Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-03-19
ECLI:NL:GHSHE:2025:1031
Strafrecht
Hoger beroep
3,630 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-002062-23
Uitspraak : 19 maart 2025
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 18 juli 2023, in de strafzaak met parketnummer
03-006881-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1998,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
De politierechter heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake van ‘diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd’ (feit 1) en ‘medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd’ (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Voorts heeft de politierechter de inbeslaggenomen goederen, te weten een horloge en een GSM, verbeurdverklaard.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling van de gronden waarop dit berust en met uitzondering van de opgelegde hoofdstraf. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd. Bijgevolg komt de strafoverweging te vervallen en zal deze worden vervangen op de wijze als hierna vermeld.
Aanvulling van de bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen
Bewijsmiddelen
Het hof zal de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen aanvullen met de navolgende bewijsmiddelen:
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2023, dossierpagina’s 1-2, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
Op 5 januari 2023, omstreeks 17.10 uur, kregen wij de melding dat er bij de winkel [bedrijf] op [adres 2] drie jongens zouden betalen met gestolen betaalkaarten.
Op 5 januari 2023, omstreeks 17.35 uur, kwamen wij, verbalisanten, ter plaatse bij de winkel [bedrijf] . Ter plaatse zagen wij drie Frans sprekende, getinte jongens staan aan de balie staan. Ze zouden met meerdere telefoons en smartwatches, meerdere bedragen hebben betaald bij [bedrijf] . Wij zagen dat er bij de toonbank van de winkel 4 draagtassen van
[bedrijf] stonden met daarin kleding, welke afkomstig was van [bedrijf] . Wij hoorde het winkelpersoneel zeggen dat deze spullen gekocht waren door de drie jongens. Van de medewerkers kregen wij meerdere bonnen met de volgende transacties:03/01/23 - 17:09 uur: 845,75 euro03/01/23 - 17:12 uur: 245,00 euro05/01/23 - 17:10 uur: 968,50 euro05/01/23 - 17:15 uur: 221,50 euro05/01/23 - 17:17 uur: 190,00 euro05/01/23 - 17:33 uur: 740,00 euro05/01/23 - 17:37 uur: 330,00 euroWij hoorden de medewerkers zeggen dat deze transacties zouden zijn gedaan door de drie jongens.Ik, verbalisant [verbalisant 2] , vorderde de identiteitskaarten van de verdachten. Ik hoorde twee jongens zeggen dat zij een foto van hun identiteitskaart op hun telefoon hadden staan. Zij gaven op te zijn:- [verdachte] , [geboortedag 1] 1998 te [geboorteplaats 1] . [verdachte] overhandigde ons een Frans rijbewijs.- [medeverdachte 1] , [geboortedag 2] 2005 te [geboorteplaats 2] . Wij, verbalisanten, hoorden dat [verdachte] spontaan in de Engelse taal verklaren dat hij voor de spullen betaald had met zijn smartwatch. Deze smartwatch werd door ons in beslag genomen.De derde jongen had geen identiteitskaart bij zich. Zijn identiteit werd later op het
politiebureau in Maastricht vastgesteld als zijnde: [medeverdachte 2] , [geboortedag 3] 1999. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , hoorde de medewerkers zeggen dat er camerabeelden waren en dat zij deze veilig stelde en ter beschikking stelde. Ik hoorde de medewerkers zeggen dat de drie mannen op 3 januari 2023 al in de winkel waren geweest. Ik hoorde de medewerker zeggen dat na het bezoek aan de winkel van de jongens, [bedrijf] werd gebeld door een benadeelde die aangaf dat er in de winkel betaald was met haar betaalkaart. Ik hoorde het personeel zeggen dat deze jongens de betalingen hadden gedaan waarvan de betaalkaart gegevens waren gestolen.In het arrestantencomplex in Maastricht werd er door collega [verbalisant 5] in de schoenen van verdachte [medeverdachte 1] een aantal pinbonnetjes aangetroffen. De pinbonnen waren afkomstig van de winkel [bedrijf] met de volgende transacties:05/01/23 - 17:13 uur: 200,00 euro05/01/23 - 17:15 uur: 21,50 euro05/01/23 - 17:15 uur: 221,50 euro05/01/23 - 17:31 uur: 200,00 euro05/01/23 - 17:31 uur: 200,00 euro05/01/23 - 17:32 uur: 200,00 euro05/01/23 - 17:32 uur: 140,00 euro
2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 6 januari 2023, dossierpagina’s 31-32, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige] :
Ik ben medewerker bij [bedrijf] , gelegen op [adres 2] . Op 5 januari 2023, omstreeks 17.37 uur, stond ik bij de kassa in de winkel. Ik zag dat er een man een T-shirt, een polo en sweatshirt kwam afrekenen. Volgens mij droeg de man die bij mij afrekende een witte bodywarmer. Verder had hij een capuchon op. Terwijl ik de man hielp bij het afrekenen van deze producten zag ik dat twee anderen mannen, die bij deze man hoorde, in de winkel nog naar andere producten aan het zoeken waren. Een van die mannen droeg een zwart petje en de ander had een snorretje. Deze mannen zochten producten uit en gaven deze aan de man met de witte bodywarmer. Dit gebeurde twee keer. Ik zag vervolgens dat de man met de witte bodywarmer de producten afrekende. Ik zag dat hij betaalde met zijn smartwatch. Ik zag dat hij op zijn smartwacht scrolde tussen verschillende betaalpassen.
3. Het proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Limburg, d.d. 9 januari 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Op de vraag of de beschuldigingen kloppen, kan ik u zeggen dat ik denk van wel. Zij hebben mij een horloge gegeven om die kleren mee te betalen. Ze hebben me gevraagd hun een dienst te bewijzen, omdat zij dat zelf niet konden. De spullen die ik kocht, zou ik daarna inderdaad weer afgeven. Ik wilde hen gewoon een dienst bewijzen.
Bewijsoverwegingen
Het hof neemt de bewijsoverweging en beslissing van de politierechter over en maakt deze tot de zijne. Het hof vult de bewijsoverweging van de politierechter aan met het navolgende.
Uit de beschrijving van de camerabeelden en de verklaring van getuige [getuige] blijkt het volgende.
Om 17:41:28 uur is medeverdachte [medeverdachte 1] te zien met een roodkleurig shirt en is te zien dat hij daarmee naar de verdachte loopt. Om 17:43:29 uur heeft medeverdachte [medeverdachte 2] een spijkerbroek vast en gaat naast de verdachte staan. Vervolgens betalen zowel de verdachte als medeverdachte [medeverdachte 1] . Om 19:41:03 uur is te zien dat de verdachte met een schoenendoos in zijn handen naar medeverdachte [medeverdachte 1] toeloopt. Vervolgens opent de verdachte de schoenendoos op de toonbank. De verdachte haalt een zwarte trui met daarop in witte letters Givenchy uit een doos en legt deze op de toonbank.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde hoofdstraf en doet in zoverre opnieuw recht:
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene, dus inclusief de beslissingen ten aanzien van het beslag.
Aldus gewezen door:
mr. H.A.T.G. Koning, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. Y. van Setten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Benschop, griffier,
en op 19 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. W.E.C.A. Valkenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
Om 19:41:23 uur houdt medeverdachte [medeverdachte 1] zijn horloge tegen de pinautomaat. Om 19:41:50 uur is te zien dat een medewerker een wit shirt met daarop in zwarte letters Burberry aan de verdachte geeft. Vervolgens is te zien dat de verdachte deze trui op de zwarte trui met daarop in witte letters Givenchy legt. Om 19:42:03 uur is te zien dat medeverdachte [medeverdachte 1] opnieuw zijn horloge tegen de pinautomaat aanhoudt. Dat doet hij nog circa zeven keer. De verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij een horloge heeft gekregen en dat hij is gevraagd om die kleding ermee te betalen. De kleding zou hij daarna weer afgeven. Hij wilde gewoon een dienst bewijzen.
Op basis van het voorgaande is het hof van oordeel dat er sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten, hetgeen naar het oordeel van het hof met zich meebrengt dat medeplegen bewezen geacht kan worden.
Met betrekking tot de rol van de verdachte overweegt het hof nog dat op de inbeslaggenomen telefoon van de verdachte de ‘chats’ afkomstig van CardConnect.pw worden aangetroffen, met daarin diverse e-mailadressen, met wachtwoorden en IP-adressen. Uit het dossier volgt dat op onrechtmatige wijze toegang werd verkregen tot de (digitale) bankpassen c.q. bankgegevens van de aangevers waardoor zij ten laste van de rekening van deze aangevers betalingen konden verrichten en dit ook, zonder toestemming, hebben gedaan. Ook dit is een omstandigheid waar het hof uit afleidt dat de verdachte en zijn medeverdachten, al dan niet in beeld, nauw hebben samengewerkt om de feiten 1 en 2 te (kunnen) plegen.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich op 5 januari 2023 schuldig heeft gemaakt aan diefstal, meermalen gepleegd, bij de winkel [bedrijf] in Maastricht, door middel van bankpassen c.q. bankgegevens die op onrechtmatige wijze waren verkregen en gebruikt. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van de benadeelde. Hij heeft enkel oog gehad voor het eigen financieel gewin, zonder zich iets gelegen te laten liggen aan de gevolgen van zijn handelen voor de benadeelde. Dergelijk handelen veroorzaakt niet alleen materiële schade, maar zorgt eveneens voor overlast en ergernis. Voorts is bewezenverklaard dat de verdachte zich op 5 januari 2023 schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van kleding en hoeveelheden geld. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 18 december 2024, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten. Voorts heeft het hof acht geslagen op een ECRIS uittreksel uit Frankrijk d.d. 5 juli 2024, waaruit volgt dat de verdachte in Frankrijk reeds eerder is veroordeeld wegens een soortgelijke feit, te weten diefstal.
In het bijzonder gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, in onderlinge samenhang beschouwd en in verband met een juiste normhandhaving, is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd, omdat die onvoldoende recht doet aan de aard en ernst van het bewezenverklaarde, alsmede omdat er sprake is van recidive.
Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden. Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften