Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-12-17
ECLI:NL:GHSHE:2024:4057
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Hoger beroep
13,983 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.333.163/01
arrest van 17 december 2024
in de zaak van
1 [appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
hierna aan te duiden als [appellanten] (mannelijk, enkelvoud),
advocaat: mr. M.R. Vink te Zwolle,
tegen
Starlight B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Starlight,
advocaat: mr. J.H.G.M. van Goch te Geffen,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 21 november 2023 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, onder zaaknummer C/01/371/597 / HA ZA 21-386 gewezen vonnis van 3 augustus 3022.
5Waar gaat deze zaak over?
[appellanten] heeft een aannemingsovereenkomst gesloten met Starlight. Onderdeel daarvan was het ontwerp en de installatie van een klimaatsysteem voor de woning. Volgens [appellanten] vertoont het uitgevoerde systeem gebreken. Het buizenstelsel heeft volgens hem niet de juiste afmetingen waardoor de woning niet voldoende of op juiste wijze kan worden geventileerd. Ook ervaart hij geluidsoverlast. Tot slot voldoen de door Starlight in de woning geplaatste roosters volgens hem niet aan de daaraan te stellen eisen. [appellanten] vordert schadevergoeding. Een onafhankelijke en onpartijdige gerechtelijke deskundige heeft de gebreken onderzocht. [appellanten] verwijst naar de conclusies van die deskundige. Starlight is het met die conclusies niet eens.
6Het verloop van de procedure
6.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 21 november 2023 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast, welke niet heeft plaatsgevonden omdat partijen daarvan hebben afgezien;
de memorie van grieven met producties met eiswijziging;
de memorie van antwoord met producties;
de bij H3-formulier van 2 oktober 2024 door [appellanten] toegezonden akte overlegging productie 4, die [appellanten] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
de mondelinge behandeling na antwoord van 14 oktober 2024, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd en Starlight productie 33 in het geding heeft gebracht.
6.2.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg
6.3.
Gelet op het voorgaande, wordt het bezwaar van Starlight tegen overlegging van productie 4 in hoger beroep van [appellanten] niet gehonoreerd.
De productie in geschil betreft het rapport van [yyy] Bouwadviseurs van 10 maart 2022 (hierna: rapport [yyy] ). Niet is komen vast te staan dat de overlegging daarvan in strijd is met de goede procesorde. Het rapport [yyy] behoort conform daarover gemaakte afspraken tussen partijen tot de stukken die ter beoordeling aan gerechtelijke deskundige [---] zijn overgelegd. [---] heeft daarvan kennis genomen en zijn bevindingen te dien aanzien zijn in het deskundigenrapport verwerkt. In dat kader heeft Starlight reeds kennis kunnen nemen van rapport [yyy] en is haar de mogelijkheid geboden daarop en op de bevindingen van [---] ten aanzien daarvan te reageren, hetgeen zij ook heeft gedaan. Het rapport is bovendien onweersproken reeds eerder door [appellanten] aan haar verstrekt. Overlegging daarvan als productie 4 in hoger beroep met inachtneming van een termijn van twaalf dagen is daarmee niet zodanig laat dat reactie daarop door Starlight niet in voldoende mate mogelijk was. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep is haar voorts nogmaals de gelegenheid geboden dat te doen, hetgeen zij ook heeft gedaan. De door haar op dit punt toegespitste spreeknotitie is voorgedragen en maakt onderdeel uit van het procesdossier.
Feiten
7.1.1.
In overweging 3.1. tot en met 3.15. heeft de rechter in eerste aanleg vastgesteld van welke feiten in dit geschil wordt uitgegaan. Deze feiten zijn niet betwist en vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt. Voorts staan nog enkele andere feiten, als enerzijds voldoende gemotiveerd gesteld en anderzijds niet (voldoende gemotiveerd) betwist, tussen partijen vast. Het hof zal hierna een overzicht geven van deze feiten voor zover relevant in hoger beroep.
a. [appellanten] heeft op 23 september 2016 een koop-/aannemingsovereenkomst (hierna: de overeenkomst) met Starlight gesloten voor de realisatie van een appartementsrecht (hierna: het appartement) in een voormalig schoolgebouw.
b. Starlight heeft zich op grond van de overeenkomst onder meer verplicht om voor [appellanten] een WTW-installatie aan te brengen, bestaande uit een WTW-unit met warmtepomp en WTW-ventilatiekanalen (hierna: het klimaatsysteem).
c. Op de overeenkomst zijn de Algemene voorwaarden transformatie voor de koop-/aannemingsovereenkomst transformatie voor appartementsrechten met toelichting van Woningborg (versie 1 januari 2016) van toepassing. Daarin staat onder meer dat de ondernemer (in dit geval Starlight) – kort gezegd – na de garantieperiode aansprakelijk is voor verborgen gebreken.
d. Verder maakt de informatiebrochure ‘Kom duurzaam wonen in [plaats] ’ onderdeel uit van de overeenkomst. In die brochure staat onder meer:
e. [appellanten] heeft het appartement op 25 november 2016 in eigendom verkregen.
f. Het appartement is op 5 februari 2018 opgeleverd door Starlight.
g. Vanaf april 2018 heeft [appellanten] verschillende keren bij Starlight geklaagd over gebreken aan het klimaatsysteem. Deze klachten hadden betrekking op geluidsklachten door het afzuigventiel in de keuken, geluidsklachten door de WTW-unit in de berging, klachten over de bediening van de WTW-unit, afwijkingen in de kamerthermostaat en tochtklachten aan de gevelzijde.
h. Ondanks herstelwerkzaamheden door Starlight heeft [appellanten] aanleiding gezien de firma WTB Instaltec (hierna: WTB) opdracht te geven onderzoek te doen naar het klimaatsysteem. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op 19 december 2018. WTB heeft haar bevindingen neergelegd in een schriftelijk rapport van 3 januari 2019.
i. Vanwege de (nog) bestaande klachten had [appellanten] zijn betalingsverplichtingen ten opzichte van Starlight gedeeltelijk opgeschort. Nadat Starlight naar aanleiding van het WTB-rapport herstelwerkzaamheden had uitgevoerd, hebben partijen afgesproken dat Starlight de onderzoekskosten van WTB op zich zou nemen en dat [appellanten] het bedrag zou vrijgeven dat in verband met zijn beroep op een opschortingsrecht op de kwaliteitsrekening van de notaris stond. Hierover schreef [appellanten] bij e-mail van 18 januari 2019 aan Starlight:
j. Bij brief van 1 april 2019 is namens [appellanten] onder meer het volgende aan Starlight geschreven:
Dit betreft onder meer een klacht over een update van het systeem die nog moet plaatsvinden en geluidsoverlast van de unit van de buren; dus deels andere klachten dan die voorheen waren geuit.
k. In opdracht van [appellanten] heeft de firma Air System de door Starlight geplaatste WTW-unit met warmtepomp in juni 2020 vervangen door een WTW-unit zonder warmtepomp.
l. Na het vervangen van de WTW-unit heeft [appellanten] opnieuw geklaagd bij Starlight over het functioneren van het klimaatsysteem. In reactie daarop heeft Starlight bij e-mail van 10 juli 2020 onder andere het volgende aan [appellanten] geschreven:
(…)
m. Op 30 oktober 2020 heeft de firma Air System in opdracht van [appellanten] een camera-inspectie van de ventilatiekanalen van het klimaatsysteem uitgevoerd en de resultaten vastgelegd in een schriftelijk rapport van 30 november 2020. Daarin schrijft Air System onder meer:
(…)
Air System geeft hierover het volgende advies:
n. Bij brief van 28 december 2020 heeft [appellanten] de bovengenoemde bevindingen van Air System met Starlight gedeeld en Starlight verzocht om binnen drie weken een plan van aanpak met tijdsplanning voor het vervangen van het buizenstelsel te presenteren om het klimaatsysteem aan de eisen van goed en deugdelijk werk te laten voldoen.
o. Starlight heeft bij e-mail van 18 januari 2021 aan [appellanten] laten weten dat zij aan dat verzoek geen gehoor zal geven, waarna [appellanten] deze procedure gestart is.
p. Op 8 maart 2022 is in opdracht van [appellanten] onderzoek naar het klimaatsysteem gedaan en een aantal tekortkomingen geconstateerd en neergelegd in rapport [yyy] (d.d. 10 maart 2022). Na weergave van de bevindingen en de daaraan verbonden conclusies vermeldt rapport [yyy] o.a.:
“(…)
b. Op welke wijze hersteld dient te worden?
Dit wordt gezien mijn conclusies en bevindingen een lastige en eigenlijk een onmogelijke puzzel. Ik ben van mening dat de WTW-unit hier onvoldoende rendement heeft en dat het complex er niet geschikt voor is. Je hebt hier te maken met een bestaande situatie waarbij allerlei constructieve elementen ‘in de weg zitten’. De plek van de unit in de berging onder de trap is technisch gezien ongeschikt. De leidingen hebben te veel rendementsverlies en het apparaat kan zo niet door een deskundige installateur vakkundig geïnstalleerd en gemonteerd worden, laat staan goed onderhouden en/of regelmatig gereinigd worden.
Ook de eerste plek, aan de woningscheidende wand, is gezien de open ruimte met de woonkamer en slaapkamers en de kwaliteit van de woningscheidende wand niet geschikt.
Na veel te hebben gekeken naar oplossingen en nagedacht over alle mogelijkheden zodat het systeem geïnstalleerd wordt conform het Technisch ABC van Woningborg, kom ik tot de slotconclusie dat een WTW-systeem voor deze woning technisch gezien eigenlijk niet mogelijk is/was.
Een WTW-systeem zal in deze situatie juist leiden tot hogere energiekosten.
(…)”
7.2.
Procesverloop
7.2.1.
In de onderhavige procedure vorderde [appellanten] in eerste aanleg om Starlight – zowel primair als subsidiair – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen tot betaling van een totaalbedrag van € 35.824,82, vermeerderd met rente en proceskosten. Aan deze vorderingen legt [appellanten] – kort gezegd – ten grondslag dat Starlight een klimaatsysteem heeft aangebracht waaraan verschillende gebreken kleven.
Hetgeen [appellanten] aan zijn verweer ten grondslag heeft gelegd, zal voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.
7.2.2.
Starlight heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.
7.2.3.
Bij akte van 30 maart 2022 heeft [appellanten] een akte tot wijziging van zijn eis ingediend. De voorgestane eiswijziging komt erop neer dat de oorspronkelijke vorderingen (zoals weergegeven in rov. 7.2.1.) komen te vervallen. In plaats daarvan heeft [appellanten] gevorderd te verklaren voor recht dat Starlight ten opzichte van hem tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenissen en om Starlight op grond daarvan te veroordelen om de schade te vergoeden die hij als gevolg daarvan geleden heeft en nog zal lijden, een en ander op te maken bij staat en te vermeerderen met de proceskosten. Hierbij baseert [appellanten] zich op het rapport [yyy] , dat hij aan de akte wijziging van eis heeft gehecht.
7.2.4.
Starlight heeft bezwaar gemaakt tegen de door [appellanten] voorgestane wijziging van eis.
7.2.5.
De rechtbank heeft bij het bestreden vonnis:
- de wijziging van eis ontoelaatbaar geacht wegens strijd met de eisen van een goede procesorde en het rapport [yyy] buiten beschouwing gelaten;
- de (oorspronkelijke) vorderingen van [appellanten] afgewezen;
- [appellanten] veroordeeld in de proceskosten en nakosten (vermeerderd met wettelijk rente en uitvoerbaar bij voorraad).
7.3.
Procesverloop
dagvaardingsprocedure
7.3.1.
[appellanten] heeft in hoger beroep één grief aangevoerd. [appellanten] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het toewijzen van zijn vorderingen. [appellant] c.s heeft zijn eis gewijzigd en vordert in hoger beroep:
- primair: vergoeding van de herstelkosten van € 20.177,96, en een vergoeding voor de gevolgschade van € 2.551,00;
- subsidiair: partiële ontbinding van de koopsom, in die zin dat de koopsom verminderd wordt met herstelkosten van € 20.177,96 en de gevolgschade van € 2.551,00;
- zowel primair als subsidiair: vergoeding van de gemaakte kosten van € 6.282,56, bestaande uit de herstelkosten van Air Systems ad € 762,30 en de onderzoekskosten van de in deze zaak benoemde gerechtelijke deskundige [---] (hierna: [---] ) ad € 5.520,26 en veroordeling van Starlight in de proceskosten van beide procedures.
7.3.2.
Starlight heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van [appellanten] Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis.
7.3.3.
Starlight heeft voor het overige gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer komt voor zover van belang in het navolgende aan de orde.
verzoekschriftprocedure
7.3.4.
[appellanten] heeft alvorens een memorie van grieven in te dienen bij verzoekschrift van 2 december 2022 het hof verzocht een voorlopig deskundigenbericht te bevelen en een deskundige te benoemen.
7.3.5.
Het hof heeft bij beschikking van 30 maart 2023 voornoemd verzoek toegewezen en [---] als gerechtelijke deskundige benoemd ter beantwoording van de volgende vragen:
Is de woning van [appellanten] in algemene zin geschikt om door middel van een wtw-installatie verwarmd, gekoeld en geventileerd te worden?
Constateert u gebreken in het door Starlight uitgevoerde werk, in die zin dat het klimaatsysteem voor wat betreft de daaraan te stellen ventilatie-eisen, voor wat betreft de vorm, de lengte, het materiaal, de bevestiging en het verloop van de luchtkanalen, dan wel anderszins, niet voldoet aan het Bouwbesluit 2012 en/of de overeenkomst en/of de eisen van goed en deugdelijk werk?
Indien u vraag 2 bevestigend beantwoordt: welke gebreken constateert u?
Staat het feit dat [appellanten] de oorspronkelijke wtw-unit met warmtepomp (BenClimate HPERV-300) heeft vervangen door een Itho WTW HRU 350 ECO geheel of gedeeltelijk aan beantwoording van vraag 2 en vraag 3 in de weg?
Indien u vraag 4 bevestigend beantwoordt: waarom is dat het geval?
Indien u gebreken in het klimaatsysteem constateert: is herstel daarvan mogelijk?
Indien u gebreken in het klimaatsysteem constateert: op welke wijze dient herstel volgens u plaats te vinden?
Indien u gebreken in het klimaatsysteem constateert die hersteld kunnen worden: wat zijn volgens u de kosten die met dit herstel zullen zijn gemoeid?
Heeft u voor het overige nog opmerkingen waarvan u het zinvol acht dat het hof daarvan kennis neemt?
Indien uw bevindingen afwijken van die in een of meer van de in deze procedure overgelegde rapporten, dienen die verschillen zo mogelijk van commentaar en/of een motivering te worden voorzien.
Indien u van oordeel bent dat een in die andere rapportage -(s) genoemd aspect niet van belang is, dient u dit gemotiveerd aan te geven, met vermelding welke gevolgen dit heeft voor de conclusie van die andere rapportage (-s).
U dient eventuele nadere informatie die u nodig heeft en die geen deel uitmaakt van de processtukken, bij de advocaten op te vragen. De advocaat die informatie verschaft dient een afschrift daarvan toe te zenden aan de advocaat van de wederpartij. U wordt verzocht de verkregen informatie als bijlage bij het deskundigenbericht te voegen.
7.3.6.
De deskundige heeft aan de hand van stukken van partijen, een locatiebezoek, en correspondentie naar aanleiding van het locatiebezoek een concept voorlopig deskundigenbericht opgesteld, waarna aan de advocaten van partijen gelegenheid is geboden op het concept te reageren. De reactie van de deskundige op de opmerkingen en verzoeken van partijen is verwerkt in het definitieve voorlopige deskundigenbericht van 8 september 2023.
7.3.7.
De deskundige constateert de volgende gebreken ten aanzien van de installatie van Starlight:
1. het kanalenverloop in de woning;
2. het toevoerrooster in de berging;
3. het toevoerrooster in de woonkamer; en
4. het niet inregelbare afzuigrooster in de badkamer.
7.3.8.
Voor zover van belang heeft de deskundige ten aanzien van voornoemde gebreken het volgende in zijn rapport opgenomen:
- 2. Constateert u gebreken in het door Starlight uitgevoerde werk, in die zin dat het
Klimaatsysteem voor wat betreft de daaraan te stellen ventilatie-eisen, voor wat
betreft de vorm, de lengte, het materiaal, de bevestiging en het verloop van de luchtkanalen,
dan wel anderszins, niet voldoet aan het Bouwbesluit 2012 en/of de overeenkomst en/of de
eisen van goed en deugdelijk werk?
(…)
Toelichting deskundige:
M.b.t het uitgevoerde werk van Starlight aan het klimaatsysteem het volgende:
Voor wat betreft de daaraan te stellen ventilatie-eisen:
De hoeveelheid ventilatie (toevoeren afzuig) die in de woning van [appellant] benodigd is
(zie rapportages productie 6 en productie 17 verzoekschrift) conform bouwbesluit 2012
bedraagt 215-220 m3/h. Voor de deskundige komt deze luchthoeveelheid correct over m.b.t.
de woning van [appellant] .
De ventilatie-unit BenClimate type HPERV-300 welke door Starlight was voorzien kan de
volgende luchthoeveelheden verzorgen 300/220/150 m3/h bij 130 Pa.
De unit van Starlight voldoet aan de benodigde luchthoeveelheid die nodig is volgens
bouwbesluit 2012 benodigd is in de woning van [appellant] m.b.t. ventilatie.
Voor wat betreft de vorm, de lengte, het materiaal, de bevestiging en het verloop van de
luchtkanalen:
(…)
M.b.t. de luchttoevoer- en luchtafvoer-kanalen in de woning:
Als uitgangspunt voor de ventilatie is door de deskundige aangehouden de installatietekening
(produktie 1 verweerschrift) van woning [nummer] [appellant] als volgt:
Tekening van Kiss Solutions BV m.b.t de ventilatie-installatie [nummer] (W2-61-VE-108) d.d. 25-01-2018.
Motivering
Toelichting deskundige (…)
1. Onderzoek WTB instaltec d.d. 3-4-2019
2. Onderzoek AIR (camera inspectie) d.d. 30-11-2020
3. Onderzoek [yyy] bouwadviseurs 10-5-2022
Ad 1. Onderzoek WTB instaltec d.d. 3-4-2019 (prod. 7 bij verzoekschrift)
(…)
Op pag. 3 van het rapport wordt vermeld dat de ventilatie luchthoeveelheden in de hoogste
ventilatiestand voldoen, echter dat er wel sprake is van enige onbalans (ca. 17% onderdruk).
Onderdruk wil zeggen dat er meer wordt afgezogen dan wordt toegevoerd, het rapport geeft
aan dat de oorzaak zal liggen bij het kanalenverloop en het niet kunnen inregelen van het
rooster in de badkamer. De deskundige heeft bij de beantwoording van de eerdere vragen deze gebreken ook vastgesteld en aangegeven hoe te herstellen en wat de kosten zijn.
De in de rapport aangegeven geluidsklachten zijn door de deskundige niet meer vaststellen
doordat het geluidsniveau gemeten is ten tijde van de aanwezige BenClimate type HPERV
300 welke unit inmiddels is verwijderd, waardoor controle van de gemeten geluidswaarden of
het opnieuw meten van het geluid met de BenClimate type HPERV 300 niet meer mogelijk
is.
Dit geldt ook voor de klacht m.b.t. de bediening van de BenClimate type HPERV 300, omdat
de unit inmiddels is verwijderd is vaststelling van de klacht of een voorstel voor herstel niet
meer mogelijk.
De in het rapport genoemde klachten m.b.t. afwijking kamerthermostaat en tochtklachten
gevelzijde, vallen buiten de scope van het onderzoek van de deskundige, daar zijn door de
Rechtbank en partijen geen vragen over gesteld.
Ad. 2 Onderzoek AIR (camera inspectie) d.d. 30-11-2020 (prod. 11 bij verzoekschrift)
Dit camera onderzoek door Air-system is uitgevoerd nadat de BenClimate type HPERV 300
uit de woning van [appellant] is verwijderd en de WTW-unit [xxxx] HRU Eco HR door Air-sytem op 25 juni 2020 is aangebracht. De rapportage is van 30 october 2020.
De opdracht m.b.t. het onderzoek betrof 'bovenmatige geluidsoverlast’ nadat het nieuwe
ventilatiesysteem, de WTW-unit [xxxx] HRU Eco HR, door Air Sytem op 25 juni
2020 is aangebracht.
Het zijn dus geluidsklachten die met het nieuwe ventilatiesysteem aangelegd door Air
System worden veroorzaakt.
(…)
De deskundige heeft hierbij de volgende kanttekeningen:
(…) Het is voor de deskundige daarom niet duidelijk waarom Air-System onderzoek heeft gedaan 'hoe het verloop van de kanalen is, welke niet voor het blote oog zichtbaar zijn’ terwijl deze gegevens al bekend waren in de ventilatietekening van Kiss solutions.
Daarbij heeft de deskundige tijdens zijn locatie onderzoek geen aanwijzingen gevonden dat
de tekening van de ventilatiekanalen (toevoer en retour) afwijkt van hetgeen wat op de
tekening van Kiss Solutions BV voor [nummer] (W2-61-VE-108) d.d. 25-01-2018 is
aangegeven. Dat geldt ook voor de op tekening aangegeven maatvoering van de kanalen.
De conclusies van Air System dat de geluid klachten worden veroorzaakt door ronde kanalen
die naar rechthoekig gaan, door de vele bochten en door verkeerde diameters wordt door de
deskundige onderschreven.
Ad 3. Onderzoek [yyy] bouwadviseurs 10-5-2022 (prod. 17 bij verzoekschrift)
Dit onderzoek door [yyy] is eveneens uitgevoerd nadat de BenClimate type HPERV
300 uit de woning van [appellant] is verwijderd en de WTW-unit [xxxx] HRU Eco HR door Air Sytem op 25 juni 2020 is aangebracht. De rapportage is van 10 mei 2022.
Opmerking hierbij;
Er zijn door [yyy] klachten onderzocht m.b.t. de nieuwe WTW unit welke door Air
System is aangebracht zoals de montage van de WTW-unit, de ruimte boven de WTW-unit
(te krap), de deskundige is hieraan voorbij gegaan daar de vragen van de Rechtbank
betrekking hebben op "gebreken in het door Starlight uitgevoerde werk” en de nieuwe
ventilatie-unit door Air System is aangebracht.(…)
Op basis van zijn constateringen, metingen en uitgevoerde herstelwerkzaamheden komt [yyy] tot de volgende conclusies waarbij de deskundige per punt een reactie zal geven:
De toevoer- en afvoerkanalen zijn te lang van lengte, waarschijnlijk ongeisoleerd en te klein van oppervlak en geleiding van lucht dat de capaciteit van de WTW-unit onvoldoende benut wordt;
Reactie deskundige: De maatvoering van de toevoer- en afvoer kanalen is bekend volgens de tekening van Kiss Solutions BV voor [nummer] (W2-61-VE-108) d.d. 25-01-2018 als volgt: rechthoekig kanaal toevoer en afvoer met afmeting 220 x 55 mm over een lengte van ca. 8 meter welke overgaat nabij de gevel in kanalen rond 160 mm. Ingestorte kanalen worden nooit geïsoleerd.
Note: In geval van inblazen met gekoelde lucht zou isolatie wel noodzakelijk zijn geweest, nu echter met de [xxxx] WTW-unit de ventilatie niet meer wordt voorzien van koeling van de inblaas ventilatielucht is dit punt niet meer aan de orde.
De onderlinge afstand tussen de invoer en afvoer van de buren is te klein waardoor vervuilde lucht kan worden aangezogen;
Reactie deskundige: Probleem is inmiddels hersteld en de afstand tussen de invoer en
afvoer van de buren is > 2 meter, overeenkomstig bouwbesluit, (zie vraag 2)
Door de te kleine diameter en de hoeken in de kanalen wordt de capaciteit van de unit niet gehaald en maakt het apparaat bij stand 3 veel geluid;
Reactie deskundige: Dit is een correcte constatering.
De kanalen en leidingen vanaf de WTW-unit de woning hebben te veel bochten;
Reactie deskundige: De deskundige komt hierbij tot de conclusie dat het niet 'teveel bocht betreft maar de verkeerde afmetingen van de kanalen.
Bij vraag 6,7 en 8 heeft de deskundige aangegeven het gebrek, de wijze van herstel en de kosten.
Het inblaasrooster in de woonkamer is niet geschikt voor een WTW-ventilatiesysteem;
Reactie deskundige: dit is een correcte opmerking, hier geldt dat dit type inblaasrooster ni is in te regelen en om die reden kan ook hier het benodigde ventilatiedebiet niet worden zeker gesteld bij de verschillende bedrijfsstanden van de WTW-unit, het afzuigrooster zal vervangen moeten worden door een inregelbaar afzuigrooster en uitgaande van een standaard instelbaar inducerend toevoerventiel geeft de ISSO Publicatie 61 aan dat er inblaasventiel de luchtinblaas hoeveelheid dient te worden beperkt tot 50 m3/h per ventiel, vandaar heeft de deskundige aangegeven bij vraag 6,7 en 8 herstel door een 3- tal nieuwe inblaasventielen te voorzien. (Minimale luchthoeveelheid conform bouwbesluit voor de woonkamer is 120 m3/h)
Het aantal inblaasroosters in de woonkamer is onvoldoende.
Conclusie
7.5.1.
De grief van [appellanten] slaagt. Het bestreden vonnis zal worden vernietigd. Starlight zal worden veroordeeld tot vergoeding van de door [appellanten] geleden schade als gevolg van de gebrekkige uitvoering van het werk alsmede in de kosten voor het deskundigenonderzoek van de gerechtelijke deskundige zoals bepaald in het dictum. Aan (nadere) bewijslevering komt het hof niet toe.
7.5.2.
Het hof zal Starlight als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van [appellanten] in beide instanties veroordelen.
De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van [appellanten] zullen worden vastgesteld op:
Explootkosten € 109,65
Griffierecht € 952,00
Salaris advocaat/gemachtigde € 1.442,00 (2,0 punten x tarief € 721,00)
Totaal € 2.503,65
De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [appellanten] zullen vastgesteld worden op:
verzoekschriftprocedure
Griffierechten € 343,00
Salaris advocaat € 3.642,00
(2 punt(en) x tarief II voor het verzoekschrift van [appellant] en de behandeling op zitting
en
½*2 punten x tarief II voor het verweerschrift van [appellant] als reactie op het voorwaardelijke verzoek van Starlight en de behandeling daarvan op zitting)
dagvaardingsprocedure
Explootkosten € 129,89
Salaris advocaat € 3.142,00 (2 punten x tarief III)
- Nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in
Dictum
Totaal (beide procedures en nakosten) € 7.434,89
7.5.3.
De in de dagvaarding in hoger beroep gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
8De uitspraak
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt Starlight tot betaling aan [appellanten] van een bedrag groot € 20.177,96 alsmede van een bedrag groot € 5.520,26;
veroordeelt Starlight in de proceskosten van de eerste aanleg € 2.503,65 en het hoger beroep € 7.434,89, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Starlight niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet Starlight € 92,- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;
veroordeelt Starlight in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
verklaart de veroordelingen in dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, Z.D. van Heesen-Laclé en J. van der Beek en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 december 2024.
griffier rolraadsheer
Procesverloop
Beide partijen hebben tijdens het lokatiebezoek aangegeven dat dit de juiste
tekening is (…)
Tijdens de rondgang is door de deskundige ter plekke in hoofdlijnen vastgesteld dat het
verloop van de ventilatie-kanalen overeenkomt met het verloop van de ventilatie-kanalen
volgens de tekening (…).
De kanalen op tekening zijn berekend en getoetst aan de ISSO Publicatie 61 Programma
van Eisen voor ventilatiesystemen in woningen, en naar blijkt voldoen de distributie kanalen
lucht toevoer en lucht afzuig van 220 x 55 mm qua afmetingen niet in de stand 2 van de
WTW-unit en ook niet in stand 3 aan deze standaard gehanteerde publicatie.
Volgens deze publicatie is in de hoofdkanalen de maximale toegestane luchtsnelheid 4 m/s.
Bij het functioneren van de unit in stand 2 van de unit (220 m3/h) is dit door de deskundige
berekend op 5 m/s, in de hoogste stand (bij 300m3/h) is de luchtsnelheid over dit kanalen¬
systeem 7 m/s. Een te hoge luchtsnelheid creëert veel drukverlies in het kanalensysteem
waardoor de unit onvoldoende luchtopbrengst heeft en genereert daarnaast een hoog
stromingsgeluid dat door het hele distributiesysteem en via de rooster hoorbaar zal zijn.
De deskundige is van oordeel a.h.v. de ventilatie tekening en de opname in hoofdlijnen van
de luchttoevoer- en luchtafvoer-kanalen in de woning van [appellant] dat de afmetingen
van de kanalen inclusief de overgangen van rond naar rechthoekig, de routing en lengte van
de kanalen gebreken vertonen in die zin dat hiermee de woning van [appellant] niet op een
correcte manier, volgens bouwbesluit (met de ventilatie-unit in stand 2 en 3), geventileerd
kan worden.
Opmerking hierbij m.b.t. de toegepaste roosters in de woning:
toevoerrooster in berging:
Tijdens de opname ter plekke is geconstateerd dat in de berging er een inblaasrooster is
geplaatst, bergingen worden normaliter alleen afgezogen.
toevoerrooster in woonkamer en slaapkamers:
De woonkamer en de beide slaapkamers (in de vide) staan in open verbinding met elkaar (…)
De woonkamer heeft een oppervlak van 37 m2 en de slaapkamers ieder 15 m2. De luchttoevoer voor de woonkamer is 120 m3/h en de beide slaapkamers in de vide ieder 50 m3/h, deze toevoer wordt verzorgt door drie toevoerroosters waarbij door WTB in hun rapportage van 3 januari 2019 (productie 7 verzoekschrift) gemeten is in de woonkamer een luchthoeveelheid van 121 m3/h en in de slaapkamers resp. 45 en 48 m3/h.
(…)
M.b.t. het rooster in de woonkamer ziet de deskundige wel een gebrek, dit type
inblaasrooster is niet in te regelen en om die reden kan hiermee niet het benodigde
ventilatiedebiet zeker worden gesteld bij de verschillende bedrijfsstanden van de WTW-unit,
het afzuigrooster zal vervangen moeten worden door een inregelbaar afzuigrooster en
uitgaande van een standaard instelbaar inducerend toevoerventiel dan geeft de ISSO
Publicatie 61 aan dat je per ventiel de lucht inblaas hoeveelheid dient te beperken tot 50
m3/h per ventiel. In de woonkamer dienen er dus 3 nieuwe inblaasventielen te worden
voorzien met ieder een luchthoeveelheid van 50 m3/h.
Afzuigrooster badkamer:
Het afzuigventiel in de badkamer is een vast rooster zonder mogelijkheden om het in te
regelen. Het afzuigventiel moet het ontwerpdebiet voor de ruimte, in dit geval de badkamer,
kunnen leveren. Het afzuigventiel moet daarom voldoende inregelbaar zijn, dit wil zeggen
traploos of minstens 3 tussenstanden tussen volledig open en volledig gesloten.
De deskundige ziet in het niet kunnen regelen van het afzuigrooster in de badkamer een
gebrek.
Antwoord deskundige op vraag 2:
Het kanalen verloop en de toegepaste kanaal diameters en -afmeting op de verstrekte
tekeningen is doorgerekend en getoetst aan de ISSO publicatie 61 Programma van Eisen
voor ventilatiesystemen in woningen.
Naar blijkt zijn de rond 160mm kanalen voor buitenlucht aanzuig en afblaas van voldoende
diameter voor het ventilatiedebiet van de WTW-unit in de hoogste stand, maar zijn de
hoofdkanalen van het distributiesysteem van onvoldoende maat om het ventilatiedebiet van
de unit in de standen 2 en 3 te kunnen leveren met als gevolg een hogere luchtsnelheid in de
kanalen dan de Publicatie als richtlijn aangeeft en daardoor niet voldoet aan het Bouwbesluit
2012 en/of de overeenkomst en/of de eisen van goed en deugdelijk werk.
Daarnaast constateert de deskundige ook dat het toevoerrooster in de berging, het
toevoerrooster in de woonkamer en het niet inregelbare afzuigrooster in de badkamer
gebreken zijn in het door Starlight uitgevoerde werk, in die zin dat de daaraan te stellen
ventilatie-eisen en de daarbij te stellen eisen aan de luchtkanalen en ventilatieroosters
betreffende hun vorm, de lengte, het materiaal, de bevestiging en het verloop van de
luchtkanalen niet voldoet aan het Bouwbesluit 2012 en/of de overeenkomst en/of de eisen
van goed en deugdelijk werk.
- 3. Indien u vraag 2 bevestigend beantwoordt: welke gebreken constateert u?
Toelichting deskundige:
Bij vraag 2 zijn door de deskundige de volgende gebreken vastgesteld:
1. Het kanalenverloop in de woning van [appellant] ;
2. Het toevoerrooster in de berging;
3. Het toevoerrooster in de woonkamer.
4. Het niet inregelbare afzuigrooster in de badkamer;
Ad 1.
De volume stromen moet in één van de standen van ventilatie-unit overeenkomen met de
nominale volumestromen conform bouwbesluit GIW/ISSO adviseert op de middenstand (hier
stand 2) te voldoen aan de capaciteit eis volgens het bouwbesluit.
Metingen (WTB Instaltec) geven aan dat de WTW-unit alleen in de hoogste stand een
voldoende grote volumestroom kan opbrengen om aan de bouwbesluiteis te voldoen.
Het gevolg daarvan is dat de WTW-unit in stand 3 meer geluid produceert dan in stand 2 met
overlast tot gevolg, niet alleen in de opstellingsruimte maar ook in het kanalen distributie¬
systeem.
WTB Instaltec geeft aan dat de installatie is ingeregeld op 256 m3/h inblaas en 300 m3/h
afzuig (17 % onderdruk) in jan 2019.
A.h.v. de tekeningen is te bepalen dat vanaf de WTW unit de kanalen de woning in beginnen
met een rond 125 mm (2 meter lengte) en gaan daar na over op de rechthoekige kanalen
van 220 x 55 mm 8 meter lengte.
Motivering
Hier moeten minimaal 3 roosters komen;
Reactie deskundige: zie vorige vraag en reactie daarop door deskundige.
Het inblaasrooster in de berging zorgt voor een verkeerde luchtstroom en daardoor disbalans in de luchtstromen;
Reactie deskundige, dit is een terechte constatering waarvoor de deskundige bij vraag 6,7 en 8 heeft aangegeven het gebrek, de wijze van herstel en de kosten.
Het rooster in de badkamer is niet geschikt voor een WTW-ventilatiesysteem;
Reactie deskundige, dit is een terechte constatering waarvoor de deskundige bij vraag 6,7
en 8 heeft aangegeven het gebrek, de wijze van herstel en de kosten.
De roosters in de slaapkamers zitten te laag en zijn niet geschikt voor inblaas via de wand;
Reactie deskundige: in de situatie van de woning van [appellant] vanwege dat de
slaapkamers in open verbinding staan met de woonkamer ziet de deskundige hierin, ondanks dat hiermee niet wordt voldaan aan de ISSO Publicatie 61, geen gebrek (zie hiervoor vraag 2)
De WTW-unit is niet volgens de voorschriften van de fabrikant en Woningborg geplaatst/bevestigd;
Reactie deskundige: de WTW unit de [xxxx] HRU Eco HR is door Air System op 25 juni 2020 aangebracht. Het onderzoek van de deskundige richt zich, volgens de vragen van de Rechtbank aan de deskundige, of de uitvoering van de werkzaamheden door Starlight gebrekkig zijn geweest en de WTW unit de [xxxx] HRU Eco HR is niet door Starlight aangebracht.
De WTW-unit van [nummer] is niet volgens de voorschriften van Woningborg gemonteerd
Reactie deskundige: onderzoek naar de WTW-unit van appartement [nummer] valt niet onder de scope van de opdracht aan de deskundige
- de reactie van [---] op de opmerkingen van [appellanten] en Starlight op het conceptrapport zijn integraal als bijlage 2 respectievelijk bijlage 3 aan het definitieve rapport gehecht.
7.4
Installatie gebrekkig?
7.4.1.
Met zijn grief betoogt van [appellanten] in de kern dat de door Starlight gerealiseerde installatie gebrekkig is en zij de benodigde herstelkosten dient te vergoeden, nu zij niet zelf tot (volledig) herstel is overgegaan. [appellanten] legt daaraan de bevindingen van de gerechtelijk deskundige ten grondslag, meer concreet de vier door de deskundige vastgestelde gebreken (hiervoor weergegeven in rov. 7.3.7.)
Starlight heeft als verweer bezwaren naar voren gebracht ten aanzien van (i) de onderbouwing van de grief en (ii) tegen de bevindingen van de gerechtelijke deskundige.
(i) summier onderbouwde grief?
7.4.2.
Gezien de grief van [appellanten] , de toelichting daarbij en de verwijzing naar het rapport van gerechtelijke deskundige [---] , begrijpt het hof dat [appellanten] aan zijn vorderingen ten grondslag legt dat sprake is van de door deskundige [---] geconstateerde vier gebreken in het door Starlight uitgevoerde werk (hiervoor weergegeven in rov. 7.3.7.). en hij ook voor de schadeonderbouwing naar de begroting van [---] verwijst. Weliswaar is de toelichting op de grief van [appellanten] summier, maar voldoende duidelijk blijkt daaruit waarop Starlight had moeten reageren; hetgeen zij blijkende uit haar reactie in de memorie van antwoord en spreeknotities bij de mondelinge behandeling in hoger beroep ook heeft gedaan (en zij dit dus ook zo heeft opgevat). Hetgeen ter beoordeling aan het hof voorligt blijkt daar ook voldoende duidelijk uit.
(ii) bevindingen gerechtelijke deskundige voldoende gemotiveerd weersproken?7.4.3. Het hof stelt het volgende voorop. Voor de rechter geldt een beperkte motiveringsplicht ten aanzien van zijn beslissing om de bevindingen van deskundigen al dan niet te volgen. Wel dient hij bij de beantwoording van de vraag of hij de conclusies waartoe een deskundige in zijn rapport is gekomen in zijn beslissing zal volgen, alle terzake door partijen aangevoerde feiten en omstandigheden in aanmerking te nemen en op basis van die aangevoerde stellingen in volle omvang te toetsen of aanleiding bestaat van de in het rapport geformuleerde conclusies af te wijken (HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2921)
7.4.4.
Het hof constateert dat [---] met instemming van partijen is aangesteld als gerechtelijk deskundige en dat de aan hem voor te leggen vragen met instemming van partijen zijn vastgesteld. De deskundigheid van [---] is niet bestreden. De gerechtelijke deskundige heeft zijn bevindingen vooraf aan partijen voorgelegd (in een concept), waarna aan partijen de gelegenheid is geboden daarop inhoudelijk te reageren. De reactie van de gerechtelijke deskundige op de opmerkingen van partijen op het conceptrapport maken integraal onderdeel uit van het definitieve deskundigenrapport. Het hof stelt dan ook vast dat het deskundigenrapport tot stand is gebracht met inachtneming van deugdelijke processuele waarborgen, waaronder hoor en wederhoor. Het hof gaat uit van de conclusies van de gerechtelijke deskundige aangezien deze het hof overtuigend voorkomen.
7.4.5.
Ten aanzien van de door Starlight opgeworpen bezwaren daartegen overweegt het hof als volgt. Starlight heeft de bevindingen van de gerechtelijke deskundige niet voldoende gemotiveerd bestreden. Starlight heeft ten tijde van de totstandkoming van het deskundigenbericht geen contra-expertise ingewonnen, maar zelf bezwaren op de conceptbevindingen van de gerechtelijke deskundige geformuleerd. Ook daarna heeft Starlight geen contra-expert ingeschakeld, maar volstaan met het herhalen in haar memorie van antwoord van de eerder door haar aan de hand van het conceptrapport van [---] geuite bezwaren. Dat had wel op haar weg gelegen, nu de gebreken in het kanalenstelsel (dimensionering daarvan, het niet behalen van het luchtdebiet in de middenstand van de unit, drukverlies en geluidsoverlast) reeds eerder door deskundigen die door [appellanten] zijn ingeschakeld zijn geconstateerd en [---] die bevindingen (bij de beantwoording van vraag 10: weergegeven in rov 7.3.8. hiervoor) grotendeels onderschrijft.
De door Starlight aangevoerde bezwaren zijn door de gerechtelijke deskundige in (bijlage 3 van) het rapport geadresseerd. Die bezwaren hebben niet geleid tot andersluidende bevindingen ten aanzien van de geconstateerde gebreken. De gerechtelijke deskundige blijft bij zijn conclusies dat sprake is van gebreken die herstel behoeven conform zijn aanbevelingen. Het herhalen van diezelfde bezwaren in de memorie van antwoord en bij de mondelinge behandeling in hoger beroep, zonder nadere onderbouwing, legt dan ook onvoldoende gewicht in de schaal om de bevindingen van de gerechtelijke deskundige buiten beschouwing te laten.
Dat de directeur van Starlight, [persoon A] , naar hij stelt, zelf deskundig is op het gebied van (ontwerp en dimensionering van) WTW-installaties, en op basis van zijn expertise heeft gereageerd op de bevindingen van [---] , brengt het hof niet tot een ander oordeel. De directeur van Starlight is immers gelet op zijn hoedanigheid geen onafhankelijke en onpartijdige deskundige. Gegeven het belang dat hij heeft bij de uitkomst van de procedure beschouwt het hof zijn verklaringen met de nodige behoedzaamheid. Er is door Starlight geen partijdeskundigenrapport in het geding gebracht. Zij volstaat ter onderbouwing van haar bezwaren tegen het rapport van [---] met een verwijzing naar de zienswijzen van haar directeur. Dat is in dit geval onvoldoende om het oordeel van de onafhankelijke en onpartijdige gerechtelijke deskundige opzij te zetten.
Motivering
7.4.6.
De door Starlight geuite bezwaren met betrekking tot de vaststelling van de gebreken door de gerechtelijke deskundige, maken het voorgaande evenmin anders.
Tussen partijen is niet in geschil dat het Bouwbesluit en de eisen van goed en deugdelijk werk van toepassing zijn op het werk. Dit zijn ook de door de gerechtelijke deskundige toegepaste normen. De eisen van goed en deugdelijk werk zijn door de gerechtelijke deskundige nader ingevuld door gebruikelijk gehanteerde normen: te weten de ISSO Publicatie 61 (“Programma van Eisen voor ventilatiesystemen in woningen”) en het GIW/ISSO advies. De deskundige heeft – zakelijk weergegeven – vastgesteld dat het kanalenstelsel van het klimaatsysteem zodanig gedimensioneerd dienen te zijn dat een ventilatiedebiet van 215-220 m3/h (norm Bouwbesluit) in de woning wordt gehaald. Conform de ISSO Publicatie 61 dient dat debiet te worden gehaald met een maximale luchtsnelheid van 4 m/s in de kanalen. Het door Starlight gerealiseerde kanalenstel voldoet daar niet aan. Alleen in de hoogste stand (stand 3) kan voornoemd debiet worden gehaald en met een luchtsnelheid van 7 m/s, met drukverlies in het systeem tot gevolg, hetgeen niet conform voornoemde ISSO-norm is. Dit zorgt ook voor geluidsoverlast, hetgeen volgens [---] eveneens in strijd is met de eisen van goed en deugdelijk werk. [---] verwijst ook naar het advies van GIW/ISSO waaruit blijkt dat het systeem in de middenstand van de unit moet voldoen aan de debieteisen van het Bouwbesluit. Ook hieraan voldoet het kanalenstelsel zoals ontworpen en geïnstalleerd door Starlight niet. Volgens [---] is gelet op de kenmerken van de woning van [appellanten] (een verblijfsgebied met open verbindingen) de uitzonderingsregel van het Bouwbesluit – waarop het ontwerp van Starlight is gebaseerd – niet van toepassing.
Starlight heeft gesteld dat zij is uitgegaan van andere ontwerpuitgangspunten dan de ISSO-normen, welke blijken uit het ontwerphandboek ‘Taschenbuch fur heizung + Klimatechbik, Recknagel-Sprenger’ (waarvan zij kopieën van pagina’s 958-959 als productie 33 in het geding heeft gebracht). Voor zover de ISSO-publicatie 61 van toepassing is, stelt zij dat zij op grond van de uitzondering in artikel 3.29 lid 5 van het Bouwbesluit bij haar ontwerp mocht uitgaan van een lager ventilatiedebiet dan met toepassing van lid 1 tot en met 4 van hetzelfde artikel (70% van de som van de hoogste waarde daarvan). Zij komt daarmee tot een te behalen ventilatiedebiet van 150-154 m3/h (70% van het door [---] conform het Bouwbesluit berekende debiet van 215-220 m3/h). Volgens haar wordt het door haar berekende debiet met toepassing van de uitzonderingsregel in de woning van [appellanten] ook in de middenstand van de unit gehaald. Starlight onderbouwt haar ontwerpkeuze en haar interpretatie van de toepasselijke normen met de zienswijzen van haar directeur, [persoon A] , deskundig op het gebied van het ontwerp van klimaatsystemen.
De zienswijzen van [persoon A] houden een herhaling in van de eerder als reactie op het rapport van [---] door Starlight geuite en door de gerechtelijke deskundige afgewezen bezwaren. Als reactie op de afwijzing van haar bezwaren door [---] , heeft Starlight in deze procedure haar ontwerpuitgangspunten niet nader gemotiveerd onderbouwd. Haar ontwerpuitgangspunten zijn ook niet anderszins door een onafhankelijke deskundige gevalideerd. Zij volstaat in hoger beroep met een herhaling van het eerder door haar uiteengezette met betrekking tot haar ontwerpkeuzes. Gelet op hetgeen in rov. 7.4.5. is overwogen, is dat niet voldoende. Het hof hecht minder gewicht aan de visie van [persoon A] als bij de procedure betrokken partij dan aan de bevindingen van de onafhankelijke en onpartijdige gerechtelijke deskundige [---] .
Hetzelfde heeft te gelden voor de door Starlight geuite bezwaren tegen de door de deskundige vastgestelde gebreken met betrekking tot de roosters (de inblaasrooster in de berging en de woonkamer en de afzuigrooster in de badkamer) nu deze eveneens zijn gebaseerd op voornoemde ISSO-publicatie. Ook ten aanzien van deze bevindingen volstaat Starlight met een herhaling van de zienswijzen van haar directeur, die eerder door de gerechtelijke deskundige niet zijn gevolgd. Gelet op het voorgaande is ook die onderbouwing niet voldoende om de bevindingen van de gerechtelijke deskundige terzijde te schuiven.
7.4.7.
Het voorgaande leidt ertoe dat het hof het oordeel van de deskundige [---] volgt en het tot het zijne maakt. Dat brengt met zich dat vaststaat dat sprake is van gebreken in het door Starlight uitgevoerde werk. Het hof volgt ook de aanbevelingen van de gerechtelijke deskundige met betrekking tot het benodigde herstel.
overige verweren Starlight
7.4.8.
Nu de grief van [appellanten] slaagt, komt het hof (mede gelet op de devolutieve werking) aan de behandeling van de overige verweren van Starlight toe.
Nu het hof vaststelt dat sprake is van gebreken in het werk en de primaire vordering van [appellanten] uit hoofde van wanprestatie wordt toegewezen, komt het hof aan de beoordeling van de subsidiaire vordering uit hoofde van buitengerechtelijke (partiële) ontbinding van de overeenkomst niet toe. Het verweer van Starlight dat betrekking heeft op die subsidiaire vordering inhoudende dat geen sprake is van een geldig ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding omdat niet aan de eisen van de toepasselijke algemene voorwaarden is voldaan, behoeft dan ook geen nadere behandeling.
Voor zover Starlight stelt dat zij reeds medio 2018 alle gebreken aan het klimaatsysteem heeft hersteld en om die reden geen sprake is van een tekortkoming harerzijds, volgt het hof haar hierin niet. Nadat enkele gebreken door Starlight zijn hersteld, heeft [appellanten] Starlight opnieuw aangesproken uit hoofde van nieuw ontdekte gebreken aan het werk bij brieven van 1 april 2019 en 28 december 2020 (hiervoor weergegeven in rov. 7.1.1. onder j. en n.). Bij voormelde brief van 28 december 2020 is Starlight op de hoogte gebracht van de gebrekkige installatie van het kanalenstelsel, de gebrekkige ventilatie en de ervaren geluidsoverlast hetgeen expliciet blijkt uit de bewoordingen: “het gebruik van rechthoekige kanalen in combinatie met ronde kanalen en de vele bochten in het systeem, wat tot veel weerstand en dus lawaai leidt. Daarbij kan er onvoldoende geventileerd worden.” Daarbij is Starlight gesommeerd de “problematiek aan de kanalen te herstellen op een zodanige wijze dat het werk voldoet aan de daaraan te stellen eisen van goed en deugdelijk werk” Ook is daarin aan Starlight bericht dat indien zij niet tot herstel zou overgaan [appellanten] het herstel door een derde zal laten uitvoeren en de daarmee gepaard gaande kosten op Starlight zal verhalen. Starlight heeft aan de sommatie geen gehoor gegeven zodat vaststaat dat zij in verzuim is.
Voor zover Starlight beoogt te betogen niet aansprakelijk te zijn voor geconstateerde gebreken aan het kanalenstelsel en de roosters omdat nadat Starlight in mei 2018 de toen bekende gebreken aan het systeem heeft hersteld en hierna het depot bij de notaris door [appellanten] is vrijgegeven en partijen daartoe vermeend finale kwijting zijn overeengekomen in in januari 2019 (zie rov. 7.1.1. onder i. hiervoor), slaagt dit betoog niet. De in 2018 herstelde gebreken betreffen andere gebreken dan die in deze procedure in geschil zijn. De vier gebreken die in deze procedure onderwerp van geschil zijn, waren ten tijde van de vrijgave van het depot nog niet bekend. Hierover is immers voor het eerst door Air Systems en [yyy] in 2020 respectievelijk 2022 gerapporteerd (zie 7.1.1. onder m. en p. hiervoor). Voor zover partijen in 2019 finale kwijting zijn overeengekomen, kan zonder nadere uitleg die ontbreekt, niet worden aangenomen dat de kwijting ook betrekking had op de op dat moment nog niet kenbare dan wel verborgen gebreken.