Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-06-24
ECLI:NL:GHSHE:2025:1755
Civiel recht
Hoger beroep
15,140 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.333.149/02
arrest van 24 juni 2025
in de zaak van
1Gemeente Maastricht,met zetel te Maastricht,
2. Gemeente Meerssen,met zetel te Meerssen,
3. Gemeente Eijsden-Margraten,met zetel te Margraten,
4. Gemeente Gulpen-Wittem,
met zetel te Gulpen,
5. Gemeente Vaals,
met zetel te Vaals,
6. Gemeente Valkenburg aan de Geul,
met zetel te Valkenburg,
appellanten,
hierna aan te duiden als de Gemeenten,
advocaat: mr. J.T.J. Gorissen te Maastricht,
tegen
Talent B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Talent,
advocaat: mr. M.M.H.J. Rompelberg te Voerendaal,
op het bij exploot van dagvaarding van 24 juli 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 26 april 2023, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen de Gemeenten als eiseressen en Talent als gedaagde.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding in hoger beroep, geregistreerd onder procedurenummer 200.333.149/01;
de memorie van grieven met producties;
het - op eenstemmig verzoek van partijen gevraagd - royement op 18 juni 2024;
de introductiedagvaarding waarmee de zaak op 17 september 2024 is hervat, waarna de zaak is geregistreerd onder procedurenummer 200.333.149/02;
de memorie van antwoord met producties;
de akte depot van 30 april 2025 van de door de gemeente ingebrachte productie 1 bij de akte overlegging producties 1 - 45 van 10 maart 2021.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
Beoordeling
3.1.
Deze zaak betreft de overeenkomst die partijen na een bestuurlijke aanbesteding hebben gesloten voor de uitvoering van Wmo- en Jeugdzorg door Talent. De Gemeenten stellen een vordering te hebben op Talent omdat Talent volgens de Gemeenten - kort gezegd - onjuiste historische gegevens over 2013 heeft verstrekt als gevolg waarvan onjuiste prijsafspraken zijn gemaakt en Talent een te hoge vergoeding heeft ontvangen over 2015 en 2016. Evenals in de eerste aanleg, hebben de Gemeenten hun vordering in hoger beroep onvoldoende onderbouwd. Het hof zal dat hierna toelichten.
3.2.
In overweging 2.1 tot en met 2.32 heeft de rechter in eerste aanleg vastgesteld van welke feiten in dit geschil wordt uitgegaan. Deze feiten zijn niet betwist en vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt. Het hof zal deze feiten hierna opnieuw weergeven. Daarnaast heeft het hof een tweetal feiten aangevuld in de tweede alinea van 3.2.8 (laatste zin) en in de laatste zin van 3.2.20 zoals door de Gemeenten aangevoerd in de onderdelen 2 en 17 van de memorie van grieven en niet betwist door Talent.
3.2.1.
Talent is opgericht in 2006 en biedt zorg (en aanverwante diensten) op grond van, onder meer, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning in de regio’s Midden-Limburg en Zuid-Limburg.
3.2.2.
Sinds 1 januari 2015 zijn de zorg op grond van de Jeugdwet (hierna: de jeugdzorg) en de zorg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: de Wmo-zorg) taak van de gemeenten geworden. Het Rijk heeft daartoe budgetten overgeheveld naar de gemeenten. De gemeenten kopen via inkoopprocedures jeugdzorg en Wmo-zorg in bij zorgaanbieders, zoals Talent.
3.2.3.
Voor wat betreft de inkoop van jeugdzorg werken in Zuid-Limburg zestien gemeenten samen in een zogenaamde centrumregeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen. De gemeente Maastricht (q.q.) fungeert daarbij als zogenaamde centrumgemeente.Voor wat betreft de inkoop van Wmo-zorg is sprake van onderlinge samenwerking tussen de gemeente Maastricht (pro se) en de andere vijf gemeenten die partij zijn in deze procedure.
3.2.4.
De gemeente Maastricht heeft in 2014, mede namens de andere betrokken gemeenten, een inkoopprocedure voor jeugdzorg en Wmo-zorg georganiseerd. Dat is gebeurd in de vorm van een ‘bestuurlijke aanbesteding’ (hierna: de aanbesteding).Uitkomst van de aanbesteding diende te zijn dat ter zake de in de betrokken gemeenten vereiste jeugdzorg en Wmo-zorg met alle daarvoor in aanmerking komende zorgaanbieders dienstverleningsovereenkomsten (hierna: DVO’s) voor de periode vanaf 1 januari 2015 zouden worden gesloten.Als resultaat van de aanbesteding hebben de Gemeenten in 2014 DVO’s gesloten met ongeveer 170 zorgaanbieders.
3.2.5.
Talent heeft, omdat zij in aanmerking wilde komen voor het sluiten van een DVO, deelgenomen aan de aanbesteding. De gemeente Maastricht en Talent hebben in dat kader de Samenwerkingsovereenkomst Inkoop Sociaal Domein Regio Maastricht-Heuvelland (hierna: de Samenwerkingsovereenkomst) gesloten, die op 28 juli 2014 is getekend en waarna Talent gold als inschrijver.
3.2.6.
De Samenwerkingsovereenkomst bevat, onder meer, het volgende:‘OVERWEGENDE:
a. a) Dat de gemeenten op 10 januari 2013 een toekomstbestendige samenwerking zijn
aangegaan door ondertekening van een convenant gericht op een gezamenlijke agenda voor Maastricht-Heuvelland.
b) Dat de gemeenten vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk worden voor de uitvoering van de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), welke gezamenlijk in deze overeenkomst als het sociaal domein worden aangeduid;
c) Dat de gemeenten voor de inkoop op het terrein van de Jeugdwet, de WMO 2015 en (delen van) de Participatiewet hebben besloten in een interactief proces van bestuurlijke aanbesteding met potentiële dienstverleners samen te werken;
d) Dat de gemeenten met de potentiële dienstverleners dan ook een aantal bindende afspraken willen maken over hoe dit proces tot dienstverleningsovereenkomsten op het sociaal domein kan leiden;
e) Dat deze samenwerkingsovereenkomst het kader biedt waarbinnen dit proces zal plaatsvinden;
f) Dat deze samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan binnen een groot aantal onzekerheden en daarom ook de (proces)ruimte moet bieden om flexibel met nieuwe ontwikkelingen en inzichten om te gaan;
g) Dat in het vervolg van het proces op deelterreinen aanvullende inhoudelijke randvoorwaarden voor de dienstverlening op het sociaal domein zullen worden vastgesteld;
h) Dat deze aanvullende voorwaarden door gemeenten worden vastgesteld maar wel in gezamenlijkheid via het concept van de ontwikkeltafel transparant tot stand komen;
i. i) Dat de samenwerkingsovereenkomst en de aanvullende inhoudelijke randvoorwaarden de basis vormen voor de op individuele basis af te sluiten dienstverleningsovereenkomsten tussen de gemeenten en de dienstverleners op het sociaal domein;
(…)’,
3.2.7.
Inschrijving was mogelijk op vooraf door de betrokken gemeenten, in overleg met zorgverleners (in het gesprek aan zogenaamde ‘ontwikkeltafels’), vastgestelde arrangementen. Ieder arrangement omvatte een bepaald pakket aan zorg voor één cliënt met een daarvoor geldende eenheidsprijs.Talent heeft voor de jaren 2015 en 2016 ingeschreven voor de volgende arrangementen
-
jeugd: ‘individuele begeleiding jeugd’, ‘ambulante groepshulp jeugd’, ‘logeren’ en ‘begeleid wonen jeugd’,- Wmo: ‘beschermd wonen met verblijf’ (en in 2016: ‘beschermd wonen zonder verblijf’), ‘individuele begeleiding WMO’, ‘groepsbegeleiding VG/LG volwassenen’ en ‘groepsbegeleiding LZA’.
3.2.8.
De betrokken gemeenten hebben ervoor gekozen om de tarieven voor de jeugdzorg en de Wmo-zorg voor 2015 en 2016 te relateren aan de historische omzetten van de individuele zorgaanbieders, zodat in die twee jaren voor iedere zorgaanbieder voor ieder arrangement een eigen tarief zou (kunnen) gelden.Om de benodigde tarieven vast te kunnen stellen, heeft de gemeente Maastricht vanaf de zomer van 2014 informatie bij de inschrijvende zorgaanbieders opgevraagd over hun daadwerkelijke omzetten in het ‘oude’ zorgsysteem, getransformeerd (met behulp van daartoe opgestelde tabellen) naar de nieuwe arrangementen. Deze gegevens dienden in uitgangspunt betrekking te hebben op de situatie in 2012 (jeugdzorg) dan wel 2013 (Wmo-zorg). Voor Talent was het peiljaar voor zowel jeugdzorg als Wmo-zorg 2013.De informatie diende verstrekt te worden door middel van het invullen en aanleveren van Excel-spreadsheets, één voor de Wmo-zorg en één voor de jeugdzorg. De definitieve versie van de in te vullen spreadsheets is op 30 september 2014 door de gemeente Maastricht toegestuurd aan de inschrijvers, waaronder Talent. De spreadsheets bevatten de formules waarmee, op basis van de door de individuele zorgaanbieder ingevulde gegevens, ‘automatisch’ de voor die aanbieder geldende tarieven voor 2015 en 2016 werden berekend. Bij de spreadsheets hoorde een invulinstructie, die deel uitmaakte van de aanbestedingsdocumentatie.
3.2.9.
Talent heeft op 14 oktober 2014 drie spreadsheets per e-mail bij de gemeente Maastricht aangeleverd: één voor de Wmo-zorg en twee voor de jeugdzorg (‘PGB’ [persoonsgebonden budget] en ‘ZIN’ [zorg in natura]).De e-mail van Talent (prod. 3 Gem.) bevat het volgende:‘Bij deze de door Talent ingevulde lijsten m.b.t. de uitvraag.
Conclusie
3.6.1.
De rechtbank had al gemotiveerd dat en waarom de deelvorderingen van de Gemeenten onvoldoende waren onderbouwd en in hoger beroep voeren de Gemeenten feitelijk en cijfermatig gezien het voorgaande opnieuw onvoldoende aan.
Dat blijft het geval indien het hof ervan uit zou gaan dat de destijds betrokken ambtenaren geen aanwijzingen of instructies aan Talent hebben gegeven en geen (andersluidende) afspraken zijn gemaakt met Talent. Hetgeen de Gemeenten daaromtrent hebben aangevoerd in hun memorie van grieven leidt dus niet tot een andere uitkomst. Evenals de rechtbank komt het hof tot de conclusie dat bij gebrek aan een toereikende onderbouwing de vorderingen van de Gemeenten op geen van de door hen aangevoerde grondslagen (wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad) toewijsbaar zijn. Grief 2 slaagt niet. Als gevolg daarvan slaagt grief 3 (omtrent de proceskostenveroordeling) evenmin.
3.6.2.
Omdat de Gemeenten hun stellingen onvoldoende hebben onderbouwd en onvoldoende hebben gekoppeld aan hun (deel)vorderingen, komt het hof aan bewijslevering niet toe. Los daarvan zijn de bewijsaanbiedingen van de Gemeenten te algemeen of niet ter zake dienend (bijvoorbeeld de aanbiedingen dat onjuiste gegevens zijn ingevuld, geen toezeggingen zijn gedaan of afspraken zijn gemaakt, of hoe de controle in 2017 is uitgevoerd). Zeker in dit stadium van de procedure waarin bij de Gemeenten bekend was dat de algemene stellingen met de eenzijdige verwijzing naar de latere controle onvoldoende waren onderbouwd en dat de deelvorderingen feitelijk onvoldoende waren onderbouwd, had van de Gemeenten mogen worden verwacht specifiek bewijs aan te bieden van feiten die tot beslissing van de zaak kunnen leiden.
3.6.3.
Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen omdat de grieven niet slagen en de Gemeenten als de in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk in de kosten van het hoger beroep veroordelen. Het door de Gemeenten in hoger beroep gevorderde, waaronder ook de vordering tot terugbetaling van de rente die de Gemeenten aan Talent hebben voldaan ter voldoening aan het vonnis van de rechtbank, komt niet voor toewijzing in aanmerking. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Talent zullen vastgesteld worden op:
Griffierechten € 5.689,-
Salaris advocaat € 10.572,- (2 punten x tarief VII)
Nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de uitspraak)
Totaal € 16.439,-
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de uitspraak. Talent heeft wettelijke rente gevorderd vanaf twee dagen vanaf het in dezen te wijzen eindarrest. Met het oog op de redelijke termijn voor nakoming als bedoeld in artikel 6:82 lid 1 BW, zal het hof de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten eerst vanaf veertien dagen na de dag van deze uitspraak toewijzen.
4De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt het bestreden vonnis;
veroordeelt de Gemeenten hoofdelijk in de proceskosten van het hoger beroep van € 16.439,-te betalen binnen veertien dagen na heden. Als de Gemeenten niet tijdig aan deze veroordeling voldoen en het arrest daarna wordt betekend, dan moeten de Gemeenten € 92,- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;
veroordeelt de Gemeenten in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na heden zijn voldaan;
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.L. Bervoets, J.P. de Haan en J.K.B van Daalen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 juni 2025.
griffier rolraadsheer
Beoordeling
(…) Voor jeugd is (…) in overleg met [persoon A] [op dat moment Projectleider Inkoop, Sociaal Domein, ten behoeve van de Gemeenten, hierna: [persoon A] ] ervoor gekozen om de uitvraag 2013 aan te leveren, samen met [persoon B] en [persoon A] is vervolgens telefonisch overlegd dat Talent 2 lijsten 1b (jeugd) zal aanleveren, 1 met de ZIN productie en 1 met de PGB productie. Voor de zorg in natura productie is wederom in overleg met [persoon A] het tarief bepaald op het gemiddelde van de tarieven van de volgende door talent geleverde functies: H300, H814 H815 H820 en F125.(…)’.
3.2.10.
Op 15 oktober 2014 heeft Talent de DVO ondertekend. De gemeente Maastricht heeft dat gedaan op 15 november 2014. De DVO is ingegaan op 1 januari 2015 en had een looptijd van drie jaren.
3.2.11.
De DVO bevat, onder meer, het volgende:
‘OVERWEGENDE:
Partijen overwegen bij het aangaan van deze Dienstverleningsovereenkomst (OVO) als volgt:
• Partijen zijn in juli 2014 de Samenwerkingsovereenkomst Inkoop Sociaal Domein Regio Maastricht-Heuvelland aangegaan om daarmee via de weg van bestuurlijk aanbesteden en ontwikkeltafels gezamenlijk te komen tot dienstverleningsovereenkomsten met daarin concrete afspraken tussen de gemeenten en opdrachtnemer over de te leveren diensten en de daarmee te behalen resultaten;
• Deze samenwerkingsovereenkomst is onverkort van toepassing op de wijze van totstandkoming en de inhoud van deze DVO;
• Partijen hebben zich door het aangaan van deze samenwerkingsovereenkomst gecommitteerd om afspraken te maken voor een nieuwe en innovatieve invulling van de dienstverlening in het sociaal domein;
• De opdrachtnemer voert deze dienstverlening uit en heeft zich gekwalificeerd voor deelname aan deze DVO;
• Door ondertekening van deze DVO committeren partijen zich om de decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten in het sociale domein op een gedegen en verantwoorde wijze uit te voeren, met inachtneming van het vastgestelde gemeentelijk beleid en toepasselijke verordeningen;
• Gemeente Maastricht is door staatssecretaris Van Rijn bij brief van 22 juli 2014 aangewezen als centrumgemeente voor de inkoop van beschermd wonen voor de gemeenten Maastricht-Heuvelland en westelijke Mijnstreek;
• Gemeente Maastricht is door vaststelling van de Centrumregeling inkoop jeugdzorg Zuid-Limburg eveneens aangewezen als centrumgemeente van alle 18 Zuid-Limburgse gemeenten;
• Deze DVO draagt het karakter van een raamovereenkomst die concrete invulling krijgt op de wijze zoals in deze overeenkomst en de bijlagen nader is uitgewerkt;
en komen als volgt overeen:
(…)
3.3
Gemeenten behouden zich het recht voor te onderzoeken of aan alle bij of krachtens deze overeenkomst gestelde voorwaarden voor dienstverlening door de opdrachtnemer wordt voldaan. De gemeente kan hiertoe alle door hem noodzakelijk geachte informatie bij opdrachtnemer opvragen en desgewenst een extern deskundigenonderzoek laten uitvoeren. De uitkomsten van een dergelijk onderzoek kunnen aanleiding vormen tot het stellen van nadere eisen aan de dienstverlening door opdrachtnemer of tot onmiddellijke ontbinding van deze overeenkomst.
3.4
Indien opdrachtnemer weigert de gevraagde informatie als bedoeld in het derde lid te verstrekken is opdrachtnemer een direct opeisbare boete van € 25.000,-- per gebeurtenis aan de gemeente verschuldigd, onverminderd eventuele rechten op vergoeding van geleden schade’.
3.2.12.
Bij de DVO zijn bijlagen gevoegd, die deel uitmaken van de DVO.De drie in rov. 3.2.9. genoemde spreadsheets zijn als bijlagen 1a en 1b bij de DVO gevoegd. Bijlage 2 bevat, onder meer, het volgende:‘Bijlage 2 Prijs & Prestatie
Looptijd: 01-01-2015 t/m 31-12-2015
Systematiek prijsafspraken sociaal domein MH 2015
Gemeenten willen gaan sturen op kostprijzen en kwaliteit. Voor beide biedt het oude systeem te weinig inzicht. Inzicht moet worden opgebouwd in/vanaf 2015.
Voor 2015 worden de prijsafspraken gerelateerd aan de historische omzetten. Daarop worden per 2015 kortingen doorgevoerd, zowel van het Rijk als van de gemeenten. Dit maakt het wenselijk dat aanbieders de ruimte krijgen om niet alleen hun prijs per eenheid naar beneden bij te stellen, maar waar mogelijk ook het aantal eenheden.
In de ontwikkeltafels is vastgesteld dat deze ruimte ontstaat als de kortingen niet worden
gebaseerd op het historische tarief per eenheid, maar het historische tarief per cliënt (per
productsoort), het arrangementtarief. Een arrangement wordt gedefinieerd als een vastgestelde samenvoeging van een limitatief aantal oude Nza codes dan wel dbcs, zoals opgenomen in de zogenoemde transformatietabel’. Het tarief wordt bepaald door de historische totale omzet van de bijbehorende Nza codes dan wel dbc’s te delen door het aantal cliënten van dat jaar. (…)
Omdat iedere aanbieder zijn eigen indicatiemix heeft, krijgt ook iedere aanbieder zijn eigen tarieven. Hiermee wordt recht gedaan aan de verschillen in doelgroep tussen aanbieders. Een unieke cliënt telt in dit systeem maximaal 1 keer mee. (…)
Aanbieders die bij de uitvraag niet of niet voldoende zicht kunnen geven op hun historische
omzet - bijvoorbeeld nieuwe aanbieders - krijgen per arrangement het laagst door de
gemeente gecontracteerde tarief aangeboden. Hetzelfde geldt voor PGB aanbieders die wel
over historische omzet beschikken. Zij hebben de keuze uit arrangementtarieven die zijn
afgeleid van hun PGB omzet, dan wel de laagst gecontracteerde ZIN tarieven. Hiermee wordt voorkomen dat aanbieders met reeds laag ingestoken tarieven onevenredig worden benadeeld’.
3.2.13.
Op 5 november 2014 heeft [persoon C] (hierna: [persoon C] ) van de gemeente Maastricht een e-mail (o.m. prod. 12 bij prod. 22 Gem.) gestuurd aan Talent met de volgende inhoud:‘Geachte [persoon D] , Naar aanleiding van de door jullie ingediende gegevens voor de inkoop van jeugdhulp voor de regio Zuid-Limburg heb ik nog een aantal vragen. Ik kreeg jullie telefonisch niet te pakken, daarom even via de mail. (…) De omzetten en de bijbehorende cliëntenaantallen worden gebruikt om de arrangementstarieven af te leiden voor ZIN. Omdat er bij jullie sprake is van zowel ZIN- als PGB-omzet, deels voor dezelfde arrangementen, hebben jullie 2 bijlages 1B ingediend. Ik wil voorstellen beide bijlages samen te voegen tot één en daar de tarieven vanaf te leiden. Bel even als bovenstaande tot vragen leidt. Met vriendelijke groet,[ [persoon C] ]’.
3.2.14.
Op 6 november 2014 heeft Talent een nieuw spreadsheet inzake de jeugdzorg aangeleverd, met daarop ‘PGB’ en ‘ZIN’ gecombineerd. De gemeente Maastricht heeft hierop bij monde van [persoon C] als volgt per e-mail (o.m. prod. 14 bij prod. 22 Gem.) gereageerd:‘Dag [persoon D] ,
Bedankt.
Bijlagen zijn akkoord en kunnen geaccordeerd worden.
Beoordeling
(…)
Met vriendelijke groet,
[ [persoon C] ]’.
3.2.15.
Vanwege door Talent geconstateerde invulfouten heeft zij op 19 november 2014 ter zake de Wmo-zorg en op 13 januari 2015 ter zake de jeugdzorg per e-mail opnieuw spreadsheets aangeleverd bij de gemeente Maastricht.De daarmee verband houdende e-mail van 13 januari 2015 (prod. 18 cva) bevat het volgende:‘Zoals reeds telefonisch besproken stuur ik je bij deze de gecorrigeerde versie van het budgetformulier en de ingevulde excel. Tijdens het invullen van het budgetformulier is gebruik gemaakt van een lijst met cliëntgegevens van de PGB houders waarop aangegeven is hoe vaak een talent (cliënt) heeft deelgenomen aan een activiteit. Dit lijstwerk geeft aan hoe vaak iemand heeft deelgenomen aan een activiteit van 1 dagdeel maar ook hoe vaak iemand heeft deelgenomen aan een activiteit van 2 dagdelen. Tijdens het invullen zijn de aantallen van deelname aan activiteiten overgenomen terwijl iedere deelname aan een activiteit van 2 dagdelen dus ook 2 dagdelen vertegenwoordigt met andere woorden zijn er heel veel dagdelen niet meegenomen in de uitvraag van oktober. Anders gezegd: bij iedere deelname aan een activiteit van 2 dagdelen is slechts 1 dagdeel in de uitvraag van oktober opgenomen. (…) De aanpassing heeft alleen betrekking op de PGB cliënten aangezien bij de ZIN cliënten gebruik is gemaakt van de gegevens uit AZR en deze “fout” niet is gemaakt. (…)’.
[persoon A] heeft namens de gemeente Maastricht bij e-mail van 13 januari 2015 (prod. 19 cva) als volgt gereageerd op de e-mail van Talent:‘Ik heb de gewijzigde versie van het invulformat bekeken. Er zijn inderdaad nogal wat dagdelen boven water gekomen. Het enige dat ik niet begrijp is dat het tarief stijgt van € 55,11 naar € 56,10. Kun je mij dat uiteggen? Vooralsnog doe ik niks met het nieuwe overzicht en wacht ik op de gegevens van de andere jaren. Anders blijven we aanpassen.’
Op deze e-mail heeft Talent bij e-mail van 13 januari 2015 (prod. 19 cva) als volgt gereageerd:‘Het gewijzigde tarief komt doordat het aantal keren tarief dagbesteding PGB nu groter is geworden, dus meer keren iets hoger tarief maakt het gemiddelde tarief ook hoger’.
[persoon A] heeft bij e-mail van 14 januari 2015 (prod. 20 cva) als volgt geantwoord:‘Oké, bedankt voor je uitleg. Ik ben benieuwd naar de andere jaren.’
3.2.16.
Daarna hebben de gemeente Maastricht en Talent overleg gevoerd over de ontstane situatie. Een gesprekverslag van 24 maart 2015 van de zijde van de gemeente Maastricht (prod. 8 Gem.) bevat, onder meer, het volgende:‘ [persoon E] , medewerker van de gemeente Maastricht] geeft aan dat de inkoop binnen het sociale domein een nieuwe tak van sport is voor de gemeente met een grote financiële impact en dat het daarom onder een vergrootglas ligt. Het vorig jaar zijn er veel overeenkomsten onder tijdsdruk gesloten vanuit het oogpunt ‘high trust high penalty’. Correcties moeten transparant gemaakt worden en in alle omstandigheden aan de politiek uit te leggen zijn in het kader van transparantie en verantwoording van gemeenschapsgelden. Het mandaat voor beslissingen ligt hoog, de aanwezige functionarissen (wij dus: [persoon E] , [persoon F] , medewerker van de gemeente Maastricht] en [persoon A] ) halen gegevens op, werken die uit en koppelen terug wat er aanvullend nodig mocht zijn om tot een gemeentelijk besluit te komen.
(…)
Ambulante groepsjeugdhulp, Talent heeft in november aangegeven dat er sprake was van een foutieve aanlevering. Het nieuw berekende tarief zal pas door het college geaccordeerd worden na verdere onderbouwing middels een door een accountant en verzekeraar geaccordeerd nacalculatie formulier 2013 (inclusief alle tabbladen).
(…)’.
3.2.17.
In de loop van de tweede helft van 2015 hebben Talent en de gemeente Maastricht de nieuwste spreadsheets, zoals door Talent aangeleverd op 19 november 2014 respectievelijk 13 januari 2015, ondertekend. Zij zijn daarna als (nieuwe) bijlagen 1a en 1b deel gaan uitmaken van de DVO.
3.2.18.
De daarmee definitief overeengekomen, voor Talent geldende tarieven voor 2015 luiden voor onderstaande arrangementen als volgt:
jeugd 2015:
- individuele begeleiding jeugd € 2.397,87
- ambulante groepshulp jeugd € 3.675,-
- logeren € 620,-
- begeleid wonen jeugd € 45.069,71,
Wmo 2015:
- beschermd wonen met verblijf € 41.194,-
- individuele begeleiding WMO € 2.472,90
- groepsbegeleiding VG/LG volw. € 4.453,-
- groepsbegeleiding LZA € 4.644,35.
Vergeleken met de tarieven op basis van de eerder aangeleverde spreadsheets zijn uitsluitend de tarieven voor de arrangementen ‘groepsbegeleiding VG/LG’ (van € 2.140,02 naar € 4.453,-) en ‘ambulante groepshulp jeugd’ (van € 2.604,78 naar 3.675,-) aangepast.De tarieven voor 2016 zijn dezelfde als die voor 2015, bij de jeugdzorg onder aftrek van een korting van 5%. Voor 2016 is aanvullend nog een tarief voor het Wmo-arrangement ‘beschermd wonen zonder verblijf’ (€ 17.207,-) overeengekomen.
3.2.19.
In de loop van 2015 heeft Talent uitvoering gegeven aan de DVO. De gemeente Maastricht heeft Talent bevoorschot op basis van de daartoe in de spreadsheets van Talent opgenomen historische informatie. Aan het eind van 2015 hebben de gemeente Maastricht en Talent afgerekend op basis van de over dat jaar daadwerkelijk verrichte zorg. In en over 2016 is hetzelfde gebeurd.
3.2.20.
Eind 2016 is de gemeente Maastricht gestart met het uitvoeren van controles van de gegevens die de diverse zorgaanbieders tijdens de aanbesteding met behulp van de spreadsheets hadden verstrekt. De gemeente Maastricht heeft zich in dat verband beroepen op artikel 3.4. van de DVO (zie rov. 3.2.11.) en heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat, als uit de controles zou volgen dat zij over 2015 en 2016 teveel heeft uitgekeerd aan een zorgverlener, zij dat teveel uitgekeerde zou terugvorderen, en dat, als zou blijken dat zij te weinig had uitgekeerd, zij dat te weinig uitgekeerde alsnog zou uitkeren aan de zorgverlener.
De Gemeenten beschikten tot aan de controles niet over de onderliggende eigen historische cijfers van de zorgaanbieders, waaronder Talent.
3.2.21.
Aanvankelijk heeft de controle plaatsgevonden door middel van het uitvoeren van steekproeven. Begin 2017 hebben deze plaatsgevonden bij Talent. Naar aanleiding van de (met Talent besproken) resultaten van de steekproeven heeft de gemeente Maastricht in mei 2017 in verband met Talent besloten tot een meer diepgaand onderzoek. Talent is verzocht om de voor de controle benodigde gegevens aan te leveren. Tevens is verlangd dat bij de gegevens een verklaring van de accountant van Talent zou worden gevoegd. Talent heeft de verlangde gegevens (met de accountantsverklaring) aangeleverd.
3.2.22.
In het kader van de voortgezette controle hebben opnieuw gesprekken plaatsgevonden tussen Talent en de gemeente Maastricht. Een gesprekverslag ter zake van de zijde van de gemeente Maastricht (prod. 10 Gem.) uit deze periode bevat het volgende:‘Talent erkent dat door de vele onduidelijkheden vermoedelijk fouten zijn gemaakt en is dan ook bereid mee te werken aan het onderzoek. Wel geeft men aan dat er enkele punten zijn die extra aandacht vragen. Zo is de vaststelling van de gemiddelde prijs voor de dagbesteding volgens Talent met de toenmalige projectleider afgesproken een gemiddelde van de tarieven uit de rekenstaat.
Beoordeling
• Talent heeft de drie tarieven voor de dagbesteding opgeteld en dit gedeeld door drie en de uitkomst toegepast op alle tarieven voor de dagbesteding. Volgens de formule (H814+H815+H820)/3 De gemeente hanteert een andere berekenmethodiek die uitgaat van een redelijkheid hierbij rekent de gemeente ook in de verhouding van het gebruik mee’.
3.2.23.
Talent heeft in juni 2017, op verzoek van de gemeente Maastricht, aanvullende gegevens verstrekt.
3.2.24.
De gemeente Maastricht heeft alle door Talent aangeleverde gegevens onderworpen aan de door haar beoogde controle. In dat kader zijn de ‘nieuwe’ cijfers, ter controle van de arrangementsprijzen, ingevoerd in hetzelfde spreadsheet als in 2014 door Talent was gebruikt. Na afronding van de controle heeft de gemeente Maastricht zich, bij brief van23 juni 2017 (prod. 12 Gem.), jegens Talent op het standpunt gesteld dat deze laatste voor een aantal arrangementen een lager tarief had moeten ontvangen en voor andere arrangementen een hoger tarief.
3.2.25.
Talent is niet akkoord gegaan met deze uitkomst, waarna overleg is gevolgd en nieuwe (ten dele anders opgezette) controles hebben plaatsgevonden.
Een gesprekverslag zijdens de gemeente Maastricht uit maart 2018 (onderdeel van prod. 13 Gem.) bevat ter zake het volgende:‘Dhr. [--] stelt indien deze berekening en controle als definitief wordt aangenomen, er nog geen zekerheid is of de productie zoals deze is opgegeven ook daadwerkelijk geleverd
is. Er dient dan nog een controle per cliënt plaats te vinden op inhoud. Mevr. [++] reageert hierop met de vraag of bij fouten die gevonden worden bij deze controle, gemeente ook met geschikte productcodes komt. Ze geeft aan dat Talent namelijk niet levert volgens het keurslijf van de NZA regels en dus geen zorg levert volgens de NZA productcodes. Hierdoor is er in de originele aanlevering waarop de originele arrangementstarieven zijn berekend ook maar iets ingevuld wat correct leek maar dus niet geleverd is’.
3.2.26.
Na maart 2018 zijn de gesprekken tussen Talent en de gemeente Maastricht voortgezet tot eind 2019. Partijen zijn daarbij niet tot overeenstemming gekomen.
3.2.27.
Gedurende de periode dat Talent en de gemeente Maastricht met elkaar hebben gesproken over (de uitkomst van) de controle, en mede naar aanleiding van deze gesprekken, heeft de gemeente Maastricht de hoogte van het door Talent aan haar terug te betalen bedrag enkele keren aangepast en wel als volgt:- 9 november 2017: € 3.860.841,16,
- 15 december 2017: 1.703.257,40,
- 2 november 2018: € 602.499,34,
- 7 februari 2019: € 1.694.711,42,
- 6 maart 2019: € 1.882.426,78,
- 4 april 2019: € 760.580,59.
3.2.28.
Bij brief van 24 december 2019 (prod. 16 Gem.) heeft de gemeente Maastricht zich jegens Talent - definitief - op het standpunt gesteld dat deze laatste over 2015 en 2016€ 760.580,59 aan haar verschuldigd was, omdat Talent, kort gezegd, in 2014 niet de juiste, werkelijke omzetgegevens aan de gemeente Maastricht heeft verstrekt en Talent daarom per saldo te veel heeft ontvangen voor de in 2015 en 2016 door haar verleende jeugdzorg en Wmo-zorg (€ 8.658.016,56 in plaats van de volgens de gemeente Maastricht daadwerkelijk verschuldigde € 7.897.435,97). Op 30 december 2019 heeft de gemeente Maastricht Talent een factuur gestuurd tot het genoemde bedrag van € 760.580,59, met een betalingstermijn van 30 dagen.Talent heeft de opvatting van de gemeente Maastricht bestreden bij brief van27 januari 2020 (prod. 17 Gem.).
3.2.29.
Bij brief van 19 juni 2020 heeft (de advocaat van) de gemeente Maastricht jegens Talent aanspraak gemaakt op betaling van een schadevergoeding te hoogte van€ 760.580,59.
3.2.30.
In juli 2020 heeft de gemeente Maastricht vervolgens verklaard dat zij haar vordering op Talent zou gaan verrekenen met hetgeen zij (over latere jaren dan 2015 en 2016) verschuldigd was aan Talent. In totaal heeft de gemeente Maastricht uit hoofde van de verrekenverklaring over de maanden augustus tot en met december 2020 € 158.454,25 ingehouden op hetgeen zij over die maanden verschuldigd was aan Talent.
3.2.31.
Talent heeft de gemeente Maastricht daarop op 17 december 2020 gedagvaard in kort geding. Uitkomst van deze procedure zijn geweest de onderlinge, in het proces-verbaal van de zitting van 5 januari 2021 (prod. 46 cva rec.) vastgelegde, afspraken:- dat Talent ten behoeve van de gemeente Maastricht zekerheid zal stellen voor€ 158.454,25, en- dat de gemeente Maastricht met ingang van 1 januari 2021 zal afzien van verdere verrekeningen.
3.2.32.
Op 18 december 2020 is de dagvaarding in de onderhavige (bodem)zaak betekend aan Talent.
De vordering in eerste aanleg en in hoger beroep
3.3.1.
De Gemeenten vorderden in eerste aanleg samengevat om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren uitspraak:
primair:
1. voor recht te verklaren dat Talent jegens de Gemeenten toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichting om bij de inschrijving in 2014 en de verzoeken om wijziging van tarieven in 2015, de juiste historische gegevens te verstrekken aan de Gemeenten en voor recht te verklaren dat Talent uit dien hoofde schadeplichtig is jegens de Gemeenten;2. Talent te veroordelen om binnen 14 dagen na het in deze procedure te wijzen vonnis aan de Gemeenten te betalen een schadevergoeding ter hoogte van € 760.580,59, te verminderen met het bedrag dat de Gemeenten reeds hebben ontvangen bij wege van verrekening, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag ten titel van schadevergoeding, met wettelijke rente;
subsidiair:
1. voor recht te verklaren dat de arrangementstarieven voor de jaren 2015 en 2016 met Talent tot stand zijn gekomen onder invloed van dwaling aan de zijde van de Gemeenten;
2. in plaats van de vernietiging van de DVO uit te spreken, de gevolgen van de DVO te wijzigen ex artikel 6:230 BW, door de arrangementstarieven voor 2015 en de arrangementstarieven voor 2016 te wijzigen in de juiste arrangementstarieven, zijnde:
jeugd 2015:
arrangement individuele begeleiding jeugd € 2.976,82
ambulante groepshulp jeugd € 3.007,47
logeren € 982,50
begeleid wonen jeugd € 45.069,71,
jeugd 2016:
arrangement individuele begeleiding jeugd € 2.827,98
ambulante groepshulp jeugd € 2.947,56
logeren € 933,37
begeleid wonen jeugd € 42.816,50,
Wmo 2015:
beschermd wonen met verblijf € 30.329,97
arrangement individuele begeleiding WMO € 6.571,56
groepsbegeleiding VG/LG volw. € 4.453,00
groepsbegeleiding LZA € 5.246,56,
Wmo 2016:
beschermd wonen met verblijf € 30.329,97
arrangement individuele begeleiding WMO € 6.571,56
groepsbegeleiding VG/LG volw.
Beoordeling
€ 4.453,00
groepsbegeleiding LZA € 5.246,56
beschermd wonen zonder verblijf € 17.207,00,
ter opheffing van het nadeel dat de Gemeenten lijden bij instandhouding van de arrangementstarieven voor 2015 en 2016 en Talent te veroordelen om binnen 14 dagen na het in deze procedure te wijzen vonnis aan de Gemeenten te betalen een bedrag ter hoogte van € 760.580,59, te verminderen met het bedrag dat de Gemeenten reeds hebben ontvangen bij wege van verrekening, ter opheffing van het nadeel dat de Gemeenten lijden bij instandhouding van de arrangementstarieven voor 2015 en 2016, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag ter opheffing van dit nadeel, met wettelijke rente; althans
3. voor zover de rechtbank van mening is dat artikel 6:230 BW niet kan worden toegepast, de DVO partieel te vernietigen op grond van dwaling en bij wege van partiële vernietiging enkel de arrangementstarieven voor de jaren 2015 en 2016 te vernietigen ten aanzien van het bovenmatige deel van die arrangementstarieven ad € 760.580,59, zijnde het verschil tussen de door de Gemeenten aan Talent betaalde vergoeding uit hoofde van de DVO voor de jaren 2015 en 2016 ad € 8.658.016,56, en de waarde van de geleverde prestatie ad € 7.897.435,97, het bedrag ad € 760.580,59 te verminderen met het bedrag dat de Gemeenten reeds hebben ontvangen bij wege van verrekening, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag ten titel van onverschuldigde betaling, met wettelijke rente;
meer subsidiair:
1. voor recht te verklaren dat Talent onrechtmatig heeft gehandeld jegens de Gemeenten door bij de inschrijving in 2014 de onjuiste historische gegevens te verstrekken aan eiseressen en voor recht te verklaren dat gedaagde uit dien hoofde schadeplichtig is jegens de Gemeenten;
2. Talent te veroordelen om binnen 14 dagen na het in deze procedure te wijzen vonnis aan de Gemeenten te betalen een schadevergoeding ter hoogte van € 760.580,59 minus het bedrag dat de Gemeenten reeds hebben ontvangen bij wege van verrekening, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag ten titel van schadevergoeding, met wettelijke rente;
en in alle gevallen:
1. te verklaren voor recht dat de Gemeenten gerechtigd waren en zijn om het bedrag dat Talent aan de Gemeenten moet betalen op grond van het in deze procedure te wijzen vonnis, te verrekenen met toekomstige vorderingen van Talent op de Gemeenten voor door de Gemeenten in opdracht van de Gemeenten verrichte diensten;2. Talent te veroordelen om binnen 14 dagen na het in deze procedure te wijzen
vonnis aan de Gemeenten te betalen een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten ter
hoogte van € 6.775,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen
vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, met wettelijke rente;
met veroordeling van Talent in de proceskosten, met nakosten en wettelijke rente.
3.3.2.
De rechtbank heeft de vorderingen van de Gemeenten afgewezen en de Gemeenten veroordeeld in de proceskosten. Samengevat hadden de Gemeenten volgens de rechtbank hun (deel)vorderingen onvoldoende onderbouwd en waren ze onvoldoende ingegaan op de feitelijke gang van zaken in 2014/2015, waaronder de (interpretatie)problemen die Talent ondervond bij het invullen van de door de Gemeenten aangereikte tabellen aan de hand van historische gegevens, de bemoeienis van (ambtenaren van) de Gemeenten daarbij en afspraken die in dat kader zijn gemaakt.
3.3.3.
In hoger beroep concluderen de Gemeenten tot vernietiging van de bestreden uitspraak en vorderen om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren arrest, de primaire, althans subsidiaire althans meer subsidiaire vordering van de Gemeenten alsnog toe te wijzen en Talent te veroordelen tot betaling van het bedrag ad € 760.580,59 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2017, althans vanaf 9 januari 2020 althans vanaf de dag der dagvaarding in prima d.d. 18 december 2020 tot de dag der algehele betaling.
Daarnaast vorderen de Gemeenten Talent te veroordelen aan de Gemeenten de wettelijke rente van € 36.624,24 terug te betalen, welke rente de Gemeenten aan Talent hebben voldaan ter voldoening aan het vonnis van de rechtbank, dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 mei 2023 tot de dag der algehele betaling. Tot slot vorderen de Gemeenten Talent te veroordelen in de proceskosten kosten in beide instanties.
3.3.4.
Talent heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het hoger beroep met veroordeling van de Gemeenten in de proceskosten van het hoger beroep, te vermeerderen met rente, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren arrest.
De grieven in hoger beroep
3.4.1.
In hoger beroep voeren de Gemeenten drie grieven aan. Zij betogen samengevat feitelijk voldoende te hebben aangevoerd ter onderbouwing van hun stelling dat Talent in 2014/2015 bij de totstandkoming van de DVO onjuiste informatie heeft verstrekt (grief 2, gericht tegen rechtsoverwegingen 4.15 tot en met 4.29 van het bestreden vonnis). De rechtbank had de Gemeenten moeten toelaten tot bewijs (grief 1) en Talent in de proceskosten moeten veroordelen (grief 3).
3.4.2.
Of de Gemeenten voldoende hebben aangevoerd om tot bewijslevering te kunnen worden toegelaten, dient het hof opnieuw te beoordelen. Het hof zal dat doen aan de hand van hetgeen de Gemeenten daaromtrent in grief 2 hebben aangevoerd.
Juridisch kader
3.5.1.
Voor de beoordeling of Talent in haar informatieverschaffing toerekenbaar tekort is geschoten heeft de rechtbank de volgende maatstaf gehanteerd in onderdeel 4.14 van het bestreden vonnis:
a) een inschrijver op een aanbesteding dient zich bij die inschrijving te houden aan de regels die door de aanbesteder zijn opgesteld, en (b) niet elk van deze regels kan worden gekwalificeerd als een verbintenis, in de nakoming waarvan kan worden tekortgeschoten, maar (c) als wordt gevraagd naar omzetcijfers uit het verleden om aan de hand daarvan te komen tot een berekening van de door de aanbesteder te betalen prijs, (d) moet de verplichting om die cijfers naar waarheid te verstrekken worden gekwalificeerd als een verbintenis, zodat (e) het niet-nakomen van die verbintenis op grond van het bepaalde in artikel 6:74 BW kan leiden tot de verplichting om de daardoor veroorzaakte schade te vergoeden.
Tegen deze maatstaf is geen voor het hof en de wederpartij voldoende kenbare grief gericht zodat ook het hof hiervan zal uitgaan. Voor een toerekenbare tekortkoming is dus nodig dat Talent de omzetcijfers uit het verleden (over het peiljaar 2013) niet naar waarheid heeft verstrekt.
Grief 2 - de onderbouwing van de stellingen en van de daarop gebaseerde vorderingen
3.5.2.
Het door de Gemeenten gevorderde bedrag van € 760.580,59 is het resultaat van de toepassing van de door de Gemeenten gestelde juiste arrangementsprijzen.
Beoordeling
De rechtbank heeft overwogen dat Talent te lage eenheidsprijzen heeft gehanteerd (en dus te weinig heeft ontvangen) voor de arrangementen ‘individuele begeleiding jeugd’, ‘logeren’, ‘individuele begeleiding Wmo’ en ‘groepsbegeleiding LZA’ en dat de correcte eenheidsprijs is gehanteerd voor de arrangementen ‘begeleid wonen jeugd’, ‘groepsbegeleiding VG/LG volw.’ en ‘beschermd wonen zonder verblijf’.
De vordering van de gemeente ziet daarmee op het arrangement ‘beschermd wonen met verblijf’ waarvoor volgens de Gemeenten over 2015 en 2016 ruim € 673.000,- te veel is ontvangen en op het arrangement ‘ambulante groepshulp jeugd’ waarvoor volgens de Gemeenten over die jaren ruim € 581.000,- te veel is ontvangen.
3.5.3.
De Gemeenten hebben niet (voldoende) toegelicht welke omzetcijfers Talent bij het invullen van de spreadsheets op de onderdelen ‘beschermd wonen’ en ‘ambulante groepshulp jeugd’ in 2014 heeft gebruikt en welke omzetcijfers hadden moeten worden gebruikt.
In bijlage 2 bij de DVO (zie bij de feiten onder 3.2.12.) staat dat het arrangementtarief wordt bepaald door de historische totale omzet van de bijbehorende Nza codes dan wel dbc’s te delen door het aantal cliënten van dat jaar. Welke Nza codes dan wel dbc’s uit 2013 Talent niet naar waarheid heeft verstrekt bij het invullen van de spreadsheets en daarmee bij het bepalen van de prijs voor de arrangementen ‘beschermd wonen’ en ‘ambulante groepshulp jeugd’ is niet toegelicht.
De Gemeenten hebben aangevoerd dat uit een latere controle, waarbij ‘nieuwe’ gegevens zijn ingevuld in de spreadsheet uit 2014, is gebleken dat in 2014 onjuiste gegevens zijn ingevuld. Op basis van deze algemene stelling is niet na te gaan welke gegevens Talent in 2014 heeft gebruikt bij het invullen van de spreadsheets voor de betreffende arrangementen, laat staan dat kan worden getoetst van welke historische gegevens uit 2013 deze in 2014 gebruikte, althans ingevulde gegevens afwijken.
3.5.4.
In de memorie van grieven betogen de Gemeenten in onderdeel 46 dat uit de controle is gebleken dat Talent afwijkende cliënten aantallen heeft gehanteerd. Talent zou een hoger cliëntenaantal hebben aangeleverd bij:
jeugd:
- ambulante groepshulp jeugd (479 in plaats van 219)
- logeren (143 in plaats van 31)
Wmo 2015:
- beschermd wonen met verblijf (23 in plaats van 22)
- individuele begeleiding WMO (24 in plaats van 13)
- groepsbegeleiding VG/LG volw. (67 in plaats van 18)
- groepsbegeleiding LZA (8 in plaats van 5)
Los van het feit dat Talent dit heeft betwist, hebben de Gemeenten deze stelling onvoldoende onderbouwd. Uit de stellingen en producties van de Gemeente blijkt niet dat en waarom de door de Gemeenten aangevoerde cliënten-aantallen zouden corresponderen met de historische gegevens van Talent over 2013 en ook niet dat het aantal cliënten dat Talent heeft opgegeven in 2014 niet correspondeert met haar historisch aantal cliënten over 2013.
In onderdeel 68 van de memorie van grieven zijn de Gemeenten nader ingegaan op het daadwerkelijk aantal cliënten ‘beschermd wonen met verblijf’:
“Uit de controle van de gemeenten bleek dat Talent niet 23 maar 22 cliënten in
2013 in dit arrangement had, dat de tarieven anders, namelijk lager, waren dan
Talent had opgegeven, dat dientengevolge ook de omzet veel lager was en
dientengevolge was ook het arrangementstarief veel lager. De gemeenten leggen
ter nadere onderbouwing als
productie 7
bij deze memorie van grieven de
vergelijking over tussen de gegevens die Talent in 2014 invulde en de gegevens
die uit de controle naar voren kwamen.”
In productie 7 staat vervolgens:
Kennelijk komen de Gemeenten op een ander aantal cliënten uit bij Verblijf 2 exclusief dagbesteding, Verblijf 3 exclusief dagbesteding, Verblijf 4 exclusief dagbesteding, Verblijf 6 exclusief dagbesteding en bij Verblijf 3 inclusief dagbesteding en Verblijf 4 exclusief dagbesteding. Dat de Gemeenten zijn uitgegaan van het juiste aantal cliënten bij het desbetreffende soort verblijf, blijkt nergens uit en is ook niet nader toegelicht, laat staan dat hieruit kan worden afgeleid dat Talent in 2014 niet naar waarheid haar daadwerkelijk aantal cliënten over 2013 heeft verstrekt.
3.5.5.
Daarnaast is zonder nadere toelichting, die de Gemeenten niet hebben gegeven, niet te volgen waarom enerzijds de deelvorderingen van de Gemeenten alleen zien op de onderdelen ‘beschermd wonen’ en ‘ambulante groepshulp jeugd’, terwijl de Gemeenten anderzijds stellen dat bij nog vier andere arrangementen ten onrechte is uitgegaan van een hoger aantal cliënten (bij ‘logeren’, ‘individuele begeleiding WMO’, ‘groepsbegeleiding VG/LG volw.’ en ‘groepsbegeleiding LZA’).
3.5.6.
Het voorgaande geldt ook voor het (eveneens in onderdeel 46 van de memorie van grieven aangevoerde) betoog van de Gemeenten dat Talent niet de bedragen uit de historische codes heeft gebruikt. Welke oude codes, althans daarbij behorende bedragen Talent heeft gebruikt en welke hadden moeten worden gebruikt, is niet toegelicht en blijkt zonder nadere toelichting, die de Gemeenten niet hebben gegeven, niet uit productie 7.
3.5.7.
Anders dan de Gemeenten aanvoeren heeft Talent wel degelijk betwist dat de Gemeenten op de juiste wijze hebben gecontroleerd. Zoals de Gemeenten zelf bovenaan pagina 2 van hun pleitnota uit de eerste aanleg aanvoeren, heeft Talent tijdens het gesprek op 2 november 2017 al gemeld dat de uitvraag bij de controle anders was dan in 2014 omdat bij de controle vanuit de Gemeenten werd aangegeven welke productie wel en welke productie niet meegenomen mocht worden, hetgeen voor Talent in 2014 niet duidelijk was. Talent heeft aangevoerd dat de in te vullen spreadsheets niet aansloten bij de werkelijkheid. Het invullen ervan leidde door de vele wisselingen van definities tot cijfers en tarieven die niet meer aansloten bij de cijfers die daadwerkelijk in 2013 zijn gerealiseerd. Daarmee betoogt Talent in feite ook dat de historische gegevens niet te herleiden zijn uit de ingevulde spreadsheets. Uit de wijze waarop de controle is uitgevoerd (het opnieuw invullen van de spreadsheets), kan volgens Talent dus niet worden afgeleid dat onjuiste historische gegevens zijn gebruikt.
Ook de rechtbank kwam in onderdeel 4.25 van het bestreden vonnis tot de conclusie dat de Gemeenten onvoldoende hebben toegelicht dat de uitgangspunten bij het invullen in 2014/2015 en bij de latere controle gelijk waren.
Zonder nadere toelichting, die de Gemeenten niet hebben gegeven, is voor het hof niet duidelijk dat en waarom een andere arrangementsprijs op de controlespreadsheet dan op de spreadsheet die onderdeel uitmaakt van de DVO, tot de conclusie moet leiden dat Talent bij de berekening van dat arrangement op de spreadsheet die onderdeel uitmaakt van de DVO, is uitgegaan van omzetgegevens die afwijken van de in 2013 gerealiseerde omzetgegevens.
In de eerste plaats bestonden deze arrangementen die moesten worden berekend in 2013 niet zodat een vertaalslag moest worden gemaakt van oude naar nieuwe arrangementen. In het verlengde daarvan is denkbaar dat andere arrangementsprijzen niet het gevolg zijn van andere omzetgegevens uit 2013, maar van het anders interpreteren of toepassen van de invulinstructie uit 2014 dan de Gemeenten beoogden.
Beoordeling
Daarbij komt dat Talent heeft aangevoerd dat de spreadsheet in 2017 op een andere manier moest worden ingevuld dan in 2014/2015 het geval was. Dit argument wordt ondersteund door het feit dat bij de controle de invulinstructie uit 2014 kennelijk niet volstond en een nieuwe/aanvullende instructie werd gegeven voor de uitvoering van het controleproces (zie de “procesbeschrijving tarievenonderzoek”, prod. 26 Inleidende dagvaarding).
3.5.8.
Samengevat hebben de Gemeenten onvoldoende toegelicht welke daadwerkelijk gerealiseerde gegevens uit 2013 Talent niet naar waarheid heeft ingevuld in 2014/2015 en waaruit dat volgt.
3.5.9.
In het verlengde van het voorgaande, hebben de Gemeenten hun deelvorderingen
(ruim € 673.000,- ter zake het Wmo-arrangement ‘beschermd wonen met verblijf’ en ruim € 581.000,- ter zake ‘ambulante groepshulp jeugd’) cijfermatig onvoldoende onderbouwd. De rechtbank kwam reeds tot die conclusie in onderdeel 4.20 van het bestreden vonnis.
Hoe deze bedragen gekoppeld moeten worden aan de algemene stelling van de Gemeenten dat Talent niet de historische omzetgegevens dan wel andere gegevens over 2013 heeft gebruikt, blijft ook in hoger beroep onduidelijk. Oftewel, de consequenties van het gesteld verkeerd invullen zijn niet duidelijk gemaakt in relatie tot de deelvorderingen.
Bij wijze van voorbeeld verwijst het hof naar het betoog van de Gemeenten in onderdeel 68 van de memorie van grieven. Daar staat dat de Gemeenten als productie 7 de
vergelijking overleggen tussen de gegevens die Talent in 2014 invulde en de gegevens
die uit de controle naar voren kwamen en dat “Aldus bleek dat het arrangementstarief niet
€ 41.194 diende te zijn, maar € 30.329,97.”
Voornoemde “Aldus” is zonder nadere toelichting, die de Gemeenten niet (voldoende) hebben gegeven, voor het hof niet te volgen. De genoemde bedragen van € 41.194 en € 30.329,97 staan niet in productie 7. Voor zover de Gemeenten een beroep willen doen op uit bepaalde producties blijkende feiten en omstandigheden, dienen zij dat op een zodanige wijze te doen dat voor het hof en voor Talent duidelijk is welke stellingen ter beoordeling worden voorgelegd. Het is aan de Gemeenten om de overgelegde stukken te duiden in het licht van hun stellingen en niet aan het hof om daar zelf (verder) in te gaan zoeken en om daaruit zelfstandig onjuistheden te destilleren (zie onder meer HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:404). De Gemeenten hebben een groot aantal producties met cijfers overgelegd, maar een adequate verwijzing daarnaar vanuit stellingen met een koppeling naar de deelvorderingen ontbreekt. Het is niet aan het hof om die onderbouwing te construeren, nog los van het feit dat het hof die constructie ook zelf niet ziet.
3.5.10.
De Gemeenten hebben tot slot in hoger beroep nog aangevoerd dat Talent zelf had kunnen zien dat ze onjuiste gegevens in de spreadsheets had ingevuld in 2014/2015, omdat het totaal van de op de spreadsheets ingevulde omzet € 3.068.540 voor jeugdzorg en € 1.412.830 WMO-zorg bedroeg (samen € 4.481.370), terwijl de daadwerkelijke totaalomzet jeugd- en Wmo-zorg van Talent over 2013 volgens de Gemeenten iets meer dan de helft bedroeg. Dat de daadwerkelijke totaalomzet jeugd- en Wmo-zorg van Talent over 2013 iets meer dan de helft bedroeg blijkt volgens de Gemeenten uit de uitgevoerde controle en de daarbij opnieuw ingevulde spreadsheets. Daarmee onderbouwen de Gemeenten deze stelling wederom enkel met de uitkomsten uit de latere controle (de “eenzijdige onderbouwing” waarnaar de rechtbank verwijst). Van de Gemeenten had in het kader van de stelplicht mogen worden verwacht dat zij hun stelling zouden hebben onderbouwd aan de hand van de jaarstukken en omzetcijfers van Talent uit 2013.
Talent heeft dit bovendien gemotiveerd betwist. Talent heeft erop gewezen dat uit de jaarstukken een totale zorgomzet blijkt van € 6.171.111,- en dat de categorieën Jeugd-omzet en Wmo-omzet nog helemaal niet bestonden in 2013. Indien de totale zorgomzet wordt terug gerubriceerd naar de categorieën Jeugd en Wmo met een korting van 20%, dan is die de omzet bij een gelijkblijvend aantal cliënten, enigszins lager zijn dan € 6.171.111, maar beslist niet slechts € 2.577.677, aldus Talent.
Dat de door Talent in 2014/2015 ingevulde omzet voor jeugd- en Wmo-zorg het dubbele bedroeg van de daadwerkelijke omzet, staat daarmee niet vast.
Voorts geldt ook voor deze stelling van de Gemeenten dat niet is toegelicht hoe die zich verhoudt tot de vorderingen met betrekking tot de arrangementen ‘beschermd wonen met verblijf’ en ‘ambulante groepshulp jeugd’.
3.5.11.
In de onderdelen 13, 18 en 69 van de memorie van grieven staat dat Talent in 2014 de spreadsheets ‘onjuist’ heeft ingevuld, althans informatie onjuist in de spreadsheets heeft verwerkt en dat Talent dat ook heeft erkend tijdens gesprekken. Voor zover de Gemeenten daarmee hebben willen opkomen tegen de door de rechtbank vastgestelde maatstaf dat sprake moet zijn van niet naar waarheid verstrekte gegevens, (zie hiervoor onder 3.5.1.), hebben zij dat onvoldoende kenbaar gedaan. Voornoemde onderdelen uit de memorie van grieven zijn, gezien de toelichting bij grief 2 in de onderdelen 11 en 12 van de memorie van grieven, gericht tegen de rechtsoverwegingen 4.15 tot en met 4.29 van het bestreden vonnis en daarmee niet tegen de in rechtsoverweging 4.14 opgenomen maatstaf. Bovendien ook indien wel zou worden afgeweken van voornoemde maatstaf, hebben de Gemeenten onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming door het onjuist invullen van de spreadsheets. In dat geval dient aan de hand van het Haviltex-criterium te worden beoordeeld wat partijen over en weer van elkaar mochten verwachten. Daarbij speelt een rol dat de transitie van de jeugdzorg en de Wmo-zorg een ingewikkelde operatie was, die onder grote tijdsdruk en op basis van wederzijds vertrouwen moest plaatsvinden. Partijen hadden samen de verantwoordelijkheid om nieuwe tarieven uit historische gegevens te halen en die vertaalslag te maken. “De” juiste gegevens in die zin dat de spreadsheets slecht op één mogelijke manier konden worden ingevuld, bestaan niet binnen deze context. En als er al maar één mogelijke manier was om de spreadsheets in te vullen, dan is onvoldoende toegelicht waaruit dat blijkt en hoe dat duidelijk had moeten zijn voor Talent. Talent was gehouden om de spreadsheets aan de hand van de invulinstructie en andere instructies van de Gemeenten naar beste kunnen in te vullen. Dat Talent dat niet heeft gedaan is onvoldoende onderbouwd en indien Talent daarbij een fout heeft gemaakt, betekent dat niet zonder meer dat sprake is van een tekortkoming. Voorts geldt ook dan dat een voldoende koppeling tussen het gesteld verkeerd invullen en de deelvorderingen van de Gemeenten ontbreekt.