Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-02-13
ECLI:NL:GHSHE:2024:431
Civiel recht
Hoger beroep
1,445 tokens
=== VOLLEDIG ===
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.319.724/01
arrest van 13 februari 2024 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen 28 november 2023
in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen
[appellant] q.q. in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [X] B.V.,
wonende te [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. M. Woisch te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,
tegen
Sappi Biochemtech B.V.,
gevestigd te [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. M. Straus te Amsterdam,
Bij brief van 22 december 2023 heeft mr. Strauss aan de griffier van het hof bericht dat het hem voorkomt dat het arrest van 28 november 2023 een kennelijke fout bevat en hij verzoekt om verbetering van het dictum.
Het verzoek om verbetering betreft twee onderwerpen:
1) de ingangsdatum van de rente met betrekking tot de factuur van [X] d.d. 11 oktober 2017 voor het bedrag van € 22.880,-- en de factuur d.d. 1 april 2019 voor het bedrag van
€ 30.000,-.;
2) de toegewezen rente.
In de visie van mr. Strauss zijn de ingangsdata van de verschuldigde rente over beide facturen onjuist, en zou daarbij sprake moeten zijn van wettelijke rente en niet van wettelijke handelsrente.
Bij brief van 15 januari 2024 is mr. Woisch in de gelegenheid gesteld namens zijn cliënt zijn standpunt hierover aan het hof kenbaar te maken. Mr. Woisch heeft bij brief van 26 januari 2024 betwist dat sprake is van een kennelijke fout en daaraan toegevoegd dat het hier volgens hem niet gaat om kwesties die zich lenen voor de behandeling als een herstelverzoek op de voet van artikel 31 Rv.
Ad 1)
Het hof is van oordeel dat mr. Straus terecht heeft geconcludeerd dat op dit punt sprake is van een kennelijke fout.
Tussen partijen is uitvoerig gedebatteerd over de oplevering en of, en zo ja wanneer, daarvan sprake is geweest. Het verweer van Sappi betrof in het licht van dit debat tevens de opeisbaarheid van de vorderingen, en daarmee tevens de vraag naar de ingangsdata van de verschuldigde rente.
Daarbij is vooral van belang dat in rechtsoverwegingen 4.4.5 in verbinding met 4.4.6 en in rechtsoverweging 4.5.2. het hof uitdrukkelijk heeft geoordeeld dat de facturen van € 22.800,- en € 30.000,- respectievelijk op 15 maart 2019 en 1 april 2019 opeisbaar waren. Gelet daarop, ligt niet voor de hand dat uiteindelijk in rechtsoverweging 4.10.1 en het dictum van een eerdere ingangsdata wordt uitgegaan. In rechtsoverweging 4.10.1 is vervolgens abusievelijk overwogen dat Sappi geen verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde ingangsdata van respectievelijk 28 augustus 2017 respectievelijk 11 november 2017. Dit is naar het oordeel van het hof een voor derden voldoende kenbare fout c.q. verschrijving, die zich leent voor herstel.
Het arrest van 28 november 2023 zal worden verbeterd als hierna in het dictum vermeld.
Ad 2)
Naar het oordeel van het hof volgt uit de overwegingen van het arrest van 28 november 2023 in onderling verband beschouwd dat Sappi, al is zij niet aan te merken als contractspartij van [X] bij de litigieuze aannemingsovereenkomsten, de uiteindelijke opdrachtgever én de belanghebbende was bij het project. In verband hiermee hangt de rechtstreekse betalingsverplichting van Sappi tegenover [X] samen met de aannemingsovereenkomsten tussen [Y] en [X], die op hun beurt weer een uitvloeisel zijn van de uiteindelijke hoofdopdracht van Sappi aan [Y]. De betalingsverplichting van Sappi tegenover [X] is er daarmee één die naar het oordeel van het hof is aan te merken als een betalingsverplichting met een handelskarakter als bedoeld in artikel 6:119a BW.
Het verzoek tot verbetering wordt op dit punt afgewezen.
Het hof:
bepaalt dat in rov 4.10.1 van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 28 november de zin
“ Tegen de primair gevorderde ingangsdata van de wettelijke handelsrente over de hoofdsommen – vanaf 28 augustus 2017 respectievelijk 11 november 2017 – is door Sappi geen verweer gevoerd, zodat deze als gevorderd zullen worden toegewezen.”
zal worden doorgehaald en gewijzigd in
“De gevorderde wettelijke handelsrente zal worden toegewezen vanaf 15 maart 2019 respectievelijk 1 april 2019, de data van opeisbaarheid van de vorderingen.”
bepaalt dat in het dictum de derde alinea aldus dient te worden gelezen:
“veroordeelt Sappi om aan de curator te betalen
- het bedrag van € 22.800 exclusief btw, vermeerderd met de wettelijke handelsrente op de voet van artikel 6:119a BW vanaf
15 maart 2019
tot die van de volledige betaling,
- en het bedrag van € 30.000,00 exclusief btw, vermeerderd met de wettelijke handelsrente op de voet van artikel 6:119a BW vanaf
1 april 2019
tot die van de volledige betaling;”
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 13 februari 2024 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 28 november 2023.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.G. Fikkers, B.E.L.C J. Verbunt en M.H. Koster en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 13 februari 2024.
griffier rolraadsheer