Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-03-12
ECLI:NL:GHSHE:2024:813
Civiel recht
Hoger beroep
1,005 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.332.557/01
arrest van 12 maart 2024
in de zaak van
Shoe-Life B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als Shoe-Life,
advocaat: mr. J.C. Choi te Tilburg (onttrokken),
tegen
Rieker Schuh AG,
gevestigd te [vestigingsplaats] (Zwitserland),
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Rieker,
advocaat: mr. A.J.M. Paanakker te Ede,
op het bij exploot van dagvaarding van 21 augustus 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 24 mei 2023, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg, gewezen tussen Shoe-Life als gedaagde en Rieker als eiseres.
Procesverloop
2.1.
Shoe-Life heeft bij voormeld exploot Rieker opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 13 augustus 2024, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld.
Rieker heeft bij anticipatie-exploot van 15 september 2023 de roldatum vervroegd naar 26 september 2023. Op die roldatum heeft mr. Choi zich namens Shoe-Life gesteld.
2.2.
Het hof heeft de onderhavige zaak vervolgens geselecteerd voor een mondelinge behandeling na aanbrengen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten. Shoe-Life heeft aangegeven een mondeling behandeling te wensen en Rieker heeft daar bezwaar tegen gemaakt. De rolraadsheer heeft dit bezwaar op de rol van 31 oktober 2023 verworpen.
2.3.
Het hof heeft echter geen mondelinge behandeling na aanbrengen kunnen plannen gezien de vele verhinderdata van partijen. Namens de rolraadsheer is dit aan partijen bericht bij emailbericht van 8 november 2023. Hierbij is tevens aangegeven dat de zaak naar de rol van 19 december 2023 wordt verwezen voor memorie van grieven.
2.4.
Op die rol heeft mr. Choi zich aan de zaak onttrokken, waarna de zaak op de voet van artikel 6.2 van het Landelijk procesreglement voor de hoven (LPH) is verwezen naar de rol van 16 januari 2024 voor het stellen van een nieuwe procesvertegenwoordiger, ambtshalve peremptoir. Op die rol heeft zich voor Shoe-Life geen nieuwe advocaat gesteld. Ingevolge artikel 6.4 van het LPH is daarmee het recht van Shoe-Life om van grieven te dienen vervallen.
2.5.
Rieker heeft vervolgens op de rol van 30 januari 2024 bij akte uitlating beraad verzocht arrest te wijzen met niet-ontvankelijkverklaring van Shoe-Life in hoger beroep, het eindvonnis te bekrachtigen en Shoe-Life te veroordelen in de proceskosten in beide instanties.
Beoordeling
Shoe-Life heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat zij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. Het hof komt door de niet-ontvankelijkverklaring dan niet toe aan een bekrachtiging van het eindvonnis dan wel een andere proceskostenveroordeling in eerste aanleg.
Shoe-Life zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.
4De uitspraak
Het hof:
verklaart Shoe-Life niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt Shoe-Life in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Rieker tot aan deze uitspraak begroot op € 783,- aan griffierecht en op € 607,- aan salaris advocaat (½ punt liquidatietarief II).
Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, E.H. Schulten en B.E.L.J.C. Verbunt en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 maart 2024.
griffier rolraadsheer