Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-06-11
ECLI:NL:GHSHE:2024:2102
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
2,302 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 11 juni 2024
Zaaknummer : 200.338.801/01
Zaaknummer eerste aanleg : C/03/324388 / JE RK 23-2009
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats]
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. A.J.J. Kreutzkamp,
tegen
Raad voor de Kinderbescherming,
regio Limburg, locatie [locatie] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de raad.
Deze zaak gaat over:
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
Als belanghebbende merkt het hof aan:
Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de GI.
Als informant merkt het hof aan:
[de grootmoeder (mz)]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de grootmoeder (mz).
7De beschikking van 16 mei 2024
Het hof heeft bij beschikking van 16 mei 2024 de bestreden beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 12 december 2023 voor wat betreft de machtiging tot uithuisplaatsing over de periode van 12 december 2023 tot 1 juli 2024 in een netwerkpleeggezin, te weten het gezin van de grootmoeder moederzijde en de stiefgrootvader, bekrachtigd.
Daarbij is de raad verzocht zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk voor 1 juni 2024, het hof schriftelijk te informeren over hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 5.4.6. van die beschikking, met gelijktijdige verzending van de informatie aan de overige partijen.
Iedere verdere beslissing is aangehouden tot 1 juli 2024 pro forma.
8. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
8.1.
De voortgezette mondelinge behandeling in hoger beroep heeft plaatsgevonden op 11 juni 2024. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. Kreutzkamp;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
8.1.1.
De GI is met bericht van afmelding niet op de mondelinge behandeling verschenen. De grootmoeder (mz) is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op mondelinge behandeling verschenen.
8.2.
Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- de brief van de raad d.d. 31 mei 2024;
- het e-mailbericht namens de moeder d.d. 6 juni 2024;
- het e-mailbericht met bijlagen van de GI d.d. 10 juni 2024.
9De verdere beoordeling
9.1.
De moeder voert – samengevat – het volgende aan. In de (tussen)beschikking heeft het hof zorgen geuit over de plaatsing van [minderjarige] in het netwerkpleeggezin van de grootmoeder (mz). Deze zorgen zijn sindsdien niet afgenomen. Het is nog steeds onduidelijk of de plek voldoende rustig en stabiel is voor [minderjarige] . De pleegzorgscreening is niet afgerond en het is niet duidelijk of de grootmoeder (mz) voldoende begeleidbaar en behandelbaar is. Ook heeft de moeder zorgen over mogelijke drugshandel in de woning van de grootmoeder (mz). De GI schrijft in het verslag dat er over vier weken een overleg is gepland om de lijnen kort te houden en zodat de samenwerking transparant is. Dit stelt de moeder niet gerust. In het verslag van [zorggroep] staat dat er binnen zes maanden in kaart moet worden gebracht wat er nodig is voor [minderjarige] . Dat had eerder moeten gebeuren. Ook voor grootmoeder (mz) moet er binnen een half jaar ambulante begeleiding komen. De grootmoeder (mz) is dus nog niet klaar om alles in goede banen te leiden. De moeder vindt dit niet juist. Er is veel kunst- en vliegwerk nodig in de leefsituatie bij de grootmoeder (mz). De moeder vindt dit vreemd omdat zij het eens is met de ondertoezichtstelling en zelf open staat voor hulp en steun. Zij krijgt inmiddels drie uur per week begeleiding van [instantie 1] en het huis is opgeknapt. Omdat de moeder zich wel begeleidbaar en behandelbaar opstelt, terwijl er in de situatie bij de grootmoeder (mz) veel hulp en steun nodig is en [instantie 2] nog steeds twijfels heeft, zou [minderjarige] beter terug naar de moeder kunnen. In zoverre moet het hof terugkomen op de (tussen)beschikking en op basis van de nieuwe informatie beslissen om de machtiging tot uithuisplaatsing te vernietigen vanaf 1 juli.
9.2.
De raad voert – samengevat – het volgende aan. De raad heeft op 29 mei 2024 contact gehad met de GI. Hieruit bleek dat de definitieve pleegzorgscreening nog steeds niet is afgerond, omdat er zaken met betrekking tot de grootmoeder (mz) onduidelijk blijven en de afwikkeling traag verloopt. De grootmoeder (mz) levert de benodigde informatie wel aan, zoals een verklaring van een referent uit haar eigen netwerk ten aanzien van haar opvoedcapaciteiten, maar het aanleveren van deze informatie duurt erg lang. Dit heeft een remmend effect op de screening. De grootmoeder (mz) heeft benoemd dat zij voornemens was een traject voor EMDR aan te gaan in verband met PTSS, maar dat zij dit traject niet heeft kunnen starten vanwege de pleegzorgplaatsing van [minderjarige] . Bij doorvragen door [instantie 2] wordt niet duidelijk in welke mate grootmoeder (mz) klachten ervaart en waardoor de PTSS zou zijn ontstaan. [instantie 2] heeft vragen over de begeleidbaarheid van grootmoeder (mz), nu het haar niet lukt om openheid en transparantie te bieden over voor [minderjarige] belangrijke zaken, zoals PTSS en de oorzaak, ernst en behandeling daarvan. Ook navraag bij de gespecialiseerde thuiszorg van [thuiszorg] levert onvoldoende duidelijkheid op: de betrokken professional geeft enkel aan dat grootmoeder (mz) eigen redenen heeft om het EMDR-traject aan te gaan, dan wel on hold te zetten. Medio mei 2024 heeft er een RTO plaatsgevonden met de bij [minderjarige] en grootmoeder (mz) betrokken professionals. Hier heeft school aangegeven een positieve ontwikkeling te zien bij [minderjarige] : zij zit beter in haar vel sinds zij bij grootmoeder (mz) verblijft en maakt een verzorgde indruk. Volgens school komt [minderjarige] nu aan ontwikkeling toe. De GI is voornemens om 6 juni 2024 aan te sluiten bij een gesprek van [instantie 2] Pleegzorg met grootmoeder (mz), om het belang van een transparante en voortvarende samenwerking te onderstrepen, ook in het kader van de zorgen in de (tussen)beschikking van 16 mei 2024 genoemd worden.
Naar aanleiding van de informatie van de GI van 10 juni 2024 is de raad gerustgesteld. Er is ambulante hulpverlening in de situatie bij de grootmoeder (mz) en die hebben goede ervaringen met de grootmoeder (mz) en [minderjarige] . Er wordt geluisterd naar de adviezen en met de tips wordt aan de gang gegaan. Het belangrijkste is dat het nu goed gaat met [minderjarige] . [minderjarige] heeft aangegeven dat zij terug zou willen naar de moeder, maar dat daar wel eerst iets moet gebeuren. De moeder is er mee bezig, maar drie uur begeleiding per week is niet veel. Ook is dit nog heel pril en is het de vraag of dit stand zal houden. De doelen waar [instantie 1] aan werkt zijn veelal van praktische aard, terwijl er juist veel zorgen zijn over moeders persoonlijke problematiek. Daar is geen informatie over.
De raad acht het in het belang van [minderjarige] dat het oorspronkelijke verzoek wordt toegewezen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd. Met intensieve hulpverlening zal moeten worden onderzocht of [minderjarige] weer terug naar de moeder zal kunnen.
9.3.
De GI brengt – samengevat – het volgende naar voren. Op 6 juni 2024 heeft er een overleg plaatsgevonden met medewerkers van [instantie 2] en de ambulant begeleider van [minderjarige] vanuit [zorggroep] . In dit gesprek is naar voren gekomen dat de pleegzorgscreening zo lang duurt omdat [instantie 2] twijfels heeft over de samenwerking en begeleidbaarheid van de grootmoeder (mz).
Dictum
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 12 december 2023 voor wat betreft de machtiging tot uithuisplaatsing over de periode van 1 juli 2024 tot 1 september 2024 in een netwerkpleeggezin, te weten het gezin van de grootmoeder moederzijde en de stiefgrootvader;
verzoekt de raad zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 16 juli 2024, het hof schriftelijk te informeren over hetgeen vermeld in rechtsoverweging 9.4.2., met gelijktijdige verzending van de informatie aan de overige partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan en roept partijen op om op donderdag 25 juli 2024 om 10.00 uur te verschijnen op de voortgezette mondelinge behandeling in het Paleis van Justitie, Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mrs. C.N.M. Antens, E.M.C. Dumoulin en E.P. de Beij op 11 juni 2024 en op schrift gesteld op 25 juni 2024.