Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-10-03
ECLI:NL:GHSHE:2024:3085
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
2,215 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 3 oktober 2024
Zaaknummer : 200.289.387/01
Zaaknummer eerste aanleg : C/01/353841 / FA RK 19-6064
in de zaak in hoger beroep van:
[de man]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. N.A. de Kock,
tegen
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J.M.C. van Gorkum (voorheen mr. Koopman-van Lieshout)
Deze zaak gaat over:
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
Als belanghebbende merkt het hof aan:
[de partner]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: de partner van de moeder.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.
5De beschikking van 11 november 2021
Bij (tussen)beschikking van 11 november 2021 is de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 5 november 2020 vernietigd en is de man, opnieuw rechtdoende, alsnog ontvankelijk verklaard in zijn inleidend verzoek van 19 december 2019. Alvorens verder te beslissen heeft het hof de moeder in de gelegenheid gesteld om vóór de pro forma datum van 9 december 2019 het hof – en in afschrift de man en de raad – schriftelijk te informeren over het traject bij [instantie] zoals overwogen onder 3.8.2. De man en de raad zijn in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na ontvangst van de informatie van de moeder hier schriftelijk op te reageren. Iedere verdere beslissing is pro forma aangehouden tot 9 december 2021.
6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.1.
Het hof heeft na de tussenbeschikking van 11 november 2021 voorts kennisgenomen van de inhoud van:
het V6-formulier met bijlage d.d. 8 december 2021 namens de moeder;
het V8-formulier met bijlage d.d. 17 december 2021 namens de moeder;
het V8-formulier d.d. 11 januari 2022 namens de man;
het V8-formulier met bijlage d.d. 25 januari 2022 namens de moeder;
het V6-formulier met bijlage d.d. 13 juli 2022 namens de moeder.
6.2.
De voorgezette mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 juli 2022. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
de man, bijgestaan door mr. De Kock;
de moeder, bijgestaan door mr. Koopman-van Lieshout;
de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad 1] .
6.3.
Tijdens deze voortgezette mondelinge behandeling hebben partijen - na schorsing voor overleg tussen partijen, hun advocaten en de raad - verklaard dat zij het belangrijk vinden dat er ouderschapsbegeleiding komt, waarin zij het ook dienen te hebben over de informatievoorziening aan de man, en dat er toegewerkt wordt naar begeleide omgang tussen [minderjarige] en de man. Partijen hebben verzocht om aanhouding van de zaak voor de duur van drie weken, zodat zij deze hulp kunnen zoeken bij [instantie] en het gemeentelijk loket voor de juiste indicaties voor deze trajecten. Het hof heeft het verzoek tot aanhouding gehonoreerd tot 8 augustus 2022 pro forma, zodat partijen de tijd krijgen om hun plannen uit te werken.
Deze afspraak is in een verkort proces-verbaal aan partijen gezonden op 28 juli 2022.
6.4.
Na de voorgezette mondelinge behandeling op 18 juli 2022 heeft het hof kennisgenomen van de inhoud van:
het V6-formulier d.d. 5 september 2022 namens de moeder;
het V6-formulier met bijlage d.d. 29 september 2022 namens de moeder;
het V6-formulier met bijlage d.d. 11 november 2022 namens de man;
het V8-formulier d.d. 12 april 2023 namens de moeder;
het V8-formulier d.d. 11 september 2023 namens de moeder;
het V8-formulier d.d. 29 januari 2024 namens de moeder;
het V8-formulier d.d. 30 januari 2024 namens de man;
het V6-formulier met bijlage d.d. 30 mei 2024 namens de moeder;
het V6-formulier met bijlage d.d. 30 augustus 2023 namens de moeder;
het V6-formulier d.d. 3 september 2024 namens de man.
6.5.
De nadere voortgezette mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 september 2024. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
de man, bijgestaan door mr. De Kock;
de moeder, bijgestaan door mr. Van Gorkum;
de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad 2] .
7De verdere beoordeling
7.1.
De man laat het volgende weten. De ouders zijn inmiddels met elkaar in gesprek met hulpverlening. De man is blij met wat er tot nu toe is bereikt in relatie tot [minderjarige] . Niet alleen weet [minderjarige] nu dat de man zijn biologische vader is, inmiddels heeft de man al verschillende kaartjes naar [minderjarige] verstuurd en hebben zij elkaar ook al een keer gezien. Dit omgangsmoment is heel goed verlopen. De man heeft aan de moeder aangegeven dat hij het fijn zou vinden om informatie over [minderjarige] te krijgen en de moeder heeft toegezegd dat zij hiermee aan de slag gaat. Er wordt met [instantie] nu ingezet op begeleide omgang om de veertien dagen. De man verzoekt het hof de zaak nogmaals aan te houden. De omgang is net opgestart, maar er zijn nog geen evaluatiegesprekken geweest of gesprekken tussen de moeder en de man. Het is de bedoeling dat partijen uiteindelijk bij [instantie] samen een ouderschapsplan overeenkomen. De man heeft vertrouwen in de moeder en hij heeft begrip voor de omstandigheden van de moeder die hebben gemaakt dat het opstarten van de omgang langer heeft geduurd. Tegelijkertijd vindt de man het fijn om een regeling te hebben om in de toekomst op terug te kunnen vallen. De man heeft het als fijn ervaren dat het hof gedurende het traject betrokken is geweest en hij vreest dat als er nu een eindbeschikking komt het misschien alsnog misgaat. Dit terwijl er sinds heel kort voor de mondelinge behandeling juist stappen zijn gezet en fysieke omgang heeft plaatsgevonden. De man trekt zijn verzoek dan ook niet in. Daarbij merkt de man op dat de regeling zoals hij in eerste aanleg heeft verzocht niet meer realistisch is. De man vindt het van groot belang om in het tempo van [minderjarige] verder te onderzoeken wat er mogelijk is in een eventuele definitieve regeling. Het is nu nog te vroeg om een eindbeslissing te geven.
7.2.
De moeder laat het volgende weten. De statusvoorlichting is goed gegaan. Het gaat goed met [minderjarige] en hij vindt het leuk om naar de man toe te gaan. Door omstandigheden heeft het lang geduurd voordat de omgang daadwerkelijk is gestart, maar het traject is nu goed opgestart en de moeder gaat ervanuit dat het goed zal blijven gaan. Er zijn nog geen gesprekken geweest tussen de moeder en de man bij [instantie] . De moeder staat hier inmiddels meer voor open en dit zou op korte termijn kunnen starten. De moeder heeft vertrouwen in de man, maar het is nu nog te vroeg om in te schatten hoe een definitieve regeling voor [minderjarige] eruit kan gaan zien.
7.3.
De raad adviseert – samengevat – het volgende. Partijen hebben al heel veel stappen gezet.
Dictum
Het hof:
verzoekt partijen om uiterlijk vóór 25 oktober 2024 het hof schriftelijk te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het contact en de omgang tussen de man en [minderjarige] en de stand van zaken met betrekking tot het (nog op te stellen) ouderschapsplan, alsmede wat dat betekent voor de verzoeken die voorliggen, met gelijktijdige verzending van de informatie aan de overige partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan tot PRO FORMA 1 november 2024.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, E.M.C. Dumoulin en M.I. Peereboom-van Drunick en is op 3 oktober 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.