Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-03-13
ECLI:NL:GHSHE:2025:1332
Strafrecht
Hoger beroep
3,055 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-001758-24
Uitspraak : 13 maart 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 1 juli 2024, in de strafzaak met parketnummer
03-157581-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, afleveren, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep – al dan niet onder aanvulling en/of verbetering van de bewezenverklaring – zal bevestigen.
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouw een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 10 mei 2024 te Venlo opzettelijk een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een Georgisch rijbewijs met documentnummer [documentnummer] , heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was om gebruik van te maken als ware het echt en onvervalst.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 10 mei 2024 te Venlo opzettelijk een vals geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een Georgisch rijbewijs met documentnummer [documentnummer] , voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was om gebruik van te maken als ware het echt en onvervalst.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
I.
Feiten
II.
De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit. Daartoe heeft de raadsvrouw – samengevat, en op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – primair aangevoerd dat het Georgisch rijbewijs van de verdachte niet vals was. Voor het geval het hof anders mocht oordelen, heeft de raadsvrouw bepleit dat de verdachte geen opzet, evenmin in voorwaardelijke zin, heeft gehad op het gebruik van rijbewijs als bedoeld in artikel 225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, nu de verdachte het rijbewijs niet ter identificatie aan de verbalisant(en) heeft overhandigd. Tot slot heeft de raadsvrouw betoogd dat de verdachte niet wist dat het rijbewijs vals was, noch dat hij reden had om zulks te vermoeden.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Naar het oordeel van het hof vindt het primaire verweer van de raadsvrouw (reeds) zijn weerlegging in het tot het bewijs gebezigde proces-verbaal van bevindingen van de Koninklijke Marechaussee d.d. 13 mei 2024, opgesteld door [verbalisant] , opperwachtmeester der Koninklijke Marechaussee en documentdeskundige. Blijkens dit proces-verbaal heeft verbalisant [verbalisant] onderzoek gedaan naar de echtheid van het rijbewijs en aan de hand van vastgestelde afwijkende kenmerken vastgesteld dat het door de verdachte overhandigde Georgisch rijbewijs vals was. Het hof heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid van dit proces-verbaal van bevindingen. Mitsdien verwerpt het hof het primaire verweer van de raadsvrouw.
De vraag waarvoor het hof zich vervolgens gesteld ziet is of de verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat het rijbewijs vals is.
In weerwil van het andersluidende verweer van de raadsvrouw beantwoordt het hof deze vraag bevestigend. Daartoe overweegt het hof dat, gelet op het feit dat het een vals rijbewijs betrof, vaststaat dat het rijbewijs niet op rechtsgeldige wijze door de Georgische autoriteiten aan de verdachte is verstrekt. Immers, in redelijkheid kan in algemene zin niet met vrucht worden betoogd dat de Georgische autoriteiten valse documenten plegen af te geven, nog daargelaten dat zulks op grond van het onderzoek ter terechtzitting op geen enkele wijze aannemelijk is geworden. De andersluidende verklaring van de verdachte op dit punt wordt derhalve niet geloofd en het hof stelt deze mitsdien terzijde. Gelet op het geheel aan feiten en omstandigheden (waaronder de verdachte – naar eigen zeggen – het rijbewijs heeft gekregen), zoals het (zeer) bescheiden geldbedrag dat hij voor het rijbewijs heeft betaald, alsmede de omstandigheid dat de verdachte voor het rijbewijs in Georgië geen lessen heeft hoeven volgen, is het hof van oordeel dat de verdachte wist dan wel – minst genomen – de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij een vals rijbewijs voorhanden had. Hetgeen overigens bij pleidooi ten verwere naar voren is gebracht, brengt het hof niet tot een ander oordeel.
Aldus verwerpt het hof de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in al hun onderdelen.
Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde, zulks op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
De raadsvrouw heeft – onder verwijzing naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder diens kwetsbare gezondheid en diens blanco strafblad – bepleit dat het hof tot een lagere strafoplegging zal komen dan de politierechter.
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift, door een vals Georgisch rijbewijs voorhanden te hebben. Valse rijbewijzen verhinderen een effectieve controle op de rijvaardigheid en verkeersveiligheid, waarbij men voorts, bij gebruik van een dergelijk vals document, in het verkeer niet is verzekerd, met alle gevolgen van dien voor andere weggebruikers. Ook wordt het vertrouwen dat in van overheidswege verstrekte rijbewijzen moet kunnen worden gesteld, aangetast door het voorhanden hebben (en/of gebruik) van dergelijke falsificaties. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 16 januari 2025 betreffende het justitiële verleden van de verdachte, waaruit volgt dat hij niet eerder hier te lande onherroepelijk voor strafbare feiten is veroordeeld.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij een uitkering heeft. De raadsvrouw heeft voorts gewezen op verdachtes kwetsbare gezondheidstoestand, zonder daar een nadere onderbouwing of specificatie van te geven.
Naar het oordeel van het hof kan, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, niet worden volstaan met de oplegging van een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden passend en geboden. In hetgeen de raadsvrouw bij pleidooi naar voren heeft gebracht bij wijze van straftoemetingsverweer ziet het hof, met name afgezet tegen de ernst van het bewezenverklaarde, geen grond om tot een andere strafoplegging te komen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
Aldus gewezen door:
mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,
mr. J.T.F.M. van Krieken en mr. A.C. van der Schans, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.S. Vos, griffier,
en op 13 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. van der Schans voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.