Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-05-21
ECLI:NL:GHSHE:2024:1707
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Hoger beroep
1,176 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.322.698/01
arrest van 21 mei 2024
in de zaak van
Coventry B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestiging/kantoorplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. A.H.H.M. Roelofs te Nuland, gemeente ’s-Hertogenbosch,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. W.M.H. Weijmans te Gemert, gemeente Gemert-Bakel.
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 28 maart 2023 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats
's-Hertogenbosch, onder zaaknummer 9519134 CV EXPL 21-5190 gewezen vonnis van
29 december 2022.
5Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenarrest van 28 maart 2023;
het proces-verbaal van mondelinge behandeling na aanbrengen gehouden op
29 juni 2023;
het H16-formulier voor de rol van 28 november 2023 van de zijde van Coventry waarin zij het hof verzoekt tot royement over te gaan;
het H16-formulier voor de rol van 28 november 2023 van de zijde van [geïntimeerde] waarin hij het hof verzoekt partijen te laten doorprocederen en een mondelinge behandeling te gelasten;
de akte uitlating verzoek royement en instellen incidenteel appel op de rol van
19 december 2023 van de zijde van [geïntimeerde] .
Het hof heeft een datum voor arrest bepaald.
6De verdere beoordeling
6.1.
De mondelinge behandeling na aanbrengen gehouden op 29 juni 2023 zou worden voortgezet op 23 november 2023. Die (voortgezette) mondelinge behandeling na aanbrengen is niet gehouden. De zaak is vervolgens naar de rol van 28 november 2023 verwezen voor beraad royement partijen. Coventry heeft om royement verzocht. [geïntimeerde] heeft daar niet mee ingestemd en vraagt mondelinge behandeling. De zaak is daarna naar de rol van 19 december 2023 verwezen voor akte aan de zijde van [geïntimeerde] om zich uit te laten over het verzoek royement en instellen incidenteel appel. [geïntimeerde] heeft aangegeven de procedure te willen voortzetten. Daarop is de zaak verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van grieven.
6.2.
Aan Coventry is een termijn van acht weken verleend voor het nemen van de memorie van grieven op de rol van 13 februari 2024. De memorie van grieven is niet op die rol genomen. Vervolgens is aan Coventry een ambtshalve uitstel van vier weken verleend, ambtshalve peremptoir.
6.3.
Op de rol van 12 maart 2024 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van Coventry om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan de wederpartij akte van niet-dienen verleend.
6.4.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
Beoordeling
7.1.
Coventry heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat Coventry bij eindarrest niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het principaal hoger beroep.
7.2.
[geïntimeerde] heeft in zijn akte uitlating verzoek royement en instellen incidenteel appel op de rol van 19 december 2023 aangegeven dat [geïntimeerde] noodgedwongen kosten heeft gemaakt en dat met een royement de mogelijkheid tot het instellen van incidenteel hoger beroep verdwijnt. [geïntimeerde] geeft aan dat hij voornemens is incidenteel hoger beroep in te stellen omdat hij het op punten niet eens is met het vonnis. Daarom zal de zaak worden verwezen naar de rol van 2 juli 2024 waarop [geïntimeerde] desgewenst een memorie van grieven in incidenteel appel kan nemen.
8De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 2 juli 2024 voor het nemen van een memorie van grieven in incidenteel appel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 21 mei 2024.
griffier rolraadsheer