Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-04-25
ECLI:NL:GHSHE:2025:1232
Strafrecht
Hoger beroep
6,215 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000713-24
Uitspraak : 25 april 2025
VERSTEK (oip)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het Gerechtshof
‘s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 28 februari 2024 onder parketnummer 02-055914-24 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummers 02-183165-23 en 02-107030-23, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘diefstal’ (feit 1) en ‘diefstal door twee of meer verenigde personen’ (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de duur van het voorarrest. Voorts is de proeftijd, zoals bepaald bij het vonnis van de politierechter in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 juli 2023, gewezen onder parketnummer 02-107030-23, verlengd met één jaar en is de tenuitvoerlegging gelast van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij het vonnis van de meervoudige strafkamer in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 december 2023, gewezen onder parketnummer 02-183165-23, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden. Tot slot is bij vonnis waarvan beroep het tegen de verdachte verleende, geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 28 februari 2024 opgeheven.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep, dat immers slechts een aantekening mondeling vonnis betreft, zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, (conform de rechter in eerste aanleg) de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten zal bewezen verklaren en aan de verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de duur van het voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof (eveneens conform de rechter in eerste aanleg) de proeftijd, zoals bepaald bij het vonnis van de politierechter in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 juli 2023, gewezen onder parketnummer 02-107030-23, zal verlengen met één jaar en de tenuitvoerlegging zal gelasten van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij het vonnis van de meervoudige strafkamer in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 december 2023, gewezen onder parketnummer 02-183165-23, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
Vonnis waarvan beroep
Het bestreden vonnis zal worden vernietigd, omdat de rechter in eerste aanleg heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.zij op of omstreeks 16 februari 2024 te [plaatsnaam] een hoeveelheid levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.zij op of omstreeks 13 februari 2024 te [plaatsnaam] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.zij op 16 februari 2024 te [plaatsnaam] een hoeveelheid levensmiddelen, die aan [benadeelde] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.zij op 13 februari 2024 te [plaatsnaam] tezamen en in vereniging met een ander een hoeveelheid levensmiddelen, die aan [benadeelde] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2024040804, gesloten d.d. 18 februari 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 51). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 16 februari 2024, pagina’s 6 tot en met 8, voor zover inhoudende als de verklaring van [aangever] , die aangifte deed namens [benadeelde] :
Omschrijving aangifte
Feit: Diefstal uit winkel
Plaats delict: [adres 2] ( [benadeelde] )
Pleegdatum/tijd: Op 16 februari 2024 om 18:15 uur
“Ik doe aangifte van diefstal. Aan niemand is het recht of toestemming gegeven voor het plegen van dit feit.
Bij het uitvoeren van een zelfscancontrole bleek dat niet alle goederen waren gescand door de verdachte(n). Mevrouw heeft voor de tweede keer deze week enorme bedragen aan goederen weggenomen door deze niet te scannen. Mevrouw heeft vandaag 1 blikje John West (vis) afgerekend, is vertrokken door het uitgangspoortje waarop ze is aangesproken door mij en mijn collega’s op het feit dat ze voor 178,78 euro aan goederen niet heeft afgerekend vandaag. Mevrouw viel op omdat ze afgelopen maandag 12-02-2024 (gelet op de rectificatie in het dossier, zoals hierna in de bewijsmiddelen is opgenomen, leest het hof: 13-02-2024) ook ditzelfde heeft voor laten komen. Afgelopen maandag heeft ze voor 227,48 euro aan goederen weggenomen. Mevrouw heeft net zoals afgelopen maandag de producten op haar handscanner gescand en heeft vervolgens bij de kassa 1 product handmatig gescand en afgerekend. De scanner waarop alle overige boodschappen nog stonden heeft ze weggezet, en ze loopt dus met 1 afgerekend artikel de winkelpoortjes uit.”
2.
Dictum
Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde medeplegen acht het hof in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Op 16 februari 2024 is namens de [benadeelde] , gevestigd aan de [adres 2] , aangifte gedaan van twee winkeldiefstallen, gepleegd op 13 en 16 februari 2024 door dezelfde persoon. Bij een controle door een winkelmedewerker op 16 februari 2024 bleek dat deze persoon, die met een boodschappenkar vol met boodschappen het poortje bij de zelfscankassa’s verliet, van die boodschappen slechts één product had afgerekend. Daarop is deze persoon, die later bleek te zijn: de verdachte, op verdenking van diefstal op heterdaad aangehouden. In de aangifte is opgenomen dat de winkeldiefstal, gepleegd op 13 februari 2024, op eenzelfde wijze had plaatsgevonden.
Op de camerabeelden van 13 februari 2024, die door de [benadeelde] aan de politie ter beschikking zijn gesteld, is te zien – zo heeft verbalisant [verbalisant 4] geverbaliseerd – dat de verdachte omstreeks 17:10 uur uit een op de parkeerplaats bij de [benadeelde] te [plaatsnaam] geparkeerde auto stapt, een boodschappenkar pakt en daarmee in de richting van de winkel loopt. Enige tijd later stapt uit dezelfde auto een man die ook in de richting van de winkel loopt. Deze man rekent in de winkel bij de zelfscankassa’s een product af, krijgt daarvan een bonnetje en loopt vervolgens, zonder dit bonnetje bij het poortje na de zelfscankassa’s aan te bieden, achter een andere persoon door het poortje de winkel uit. De man loopt met het product terug naar de auto, legt het product in de auto en loopt terug naar de winkel en gaat de winkel weer in.
Op de beelden is verder te zien dat de hiervoor genoemde man in de winkel linea recta naar de verdachte loopt en dat de verdachte en de man zich omstreeks 17:27:04 uur in de [benadeelde] in elkaars aanwezigheid bevinden, waarna de man via de reguliere kassa’s, zonder iets aan te bieden, de winkel verlaat en de verdachte in de richting van de zelfscankassa’s loopt. Omstreeks 17:27:48 uur staat de verdachte met een volle boodschappenkar bij de zelfscankassa’s, alwaar zij enkele handelingen verricht met de zelfscanner en haar mobiele telefoon alsof zij tot betaling overgaat terwijl dat feitelijk niet zo is en vervolgens de zelfscanner terug in de lader stopt, waarna zij zonder te betalen met de volle boodschappenkar richting de uitgang van de winkel loopt.
Uit de aangifte volgt dat de verdachte op 13 februari 2024 voor € 227,48 aan goederen heeft weggenomen uit de [benadeelde] , waarbij zij eveneens met slechts één afgerekend product de winkel is uitgelopen.
Het hof leidt uit alle voorgaande feiten en omstandigheden, in onderling verband bezien, af dat de eerdergenoemde man de bon van het ene door hem betaalde product in de winkel aan de verdachte heeft gegeven, zodat zij met behulp van die bon zonder te betalen met de volle boodschappenkar het poortje van de uitgang kon openen. Hieruit volgt een nauwe en bewuste samenwerking tussen de man en de verdachte bij de diefstal van de goederen.
Op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de diefstal op 13 februari 2024 tezamen en in vereniging met een ander heeft gepleegd.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof aan de verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de duur van het voorarrest.
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal uit de [benadeelde] van een grote hoeveelheid levensmiddelen ter waarde van € 227,48 alsmede van diefstal in vereniging uit de [benadeelde] van een grote hoeveelheid levensmiddelen ter waarde van € 178,78. Winkeldiefstal is een zeer vervelend feit dat zorgt voor ergernis, overlast en materiële schade bij de benadeelde en overige betrokkenen. De verdachte heeft zich daarvan niets aangetrokken en puur gehandeld uit persoonlijk financieel gewin. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat zij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 13 februari 2025, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte eerder, ook in de vijf jaren voorafgaand aan de tenlastegelegde feiten, onherroepelijk is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten. Daar komt bij dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijden van twee eerdere (deels) voorwaardelijke veroordelingen.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de waarde van de door de verdachte gestolen goederen en vanwege het recidiverende karakter van de verdachte, met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Alles afwegende, acht het hof, conform de rechter in eerste aanleg, oplegging aan de verdachte van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de duur van het voorarrest passend en geboden.
Vorderingen tot tenuitvoerlegging
Bij het vonnis van de politierechter in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 juli 2023, gewezen onder parketnummer 02-107030-23, is aan de verdachte onder meer opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is aangevangen op 8 augustus 2023.
Bij vordering van 18 februari 2024 heeft de officier van justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant gevorderd dat de politierechter de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke gevangenisstraf zal bevelen.
Voorts is bij het vonnis van de meervoudige strafkamer in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 december 2023, gewezen onder parketnummer 02-183165-23, aan de verdachte opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij het vonnis van de meervoudige strafkamer in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 december 2023 onder parketnummer 02-183165-23, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 juli 2023 onder parketnummer 02-107030-23 met een termijn van 1 (één) jaar.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mrs. M.M. Koevoets en C.N.M. Antens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. Koop, griffier,
en op 25 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. N. Koop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
Een schriftelijk bescheid, te weten een foto van twee kassabonnen van [benadeelde] , pagina 9, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
Bon 1
[adres 2]
13-02-2024
BEDRAG IN €
(onder andere:)
STOKBRD W FILET AMER
BIEFSTUK 3ST
[benadeelde] SHOARMA 900GVP
ARIEL PODS ORIG 28CT
DREFT PLAT LEMON 25
COCA COLA CHERRY 4PK
GARNALEN KNOFLOOK
Totaal: 227,48
Bon 2
[adres 2]
16-02-2024
BEDRAG IN €
(onder andere:)
STOKBRD W FILET AMER
YAKITORI ONION
BIEFSTUK 3 ST
ENTRECOTE
[benadeelde] KIPBUCKET HOT
COCA COLA REG 12X330
UNOX KNAKS 400G
Totaal: 178,78
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 februari 2024, pagina’s 10 tot en met 12, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Op 16 februari 2024, omstreeks 18.18 uur, kregen wij een melding van het operationeel centrum. De opdracht was om te gaan naar de [benadeelde] [adres 2] in [plaatsnaam] . Hier zou een agressieve winkeldief aanwezig zijn. Het zou gaan om een vrouw met een zwarte jas, bruin haar.
Op 16 februari 2024, omstreeks 18.23 uur, kwamen wij ter plaatse. Ik zag een vrouw samen met een man op een bankje zitten in de [benadeelde] . Ik hoorde dat verbalisant [verbalisant 3] tegen de vrouw zei ik: ken jou jij bent [verdachte] toch. De identiteit van [verdachte] werd via de politiesystemen geverifieerd. Het bleek te gaan om [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] .
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , liep mee met de manager naar de gang. Ik hoorde dat de manager tegen mij zei dat [verdachte] een volle winkelkar had gescand en vervolgens één product had afgerekend. Ik hoorde dat de manager zei dat [verdachte] dit op maandag 12 februari 2024 (gelet op de rectificatie in het dossier, zoals hierna in de bewijsmiddelen is opgenomen, leest het hof telkens: 13 februari 2024) ook had gedaan.
4. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 16 februari 2025, pagina’s 21 en 22, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Op 16 februari 2024 werd door ons op de locatie [adres 2] ( [benadeelde] ) aangehouden als verdachte:
Voornamen: [verdachte]
Achternaam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedag] 2001
Geslacht: Vrouw
Grond aanhouding
Op heterdaad als verdachte van overtreding van artikel 310 Wetboek van Strafrecht: Diefstal.
5. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 februari 2024, pagina’s 16 en 17, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
Op zaterdag 18 februari 2024 had ik de filiaalmanager van de [benadeelde] aan de telefoon. Ik hoorde [aangever] , filiaalmanager, zeggen dat hij een fout had gemaakt in de aangifte. Ik hoorde hem zeggen dat hij in de aangifte had gezet dat dit maandag 12 februari een eerdere diefstal was gepleegd. Op het bonnetje en de beveiligingsbeelden stond dat dit 13 februari 2024 was. [aangever] gaf inderdaad aan dat dit dinsdag was geweest dat de eerdere winkeldiefstal door dezelfde persoon gepleegd was.
6. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 februari 2024, pagina’s 13 tot en met 15, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
Naar aanleiding van een winkeldiefstal bij de [benadeelde] [adres 2] op 16 februari 2024 zijn er enkele beveiligingsbeelden beschikbaar gesteld.
Het beeld, bestandsnaam 20240216_190940. Ik zie dat de tijd begint op 18.15.30 uur. Ik zie dat het beeld gericht is op de afrekenportalen van de zelfscankassa’s. Ik zie dat er een vrouw met winkelkar richting de uitgangspoort loopt. Ik zie dat de vrouw een bonnetje aanbiedt bij het poortje waardoor de poort open gaat. Ik zie dat de vrouw de poort voorbij loopt.
Ik kan de vrouw als volgt beschrijven:
- vrouw
- donker haar
- zwarte jas
Het volgende beeld heeft de bestandsnaam 20240216_190800. Ik zie links boven in beeld de datum 16-02-2024 staan, en begint bij 18.14.45 uur. Ik zie dat het beeld gericht is op een zelfscankassa. Ik zie dat er een vrouw staat met donker haar en zwarte jas. Het beeld wordt vanaf de bovenzijde gefilmd en heeft zicht op het beeldscherm van de kassa. Ik zie dat de vrouw een kar naast zich heeft staan met verschillende producten erin. Ik zie dat de vrouw de scanner niet bij de kassa aanbied om te betalen, maar deze terug zet in de houder voor de gebruikte scanners. Vervolgens pakt ze een product om deze te scannen en af te rekenen. Ik zie dat de vrouw hierna uit beeld loopt.
7. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 februari 2024, pagina’s 18 tot en met 20, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
Naar aanleiding van een winkeldiefstal op 16 februari (het hof begrijpt: 2024) zijn er camerabeelden ter beschikking gesteld. In de aangifte is naar voren gekomen dat op 13 februari 2024 door dezelfde personen ook een winkeldiefstal gepleegd is. Hier zijn ook beelden beschikbaar van gesteld welke in dit proces verbaal beschreven worden.
VID-20240217-WA0004.mp4
Ik zie dat het beeld gedateerd is op 13-02-2024 en om 17.07.34 uur begint. Ik zie dat het beeld gericht is op de parkeerplaats van de [benadeelde] . Ik zie dat de auto achteruit ingeparkeerd wordt. Ik zie op 17.10.41 een persoon uit de auto stappen, een winkelkar pakken en weer uit beeld loopt in richting van de ingang van de [benadeelde] . Ik zie dat het een vrouw is, spijkerbroek aan, donkere jas, donker haar.
VID-20240217-WA0003.mp4
Ik zie dat het beeld gericht is op de parkeerplaats bij de [benadeelde] . Ik zie dat er links in het beeld een auto achteruit geparkeerd staat. Ik zie aan de passagierszijde iemand uit de auto stappen, uit dezelfde auto waar op beeld WA0004 de vrouw uit is gestapt. Ik zie dat deze persoon een donkere broek aan heeft, een donkere jas en een pet op. Ik zie dat de persoon onder de jas een jack/trui/shirt aan heeft met aan de bovenzijde een blauwe strook. Ik zie dat de persoon in richting van de ingang van de [benadeelde] loopt. Aan het eind van het beeld zie ik dat deze gedateerd is op 13/02/2024 17.21.24 uur.
VID-20240217-WA0005.mp4
Ik zie dat het beeld gedateerd is op 13-02-2024 en om 17.25.25 uur begint. Ik zie dat er een man een product bij de zelfscanners scant en deze vervolgens afrekent. Ik zie dat de man een zwarte jas aan heeft, een zwarte/donkere broek, donkere schoenen, een wit/zwart/grijze pet met camouflage-print op heeft en onder zijn jas een trui/vest draagt welke donker van kleur is met een blauwe horizontale strook ter hoogte van zijn borst. Ik zie dat de man richting het poortje loopt. Ik zie dat de man, zonder het bonnetje voor het poortje te houden, achter een ander persoon het poortje uit loopt in richting van de uitgang.
VID-20240217-WA0006.mp4
Ik zie dat het beeld gedateerd is op 13-02-2024 en om 17.26.14 uur begint. Ik zie dat de man die eerder uit de auto is gestapt en bij de zelfscan betaald heeft, terug naar de auto loopt. Ik zie dat de man het product in de auto legt, weer terug wil lopen maar hiervoor eerst zijn pet af doet en deze ook in de auto legt. Vervolgens loopt de man weer terug naar de [benadeelde] .
VID-20240217-WA0007.mp4
Ik zie dat het beeld gedateerd is op 13-02-2024 en om 17.26.40 uur begint. Ik zie op het beeld, links bovenin de ingang van de [benadeelde] .