Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-05-22
ECLI:NL:GHSHE:2025:1429
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
605 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 22 mei 2025
Zaaknummer : 200.354.642/01
Zaaknummer eerste aanleg : C/05/421947 / FA RK 23-2177
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. B.C. van Hees,
tegen
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. N. Kloth.
Deze zaak gaat over:
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.
Procesverloop
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 18 februari 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
Beoordeling
3.1.
Op grond van artikel 60, eerste lid, van de Wet op de rechtelijke organisatie oordelen de hoven in hoger beroep over de daarvoor vatbare beschikkingen van de rechtbanken in hun ressort. Nu het onderhavig hoger beroep van de man is gericht tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, is het hof ’s-Hertogenbosch onbevoegd daarvan kennis te nemen.
3.2.
Het hof zal zich derhalve onbevoegd verklaren en de zaak verwijzen in de stand waarin het geding zich thans bevindt naar het hof Arnhem-Leeuwarden als het bevoegde hof voor verdere afdoening, conform het bepaalde in artikel 362 jo. artikel 270, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Dictum
Het hof:
verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen;
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, A.J.F. Manders en G.M. Goes is op 22 mei 2025 uitgesproken in het openbaar door mr. G.M. Goes in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Smolders, griffier.