Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-01-19
ECLI:NL:GHSHE:2024:1526
Strafrecht
Hoger beroep
741 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000832-22
Uitspraak : 19 januari 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, van 12 april 2022, in de strafzaak met parketnummer 01-993285-21 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat telkens gekwalificeerd als ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 1 en feit 2), de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest.
De rechtbank heeft voorts beslist op het beslag. De rechtbank heeft de inbeslaggenomen kluis en een sporttas verbeurdverklaard en de overige inbeslaggenomen goederen, te weten – kort gezegd – pakketten en/of blokken verdovende middelen, onttrokken aan het verkeer.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft zich met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust.
Het hof verenigt zich met de bewijsoverwegingen van de rechtbank waarin de – gelijkluidende – verweren van de verdediging zijn verworpen. Hetgeen in hoger beroep is aangebracht leidt niet tot een ander oordeel.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. M. van der Horst, voorzitter,
mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven en mr. S.C. van Duijn, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. van der Valk en mr. T.G. Remmink, griffiers,
en op 19 januari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Baaijens-van Geloven is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.