Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-04-04
ECLI:NL:GHSHE:2025:1023
Strafrecht
Hoger beroep
4,234 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000355-24
Uitspraak : 4 april 2025
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen de aantekening mondeling vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 1 februari 2024, onder parketnummer 03-275609-23, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 96-293606-20, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,
thans uit anderen hoofde verblijvende in Justitieel Complex Zeist te Soesterberg.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van
- opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst (feit 1),
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, en ter zake van
- overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (feit 2),
veroordeeld tot een hechtenis voor de duur van 4 weken. Daarnaast heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke hechtenis voor de duur van 6 weken in de zaak met parketnummer 96-293606-20.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder feiten 1 en 2 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden (ten aanzien van feit 1) en een hechtenis voor de duur van 4 weken (ten aanzien van feit 2). Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf.
Door de verdediging is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 21 oktober 2023 te Beek, althans in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een vals Servisch rijbewijs (documentnummer [documentnummer] ) als ware het echt en onvervalst, door dit document te tonen aan een medewerker van de Koninklijke Marechaussee;
2.
hij op of omstreeks 21 oktober 2023 te Beek als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, A2, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak ten aanzien van feit 2
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Aan de verdachte is – kort weergegeven – onder feit 2 tenlastegelegd dat hij op 21 oktober 2023 te Beek in een auto heeft gereden zonder dat hij in het bezit was van een daartoe vereiste rijbewijs. Het hof zal de verdachte vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde feit, nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde feit “te Beek” heeft gepleegd. Uit het dossier leidt het hof af dat, hoewel de verdachte op 21 oktober 2023 als bestuurder in een auto zonder het daartoe vereiste rijbewijs richting Beek reed, de verbalisanten de verdachte ter hoogte van luchthaven Maastricht Aachen Airport op de A2 te Maastricht-airport hebben aangehouden. Het hof heeft in het dossier geen aanknopingspunten aangetroffen waaruit volgt dat de verdachte daadwerkelijk op 21 oktober 2023 in Beek heeft gereden, waardoor Beek als pleegplaats aangemerkt kan worden.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 21 oktober 2023 in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een vals Servisch rijbewijs (documentnummer [documentnummer] ) als ware het echt en onvervalst, door dit document te tonen aan een medewerker van de Koninklijke Marechaussee.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar de pagina’s van het dossier van de Koninklijke Marechaussee, Landelijk Tactisch Commando, Brigade Limburg-Zuid, dossiernummer PL27YL/23-004456, gesloten d.d. 23 oktober 2023 (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 36).
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 oktober 2023 (pg. 6 t/m 8), opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Op 21 oktober 2023 bevonden wij ons op de Rijksweg A2 te Maastricht-Airport. Op 21 oktober 2023 te 09:00 uur zagen wij een bestuurder van een personenauto, zijnde een Audi, type A5, en voorzien van het Bosnische kenteken [kenteken] , rijden op de Rijksweg A2, in de richting van Beek. Wij zijn achter genoemd voertuig aangereden teneinde de inzittenden te controleren conform artikel 50 van de Vreemdelingenwet 2000. Wij hebben de bestuurder van bovengenoemd voertuig een teken tot volgen gegeven. Wij zagen dat de bestuurder van bovengenoemd voertuig ons teken begreep en ons volgde naar de controleplaats, zijnde de Vliegveldweg ter hoogte van luchthaven Maastricht Aachen Airport.
Op 21 oktober 2023 heb ik, verbalisant [verbalisant 2] , de bestuurder van genoemd voertuig staande gehouden op grond van artikel 50 van de Vreemdelingenwet 2000, ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie. De bestuurder overhandigde mij een Nederlands paspoort.
Conclusie
Naar aanleiding van voorgaande kon dezerzijds worden vastgesteld dat de voornoemde onderzochte afbeeldingen een vals nationaal rijbewijs van Servië model 2011, voorzien van rijbewijsnummer [documentnummer] , tonen.
3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 21 oktober 2023 (pg. 15 t/m 18), voor zover inhoudende de verklaring van verdachte:
V: U bent vandaag aangehouden omdat u een fotoafbeelding toonde van een Servisch rijbewijs. Wij vermoeden dat dit rijbewijs vals is. Klopt het dat u vandaag (het hof begrijpt: 21 oktober 2023) middels uw mobiele telefoon een fotoafbeelding van dit rijbewijs heeft getoond aan onze collega's?
A: Ja, klopt.
V: Bent u de persoon afgebeeld op dit rijbewijs?
A: Ja, dat ben ik.
V: Zijn de personalia op dit rijbewijs uw personalia?
A: Ja, dat ben ik.
Bewijsoverwegingen
Feiten
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Door de raadsman van de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep aan het hof verzocht om te volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het reclasseringsadvies dat is opgemaakt ten behoeve van een andere strafzaak tegen de verdachte onder parketnummer 10-249433-24. De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte sinds augustus 2024 in voorlopige hechtenis zit voor die andere strafzaak, hij sindsdien openstaat voor hulpverlening en dat het nog onduidelijk is of de rechtbank in de andere strafzaak het tenlastegelegde zal bewezen verklaren en, zo ja, of de rechtbank bij bewezenverklaring een voorwaardelijke straf zal opleggen met de daarbij door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich op 21 oktober 2023 schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk gebruik maken van een vals Servisch rijbewijs. Hij heeft afbeeldingen van zijn valse rijbewijs, nadat hij ter controle door de Koninklijke Marechaussee was staande gehouden, desgevraagd aan de Koninklijke Marechaussee getoond. De verdachte heeft door het gebruik van een vals rijbewijs het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in de echtheid van dergelijke documenten ernstig beschaamd. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.
Het hof heeft allereerst acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS), waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Hoewel het LOVS geen oriëntatiepunt ter zake van het gebruiken van een vals rijbewijs kent, neemt het hof tot uitgangspunt het oriëntatiepunt ter zake van het bezit van een vals paspoort, namelijk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 6 januari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld ten aanzien van soortgelijke feiten. Uit voornoemd uittreksel blijkt voorts dat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Voorts heeft het hof kennisgenomen van het reclasseringsadvies d.d. 6 maart 2025 omtrent de persoon van de verdachte. Daarin is gerapporteerd dat de reclassering op alle leefgebieden problemen ziet en dat de verdachte sinds augustus 2024 in voorlopige hechtenis zit voor een andere strafzaak, waarbij de inhoudelijke zitting van die strafzaak nog niet heeft plaatsgevonden. Geadviseerd is om bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. De reclassering acht interventies of toezicht wel nodig, maar deze bijzondere voorwaarden zijn al in het reclasseringsadvies ten behoeve van de strafzaak met parketnummer 10-249433-24 geadviseerd. Indien het hof in de onderhavige zaak besluit om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden, dan wordt door de reclassering geadviseerd deze voorwaarden over te nemen.
Ten slotte heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Gelet op al het hiervoor overwogene, en met name rekening houdende met de hiervoor genoemde oriëntatiepunten, kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht, acht het hof van onvoldoende gewicht om deze in strafmatigende zin mee te wegen. Ook overigens zijn geen strafmatigende feiten of omstandigheden aannemelijk geworden. Om die reden ziet het hof geen enkele aanleiding om in de onderhavige zaak te volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf – en het daaraan koppelen van de in een andere strafzaak geadviseerde bijzondere voorwaarden – zoals door de verdediging is aangevoerd.
Evenzeer is niet aannemelijk geworden dat sprake is van feiten en omstandigheden die een strafverzwarend effect dienen te hebben. Al met al zal het hof daarom een straf opleggen conform het geldende oriëntatiepunt.
Alle omstandigheden afwegende is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, passend en geboden is.
Vordering tot tenuitvoerlegging
De officier van justitie in het arrondissement Limburg heeft op 22 december 2023 de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke hechtenis voor de duur van 6 weken, opgelegd bij vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda van 10 maart 2023 onder parketnummer 96-293606-20. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Uit het de verdachte betreffende uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 januari 2025, alsmede het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, is het hof gebleken dat de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant bij onherroepelijk vonnis van 10 april 2024, gewezen onder parketnummer 96-184310-23, de gehele tenuitvoerlegging heeft gelast van voormelde voorwaardelijke straf. Gelet hierop is het hof van oordeel dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 96-293606-20.
Aldus gewezen door:
mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,
mr. A.C. Bosch en mr. C.M.A. Ellens-Veenhof, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L. van Harskamp, griffier,
en op 4 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. C.M.A. Ellens-Veenhof is buiten staat dit arrest te ondertekenen.