Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-03-21
ECLI:NL:GHSHE:2024:946
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
1,323 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 21 maart 2024
Zaaknummers: 200.333.018/01 en 200.333.030/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/02/400360 FA RK 22-3556
in de zaak in hoger beroep van:
[de man]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in principaal hoger beroep,
verweerder in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. S. van Reeven-Özer te Rijen, gemeente Gilze en Rijen,
tegen
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in principaal hoger beroep,
verzoeker in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. G.H.M. van Laarhoven te Tilburg.
Procesverloop
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda van 4 juli 2023.
Procesverloop
2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 2 oktober 2023, heeft de man verzocht om de bestreden beschikking te vernietigen, en daarbij te beslissen als volgt:
I. het verzoek van de vrouw om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken niet-ontvankelijk te verklaren althans dit verzoek af te wijzen;
II. de verzoeken van de vrouw ter zake de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen af te wijzen onder toewijzing van het verzoek van de man met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap;
III. althans een zodanige beslissing te nemen die het hof in goede justitie oordelend redelijk en juist acht.
2.2.
Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 29 januari 2024, heeft de vrouw verzocht om de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep dan wel dit af te wijzen en opnieuw recht doend in hoger beroep de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te bevestigen (eventueel met verbetering van de gronden).
Tevens heeft de vrouw incidenteel hoger beroep ingesteld en verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen:
dat de man conform zijn eerdere toezegging ter zitting bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant de fiets van de vrouw alsook de beide fietsen van de kinderen [de grootste fiets van [betrokkene] ] aan de vrouw in goede staat dient te overhandigen binnen twee weken na datum afgifte van de beschikking in hoger beroep en onder verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag dat de man nalatig blijft met de afgifte van de fietsen. Kosten rechtens.
2.3.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
de brief van de advocaat van de vrouw, met bijlagen, d.d. 5 januari 2024;
de brief van de advocaat van de man d.d. 29 januari 2024;
de brief van de advocaat van de vrouw d.d. 15 februari 2024 waarin deze aan het hof mededeelt dat de man een akte van berusting heeft getekend, zodat kan worden overgegaan tot de inschrijving van de beschikking echtscheiding (in de registers van de burgerlijke stand) en de mondelinge behandeling niet hoeft door te gaan aangezien deze alleen zal gaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de man tegen de echtscheidingsbeslissing;
de brief van de advocaat van de man d.d. 15 februari 2024 waarin deze bevestigt dat de man de akte van berusting heeft getekend, de beschikking tot echtscheiding kan worden ingeschreven en de geplande mondelinge behandeling voor wat betreft de ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen de echtscheidingsbeslissing, niet hoeft door te gaan.
2.4.
Het hof heeft een mondelinge behandeling gepland op 16 februari 2024 en partijen medegedeeld dat tijdens deze zitting uitsluitend het hoger beroep tegen de uitgesproken echtscheiding zal worden behandeld. Deze mondelinge behandeling heeft, als gevolg van de brieven d.d. 15 februari 2024 van beide advocaten van partijen, geen doorgang gevonden.
Beoordeling
3.1.
Het hof maakt uit de hiervoor vermelde berichten op dat de man niet langer zijn grieven handhaaft voor zover zijn grieven zien op de door de rechtbank in de bestreden beschikking uitgesproken echtscheiding. Dit brengt mee dat de man niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn hoger beroep voor zover hij heeft verzocht om het verzoek van de vrouw om de echtscheiding uit te spreken, alsnog af te wijzen (punt I. van het petitum).
3.2.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
Dictum
Het hof:
op het principaal en incidenteel hoger beroep:
verklaart de man niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep voor zover dat verzoek ziet op de tussen partijen uitgesproken echtscheiding;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.J.F. Manders, C.M.J. Peters en H.J. Witkamp en is in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.