Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-11-13
ECLI:NL:GHSHE:2024:3591
Strafrecht
Hoger beroep
3,578 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000269-24
Uitspraak : 13 november 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 26 januari 2024, in de strafzaak met parketnummer 03-266739-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1998,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake ‘diefstal door twee of meer verenigde personen’ bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsvrouw heeft primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouw vrijspraak voor het bestanddeel ‘in vereniging’ bepleit. Meer subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 12 oktober 2023 te Roermond tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer jas(sen), in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om die/het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 12 oktober 2023 te Roermond tezamen en in vereniging met een ander jassen, die aan [bedrijf] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Limburg, op ambtseed opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , agent van politie, registratienummer PL2300-2023162572, gesloten d.d. 13 november 2023, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, doorgenummerde dossierpagina’s 1 t/m 41.
1. Proces-verbaal van aangifte d.d. 12 oktober 2023, dossierpagina 6, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [aangever] namens het slachtoffer [bedrijf] :
Plaats delict: Roermond
Pleegdatum: 12 oktober 2023
Hierbij doe ik aangifte van diefstal van twee jassen uit onze winkel in de outlet. Ik ben namens de eigenaar bevoegd om aangifte te doen. Ik was in de winkel aan het werk en ik was al een tijd met de twee verdachten aan het praten. Zij zijn langere tijd in de winkel geweest. Op een gegeven moment waren die twee personen weer weg. Op een gegeven moment werd ik aangesproken door een klant die zei dat die twee jongens jassen gestolen hadden. Ik heb daarna ook contact gehad met de beveiliging en heb de beelden van de beveiliging van de outlet ook gezien. Daarop waren de twee personen te zien die de jassen hadden gestolen. Ze kwamen zonder jassen de winkel in en gingen met jassen de winkel uit. Die twee personen waren samen en stonden ook samen te praten en kwamen ook samen binnen. Ik doe hierbij aangifte en aan niemand werd toestemming gegeven om de goederen te ontvreemden.
2. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2023, dossierpagina 9, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Wij kregen omstreeks 12:30 uur het verzoek van het Operationeel-Centrum om te bellen met de beveiliging van de Designer Outlet te Roermond. Aldaar zou zich een persoon met huisverbod op het terrein bevinden. Wij belden met de outlet en hoorden dat er een persoon herkend werd die een huisverbod had en vaker winkeldiefstallen zou plegen op de outlet. Hij zou samen met een onbekende man zijn.
Terwijl wij belden met de beveiliging hoorden we dat de beveiliging middels cameratoezicht zicht hield op de personen. Wij hoorden dat de personen op enig moment de winkel " [bedrijf] " in gingen. Wij hoorden vervolgens dat kort daarna de personen weer de winkel uit kwamen lopen, dit keer droegen ze beiden een jas die ze eerder niet droegen toen ze de winkel in gingen.
Wij hadden nog steeds de beveiliging aan de telefoon die ons navigeerde richting de twee verdachten. Wij troffen de mannen vervolgens aan. De beveiliging bevestigde telefonisch dat we de juiste verdachten hadden. Wij hielden de twee mannen staande en controleerden hun identiteit.
Het bleek te gaan om: - [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1998; - [medeverdachte] , geboren op [geboortedag 2] 2000.
Hierop volgend hielden wij beide verdachten aan ter zake winkeldiefstal en huisvredebreuk. Wij brachten samen met een andere patrouille beide verdachten over naar het politiebureau te Roermond. Beide verdachten droegen de jassen nog. Tijdens de insluitingsfouillering bleek dat de beveiligings labels nog aan beide jassen vastzaten.
3. Proces-verbaal van bevindingen bekijken camerabeelden d.d. 13 november 2023, dossierpagina 14, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Camerabeeld 1
Op 12 oktober 2023 ontving ik camerabeelden van het outletcentrum Roermond. Deze beelden zijn van een winkeldiefstal bij de winkel [bedrijf] . De beelden zijn opgenomen met de beveiligingscamera's van het outletcentrum. Deze camera staat gericht op de ingang van de [bedrijf] winkel.
De tijdstippen die beschreven worden, betreffen de tijden van het filmpje en dus niet de daadwerkelijke tijden.
Op het camerabeeld zie ik om 00.06 rechtsboven twee personen lopen. Ik zie dat een van deze personen een wit trainginspak draagt met een nektasje. Ik zie dat de persoon een trainingspak van het merk Juventus draagt. Ik zie dat de andere persoon een grijs trainingspak daagt van het merk under armor.
Ik zie op het camerabeeld dat de personen de [bedrijf] binnenlopen.
Camerabeeld 2
Op het camerabeeld zie ik om 00.23 de twee bovengenoemde personen de [bedrijf] kledingwinkel uit lopen. Ik zie dat de personen beiden een jas in hun handen hebben. Ik zie dat de persoon met het under armor trainingsvest een zwart met gele camouflage jas aantrekt. Ik zie op het camerabeeld dat de persoon met het witte Juventus trainingsvest een zwarte jas aantrekt.
Feiten
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken nu hij stelt weliswaar een jas uit de winkel te hebben meegenomen, maar dat dit zijn eigen jas betreft. Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat er geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte en dat hij dient te worden vrijgesproken van het bestanddeel ‘in vereniging’.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen stelt het hof vast dat beide verdachten samen op pad waren, dat verdachte door medeverdachte de winkel van [bedrijf] in werd geduwd, dat zij die winkel beiden zonder jas naar binnen gingen, dat zij ook in de winkel continu samen waren, samen met de winkelbediende hebben gesproken en vervolgens samen de winkel verlieten, beiden met een jas in hun handen die zij vervolgens aantrokken. Tijdens de insluitingsfouillering bleek dat aan deze jassen nog de beveiligings labels zaten. Het hof leidt uit het voorgaande af dat dit de twee gestolen jassen zijn die aangeefster in haar aangifte heeft genoemd.
Naar het oordeel van het hof is gelet op het voorgaande sprake van een nauwe en bewuste samenwerking die in de kern neerkomt op een gezamenlijke uitvoering. Het hof acht daarmee ook het bestanddeel ‘in vereniging’ wettig en overtuigend bewezen.
De verweren van de raadsvrouw worden verworpen in al hun onderdelen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
De advocaat-generaal heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich tezamen en in vereniging met de medeverdachte heeft schuldig gemaakt aan diefstal van twee jassen bij [bedrijf] te Roermond. Het betreft een diefstal van twee uitzonderlijk dure jassen. Door deze jassen te stelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaar. Winkeldiefstallen leveren voor winkeliers veel overlast en ergernis op en hinderen hen in de bedrijfsvoering. Ook de maatschappij ondervindt schade van winkeldiefstallen, doordat de kosten hiervan uiteindelijk door de consumenten worden betaald. De verdachte heeft kennelijk enkel gehandeld met het oog op zijn eigen financieel gewin. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 4 september 2024, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte.
Uit dit uittreksel blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het bewezenverklaarde eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten, tot onder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden. Deze veroordelingen hebben de verdachte er blijkbaar niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een soortgelijk strafbaar feit. Het hof weegt die omstandigheid ten nadele van de verdachte mee bij de strafoplegging.
Tevens heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en het justitiële verleden van de verdachte, in verband met een juiste normhandhaving en gelet op de straffen die door dit hof in soortgelijke gevallen worden opgelegd, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Alles afwegende acht het hof, in afwijking van de straf die de politierechter heeft opgelegd en de eis van de advocaat-generaal, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van
4 weken passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.
Aldus gewezen door:
mr. G.J. Schiffers, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. M.M. Koevoets, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. C.J.G. Streutjes, griffier,
en op 13 november 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.