Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-08-09
ECLI:NL:GHSHE:2024:2554
Strafrecht
Hoger beroep
4,944 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-002760-23
Uitspraak : 9 augustus 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 oktober 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-223075-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
volgens mededeling van de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaren. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde] is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 200,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Ten behoeve van slachtoffer [benadeelde] is daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tevens is de verdachte veroordeeld in de proceskosten en is de vordering voor het overige afgewezen.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de raadsvrouw betoogd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] primair niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en subsidiair dat het toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding dient te worden gematigd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust, daaronder mede begrepen de bewijsoverwegingen waarin de verweren van de verdediging zijn verworpen. Nu in hoger beroep dezelfde verweren zijn aangevoerd als in eerste aanleg, noopt hetgeen door de verdediging in hoger beroep naar voren is gebracht niet tot een ander oordeel.
Dictum
Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. S.C. van Duijn, voorzitter,
mr. M.M. Koevoets en mr. M. van der Horst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,
en op 9 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-002760-23
Uitspraak : 9 augustus 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 oktober 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-223075-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
volgens mededeling van de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaren. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde] is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 200,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Ten behoeve van slachtoffer [benadeelde] is daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tevens is de verdachte veroordeeld in de proceskosten en is de vordering voor het overige afgewezen.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de raadsvrouw betoogd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] primair niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en subsidiair dat het toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding dient te worden gematigd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust, daaronder mede begrepen de bewijsoverwegingen waarin de verweren van de verdediging zijn verworpen. Nu in hoger beroep dezelfde verweren zijn aangevoerd als in eerste aanleg, noopt hetgeen door de verdediging in hoger beroep naar voren is gebracht niet tot een ander oordeel.
Dictum
Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. S.C. van Duijn, voorzitter,
mr. M.M. Koevoets en mr. M. van der Horst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,
en op 9 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-002760-23
Uitspraak : 9 augustus 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 oktober 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-223075-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
volgens mededeling van de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaren. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde] is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 200,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Ten behoeve van slachtoffer [benadeelde] is daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tevens is de verdachte veroordeeld in de proceskosten en is de vordering voor het overige afgewezen.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de raadsvrouw betoogd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] primair niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en subsidiair dat het toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding dient te worden gematigd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust, daaronder mede begrepen de bewijsoverwegingen waarin de verweren van de verdediging zijn verworpen. Nu in hoger beroep dezelfde verweren zijn aangevoerd als in eerste aanleg, noopt hetgeen door de verdediging in hoger beroep naar voren is gebracht niet tot een ander oordeel.
Dictum
Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. S.C. van Duijn, voorzitter,
mr. M.M. Koevoets en mr. M. van der Horst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,
en op 9 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-002760-23
Uitspraak : 9 augustus 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 oktober 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-223075-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
volgens mededeling van de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaren. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde] is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 200,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Ten behoeve van slachtoffer [benadeelde] is daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tevens is de verdachte veroordeeld in de proceskosten en is de vordering voor het overige afgewezen.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de raadsvrouw betoogd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] primair niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en subsidiair dat het toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding dient te worden gematigd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust, daaronder mede begrepen de bewijsoverwegingen waarin de verweren van de verdediging zijn verworpen. Nu in hoger beroep dezelfde verweren zijn aangevoerd als in eerste aanleg, noopt hetgeen door de verdediging in hoger beroep naar voren is gebracht niet tot een ander oordeel.
Dictum
Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. S.C. van Duijn, voorzitter,
mr. M.M. Koevoets en mr. M. van der Horst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,
en op 9 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-002760-23
Uitspraak : 9 augustus 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 oktober 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-223075-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
volgens mededeling van de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaren. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde] is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 200,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Ten behoeve van slachtoffer [benadeelde] is daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tevens is de verdachte veroordeeld in de proceskosten en is de vordering voor het overige afgewezen.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de raadsvrouw betoogd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] primair niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en subsidiair dat het toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding dient te worden gematigd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust, daaronder mede begrepen de bewijsoverwegingen waarin de verweren van de verdediging zijn verworpen. Nu in hoger beroep dezelfde verweren zijn aangevoerd als in eerste aanleg, noopt hetgeen door de verdediging in hoger beroep naar voren is gebracht niet tot een ander oordeel.
Dictum
Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. S.C. van Duijn, voorzitter,
mr. M.M. Koevoets en mr. M. van der Horst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,
en op 9 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-002760-23
Uitspraak : 9 augustus 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 oktober 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-223075-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
volgens mededeling van de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaren. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde] is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 200,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Ten behoeve van slachtoffer [benadeelde] is daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tevens is de verdachte veroordeeld in de proceskosten en is de vordering voor het overige afgewezen.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de raadsvrouw betoogd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] primair niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en subsidiair dat het toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding dient te worden gematigd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust, daaronder mede begrepen de bewijsoverwegingen waarin de verweren van de verdediging zijn verworpen. Nu in hoger beroep dezelfde verweren zijn aangevoerd als in eerste aanleg, noopt hetgeen door de verdediging in hoger beroep naar voren is gebracht niet tot een ander oordeel.
Dictum
Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. S.C. van Duijn, voorzitter,
mr. M.M. Koevoets en mr. M. van der Horst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,
en op 9 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.