Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-04-09
ECLI:NL:GHSHE:2025:1301
Strafrecht
Hoger beroep
1,471 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-001470-24
Uitspraak : 9 april 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 29 mei 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-107406-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De politierechter heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake van ‘diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak’ (primair) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 90 dagen, subsidiair 45 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren.
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouw een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling van de bewijsmiddelen en met aanvulling van de hieronder staande bewijsoverweging.
In hetgeen door de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht met betrekking tot het gestelde tijdverschil tussen de GPS route en het moment van het aantreffen van het voertuig, ziet het hof, wat daar ook verder van zij (gelet op de mogelijkheid van tijdsverschil tussen de op beelden getoonde en de daadwerkelijk tijden), geen aanleiding om niet langer uit te kunnen gaan van de bevinding dat op het contactslot van de gestolen auto DNA van de verdachte is aangetroffen. Evenmin ziet het hof hierin een omstandigheid dat de waarneming van de beelden betreffende de straat waar en op het moment dat het gestolen voertuig aldaar is neergezet niet juist zou zijn. Op deze camerabeelden is gelet op het politiedossier te zien dat er op woensdag 31 januari 2024 om (blijkens de beelden) 02.11 uur een blauw voertuig de straat inrijdt, gevolgd door de betreffende Mercedes Benz Viano. Dit blauwe voertuig wordt herkend als een Citroën C1. Uit het dossier komt naar voren dat de verdachte op dat moment over een blauwe Citroën C1 beschikte. Het contactslot en het daaronder liggende paneel waarop het DNA van de verdachte is aangetroffen gelden niet als onafhankelijk van de auto verplaatsbare voorwerpen. Dat is bijvoorbeeld anders bij kentekenplaten waar de raadsvrouw over sprak. Het bewijs dat de verdachte betrokken is bij de diefstal van deze Mercedes Viano volgt evenwel niet uit (enkel) het DNA op de kentekenplaten, maar vooraleer op basis van het feit dat het DNA van de verdachte op het contactslot en het daaronder liggende paneel is aangetroffen, in combinatie met het gegeven dat midden in de nacht, derhalve bij weinig tot geen verkeer, een blauwe Citroen C1 direct voor de gestolen Mercedes uit rijdt en de verdachte over een auto beschikte van hetzelfde merk en dezelfde kleur.
Hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep met betrekking tot de strafoplegging naar voren is gebracht, geeft het hof geen aanleiding tot een andere strafoplegging dan de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf. Het hof acht de door de politierechter aan de verdachte opgelegde straf passend en geboden.
Het hof zal de toepasselijke wettelijke voorschriften aanvullen met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof merkt op dat de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht geen aanleiding geeft voor een andere strafoplegging.
Aanvulling van de bewijsmiddelen
De politierechter heeft in het vonnis waarvan beroep volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, zonder de inhoud daarvan weer te geven. Het hof is echter gebonden aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359, lid 3, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering en zal daarom – indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld – de inhoud van de door de politierechter opgesomde bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring uitwerken in een aanvulling op dit verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. H.A.T.G. Koning, voorzitter,
mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven en mr. E.J.M. van Engelen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Benschop, griffier,
en op 9 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. H.A.T.G. Koning en mr. E.J.M. van Engelen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.