Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-09-18
ECLI:NL:GHSHE:2025:2520
Civiel recht; Insolventierecht
Hoger beroep
8,490 tokens
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 18 september 2025
Zaaknummer : 200.353.737/01
Zaaknummer eerste aanleg : [insolventienummer]
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. A.P. van Elswijk te Rotterdam.
Als vervolg op het door dit hof op 5 juni 2025 gewezen tussenarrest.
5Het tussenarrest van 5 juni 2025
Bij dat tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat het zich onvoldoende voorgelicht achtte om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over het al dan niet tussentijds beëindigen van de wettelijke schuldsaneringsregeling en de eventuele gevolgen daarvan voor de looptijd van de wettelijke schuldsanering. Het hof kon op basis van de processtukken niet nagaan of het reëel was om aan te nemen dat [appellant] in staat is om in een verlenging van de looptijd zijn tekortkomingen in de nakoming van zijn verplichtingen te herstellen. Het hof heeft de zaak aangehouden om [appellant] de gelegenheid te geven om een aantal stukken te overleggen. Allereerst wilde het hof graag een afschrift ontvangen van de beschikking van de benoeming van de nieuwe beschermingsbewindvoerder van [appellant] . Daarnaast was het aan [appellant] om een financieel plan aan te leveren waarin staat wanneer en uit welke middelen hij de boedelachterstand in wilde lopen en de nieuwe schulden wilde betalen. Ook kreeg [appellant] hierdoor de tijd om alle ontbrekende informatie, onder andere de informatie die nodig is om het vrij te laten bedrag te kunnen berekenen, aan de bewindvoerder te verstrekken. De bewindvoerder had vervolgens de mogelijkheid om op deze overgelegde stukken te reageren. Het hof heeft iedere beslissing aangehouden.
6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.1.
Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van de inhoud van:
- de brief van de bewindvoerder met bijlage, ontvangen op 1 september 2025;
- het V6-formulier, ingediend door mr. Van Elswijk op 2 september 2025, met als bijlage een e-mail van de beschermingsbewindvoerder van 1 september 2025;
- de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 5 juni 2025, waarin meneer [de nieuwe beschermingsbewindvoerder] als beschermingsbewindvoerder van [appellant] is benoemd, ontvangen op 3 september 2025.
7De verdere beoordeling
7.1.
Het hof acht een nadere mondelinge behandeling niet aangewezen, omdat voldoende (nadere) informatie voorhanden is voor een definitieve beoordeling en [appellant] zich bovendien heeft gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.2.
De bewindvoerder heeft in haar brief aangegeven dat [appellant] geen financieel plan noch de andere gevraagde stukken aan haar heeft overgelegd. Hierdoor kon het vrij te laten bedrag niet (nader) worden berekend. Daarnaast heeft [appellant] sinds 31 oktober 2024 geen betalingen aan de boedel meer verricht; geen reguliere betalingen en geen aflossingen op de achterstand. De bewindvoerder stelt zich op grond hiervan op het standpunt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling terecht is beëindigd zonder verlening van de schone lei.
7.3.
De beschermingsbewindvoerder heeft aangegeven dat de poging om de achterstallige boedelafdracht en de ontstane (nieuwe) schulden in te lopen in een mogelijk verlengd wettelijk schuldsaneringstraject niet gaat slagen, omdat het [appellant] niet is gelukt om een fulltime dienstverband te vinden. Zonder een inkomen uit een fulltime dienstverband beschikt [appellant] niet over de middelen om de achterstand in te lopen.
7.4.
Mr. Van Elswijk heeft zich, gelet op het schrijven van zowel de beschermingsbewindvoerder als de bewindvoerder, gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.5.
Het hof stelt vast dat [appellant] tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Hij heeft namelijk een boedelachterstand en nieuwe schulden laten ontstaan en dit valt hem toe te rekenen. Ook na het tussenarrest van het hof, waarbij [appellant] uitdrukkelijk de mogelijkheid is geboden om de relevante informatie te verschaffen, is hij zijn verplichtingen niet adequaat nagekomen. Hij heeft nagelaten de gevraagde stukken alsnog te overleggen, waardoor de bewindvoerder het vrij te laten bedrag niet kon berekenen. Ook heeft hij nog altijd geen betalingen aan de boedel verricht. Uit de verklaring van de beschermingsbewindvoerder blijkt tenslotte dat een financieel plan tot het inlopen van de boedelachterstand in een verlenging van de looptijd niet te realiseren is.
7.6.
Het hof komt tot de conclusie dat [appellant] zijn tekortkomingen niet heeft kunnen herstellen en dat niet te verwachten is dat dit in een verlenging van de looptijd alsnog kan worden bewerkstelligd. Het hof oordeelt dan ook dat de schuldsaneringsregeling terecht door de rechtbank is beëindigd zonder verlening van de schone lei. Het hof zal het vonnis bekrachtigen.
8De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van 11 april 2025 van de rechtbank Oost-Brabant;
wijst hetgeen overigens is verzocht af.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.I.M.W. Bartelds, R.R.M. de Moor en M.W.M. Souren en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025.
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 18 september 2025
Zaaknummer : 200.353.737/01
Zaaknummer eerste aanleg : [insolventienummer]
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. A.P. van Elswijk te Rotterdam.
Als vervolg op het door dit hof op 5 juni 2025 gewezen tussenarrest.
5Het tussenarrest van 5 juni 2025
Bij dat tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat het zich onvoldoende voorgelicht achtte om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over het al dan niet tussentijds beëindigen van de wettelijke schuldsaneringsregeling en de eventuele gevolgen daarvan voor de looptijd van de wettelijke schuldsanering. Het hof kon op basis van de processtukken niet nagaan of het reëel was om aan te nemen dat [appellant] in staat is om in een verlenging van de looptijd zijn tekortkomingen in de nakoming van zijn verplichtingen te herstellen. Het hof heeft de zaak aangehouden om [appellant] de gelegenheid te geven om een aantal stukken te overleggen. Allereerst wilde het hof graag een afschrift ontvangen van de beschikking van de benoeming van de nieuwe beschermingsbewindvoerder van [appellant] . Daarnaast was het aan [appellant] om een financieel plan aan te leveren waarin staat wanneer en uit welke middelen hij de boedelachterstand in wilde lopen en de nieuwe schulden wilde betalen. Ook kreeg [appellant] hierdoor de tijd om alle ontbrekende informatie, onder andere de informatie die nodig is om het vrij te laten bedrag te kunnen berekenen, aan de bewindvoerder te verstrekken. De bewindvoerder had vervolgens de mogelijkheid om op deze overgelegde stukken te reageren. Het hof heeft iedere beslissing aangehouden.
6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.1.
Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van de inhoud van:
- de brief van de bewindvoerder met bijlage, ontvangen op 1 september 2025;
- het V6-formulier, ingediend door mr. Van Elswijk op 2 september 2025, met als bijlage een e-mail van de beschermingsbewindvoerder van 1 september 2025;
- de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 5 juni 2025, waarin meneer [de nieuwe beschermingsbewindvoerder] als beschermingsbewindvoerder van [appellant] is benoemd, ontvangen op 3 september 2025.
7De verdere beoordeling
7.1.
Het hof acht een nadere mondelinge behandeling niet aangewezen, omdat voldoende (nadere) informatie voorhanden is voor een definitieve beoordeling en [appellant] zich bovendien heeft gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.2.
De bewindvoerder heeft in haar brief aangegeven dat [appellant] geen financieel plan noch de andere gevraagde stukken aan haar heeft overgelegd. Hierdoor kon het vrij te laten bedrag niet (nader) worden berekend. Daarnaast heeft [appellant] sinds 31 oktober 2024 geen betalingen aan de boedel meer verricht; geen reguliere betalingen en geen aflossingen op de achterstand. De bewindvoerder stelt zich op grond hiervan op het standpunt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling terecht is beëindigd zonder verlening van de schone lei.
7.3.
De beschermingsbewindvoerder heeft aangegeven dat de poging om de achterstallige boedelafdracht en de ontstane (nieuwe) schulden in te lopen in een mogelijk verlengd wettelijk schuldsaneringstraject niet gaat slagen, omdat het [appellant] niet is gelukt om een fulltime dienstverband te vinden. Zonder een inkomen uit een fulltime dienstverband beschikt [appellant] niet over de middelen om de achterstand in te lopen.
7.4.
Mr. Van Elswijk heeft zich, gelet op het schrijven van zowel de beschermingsbewindvoerder als de bewindvoerder, gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.5.
Het hof stelt vast dat [appellant] tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Hij heeft namelijk een boedelachterstand en nieuwe schulden laten ontstaan en dit valt hem toe te rekenen. Ook na het tussenarrest van het hof, waarbij [appellant] uitdrukkelijk de mogelijkheid is geboden om de relevante informatie te verschaffen, is hij zijn verplichtingen niet adequaat nagekomen. Hij heeft nagelaten de gevraagde stukken alsnog te overleggen, waardoor de bewindvoerder het vrij te laten bedrag niet kon berekenen. Ook heeft hij nog altijd geen betalingen aan de boedel verricht. Uit de verklaring van de beschermingsbewindvoerder blijkt tenslotte dat een financieel plan tot het inlopen van de boedelachterstand in een verlenging van de looptijd niet te realiseren is.
7.6.
Het hof komt tot de conclusie dat [appellant] zijn tekortkomingen niet heeft kunnen herstellen en dat niet te verwachten is dat dit in een verlenging van de looptijd alsnog kan worden bewerkstelligd. Het hof oordeelt dan ook dat de schuldsaneringsregeling terecht door de rechtbank is beëindigd zonder verlening van de schone lei. Het hof zal het vonnis bekrachtigen.
8De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van 11 april 2025 van de rechtbank Oost-Brabant;
wijst hetgeen overigens is verzocht af.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.I.M.W. Bartelds, R.R.M. de Moor en M.W.M. Souren en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025.
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 18 september 2025
Zaaknummer : 200.353.737/01
Zaaknummer eerste aanleg : [insolventienummer]
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. A.P. van Elswijk te Rotterdam.
Als vervolg op het door dit hof op 5 juni 2025 gewezen tussenarrest.
5Het tussenarrest van 5 juni 2025
Bij dat tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat het zich onvoldoende voorgelicht achtte om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over het al dan niet tussentijds beëindigen van de wettelijke schuldsaneringsregeling en de eventuele gevolgen daarvan voor de looptijd van de wettelijke schuldsanering. Het hof kon op basis van de processtukken niet nagaan of het reëel was om aan te nemen dat [appellant] in staat is om in een verlenging van de looptijd zijn tekortkomingen in de nakoming van zijn verplichtingen te herstellen. Het hof heeft de zaak aangehouden om [appellant] de gelegenheid te geven om een aantal stukken te overleggen. Allereerst wilde het hof graag een afschrift ontvangen van de beschikking van de benoeming van de nieuwe beschermingsbewindvoerder van [appellant] . Daarnaast was het aan [appellant] om een financieel plan aan te leveren waarin staat wanneer en uit welke middelen hij de boedelachterstand in wilde lopen en de nieuwe schulden wilde betalen. Ook kreeg [appellant] hierdoor de tijd om alle ontbrekende informatie, onder andere de informatie die nodig is om het vrij te laten bedrag te kunnen berekenen, aan de bewindvoerder te verstrekken. De bewindvoerder had vervolgens de mogelijkheid om op deze overgelegde stukken te reageren. Het hof heeft iedere beslissing aangehouden.
6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.1.
Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van de inhoud van:
- de brief van de bewindvoerder met bijlage, ontvangen op 1 september 2025;
- het V6-formulier, ingediend door mr. Van Elswijk op 2 september 2025, met als bijlage een e-mail van de beschermingsbewindvoerder van 1 september 2025;
- de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 5 juni 2025, waarin meneer [de nieuwe beschermingsbewindvoerder] als beschermingsbewindvoerder van [appellant] is benoemd, ontvangen op 3 september 2025.
7De verdere beoordeling
7.1.
Het hof acht een nadere mondelinge behandeling niet aangewezen, omdat voldoende (nadere) informatie voorhanden is voor een definitieve beoordeling en [appellant] zich bovendien heeft gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.2.
De bewindvoerder heeft in haar brief aangegeven dat [appellant] geen financieel plan noch de andere gevraagde stukken aan haar heeft overgelegd. Hierdoor kon het vrij te laten bedrag niet (nader) worden berekend. Daarnaast heeft [appellant] sinds 31 oktober 2024 geen betalingen aan de boedel meer verricht; geen reguliere betalingen en geen aflossingen op de achterstand. De bewindvoerder stelt zich op grond hiervan op het standpunt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling terecht is beëindigd zonder verlening van de schone lei.
7.3.
De beschermingsbewindvoerder heeft aangegeven dat de poging om de achterstallige boedelafdracht en de ontstane (nieuwe) schulden in te lopen in een mogelijk verlengd wettelijk schuldsaneringstraject niet gaat slagen, omdat het [appellant] niet is gelukt om een fulltime dienstverband te vinden. Zonder een inkomen uit een fulltime dienstverband beschikt [appellant] niet over de middelen om de achterstand in te lopen.
7.4.
Mr. Van Elswijk heeft zich, gelet op het schrijven van zowel de beschermingsbewindvoerder als de bewindvoerder, gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.5.
Het hof stelt vast dat [appellant] tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Hij heeft namelijk een boedelachterstand en nieuwe schulden laten ontstaan en dit valt hem toe te rekenen. Ook na het tussenarrest van het hof, waarbij [appellant] uitdrukkelijk de mogelijkheid is geboden om de relevante informatie te verschaffen, is hij zijn verplichtingen niet adequaat nagekomen. Hij heeft nagelaten de gevraagde stukken alsnog te overleggen, waardoor de bewindvoerder het vrij te laten bedrag niet kon berekenen. Ook heeft hij nog altijd geen betalingen aan de boedel verricht. Uit de verklaring van de beschermingsbewindvoerder blijkt tenslotte dat een financieel plan tot het inlopen van de boedelachterstand in een verlenging van de looptijd niet te realiseren is.
7.6.
Het hof komt tot de conclusie dat [appellant] zijn tekortkomingen niet heeft kunnen herstellen en dat niet te verwachten is dat dit in een verlenging van de looptijd alsnog kan worden bewerkstelligd. Het hof oordeelt dan ook dat de schuldsaneringsregeling terecht door de rechtbank is beëindigd zonder verlening van de schone lei. Het hof zal het vonnis bekrachtigen.
8De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van 11 april 2025 van de rechtbank Oost-Brabant;
wijst hetgeen overigens is verzocht af.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.I.M.W. Bartelds, R.R.M. de Moor en M.W.M. Souren en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025.
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 18 september 2025
Zaaknummer : 200.353.737/01
Zaaknummer eerste aanleg : [insolventienummer]
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. A.P. van Elswijk te Rotterdam.
Als vervolg op het door dit hof op 5 juni 2025 gewezen tussenarrest.
5Het tussenarrest van 5 juni 2025
Bij dat tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat het zich onvoldoende voorgelicht achtte om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over het al dan niet tussentijds beëindigen van de wettelijke schuldsaneringsregeling en de eventuele gevolgen daarvan voor de looptijd van de wettelijke schuldsanering. Het hof kon op basis van de processtukken niet nagaan of het reëel was om aan te nemen dat [appellant] in staat is om in een verlenging van de looptijd zijn tekortkomingen in de nakoming van zijn verplichtingen te herstellen. Het hof heeft de zaak aangehouden om [appellant] de gelegenheid te geven om een aantal stukken te overleggen. Allereerst wilde het hof graag een afschrift ontvangen van de beschikking van de benoeming van de nieuwe beschermingsbewindvoerder van [appellant] . Daarnaast was het aan [appellant] om een financieel plan aan te leveren waarin staat wanneer en uit welke middelen hij de boedelachterstand in wilde lopen en de nieuwe schulden wilde betalen. Ook kreeg [appellant] hierdoor de tijd om alle ontbrekende informatie, onder andere de informatie die nodig is om het vrij te laten bedrag te kunnen berekenen, aan de bewindvoerder te verstrekken. De bewindvoerder had vervolgens de mogelijkheid om op deze overgelegde stukken te reageren. Het hof heeft iedere beslissing aangehouden.
6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.1.
Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van de inhoud van:
- de brief van de bewindvoerder met bijlage, ontvangen op 1 september 2025;
- het V6-formulier, ingediend door mr. Van Elswijk op 2 september 2025, met als bijlage een e-mail van de beschermingsbewindvoerder van 1 september 2025;
- de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 5 juni 2025, waarin meneer [de nieuwe beschermingsbewindvoerder] als beschermingsbewindvoerder van [appellant] is benoemd, ontvangen op 3 september 2025.
7De verdere beoordeling
7.1.
Het hof acht een nadere mondelinge behandeling niet aangewezen, omdat voldoende (nadere) informatie voorhanden is voor een definitieve beoordeling en [appellant] zich bovendien heeft gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.2.
De bewindvoerder heeft in haar brief aangegeven dat [appellant] geen financieel plan noch de andere gevraagde stukken aan haar heeft overgelegd. Hierdoor kon het vrij te laten bedrag niet (nader) worden berekend. Daarnaast heeft [appellant] sinds 31 oktober 2024 geen betalingen aan de boedel meer verricht; geen reguliere betalingen en geen aflossingen op de achterstand. De bewindvoerder stelt zich op grond hiervan op het standpunt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling terecht is beëindigd zonder verlening van de schone lei.
7.3.
De beschermingsbewindvoerder heeft aangegeven dat de poging om de achterstallige boedelafdracht en de ontstane (nieuwe) schulden in te lopen in een mogelijk verlengd wettelijk schuldsaneringstraject niet gaat slagen, omdat het [appellant] niet is gelukt om een fulltime dienstverband te vinden. Zonder een inkomen uit een fulltime dienstverband beschikt [appellant] niet over de middelen om de achterstand in te lopen.
7.4.
Mr. Van Elswijk heeft zich, gelet op het schrijven van zowel de beschermingsbewindvoerder als de bewindvoerder, gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.5.
Het hof stelt vast dat [appellant] tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Hij heeft namelijk een boedelachterstand en nieuwe schulden laten ontstaan en dit valt hem toe te rekenen. Ook na het tussenarrest van het hof, waarbij [appellant] uitdrukkelijk de mogelijkheid is geboden om de relevante informatie te verschaffen, is hij zijn verplichtingen niet adequaat nagekomen. Hij heeft nagelaten de gevraagde stukken alsnog te overleggen, waardoor de bewindvoerder het vrij te laten bedrag niet kon berekenen. Ook heeft hij nog altijd geen betalingen aan de boedel verricht. Uit de verklaring van de beschermingsbewindvoerder blijkt tenslotte dat een financieel plan tot het inlopen van de boedelachterstand in een verlenging van de looptijd niet te realiseren is.
7.6.
Het hof komt tot de conclusie dat [appellant] zijn tekortkomingen niet heeft kunnen herstellen en dat niet te verwachten is dat dit in een verlenging van de looptijd alsnog kan worden bewerkstelligd. Het hof oordeelt dan ook dat de schuldsaneringsregeling terecht door de rechtbank is beëindigd zonder verlening van de schone lei. Het hof zal het vonnis bekrachtigen.
8De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van 11 april 2025 van de rechtbank Oost-Brabant;
wijst hetgeen overigens is verzocht af.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.I.M.W. Bartelds, R.R.M. de Moor en M.W.M. Souren en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025.
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 18 september 2025
Zaaknummer : 200.353.737/01
Zaaknummer eerste aanleg : [insolventienummer]
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. A.P. van Elswijk te Rotterdam.
Als vervolg op het door dit hof op 5 juni 2025 gewezen tussenarrest.
5Het tussenarrest van 5 juni 2025
Bij dat tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat het zich onvoldoende voorgelicht achtte om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over het al dan niet tussentijds beëindigen van de wettelijke schuldsaneringsregeling en de eventuele gevolgen daarvan voor de looptijd van de wettelijke schuldsanering. Het hof kon op basis van de processtukken niet nagaan of het reëel was om aan te nemen dat [appellant] in staat is om in een verlenging van de looptijd zijn tekortkomingen in de nakoming van zijn verplichtingen te herstellen. Het hof heeft de zaak aangehouden om [appellant] de gelegenheid te geven om een aantal stukken te overleggen. Allereerst wilde het hof graag een afschrift ontvangen van de beschikking van de benoeming van de nieuwe beschermingsbewindvoerder van [appellant] . Daarnaast was het aan [appellant] om een financieel plan aan te leveren waarin staat wanneer en uit welke middelen hij de boedelachterstand in wilde lopen en de nieuwe schulden wilde betalen. Ook kreeg [appellant] hierdoor de tijd om alle ontbrekende informatie, onder andere de informatie die nodig is om het vrij te laten bedrag te kunnen berekenen, aan de bewindvoerder te verstrekken. De bewindvoerder had vervolgens de mogelijkheid om op deze overgelegde stukken te reageren. Het hof heeft iedere beslissing aangehouden.
6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.1.
Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van de inhoud van:
- de brief van de bewindvoerder met bijlage, ontvangen op 1 september 2025;
- het V6-formulier, ingediend door mr. Van Elswijk op 2 september 2025, met als bijlage een e-mail van de beschermingsbewindvoerder van 1 september 2025;
- de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 5 juni 2025, waarin meneer [de nieuwe beschermingsbewindvoerder] als beschermingsbewindvoerder van [appellant] is benoemd, ontvangen op 3 september 2025.
7De verdere beoordeling
7.1.
Het hof acht een nadere mondelinge behandeling niet aangewezen, omdat voldoende (nadere) informatie voorhanden is voor een definitieve beoordeling en [appellant] zich bovendien heeft gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.2.
De bewindvoerder heeft in haar brief aangegeven dat [appellant] geen financieel plan noch de andere gevraagde stukken aan haar heeft overgelegd. Hierdoor kon het vrij te laten bedrag niet (nader) worden berekend. Daarnaast heeft [appellant] sinds 31 oktober 2024 geen betalingen aan de boedel meer verricht; geen reguliere betalingen en geen aflossingen op de achterstand. De bewindvoerder stelt zich op grond hiervan op het standpunt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling terecht is beëindigd zonder verlening van de schone lei.
7.3.
De beschermingsbewindvoerder heeft aangegeven dat de poging om de achterstallige boedelafdracht en de ontstane (nieuwe) schulden in te lopen in een mogelijk verlengd wettelijk schuldsaneringstraject niet gaat slagen, omdat het [appellant] niet is gelukt om een fulltime dienstverband te vinden. Zonder een inkomen uit een fulltime dienstverband beschikt [appellant] niet over de middelen om de achterstand in te lopen.
7.4.
Mr. Van Elswijk heeft zich, gelet op het schrijven van zowel de beschermingsbewindvoerder als de bewindvoerder, gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.5.
Het hof stelt vast dat [appellant] tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Hij heeft namelijk een boedelachterstand en nieuwe schulden laten ontstaan en dit valt hem toe te rekenen. Ook na het tussenarrest van het hof, waarbij [appellant] uitdrukkelijk de mogelijkheid is geboden om de relevante informatie te verschaffen, is hij zijn verplichtingen niet adequaat nagekomen. Hij heeft nagelaten de gevraagde stukken alsnog te overleggen, waardoor de bewindvoerder het vrij te laten bedrag niet kon berekenen. Ook heeft hij nog altijd geen betalingen aan de boedel verricht. Uit de verklaring van de beschermingsbewindvoerder blijkt tenslotte dat een financieel plan tot het inlopen van de boedelachterstand in een verlenging van de looptijd niet te realiseren is.
7.6.
Het hof komt tot de conclusie dat [appellant] zijn tekortkomingen niet heeft kunnen herstellen en dat niet te verwachten is dat dit in een verlenging van de looptijd alsnog kan worden bewerkstelligd. Het hof oordeelt dan ook dat de schuldsaneringsregeling terecht door de rechtbank is beëindigd zonder verlening van de schone lei. Het hof zal het vonnis bekrachtigen.
8De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van 11 april 2025 van de rechtbank Oost-Brabant;
wijst hetgeen overigens is verzocht af.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.I.M.W. Bartelds, R.R.M. de Moor en M.W.M. Souren en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025.
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 18 september 2025
Zaaknummer : 200.353.737/01
Zaaknummer eerste aanleg : [insolventienummer]
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. A.P. van Elswijk te Rotterdam.
Als vervolg op het door dit hof op 5 juni 2025 gewezen tussenarrest.
5Het tussenarrest van 5 juni 2025
Bij dat tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat het zich onvoldoende voorgelicht achtte om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over het al dan niet tussentijds beëindigen van de wettelijke schuldsaneringsregeling en de eventuele gevolgen daarvan voor de looptijd van de wettelijke schuldsanering. Het hof kon op basis van de processtukken niet nagaan of het reëel was om aan te nemen dat [appellant] in staat is om in een verlenging van de looptijd zijn tekortkomingen in de nakoming van zijn verplichtingen te herstellen. Het hof heeft de zaak aangehouden om [appellant] de gelegenheid te geven om een aantal stukken te overleggen. Allereerst wilde het hof graag een afschrift ontvangen van de beschikking van de benoeming van de nieuwe beschermingsbewindvoerder van [appellant] . Daarnaast was het aan [appellant] om een financieel plan aan te leveren waarin staat wanneer en uit welke middelen hij de boedelachterstand in wilde lopen en de nieuwe schulden wilde betalen. Ook kreeg [appellant] hierdoor de tijd om alle ontbrekende informatie, onder andere de informatie die nodig is om het vrij te laten bedrag te kunnen berekenen, aan de bewindvoerder te verstrekken. De bewindvoerder had vervolgens de mogelijkheid om op deze overgelegde stukken te reageren. Het hof heeft iedere beslissing aangehouden.
6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.1.
Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van de inhoud van:
- de brief van de bewindvoerder met bijlage, ontvangen op 1 september 2025;
- het V6-formulier, ingediend door mr. Van Elswijk op 2 september 2025, met als bijlage een e-mail van de beschermingsbewindvoerder van 1 september 2025;
- de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 5 juni 2025, waarin meneer [de nieuwe beschermingsbewindvoerder] als beschermingsbewindvoerder van [appellant] is benoemd, ontvangen op 3 september 2025.
7De verdere beoordeling
7.1.
Het hof acht een nadere mondelinge behandeling niet aangewezen, omdat voldoende (nadere) informatie voorhanden is voor een definitieve beoordeling en [appellant] zich bovendien heeft gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.2.
De bewindvoerder heeft in haar brief aangegeven dat [appellant] geen financieel plan noch de andere gevraagde stukken aan haar heeft overgelegd. Hierdoor kon het vrij te laten bedrag niet (nader) worden berekend. Daarnaast heeft [appellant] sinds 31 oktober 2024 geen betalingen aan de boedel meer verricht; geen reguliere betalingen en geen aflossingen op de achterstand. De bewindvoerder stelt zich op grond hiervan op het standpunt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling terecht is beëindigd zonder verlening van de schone lei.
7.3.
De beschermingsbewindvoerder heeft aangegeven dat de poging om de achterstallige boedelafdracht en de ontstane (nieuwe) schulden in te lopen in een mogelijk verlengd wettelijk schuldsaneringstraject niet gaat slagen, omdat het [appellant] niet is gelukt om een fulltime dienstverband te vinden. Zonder een inkomen uit een fulltime dienstverband beschikt [appellant] niet over de middelen om de achterstand in te lopen.
7.4.
Mr. Van Elswijk heeft zich, gelet op het schrijven van zowel de beschermingsbewindvoerder als de bewindvoerder, gerefereerd aan het oordeel van het hof.
7.5.
Het hof stelt vast dat [appellant] tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Hij heeft namelijk een boedelachterstand en nieuwe schulden laten ontstaan en dit valt hem toe te rekenen. Ook na het tussenarrest van het hof, waarbij [appellant] uitdrukkelijk de mogelijkheid is geboden om de relevante informatie te verschaffen, is hij zijn verplichtingen niet adequaat nagekomen. Hij heeft nagelaten de gevraagde stukken alsnog te overleggen, waardoor de bewindvoerder het vrij te laten bedrag niet kon berekenen. Ook heeft hij nog altijd geen betalingen aan de boedel verricht. Uit de verklaring van de beschermingsbewindvoerder blijkt tenslotte dat een financieel plan tot het inlopen van de boedelachterstand in een verlenging van de looptijd niet te realiseren is.
7.6.
Het hof komt tot de conclusie dat [appellant] zijn tekortkomingen niet heeft kunnen herstellen en dat niet te verwachten is dat dit in een verlenging van de looptijd alsnog kan worden bewerkstelligd. Het hof oordeelt dan ook dat de schuldsaneringsregeling terecht door de rechtbank is beëindigd zonder verlening van de schone lei. Het hof zal het vonnis bekrachtigen.
8De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van 11 april 2025 van de rechtbank Oost-Brabant;
wijst hetgeen overigens is verzocht af.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.I.M.W. Bartelds, R.R.M. de Moor en M.W.M. Souren en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025.