negen vervuilde diepvrieskisten met zeker 57 vervuilde 20 liter emmers is er sprake van grootschalige productie en kristallisatie ter plaatse. Met behulp van deze vijf waterstofgasflessen kan er minimaal 83 Kg MDMA per gasfles (50 liter/ 200 bar)geproduceerd zijn. Bij benadering 5 x 83 = 415 Kg MDMA-HCL kristallen. Richtlijn voor strafvordering voorbereiding/bevordering synthetische drugs (art. 10a Opiumwet). Gezien de voorlopige interpretatie LFO valt deze productielocatie in het kader van deze richtlijn in categorie III. 5. Het NFI-rapport d.d. 7 augustus 2023 (dossierpagina’s 62 tot en met 66), voor zover inhoudende als bevindingen van NFI-deskundige dr. J.W. Hulshof: [ dossierpagina 63 ] Zaaknummer 2023.07.03.142, aanvraagnummer 001. [ dossierpagina 64 ] Vraagstelling Vraagstelling 1: “Bevat het onderzoeksmateriaal Opiumwetsubstanties?” Vraagstelling 2: “Bevat het onderzoeksmateriaal grondstoffen/hulpstoffen/tussenproducten voor de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische) drugs?” [ dossierpagina 65 ] Resultaten Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en resultaat Kenmerk Omschrijving Resultaat AAQL0229NL / V3 V3-A kleurloze vloeistof, volgens opgave afkomstig uit " Vervuilde witte vrieskist van het merk BEKO, inhoudende: - 1x Blauwe jerrycan à 20 liter met etiket 'All purpose degreaser'. Gevuld met circa 19 liter van een zure, kleurloze vloeistof. FD = Aceton Van deze vloeistof werd een monster genomen " aceton AAQL0230NL / V10 V11-A bruine kristallen, volgens opgave afkomstig uit " 1x Groene speciekuip à 310 liter. Inhoudende: - Tientallen strijkzakken, zowel nieuw als vervuild - 4x Vervuilde maatbeker à 5 liter - 1x Zwarte speciekuip à 65 liter met restant kristallen - Resten van bruinachtige kristallen Van de bruinachtige kristallen is een monster genomen " bevat MDMA HCI¹ AAQL0231NL / V11 V11-A bruin kristallijn poeder, volgens opgave afkomstig uit " 1x Zwarte speciekuip à 90 liter, inhoudende : - Zeef - Vervuilde weegschaal van NOVO - Trechter met rekenmachine en handschoen - Strijkbout , hamer, handveger - 3x Maatbeker à 5 liter. Sterk vervuild met ingedroogde kristallen Aselect is van de ingedroogde kristallen een monster genomen " bevat MDMA HCI¹ AAQL0240NL / O5 O5-A donkerbruin olieachtige vloeistof, volgens opgave afkomstig uit " 1x Transparant, witte jerrycan à 25 liter. Met opschrift: ' Afdamper '. Gevuld met restanten van een zeer basische, bruine, olieachtige vloeistof. FD = t-BOC MDMA Va Daarbij geldt als uitgangspunt dat de verdachte – zijnde eigenaar en hoofdbewoner – geacht wordt te weten wat er gebeurt op zijn perceel, meer in het bijzonder in de bijgebouwen rondom zijn woning, temeer waar deze zich zoals in dit geval, bevonden in de nabijheid van zijn woonverblijf. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat in die bijgebouwen op het perceel van de verdachte een grote hoeveelheid voorwerpen en stoffen aanwezig was die – blijkens de bevindingen van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen – ‘typisch zijn voor de vervaardiging van MDMA middels de verhoogde druk methode’ en met behulp waarvan een grote hoeveelheid MDMA (ca. 415 kg) is geproduceerd. Ad I Het hof hecht geen geloof aan het verweer van de verdachte, en schuift dit verweer dan ook ter zijde. De verdachte woonde immers niet alleen vlakbij de ruimtes O, V en P, waar een grote hoeveelheid voorwerpen stond waarmee een aanzienlijke hoeveelheid MDMA is geproduceerd (ca. 415 kg). Hij heeft tevens ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij dagelijks zijn paarden kwam voeren in de paardenboxen aan de linkerzijde van de paardenstal terwijl zich (zo blijkt uit bewijsmiddelen 1 tot en met 3) daartegenover aan de rechterzijde van de paardenstal de productieruimte (in ruimte O) bevond. Op 23 mei 2023 zag de politie door de spijlen van de staldeur nog steeds dat er onder meer IBC’s, diverse blauwe vaten, witte jerrycans en gasflessen stonden en dat er bovendien een afzuiging was gemaakt die door het dak ging, terwijl er van buiten de ruimte nog steeds een zoete geur te ruiken was. Dat de verdachte deze restanten van de productie pas na enkele maanden huur in januari/februari 2023 zou hebben gezien, waarop hij de huurder zou hebben weggestuurd, acht het hof reeds hierom ongeloofwaardig. De lezing van de verdachte valt evenmin te rijmen met het feit dat de betreffende ruimtes O en V op 23 mei 2023 nog steeds waren afgesloten met hangsloten waarvan de verdachte geen sleutel had waardoor hij die ruimtes zelf al die maanden niet heeft kunnen gebruiken. Ook de wisselende verklaringen van de verdachte over het aantal personen waarmee de Pool/Serviër in januari/februari 2023 de spullen heeft opgeruimd , en de ongeloofwaardige verklaring van de verdachte dat hij de Poolse/Servische man van het jagen in het buitenland zijdelings kende, en deze zonder aankondiging op verdachtes erf zou zijn verschenen, hebben bijgedragen aan dit oordeel van het hof. Op grond van het bovenstaande in onderling verband en samenhang beschouwd, is het hof derhalve van oordeel dat de verdachte van de aanwezigheid van de bewezenverklaarde voorwerpen en stoffen op zijn perceel moet hebben geweten en ze met een of meer anderen voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of ten minste ernstige reden had te vermoeden dat deze bestemd waren tot het plegen van een feit als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet. Ad II Dat ten slotte niet is onderzocht of de vermoedelijke platinaoxide ook daadwerkelijk platinaoxide betrof, is geen beletsel om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen. Tenlastegelegd is immers het voorbereiden en bevorderen van de vervaardiging van MDMA en niet die vervaardiging zelf. Niet alle voor die vervaardiging benodigde voorwerpen, stoffen en andere attributen hoeven daarvoor dan ook te worden aangetroffen. Voldoende is dat de stoffen en voorwerpen die wel zijn aangetroffen in voldoende mate in verband kunnen worden gebracht met de – in dit geval – vervaardiging van MDMA en daarvan is naar het oordeel van het hof sprake gelet op de bevindingen van de LFO. Datzelfde geldt ten aanzien van de stelling van de verdediging dat ter plaatse geen ketels zijn aangetroffen. Overigens is het hof van oordeel dat ter plaatse wel degelijk (en op grote schaal, categorie III) MDMA is vervaardigd. Dit leidt het hof af uit het feit dat op verschillende plekken restanten van kristallen en olieachtige vloeistoffen zijn aangetroffen welke MDMA bleken te bevatten en dat bovendien – naast