Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-07-19
ECLI:NL:GHSHE:2024:2657
Strafrecht
Hoger beroep
11,160 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-001503-22
Uitspraak : 19 juli 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 22 juni 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-705057-15 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. De rechtbank heeft het subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘poging tot oplichting’ en de verdachte daarvoor veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Door de verdachte is integrale vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primairhij op of omstreeks 29 september 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, met het oogmerk om zich of een ander, ten nadele van de verzekeraar [bedrijf] , wederrechtelijk te bevoordelen, brand heeft gesticht in enig tegen brandgevaar verzekerd goed, te weten een personenauto, Chevrolet Camaro, kenteken [kenteken] ;
subsidiairhij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29 september 2014 tot en met 2 november 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringmaatschappij [bedrijf] te bewegen tot afgifte van een geldbedrag van 12.000,00 euro, althans een hoeveelheid geld en/of uitkering van enig schadebedrag, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, al dan niet (mede) namens [medeverdachte] ,
telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] die inhield dat op 29 september 2014 door een voor verdachte onbekende oorzaak, althans spontaan, brand was ontstaan in de op dat moment door verdachte bestuurde Chevrolet Camaro, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende, en/of
in een of meer latere verklaring(en) en/of mailbericht(en) bij/richting het door [bedrijf] ingeschakelde onderzoeksbureau genaamd [onderzoeksbureau] nogmaals heeft aangegeven dat de brand door een voor hem, verdachte, onbekende oorzaak, althans spontaan was ontstaan, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Op basis van de inhoud van het dossier stelt het hof vast dat op 29 september 2014 brand is ontstaan in de Chevrolet Camaro van de verdachte en zijn partner [medeverdachte] , alsmede dat de verdachte naar aanleiding daarvan telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] .
Blijkens de bevindingen van het forensisch onderzoek zijn er smeltsporen in de kabelboom net achter het dashboard en motorbenzine onder het plakkaat in beide voetencompartimenten aangetroffen, waarbij is vastgesteld dat de motorbenzine niet uit de auto zelf afkomstig is. Gelet op deze bevindingen zijn er twee scenario’s voor de ontstane brand mogelijk: brand door kortsluiting of brand door brandstichting.
Volgens de lezing van de verdachte is – kort gezegd – de brand ontstaan ten gevolge van kortsluiting. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet anders kan zijn dan dat het de verdachte is geweest die in de voetencompartimenten benzine heeft gebracht en dat de brand (aldus) door toedoen van de verdachte, te weten brandstichting is ontstaan.
Het hof overweegt voorts het navolgende.
In het dossier bevinden zich diverse rapporten, die door verschillende personen/instanties zijn opgesteld en waarin onder andere ook wordt gereageerd op (elkaars) eerder uitgebrachte rapportage(s). Gelet op de inhoud van de rapporten stelt het hof vast dat daarbij in het bijzonder de vraag centraal staat of de brand door brandstichting is ontstaan. De vraag of de brand door kortsluiting is ontstaan, is echter ondanks dat in het eerste onderzoeksrapport –dat ten grondslag heeft gelegen aan de verdere onderzoeken aangaande de mogelijke brandstichting door de verdachte – melding wordt gemaakt van kortsluitingssporen in restanten van bedrading in een kabelboom die onder het dashboard was gevoerd, niet althans niet in voldoende mate (nader) onderzocht. Volgens rapporteur Lelieveld van het Nederlands Forensisch Instituut kan – op basis van het sporenonderzoek aan de elektrische bedrading en apparatuur van de Chevrolet Camaro – een elektrische oorzaak van de brand (kortsluiting) in ieder geval niet worden uitgesloten.
Gelet op het vorenstaande – in het bijzonder het ontbreken van (nader) onderzoek naar kortsluiting als mogelijke oorzaak van de brand – kan naar het oordeel van het hof niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de brand is ontstaan door brandstichting. De verdachte zal derhalve van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mr. A.J. Henzen en mr. W.F. Koolen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.H.J. Menting, griffier,
en op 19 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-001503-22
Uitspraak : 19 juli 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 22 juni 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-705057-15 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. De rechtbank heeft het subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘poging tot oplichting’ en de verdachte daarvoor veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Door de verdachte is integrale vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primairhij op of omstreeks 29 september 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, met het oogmerk om zich of een ander, ten nadele van de verzekeraar [bedrijf] , wederrechtelijk te bevoordelen, brand heeft gesticht in enig tegen brandgevaar verzekerd goed, te weten een personenauto, Chevrolet Camaro, kenteken [kenteken] ;
subsidiairhij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29 september 2014 tot en met 2 november 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringmaatschappij [bedrijf] te bewegen tot afgifte van een geldbedrag van 12.000,00 euro, althans een hoeveelheid geld en/of uitkering van enig schadebedrag, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, al dan niet (mede) namens [medeverdachte] ,
telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] die inhield dat op 29 september 2014 door een voor verdachte onbekende oorzaak, althans spontaan, brand was ontstaan in de op dat moment door verdachte bestuurde Chevrolet Camaro, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende, en/of
in een of meer latere verklaring(en) en/of mailbericht(en) bij/richting het door [bedrijf] ingeschakelde onderzoeksbureau genaamd [onderzoeksbureau] nogmaals heeft aangegeven dat de brand door een voor hem, verdachte, onbekende oorzaak, althans spontaan was ontstaan, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Op basis van de inhoud van het dossier stelt het hof vast dat op 29 september 2014 brand is ontstaan in de Chevrolet Camaro van de verdachte en zijn partner [medeverdachte] , alsmede dat de verdachte naar aanleiding daarvan telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] .
Blijkens de bevindingen van het forensisch onderzoek zijn er smeltsporen in de kabelboom net achter het dashboard en motorbenzine onder het plakkaat in beide voetencompartimenten aangetroffen, waarbij is vastgesteld dat de motorbenzine niet uit de auto zelf afkomstig is. Gelet op deze bevindingen zijn er twee scenario’s voor de ontstane brand mogelijk: brand door kortsluiting of brand door brandstichting.
Volgens de lezing van de verdachte is – kort gezegd – de brand ontstaan ten gevolge van kortsluiting. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet anders kan zijn dan dat het de verdachte is geweest die in de voetencompartimenten benzine heeft gebracht en dat de brand (aldus) door toedoen van de verdachte, te weten brandstichting is ontstaan.
Het hof overweegt voorts het navolgende.
In het dossier bevinden zich diverse rapporten, die door verschillende personen/instanties zijn opgesteld en waarin onder andere ook wordt gereageerd op (elkaars) eerder uitgebrachte rapportage(s). Gelet op de inhoud van de rapporten stelt het hof vast dat daarbij in het bijzonder de vraag centraal staat of de brand door brandstichting is ontstaan. De vraag of de brand door kortsluiting is ontstaan, is echter ondanks dat in het eerste onderzoeksrapport –dat ten grondslag heeft gelegen aan de verdere onderzoeken aangaande de mogelijke brandstichting door de verdachte – melding wordt gemaakt van kortsluitingssporen in restanten van bedrading in een kabelboom die onder het dashboard was gevoerd, niet althans niet in voldoende mate (nader) onderzocht. Volgens rapporteur Lelieveld van het Nederlands Forensisch Instituut kan – op basis van het sporenonderzoek aan de elektrische bedrading en apparatuur van de Chevrolet Camaro – een elektrische oorzaak van de brand (kortsluiting) in ieder geval niet worden uitgesloten.
Gelet op het vorenstaande – in het bijzonder het ontbreken van (nader) onderzoek naar kortsluiting als mogelijke oorzaak van de brand – kan naar het oordeel van het hof niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de brand is ontstaan door brandstichting. De verdachte zal derhalve van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mr. A.J. Henzen en mr. W.F. Koolen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.H.J. Menting, griffier,
en op 19 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-001503-22
Uitspraak : 19 juli 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 22 juni 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-705057-15 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. De rechtbank heeft het subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘poging tot oplichting’ en de verdachte daarvoor veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Door de verdachte is integrale vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primairhij op of omstreeks 29 september 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, met het oogmerk om zich of een ander, ten nadele van de verzekeraar [bedrijf] , wederrechtelijk te bevoordelen, brand heeft gesticht in enig tegen brandgevaar verzekerd goed, te weten een personenauto, Chevrolet Camaro, kenteken [kenteken] ;
subsidiairhij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29 september 2014 tot en met 2 november 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringmaatschappij [bedrijf] te bewegen tot afgifte van een geldbedrag van 12.000,00 euro, althans een hoeveelheid geld en/of uitkering van enig schadebedrag, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, al dan niet (mede) namens [medeverdachte] ,
telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] die inhield dat op 29 september 2014 door een voor verdachte onbekende oorzaak, althans spontaan, brand was ontstaan in de op dat moment door verdachte bestuurde Chevrolet Camaro, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende, en/of
in een of meer latere verklaring(en) en/of mailbericht(en) bij/richting het door [bedrijf] ingeschakelde onderzoeksbureau genaamd [onderzoeksbureau] nogmaals heeft aangegeven dat de brand door een voor hem, verdachte, onbekende oorzaak, althans spontaan was ontstaan, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Op basis van de inhoud van het dossier stelt het hof vast dat op 29 september 2014 brand is ontstaan in de Chevrolet Camaro van de verdachte en zijn partner [medeverdachte] , alsmede dat de verdachte naar aanleiding daarvan telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] .
Blijkens de bevindingen van het forensisch onderzoek zijn er smeltsporen in de kabelboom net achter het dashboard en motorbenzine onder het plakkaat in beide voetencompartimenten aangetroffen, waarbij is vastgesteld dat de motorbenzine niet uit de auto zelf afkomstig is. Gelet op deze bevindingen zijn er twee scenario’s voor de ontstane brand mogelijk: brand door kortsluiting of brand door brandstichting.
Volgens de lezing van de verdachte is – kort gezegd – de brand ontstaan ten gevolge van kortsluiting. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet anders kan zijn dan dat het de verdachte is geweest die in de voetencompartimenten benzine heeft gebracht en dat de brand (aldus) door toedoen van de verdachte, te weten brandstichting is ontstaan.
Het hof overweegt voorts het navolgende.
In het dossier bevinden zich diverse rapporten, die door verschillende personen/instanties zijn opgesteld en waarin onder andere ook wordt gereageerd op (elkaars) eerder uitgebrachte rapportage(s). Gelet op de inhoud van de rapporten stelt het hof vast dat daarbij in het bijzonder de vraag centraal staat of de brand door brandstichting is ontstaan. De vraag of de brand door kortsluiting is ontstaan, is echter ondanks dat in het eerste onderzoeksrapport –dat ten grondslag heeft gelegen aan de verdere onderzoeken aangaande de mogelijke brandstichting door de verdachte – melding wordt gemaakt van kortsluitingssporen in restanten van bedrading in een kabelboom die onder het dashboard was gevoerd, niet althans niet in voldoende mate (nader) onderzocht. Volgens rapporteur Lelieveld van het Nederlands Forensisch Instituut kan – op basis van het sporenonderzoek aan de elektrische bedrading en apparatuur van de Chevrolet Camaro – een elektrische oorzaak van de brand (kortsluiting) in ieder geval niet worden uitgesloten.
Gelet op het vorenstaande – in het bijzonder het ontbreken van (nader) onderzoek naar kortsluiting als mogelijke oorzaak van de brand – kan naar het oordeel van het hof niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de brand is ontstaan door brandstichting. De verdachte zal derhalve van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mr. A.J. Henzen en mr. W.F. Koolen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.H.J. Menting, griffier,
en op 19 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-001503-22
Uitspraak : 19 juli 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 22 juni 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-705057-15 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. De rechtbank heeft het subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘poging tot oplichting’ en de verdachte daarvoor veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Door de verdachte is integrale vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primairhij op of omstreeks 29 september 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, met het oogmerk om zich of een ander, ten nadele van de verzekeraar [bedrijf] , wederrechtelijk te bevoordelen, brand heeft gesticht in enig tegen brandgevaar verzekerd goed, te weten een personenauto, Chevrolet Camaro, kenteken [kenteken] ;
subsidiairhij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29 september 2014 tot en met 2 november 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringmaatschappij [bedrijf] te bewegen tot afgifte van een geldbedrag van 12.000,00 euro, althans een hoeveelheid geld en/of uitkering van enig schadebedrag, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, al dan niet (mede) namens [medeverdachte] ,
telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] die inhield dat op 29 september 2014 door een voor verdachte onbekende oorzaak, althans spontaan, brand was ontstaan in de op dat moment door verdachte bestuurde Chevrolet Camaro, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende, en/of
in een of meer latere verklaring(en) en/of mailbericht(en) bij/richting het door [bedrijf] ingeschakelde onderzoeksbureau genaamd [onderzoeksbureau] nogmaals heeft aangegeven dat de brand door een voor hem, verdachte, onbekende oorzaak, althans spontaan was ontstaan, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Op basis van de inhoud van het dossier stelt het hof vast dat op 29 september 2014 brand is ontstaan in de Chevrolet Camaro van de verdachte en zijn partner [medeverdachte] , alsmede dat de verdachte naar aanleiding daarvan telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] .
Blijkens de bevindingen van het forensisch onderzoek zijn er smeltsporen in de kabelboom net achter het dashboard en motorbenzine onder het plakkaat in beide voetencompartimenten aangetroffen, waarbij is vastgesteld dat de motorbenzine niet uit de auto zelf afkomstig is. Gelet op deze bevindingen zijn er twee scenario’s voor de ontstane brand mogelijk: brand door kortsluiting of brand door brandstichting.
Volgens de lezing van de verdachte is – kort gezegd – de brand ontstaan ten gevolge van kortsluiting. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet anders kan zijn dan dat het de verdachte is geweest die in de voetencompartimenten benzine heeft gebracht en dat de brand (aldus) door toedoen van de verdachte, te weten brandstichting is ontstaan.
Het hof overweegt voorts het navolgende.
In het dossier bevinden zich diverse rapporten, die door verschillende personen/instanties zijn opgesteld en waarin onder andere ook wordt gereageerd op (elkaars) eerder uitgebrachte rapportage(s). Gelet op de inhoud van de rapporten stelt het hof vast dat daarbij in het bijzonder de vraag centraal staat of de brand door brandstichting is ontstaan. De vraag of de brand door kortsluiting is ontstaan, is echter ondanks dat in het eerste onderzoeksrapport –dat ten grondslag heeft gelegen aan de verdere onderzoeken aangaande de mogelijke brandstichting door de verdachte – melding wordt gemaakt van kortsluitingssporen in restanten van bedrading in een kabelboom die onder het dashboard was gevoerd, niet althans niet in voldoende mate (nader) onderzocht. Volgens rapporteur Lelieveld van het Nederlands Forensisch Instituut kan – op basis van het sporenonderzoek aan de elektrische bedrading en apparatuur van de Chevrolet Camaro – een elektrische oorzaak van de brand (kortsluiting) in ieder geval niet worden uitgesloten.
Gelet op het vorenstaande – in het bijzonder het ontbreken van (nader) onderzoek naar kortsluiting als mogelijke oorzaak van de brand – kan naar het oordeel van het hof niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de brand is ontstaan door brandstichting. De verdachte zal derhalve van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mr. A.J. Henzen en mr. W.F. Koolen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.H.J. Menting, griffier,
en op 19 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-001503-22
Uitspraak : 19 juli 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 22 juni 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-705057-15 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. De rechtbank heeft het subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘poging tot oplichting’ en de verdachte daarvoor veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Door de verdachte is integrale vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primairhij op of omstreeks 29 september 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, met het oogmerk om zich of een ander, ten nadele van de verzekeraar [bedrijf] , wederrechtelijk te bevoordelen, brand heeft gesticht in enig tegen brandgevaar verzekerd goed, te weten een personenauto, Chevrolet Camaro, kenteken [kenteken] ;
subsidiairhij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29 september 2014 tot en met 2 november 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringmaatschappij [bedrijf] te bewegen tot afgifte van een geldbedrag van 12.000,00 euro, althans een hoeveelheid geld en/of uitkering van enig schadebedrag, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, al dan niet (mede) namens [medeverdachte] ,
telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] die inhield dat op 29 september 2014 door een voor verdachte onbekende oorzaak, althans spontaan, brand was ontstaan in de op dat moment door verdachte bestuurde Chevrolet Camaro, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende, en/of
in een of meer latere verklaring(en) en/of mailbericht(en) bij/richting het door [bedrijf] ingeschakelde onderzoeksbureau genaamd [onderzoeksbureau] nogmaals heeft aangegeven dat de brand door een voor hem, verdachte, onbekende oorzaak, althans spontaan was ontstaan, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Op basis van de inhoud van het dossier stelt het hof vast dat op 29 september 2014 brand is ontstaan in de Chevrolet Camaro van de verdachte en zijn partner [medeverdachte] , alsmede dat de verdachte naar aanleiding daarvan telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] .
Blijkens de bevindingen van het forensisch onderzoek zijn er smeltsporen in de kabelboom net achter het dashboard en motorbenzine onder het plakkaat in beide voetencompartimenten aangetroffen, waarbij is vastgesteld dat de motorbenzine niet uit de auto zelf afkomstig is. Gelet op deze bevindingen zijn er twee scenario’s voor de ontstane brand mogelijk: brand door kortsluiting of brand door brandstichting.
Volgens de lezing van de verdachte is – kort gezegd – de brand ontstaan ten gevolge van kortsluiting. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet anders kan zijn dan dat het de verdachte is geweest die in de voetencompartimenten benzine heeft gebracht en dat de brand (aldus) door toedoen van de verdachte, te weten brandstichting is ontstaan.
Het hof overweegt voorts het navolgende.
In het dossier bevinden zich diverse rapporten, die door verschillende personen/instanties zijn opgesteld en waarin onder andere ook wordt gereageerd op (elkaars) eerder uitgebrachte rapportage(s). Gelet op de inhoud van de rapporten stelt het hof vast dat daarbij in het bijzonder de vraag centraal staat of de brand door brandstichting is ontstaan. De vraag of de brand door kortsluiting is ontstaan, is echter ondanks dat in het eerste onderzoeksrapport –dat ten grondslag heeft gelegen aan de verdere onderzoeken aangaande de mogelijke brandstichting door de verdachte – melding wordt gemaakt van kortsluitingssporen in restanten van bedrading in een kabelboom die onder het dashboard was gevoerd, niet althans niet in voldoende mate (nader) onderzocht. Volgens rapporteur Lelieveld van het Nederlands Forensisch Instituut kan – op basis van het sporenonderzoek aan de elektrische bedrading en apparatuur van de Chevrolet Camaro – een elektrische oorzaak van de brand (kortsluiting) in ieder geval niet worden uitgesloten.
Gelet op het vorenstaande – in het bijzonder het ontbreken van (nader) onderzoek naar kortsluiting als mogelijke oorzaak van de brand – kan naar het oordeel van het hof niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de brand is ontstaan door brandstichting. De verdachte zal derhalve van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mr. A.J. Henzen en mr. W.F. Koolen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.H.J. Menting, griffier,
en op 19 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-001503-22
Uitspraak : 19 juli 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 22 juni 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-705057-15 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. De rechtbank heeft het subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘poging tot oplichting’ en de verdachte daarvoor veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar.
Door de verdachte is integrale vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primairhij op of omstreeks 29 september 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, met het oogmerk om zich of een ander, ten nadele van de verzekeraar [bedrijf] , wederrechtelijk te bevoordelen, brand heeft gesticht in enig tegen brandgevaar verzekerd goed, te weten een personenauto, Chevrolet Camaro, kenteken [kenteken] ;
subsidiairhij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29 september 2014 tot en met 2 november 2014 te Scharendijke, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringmaatschappij [bedrijf] te bewegen tot afgifte van een geldbedrag van 12.000,00 euro, althans een hoeveelheid geld en/of uitkering van enig schadebedrag, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, al dan niet (mede) namens [medeverdachte] ,
telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] die inhield dat op 29 september 2014 door een voor verdachte onbekende oorzaak, althans spontaan, brand was ontstaan in de op dat moment door verdachte bestuurde Chevrolet Camaro, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende, en/of
in een of meer latere verklaring(en) en/of mailbericht(en) bij/richting het door [bedrijf] ingeschakelde onderzoeksbureau genaamd [onderzoeksbureau] nogmaals heeft aangegeven dat de brand door een voor hem, verdachte, onbekende oorzaak, althans spontaan was ontstaan, wetende dat hij, verdachte, die brand zelf had gesticht en dat dus in die melding verzwijgende,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Op basis van de inhoud van het dossier stelt het hof vast dat op 29 september 2014 brand is ontstaan in de Chevrolet Camaro van de verdachte en zijn partner [medeverdachte] , alsmede dat de verdachte naar aanleiding daarvan telefonisch een schadeclaim heeft ingediend bij [bedrijf] .
Blijkens de bevindingen van het forensisch onderzoek zijn er smeltsporen in de kabelboom net achter het dashboard en motorbenzine onder het plakkaat in beide voetencompartimenten aangetroffen, waarbij is vastgesteld dat de motorbenzine niet uit de auto zelf afkomstig is. Gelet op deze bevindingen zijn er twee scenario’s voor de ontstane brand mogelijk: brand door kortsluiting of brand door brandstichting.
Volgens de lezing van de verdachte is – kort gezegd – de brand ontstaan ten gevolge van kortsluiting. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet anders kan zijn dan dat het de verdachte is geweest die in de voetencompartimenten benzine heeft gebracht en dat de brand (aldus) door toedoen van de verdachte, te weten brandstichting is ontstaan.
Het hof overweegt voorts het navolgende.
In het dossier bevinden zich diverse rapporten, die door verschillende personen/instanties zijn opgesteld en waarin onder andere ook wordt gereageerd op (elkaars) eerder uitgebrachte rapportage(s). Gelet op de inhoud van de rapporten stelt het hof vast dat daarbij in het bijzonder de vraag centraal staat of de brand door brandstichting is ontstaan. De vraag of de brand door kortsluiting is ontstaan, is echter ondanks dat in het eerste onderzoeksrapport –dat ten grondslag heeft gelegen aan de verdere onderzoeken aangaande de mogelijke brandstichting door de verdachte – melding wordt gemaakt van kortsluitingssporen in restanten van bedrading in een kabelboom die onder het dashboard was gevoerd, niet althans niet in voldoende mate (nader) onderzocht. Volgens rapporteur Lelieveld van het Nederlands Forensisch Instituut kan – op basis van het sporenonderzoek aan de elektrische bedrading en apparatuur van de Chevrolet Camaro – een elektrische oorzaak van de brand (kortsluiting) in ieder geval niet worden uitgesloten.
Gelet op het vorenstaande – in het bijzonder het ontbreken van (nader) onderzoek naar kortsluiting als mogelijke oorzaak van de brand – kan naar het oordeel van het hof niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de brand is ontstaan door brandstichting. De verdachte zal derhalve van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mr. A.J. Henzen en mr. W.F. Koolen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.H.J. Menting, griffier,
en op 19 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.