Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-04-07
ECLI:NL:GHSHE:2025:1959
Strafrecht
Hoger beroep
4,460 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000763-24
Uitspraak : 7 april 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 20 februari 2024, parketnummer
02-292149-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummers
20-001665-22 en 02-105303-23, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, tezamen en in vereniging gepleegd met een ander’, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand en een houdverbod voor dieren voor de duur van vijf jaren. De politierechter heeft het houdverbod dadelijk uitvoerbaar verklaard. Daarnaast heeft de politierechter de tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen onder parketnummers 20-001665-22 (een maand) en 02-105303-23 (twee weken) gelast.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Met betrekking tot de onder de verdachte inbeslaggenomen vogels, ten aanzien waarvan in eerste aanleg geen beslissing is genomen, heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof deze vogels verbeurd zal verklaren.
De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen als getuige(n) van de opsteller(s) van het verslag op pagina 61 tot en met 80 van het politiedossier over – kort gezegd – de conditie van de onder de verdachte inbeslaggenomen vogels. Voorts heeft de verdediging een straftoemetingsverweer gevoerd. Daarnaast heeft de verdediging verzocht de vorderingen tot tenuitvoerlegging af te wijzen, subsidiair van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen de proeftijden met een jaar te verlengen. Tot slot heeft de verdediging verzocht de inbeslaggenomen vogels terug te geven aan de verdachte.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 31 augustus 2023, te Breda
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
als houder en/of eigenaar van een of meer dieren, althans een of meerdere (roof)vogels en/of uilen, in elk geval een of meerdere vogels,
de nodige verzorging aan die/dat/deze dier(en) heeft onthouden door:
- een of meerdere vogels niet, althans onvoldoende, te voorzien van drinkwater en/of voeding en/of
- een of meerdere vogels niet, althans onvoldoende, te voorzien van een schone en hygiënische huisvesting, en/of
- een of meerdere vogels niet, althans onvoldoende, de gelegenheid te bieden hun fysiologische en/of ethologische behoeften te vervullen, zoals vliegen, vleugels spreiden en/of badderen en/of
- een of meerdere vogels niet, althans onvoldoende, van een veilige huisvesting te voorzien en/of
- een of meerdere vogels niet, althans onvoldoende, te voorzien van geschikte en/of ruime huisvesting, zoals een voldoende ruime volière met schuilmogelijkheden, verrijking en/of zitstokken en/of
- bij een of meerdere vogels niet, althans onvoldoende, de veren en/of de nagels en/of snavel (op de juiste wijze) te (laten) verzorgen en/of
- een of meerdere vogels (geruime tijd) niet te laten controleren en/of behandelen door een dierenarts en/of
- lichamelijke ongemakken, pijn, wonden en/of ziekten en/of infecties niet op te merken en/of niet te (laten) behandelen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op of omstreeks 31 augustus 2023, te Breda
tezamen en in vereniging met een ander,
als houder en/of eigenaar van meerdere vogels,
de nodige verzorging aan die dieren heeft onthouden door:
- een of meerdere vogels niet, althans onvoldoende, te voorzien van drinkwater en/of voeding en
- een of meerdere vogels niet, althans onvoldoende, de gelegenheid te bieden hun fysiologische en/of ethologische behoeften te vervullen, zoals vliegen, vleugels spreiden en/of badderen en
- een of meerdere vogels niet, althans onvoldoende, van een veilige huisvesting te voorzien en
- een of meerdere vogels niet, althans onvoldoende te voorzien van geschikte en/of ruime huisvesting, zoals een voldoende ruime volière met schuilmogelijkheden, verrijking en/of zitstokken.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, verwezen naar het eindproces-verbaal van de
politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , registratienummer PL2000-2023222650, gesloten d.d. 16 oktober 2023, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, doorgenummerde dossierpagina’s 1 t/m 102.
1. Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina’s 30 tot en met 32, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Op donderdag 31 augustus 2023 was ik, inspecteur van politie, als operationeel coördinator, tevens hulpofficier van justitie, in uniform gekleed, in dienst in district de Baronie, team Weerijs.
Ik kreeg informatie van verbalisant [verbalisant 1] , dat op het adres [adres] [het hof begrijpt: [adres] ] te Breda wederom (roof)vogels aanwezig zouden zijn terwijl de bewoners een houdverbod voor vogels hebben. De casus is mij ambtshalve bekend en ik weet dat de bewoners daarnaast de vogels ook de nodige verzorging onthouden.
Ik schreef een machtiging binnentreden uit aan verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] voor een schouw om met toepassing van de naleving op artikel 8.2 van de Wet dieren te controleren of de houders van dieren mogelijk de nodige verzorging onthouden. Ik vergezelde hen. Omstreeks 19:45 uur betraden wij de woning.
Ik liep naar boven. Ik luisterde goed en bleef enige minuten doodstil staan. Op een gegeven moment hoorde ik een beetje geluid. Dit kwam uit een kamertje gelegen rechts naast de trap naar de eerste verdieping. Ik stapte op de spullen en bleef weer rustig staan luisteren. Ik hoorde weer een zacht geluid in een hoek. In die hoek, duwde ik wat spullen die op de grond lagen naar de zijkant en zag een lichtblauwe dierentransportbox. Ik tilde het op en keek erin.
Feiten
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging, voor het geval het hof het verslag op pagina 61 tot en met 80 van het politiedossier over – kort gezegd – de conditie van de onder de verdachte inbeslaggenomen vogels voor het bewijs zou willen bezigen, een verzoek gedaan tot het horen van de opsteller(s) van dat verslag als getuige(n).
Aan een beoordeling van dit voorwaardelijke verzoek wordt niet toegekomen, nu aan de voorwaarde waaronder dit verzoek is geformuleerd, te weten dat voornoemd verslag voor het bewijs zal worden gebezigd, niet is voldaan.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte als verweer aangevoerd dat hij niet, zoals is tenlastegelegd, als eigenaar of houder van de inbeslaggenomen vogels kan worden aangemerkt omdat deze vogels van iemand anders waren en hij er slechts op paste.
Het hof overweegt dat, ook als de inbeslaggenomen vogels niet van de verdachte waren, hij als houder van deze dieren kan worden aangemerkt omdat de vogels in zijn woning zijn aangetroffen en ze aan zijn zorg waren toevertrouwd. Het verweer wordt derhalve verworpen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als volgt:
medeplegen van zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte, net als de politierechter, zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand en een dadelijk uitvoerbaar houdverbod voor dieren voor de duur van vijf jaren.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging het hof verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen, gelet op diens persoonlijke omstandigheden.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij en zijn partner hebben nagelaten de door hen gehouden vogels – twee uilen en een kookaburra – te voorzien van de benodigde zorg. Deze nalatigheid had betrekking op de huisvesting van deze dieren. De boxen waarin de vogels zaten, waren zo klein dat de dieren geen enkele bewegingsvrijheid hadden. Ook was er geen eten en drinken in de boxen aanwezig. Bij het hof is het beeld ontstaan van een vogelliefhebber die op zich het beste met zijn dieren voor heeft, maar die tegelijkertijd een situatie heeft laten ontstaan waarin hij simpelweg niet meer in staat was om goed voor de vogels te zorgen, mede door zijn lichamelijke en financiële problemen. Daarmee heeft hij de gezondheid en welzijn van deze dieren in gevaar gebracht. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 8 januari 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat hij meermalen eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Bij die gelegenheid is door en namens de verdachte naar voren gebracht dat de verdachte gezondheidsproblemen heeft en dat hij en zijn gezin sinds de zomer van 2013 onder bewind staan in verband met een nijpende financiële situatie.
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Alles afwegende acht het hof, evenals de politierechter en de advocaat-generaal, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van een maand passend en geboden.
Ter voorkoming dat de verdachte opnieuw vogels gaat houden (al dan niet in zijn woning) met het risico dat deze vogels wederom de nodige verzorging wordt onthouden, zal het hof aan de verdachte de maatregel opleggen dat de verdachte wordt bevolen voor de duur van vijf jaren geen vogels te houden met uitzondering van de kraai die ten tijde van de controle op 31 augustus 2023 reeds in de woning van de verdachte aanwezig was en aan zijn dochter [betrokkene] toebehoort. Op basis van artikel 8.11a, vierde lid, van de Wet dieren zal het hof bevelen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Voorts zal het hof bepalen dat de periode waarin de maatregel vanaf de datum van het vonnis in eerste aanleg reeds van kracht is geweest in mindering moet worden gebracht op de door het hof bepaalde duur van de maatregel.
Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 20-001665-22
De officier van justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 26 april 2023 onder parketnummer 20-001665-22 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van oordeel dat, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, de tenuitvoerlegging van de gehele voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dient te worden gelast.
Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 02-105303-23
De officier van justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 28 juli 2023 onder parketnummer
02-105303-23 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.
legt op de maatregel dat de verdachte wordt bevolen voor de duur van 5 (vijf) jaren geen vogels te houden met uitzondering van de kraai die ten tijde van de controle op 31 augustus 2023 reeds in de woning van de verdachte aanwezig was en aan zijn dochter [betrokkene] toebehoort;
beveelt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
bepaalt dat de periode waarin de maatregel vanaf de datum van het vonnis in eerste aanleg reeds van kracht is geweest in mindering moet worden gebracht op de door het hof bepaalde duur van de maatregel;
verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK Vogel (Omschrijving: PL2000-2023222650-G2631799, Uil);
1. STK Vogel (Omschrijving: PL2000-2023222650-2631800, grijs, merk: Kookaburra);
1. STK Vogel (Omschrijving: PL2000-2023222650-2631802, Steenuil);
beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 april 2023, parketnummer 20-001665-22, te weten van:
een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.
beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van
28 juli 2023, parketnummer 02-105303-23, te weten van:
een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Aldus gewezen door:
mr. dr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,
mr. R. Lonterman en mr. C.N.G.M. Starmans, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. C.J.G. Streutjes, griffier,
en op 7 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. C.N.G.M. Starmans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.