Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2023-11-22
ECLI:NL:GHSHE:2023:3944
Strafrecht
Hoger beroep
30,845 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-001496-21
Uitspraak : 22 november 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 14 juni 2021, in de strafzaak met parketnummer 03-259655-19 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van hetgeen onder feit 4 primair en feit 5 aan hem ten laste is gelegd. De rechtbank heeft het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als:
- ‘ met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd’ (feit 1);- ‘ontucht plegen met zijn pleegkind’ (feit 2);
- ‘ een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een kind dat hij verzorgt en opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd’ (feit 3) en- ‘mishandeling’ (feit 4 subsidiair),de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] is integraal toegewezen tot het bedrag van € 31.263,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. Ten behoeve van het slachtoffer is tevens de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Namens de verdachte en door de officier van justitie in het arrondissement Limburg is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal vrijspreken van het onder feit 4 primair tenlastegelegde, het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 subsidiair en feit 5 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot het bedrag van € 31.263,99, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ten slotte is gevorderd om ten behoeve van het slachtoffer de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1, feit 2, feit 4 en feit 5 tenlastegelegde. Met betrekking tot het onder feit 3 tenlastegelegde heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] is geconcludeerd tot afwijzing.
Vonnis waarvan beroep
Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1. hij in of omstreeks de periode van 4 maart 2014 tot en met 31 januari 2015 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een kind over wie hij, verdachte, het gezag uitoefende en/of met een kind dat hij, verdachte, verzorgde en/of opvoedde als behorend tot zijn, verdachtes, gezin, en/of met een aan zijn, verdachtes, zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 1] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 4 maart 2014 tot en met 31 januari 2015 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een kind over wie hij, verdachte, het gezag uitoefende en/of met een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn, verdachtes, gezin en/of met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 1] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans, eenmaal, (telkens) - vastpakken van een been en/of een voet van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) brengen en/of duwen en/of houden van die voet op/tegen zijn, verdachtes, penis en/of - aanraken en/of betasten en/of strelen van en/of knijpen in de borst(en) van die [slachtoffer] en/of - brengen van zijn, verdachtes, hand(en) in de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] en/of uittrekken van de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] en/of - betasten en/of strelen en/of likken van de vagina en/of de clitoris van die [slachtoffer] ;
2.hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2015 tot en met 31 januari 2017 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn, verdachtes, minderjarig stiefkind en/of pleegkind en/of met een aan zijn, verdachtes, zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 1] , door het meermalen, althans eenmaal, (telkens) - aanraken en/of bestasten en/of strelen van en/of knijpen in de borst(en) van die [slachtoffer] en/of - brengen van zijn, verdachtes, hand(en) in de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] en/of uittrekken van de broek en/of de onderbroek van die [slachtoffer] en/of - betasten en/of strelen en/of likken van en/of wrijven over de vagina en/of de clitoris van die [slachtoffer] en/of - duwen en/of brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] en/of - duwen en/of brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of de mond en/of de anus van die [slachtoffer] ;
3.hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 december 2016 tot en met 7 maart 2019 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) afbeeldingen, te weten foto’s en/of gegevensdragers, te weten een of meer MicroSD geheugenkaart(en) (merk [merk 1] en/of [merk 2] ) en/of een USB-stick (merk [merk 3] ), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij een kind over wie hij, verdachte, het gezag uitoefende en/of een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn, verdachtes, gezin en/of een aan zijn, verdachtes, zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 1] ), althans iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of v
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder feit 4 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3, feit 4 subsidiair en feit 5 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren;
wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezenverklaarde van het onder feit 1 primair en feit 2 tenlastegelegde tot het bedrag van € 31.263,99 (zegge: eenendertigduizend tweehonderddrieënzestig euro en negenennegentig cent) bestaande uit € 1.263,99 (zegge: duizend tweehonderddrieënzestig euro en negenennegentig cent) aan materiële schadevergoeding en € 30.000,00 (zegge: dertigduizend euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 428,99 vanaf 17 mei 2021 en over een bedrag van € 30.000,00 vanaf 31 januari 2017, telkens tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de kosten en in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, aan de zijde van de benadeelde partij tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;
legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het bewezenverklaarde van het onder feit 1 primair en feit 2 tenlastegelegde tot het bedrag van € 31.263,99 (zegge: eenendertigduizend tweehonderddrieënzestig euro en negenennegentig cent) bestaande uit € 1.263,99 (zegge: duizend tweehonderddrieënzestig euro en negenennegentig cent) aan materiële schadevergoeding en € 30.000,00 (zegge: dertigduizend euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 428,99 vanaf 17 mei 2021 en over een bedrag van € 30.000,00 vanaf 31 januari 2017, telkens tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 191 (honderdeenennegentig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Aldus gewezen door:
mr. C.M. Hilverda, voorzitter,
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. A. Muller, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. lic. J.N. van Veen, griffier,
en op 22 november 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
erworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 1] , p. 98 en 99 proces-verbaal van de politie en/of een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 2] , p. 99 proces-verbaal van de politie en/of een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 3] , p. 99 proces-verbaal van de politie en/of een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 4] , p. 99 proces-verbaal van de politie);
4.hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2014 tot en met 28 juli 2014 in de gemeente Roermond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn, verdachtes, echtgenote en/of levensgezel, te weten [getuige 4] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet meermalen, althans eenmaal, (telkens) die [getuige 4] bij de keel en/of hals heeft vastgegrepen en/of vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) (met kracht) met zijn, verdachtes, hand(en) op de keel en/of hals van die [getuige 4] heeft geduwd en/of gedrukt en/of de keel van die [getuige 4] (met kracht) heeft dichtgedrukt (gehouden) en/of de neus en/of de mond van die [getuige 4] met zijn, verdachtes, hand(en) heeft bedekt (gehouden), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2014 tot en met 28 juli 2014 in de gemeente Roermond, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk mishandelend zijn, verdachtes, echtgenoot en/of levensgezel, te weten [getuige 4] , - bij de keel en/of hals heeft vastgegrepen en/of vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) (met kracht) met zijn, verdachtes, hand(en) de keel en/of hals heeft dichtgedrukt (gehouden) en/of de mond en neus van die [getuige 4] met zijn, verdachtes, hand(en) heeft bedekt (gehouden) en/of - (met gebalde vuist) (met kracht) op/tegen de mond, althans op/tegen het hoofd, heeft geslagen en/of gestompt en/of - (met kracht) met zijn, verdachtes, voet(en) op een/de voet(en) van die [getuige 4] is gaan en/of blijven staan en/of - bij de haren heeft vastgepakt en/of (vervolgens) aan de haren zijn, verdachtes, kant uit heeft getrokken, althans aan de haren heeft getrokken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
5.hij op of omstreeks 20 november 2016 in de gemeente Roermond, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) afbeelding(en), te weten (een) foto('s), van (een) seksuele gedraging(en), waarbij een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn, verdachtes, gezin, althans iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 1] , is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd, welke seksuele gedraging – zakelijk weergegeven – bestond(en) uit het met de penis oraal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (een of meer foto's, zoals beschreven op p. 111, 112 en 113 van het proces-verbaal van de politie).
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak van het onder feit 4 primair tenlastegelegde
Het hof is met de rechtbank, de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting niet naar voren is gekomen dat door het dichtknijpen van de keel van het slachtoffer [getuige 4] de aanmerkelijke kans heeft bestaan op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de politie op 20 juli 2014 geen letsel heeft geconstateerd bij het slachtoffer en ook overigens zijn er geen aanknopingspunten uit het procesdossier naar voren gekomen op grond waarvan kan worden vastgesteld hoe lang en met hoeveel kracht de verdachte de keel van het slachtoffer heeft dichtgeknepen.
Bij voormelde stand van zaken zal de verdachte worden vrijgesproken van de poging tot zware mishandeling van [getuige 4] , zoals onder feit 4 primair aan hem ten laste is gelegd.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3, feit 4 subsidiair en feit 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1. primairhij in de periode van 4 maart 2014 tot en met 31 januari 2015 in de gemeente Roermond meermalen telkens met een kind dat hij, verdachte, verzorgde en opvoedde als behorend tot zijn, verdachtes, gezin, zijnde een aan zijn, verdachtes, zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 1] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ;
2.hij in de periode van 1 februari 2015 tot en met 31 januari 2017 in de gemeente Roermond meermalen telkens ontucht heeft gepleegd met zijn, verdachtes, minderjarig stiefkind en/of pleegkind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 1] , door het meermalen telkens duwen en/of brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer] ;
3.hij op tijdstippen in de periode van 15 december 2016 tot en met 7 maart 2019 in de gemeente Roermond afbeeldingen, te weten foto’s bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn, verdachtes, gezin, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 1] ), die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, heeft verworven en in bezit gehad, welke seksuele gedragingen bestonden uit het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en poseert in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en door de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk de (ontblote) borsten en billen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling
(de foto’s met bestandsnamen: [bestandsnaam 1] , [bestandsnaam 2] , [bestandsnaam 3] en [bestandsnaam 4] );
4.
Inleiding
subsidiairhij in de periode van 11 juli 2014 tot en met 28 juli 2014 in de gemeente Roermond meermalen telkens opzettelijk mishandelend zijn, verdachtes, echtgenote, te weten [getuige 4] , - bij de keel en/of hals heeft vastgegrepen en vastgepakt en vastgehouden en vervolgens met kracht met zijn, verdachtes, handen de keel en/of hals heeft dichtgedrukt (gehouden) en/of de mond en neus van die [getuige 4] met zijn, verdachtes, handen heeft bedekt gehouden en/of - met gebalde vuist met kracht tegen de mond heeft geslagen en/of - met zijn, verdachtes, voet op de voet van die [getuige 4] is gaan staan en/of - bij de haren heeft vastgepakt en aan de haren zijn, verdachtes, kant uit heeft getrokken, waardoor deze pijn heeft ondervonden;
5.hij op 20 november 2016 in de gemeente Roermond een afbeelding, te weten een foto, van een seksuele gedraging, waarbij een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn, verdachtes, gezin, dat kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 1] , is betrokken, heeft vervaardigd, welke seksuele gedraging bestond uit het met de penis oraal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer] .
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Limburg, dienst regionale recherche, team zeden, gesloten d.d. 7 oktober 2019, in het onderzoek met registratienummer 2018143477, inhoudende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-514.
1
Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 26 september 2018 met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 2] , dossierpagina’s 147-153, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Dossierpagina 147
Samengevat verklaarde [slachtoffer] dat:
- De naam [verdachte] van haar stiefvader is.
- Zij haar naam gewijzigd had toen zij met haar moeder bij haar stiefvader woonde.
- Haar moeder [getuige 4] heet.
- Zij 13 jaar was toen ze van [woonplaats 1] naar [adres] , was verhuisd.
- De reden was omdat haar moeder [verdachte] leerde kennen en deze in Roermond woonde.
Dossierpagina 148
- Zij in december 2012 bij [verdachte] zijn ingetrokken.
- Dit in het begin erg goed ging.
- [verdachte] lief, aardig en behulpzaam was.
- Nadat haar moeder en [verdachte] trouwden, zij steeds meer ruzies kregen.
- In maart 2014 zij, haar moeder en [verdachte] carnaval waren gaan vieren.
- Zij, toen ze thuis kwamen, in de jacuzzi gingen.
- [verdachte] een groot huis had en een jacuzzi.
- [verdachte] en haar moeder naakt in de jacuzzi gingen.
- Zij vervolgens in de jacuzzi zaten.
- [verdachte] recht tegenover haar zat.
- Haar moeder even naar het toilet ging.
- [verdachte] vervolgens haar voet vastpakte en tegen zijn piemel aanduwde.
- Zij toen niet wist wat ze moest doen
- Zij voelde dat zijn piemel stijf was.
- Zij toen nog aan hem vroeg wat hij deed.
- Hij toen zei “voel maar”.
- Toen haar moeder terugkwam, [verdachte] haar voet losliet.
- Vervolgens zowel zij als [verdachte] deden alsof er niets aan de hand was.
- Ongeveer een week later zij bij haar stiefvader en moeder in hun bed tv was gaan kijken.
- Zij dit voorheen ook vaker deed om samen tv te kijken.
- Haar moeder op een gegeven moment in slaap viel.
- [verdachte] vervolgens het licht uitdeed en zei dat ze ook in het bed kon blijven slapen.
- Zij dit deed.
- Zij een topje, BH en broekje aan had.
- [verdachte] vervolgens naast haar ging liggen.
- Hij vervolgens haar naakte borsten onder de BH aanraakte en in haar borsten kneep.
- Hij daarna met zijn hand in haar broekje ging.
- Hij daarna met zijn hand haar clitoris streelde en daarna met zijn vingers haar vagina inging.
- Hij zei toen dat ze goed nat was en het dus wel fijn zou vinden.
- Zij het helemaal niet fijn vond en het zichzelf kwalijk neemt dat ze niets gezegd had.
- Zij in shock was en niet wist wat ze moest doen.
- Deze handeling stopte omdat haar moeder wakker werd.
- Het later vaker gebeurde dat als ze bij hen in bed lag en moeder sliep.
Dossierpagina 149
- Hij dan vaker met zijn vingers bij haar vagina naar binnen drong.
- Hij haar op een gegeven moment ook deed beffen.
- Het meestal gebeurde op vrijdag of zaterdag.
- Het ongeveer 10 keer zal zijn gebeurd, maar zij niet goed weet hoe vaak.
- Zij steeds bij hen in bed ging liggen omdat ze niet wilde dat het haar moeder zou opvallen als ze niet meer wilde.
- Haar moeder op een gegeven moment werk had gevonden in [woonplaats 2] en daarom ook daar overnachtte.
- Haar moeder dan alleen in het weekend thuis was.
- Op een dag in de middag haar stiefvader haar aanraakte aan haar borsten onder haar BH.
- Haar stiefvader zei dat ze mee moest gaan naar boven.
- Zij boven haar kleren moest uitdoen.
- Zij zei dat ze geen seks wilde omdat ze pas 15 jaar was.
- Hij toen toch met zijn piemel in haar vagina ging.
- Haar stiefvader niet in haar klaar kwam maar op haar buik klaar kwam omdat ze niet aan de pil was.
- Dit gebeurde in april 2014.
- Zij zich niet heeft verzet
- Zij daarna ongeveer 10 keer seks had met haar stiefvader.
- Op enig moment in juli vertrok haar moeder.
- Zij daarna bijna dagelijks seks moest hebben met [verdachte] .
- Dit geduurd heeft van juli 2014 tot 11 juli 2018.
Dossierpagina 150
- Zij wel nog foto’s op haar harde schijf heeft staan waarop te zien is dat zij [verdachte] pijpt.
2
Het proces-verbaal van aangifte d.d. maandag 1 oktober 2018, dossierpagina’s 154-170, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 2] :
Dossierpagina 154
V: Vraag verbalisanten
A: Antwoord aangever
O: Opmerking
Dossierpagina 155
V: Tegen wie doe je aangifte?
A: Tegen [verdachte] . Hij heet eigenlijk [verdachte] .
V: Waarvan doe je aangifte?
A: Misbruik van mij dat ik 15 was en dat hij mijn pleegvader was. Seksueel misbruik.
Dossierpagina 157
V: Wanneer kwam [verdachte] in jouw leven?
A: Wij waren in de zomer van 2012 op vakantie geweest en tijdens de vakantie vertelde mijn moeder dat zij iemand had leren kennen: [verdachte] . Op 21 december 2012 zijn we daar gaan wonen.
V: Hoe weet je dat?
Dat was mijn laatste dag op school in [woonplaats 1] en ik was het er niet mee eens dat wij naar Roermond gingen verhuizen en bij [verdachte] gingen intrekken.
Dossierpagina 155
V: Wanneer is het gebeurd?
A: Het is begonnen in maart 2014 tot 11 juli 2018. 4 maart 2014 was de eerste toenadering. Dat was met carnaval en wij zijn met zijn drieën in de jacuzzi gegaan. Dat was met mijn moeder, mijn stiefvader [verdachte] en ik.
Inleiding
Mijn moeder ging op een gegeven moment naar de wc en [verdachte] heeft toen mijn voet vastgepakt en tegen zijn piemel gehouden.
Dossierpagina 158
Die jacuzzi staat in de tuin.
Dossierpagina 159
V: Je vertelde dat je moeder naar de wc ging, hoe lang is zij weggeweest?
A: Een minuut of 2.
V: Hoe lang duurde het tot dat [verdachte] jouw voet pakte, toen je moeder naar de wc ging?
A: Niet heel lang en hij keek mij al heel raar aan. Hij keek een beetje zwoel naar mij en een beetje vies. Hij pakte echte mijn voet met twee handen en hield het tegen zijn piemel aan. Om te laten voelen hoe stijf hij was.
V: Wat dacht jij toen?
A: Ik vond het heel raar.
V: Wat heb jij gedaan toen [verdachte] jouw voet pakte en tegen zijn piemel hield?
A: Niks. Ik heb hem wel proberen weg te trekken maar ik heb dat niet meer gedaan.
Omdat hij toch niet los liet. Ik wist niet wat ik moest doen.
V: Vertel?
A: Ik vroeg volgens mij ook “wat doe je”.
V: Hoe lang heeft het geduurd?
A: Niet heel lang en we hoorden de achterdeur dicht gaan en toen liet hij los en ik trok mijn voet terug.
V: Wat deed het met je toen hij dat deed?
A: Ja ik was wel gechoqueerd. Ik wist niet zo goed wat er was gebeurd. Ik heb er een
hele nacht over nagedacht.
V: En toen?
A: De volgende dag hebben we er niet over gepraat. Ik hoopte niet dat het verder zou gaan. Maar het gebeurde toch.
Dossierpagina 155
V: Is er nog meer gebeurd die avond?
A: Ongeveer een week later lagen wij met zijn drieën in bed. Ik lag in het midden. Mijn moeder was in slaap gevallen en [verdachte] deed toen de tv uit. Hij begon toen onder mijn bh te voelen en in mijn broekje en alles en die avond ging hij verder.
Dossierpagina 159
V: Je vertelde hierover eerder. Jullie liggen in bed en toen?
A: Mijn moeder viel in slaap en [verdachte] deed de lampen uit. Ik dacht, ik blijf bij hen slapen, daar is nog niks geks aan.
Dossierpagina 160
Hij legde zijn rechterhand heel nonchalant op mijn borst. V: Wat deed jij toen [verdachte] zijn hand nonchalant op jouw borst legde?
A: Niks. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik voelde mij misselijk erbij. Het leek alsof ik op dat moment bevroren was. V: En toen?
A: Vervolgens ging zijn hand naar mijn heup en toen onder mijn shirt. En toen op de BH en toen onder de BH.
Dossierpagina 161
Hij kneep in mijn borst.
V: En toen?
A: Toen ging hij naar onderen in mijn broekje.
V: Wat bedoel je daarmee?
A: Met zijn rechterhand ging hij in mijn pyjama broek en nog niet in mijn onderbroek.
V: Hoe ging hij dan jouw pyjama broekje in?
A: Vanaf de bovenkant.
V: Wat deed hij met zijn hand in jouw broekje?
A: Strelen en over mijn onderbroek heen aan de voorzijde en langs mijn onderbroek.
V: En toen?
A: Hij ging toen op gegeven moment wel in mijn onderbroek. Het ging vrij snel.
V: Wat deed hij met zijn hand?
A: In eerste instantie strelen en toen met zijn vingers tussen mijn onderbuik en mijn
vagina in.
V: En toen?
A: Hij ging toen met zijn vingers in mijn vagina.
V: Vinger of vingers?
A: Weet ik niet. Zou een vinger kunnen zijn.
V: Wat deed hij met zijn vinger?
A: Voelen. Hij deed zijn vinger voorzichtig naar binnen en eruit.
V: Hoe stopte het?
A: Mijn moeder ging bewegen en toen is het gestopt.
V: Wat deed dat met jou?
A: Ik werd nog misselijker. Ik dacht wat moet ik ermee en hoe zorg ik dat het stopt.
V: Hoe was je ervaring op seksueel gebied?
A: Niet zo ver. Niks.
V: Heb je nog iets hierover tegen hem gezegd?
A: De volgende ochtend heb ik tegen [verdachte] gezegd:
Dossierpagina 162
"Dit kan zo niet, dit is niet normaal". Hij zei: "Nee het is niet normaal maar niemand hoeft het te weten". Zoals deze avond zijn er meerdere avonden geweest.
V: Hoeveel van deze avonden waren er dan?
A: Tussen de 10 en de 20 avonden zoals deze.
V: Jullie hebben het de dag erna besproken. Was er nog iemand anders bij?
A: Nee, mijn moeder was boven.
V: En toen?
A: En toen wat. Toen was dat gesprek dat niemand het hoefde te weten. Daarna is het nog een aantal keren gebeurd, dat wij met zijn drieën in bed lagen en dat hij dingen deed.
V: Hoe vaak sliepen jullie zo met zijn drieën?
A: In het weekend keken wij zo altijd samen televisie.
V: Was dat elk weekend?
A: Ja.
V: Zijn er ook wel eens andere dingen gebeurd?
A: Een keer en daar schrok ik het meeste van. Hij heeft toen mijn broekje en onderbroek uitgedaan. Hij is toen onder de deken gegaan en naar beneden gegaan en heeft mij toen gebeft.
V: Wanneer was dat?
A: Dat was 3 of 4 keer geweest dat het alleen met de handen was. De 4e of 5e keer was het dat hij dat deed.
Dossierpagina 163
V: Vertel eens over de eerste keer?
A: Wij lagen zoals de eerste keer. Ik lag naast hem. Hij deed weer de lamp uit en
mijn moeder lag naast mij te slapen en toen ging hij eerst met zijn hand in mijn onderbroek. Hij ging met zijn vinger in mijn vagina. Na even gevoeld te hebben trok hij die weer terug. En mijn pyjamabroekje ging toen uit. Net nadat mijn broekje uit was begon hij met
beffen.
V: Hoe deed hij dat dan?
A: Omdat hij onder de dekens ging. Hij kwam tussen mijn benen terecht. In zijn geheel, hij zelf.
V: Wat deed hij onder de dekens?
A: Beffen.
V: Omschrijf beffen eens?
A: Hij ging met zijn mond aan mijn vagina likken?
V: Waar was je moeder op dat moment?
A: Naast mij. Naast ons.
V: Heb jij nog iets kunnen doen om het te laten stoppen?
Dossierpagina 164
A: Nee. Ik had van alles kunnen doen. Ik had kunnen schreeuwen en mijn moeder werd
wakker. Ik wilde nog steeds dat deze relatie zou lukken en niet dat het door mijn schuld mis zou gaan.
V: Wat deed dat met jouw gevoel voor [verdachte] ?
A: Ik vond het heel erg vreemd en ik wist niet wat ik ermee aan moest.
V: Wanneer was de eerste keer dat [verdachte] zei dat jij het met niemand erover mocht
hebben?
A: 26 april 2014 was de eerste keer dat wij echt seks hadden. Tussen 4 maart en 26 april 2014 moet het zijn geweest.
V: Op 26 april was de eerste keer dat jullie echt seks hadden. Hoe weet jij dat het
die datum was?
A: Omdat het mijn eerste keer was en het had best impact. Mijn moeder is op 27 april jarig en het was dus de dag voor haar verjaardag. Zo heb ik dat kunnen onthouden.
V: Vertel eens over die 26 april?
A: Mijn moeder was inmiddels doordeweeks weg. Het begon met aanraken en werd steeds vaker. Nu kwam ik thuis en mijn stiefvader deed andere dingen dan die een stiefvader zou moeten doen. Hij zei ook dat niemand het hoefde te weten. Dat wij een aparte relatie hadden. Toen hij de eerste keer bij ons op bezoek kwam, keek hij al stiekem in mijn bloesje naar mijn kleine borsten. Dat soort dingen zei hij dan.
V: 26 april 2014. Toen was je 15 jaar oud. Waar gebeurde dit?
A: Op zijn bed, waar eigenlijk alles is gebeurd, maar dan met zijn tweeën.
V: Waar was je moeder?
A: Aan het werk.
Dossierpagina 165
Of zij werkte in [woonplaats 2] of nog in [woonplaats 3] . Als zij in [woonplaats 2] was, bleef zij daar ook slapen.
V: Wanneer en hoe laat was dat?
A: Het was 's middags. Mijn moeder was toen weg en het was nog licht.
V: En toen?
A: Toen waren wij onder. [verdachte] zei dan gaan wij naar boven. Het ging toen snel en we zijn op zijn bed gaan zitten.
Inleiding
V: En dan?
A: Wij gingen op zijn bed liggen.
Ik weet dat ik mijn kleren uitdeed.
V: Waarom deed je dat?
A: Dat zei hij. Daarna deed hij ook zijn kleren uit. Ik zei dat ik nog niet toe was aan seks. Toen heeft hij mij aangeraakt.
V: Hadden jullie allebei geen kleren aan?
A: Dat klopt.
V: Wat zie je aan [verdachte] ?
A: Wat moet ik zien dan?
Zie je iets lichamelijks aan hem?
A: Dat hij een stijve piemel heeft.
V: En toen?
A: Toen lagen wij op bed. Ik lag dwars op bed.
Dossierpagina 166
A: Ik lag op mijn rug.
V: En [verdachte] ?
A: Hij lag naast mij en zat aan mij. Eerst aan mijn borsten met zijn handen. Hij kneep een beetje en zo.
V: En dan?
A: Hij ging weer vingeren.
V: Wat bedoel je met vingeren?
A: Dat hij zijn vinger in mijn vagina deed en bewoog.
V: En dan?
A: Ik zei dat ik geen seks wilde, maar dat had ik eerder al tegen hem gezegd toen wij allebei onze kleren uitdeden. Maar voor ik het wist hadden wij seks.
V: Wat gebeurde er dan?
A: Hij zat met zijn vinger in mijn vagina. Hij haalde die eruit en zijn piemel was al langer stijf en deed die naar binnen.
V: Wat voelde jij?
A: Pijn.
V: Wat deed pijn?
A: Mijn vagina.
V: Wat zei jij toen?
A: Ik zei dat het pijn deed.
V: Wat zei hij toen?
A: Dat is normaal de eerste keer.
V: Wat gebeurde er?
A: Hij ging gewoon door. Wij hadden echt seks.
Dossierpagina 167
V: Zijn er meer van dit soort moment geweest?
A: Ja.
V: Hoe gingen die?
A: Als wij samen in bed lagen, lag mijn moeder naast mij. Ik moest mij omdraaien met mijn gezicht naar mijn moeder en hij had toen zo seks met mij.
V: Wat bedoel je met ‘seks met mij’?
A: Hij deed zijn piemel in mijn vagina.
V: Wat deed hij met zijn piemel?
A: Penetreren. Hij ging erin en eruit.
V: Je moeder ligt naast jullie. Hoe gaat dat penetreren dan?
A: Voorzichtig, zodat zij niet wakker wordt.
V: Wat bedoel je met voorzichtig?
A: Heel langzaam.
V: Hoe zit het met het maken van geluiden?
A: Niet. Bij mij deed het toen alleen ook maar pijn.
V: Maakte jij daardoor geluiden?
A: Nee.
V: Dit incident, hoe vaak was dit voorgekomen?
A: Ja. Op die manier was dat 10 of 15 keer gebeurd toen mijn moeder naast ons lag. Daar bedoel ik dit en dat voelen mee. Ik denk dat het op deze manier 5 of 10 keer was gebeurd.
A: 10 tot 15 keer was het in totaal gebeurd dat mijn moeder naast ons in bed lag. Daarvan had [verdachte] de eerste 4 tot 5 keer mij alleen gevingerd en was het niet verder gekomen
dan dat. Toen heeft [verdachte] mij een keer gebeft en was het niet verder gekomen
Dossierpagina 168
tot seks. En dan hou ik nog 5 tot 10 keer over dat [verdachte] seks met mij heeft gehad, dat hij zijn piemel in mijn vagina deed terwijl mijn moeder naast ons lag.
V: Zijn er nog andere momenten geweest dat jullie seks of andere grensoverschrijdende
dingen waren geweest?
A: Sowieso vaker seks.
V: En dan?
A: Hebben wij gewoon vaker seks.
V: Hoe vaak hebben jullie seks?
A: 3 à 4 keer per week.
V: Waar was je moeder dan?
A: In 2014 is mijn moeder naar [woonplaats 2] gegaan. Zij woont nu in [woonplaats 4] .
V: Wanneer moest zij naar [woonplaats 4] ?
A: Nadat zij getrouwd waren ging hun relatie achteruit en werd zij mishandeld door [verdachte] . Ik heb toen ook de politie gebeld. Zij was op 28 juli 2014 vertrokken en ik ben bij [verdachte] blijven wonen, omdat ik net hier iets had opgebouwd.
V: Hoe oud was jij toen?
A: Nog steeds 15.
V: Heeft [verdachte] gezag over jou?
A: Toen ik besloot bij hem te blijven, kwam Jeugdzorg erbij. Hij is daarna officieel mijn pleegvader geworden. In februari 2017 was dit beëindigd. Toen werd ik 18.
Dossierpagina 169
Ik was zo overtuigd van [verdachte] dat mijn ouders slechte ouders waren. Hij praatte zo op mij
in, dat ik hem ging geloven.
V: Hoe zouden wij kunnen aantonen dat dit gebeurd is?
A: Ik heb foto’s. Ik ben daarop te herkennen dat ik [verdachte] pijp.
V: Was die foto met jouw toestel gemaakt?
A: Ja.
In december 2016 hebben wij een fotoshoot gehad en [verdachte] wilde daar een erotisch tintje aan geven.
Dossierpagina 170
Ik heb alle foto’s op een harde schijf staan.
3
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 4 oktober 2018, dossierpagina’s 173-183, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer] :
Dossierpagina 173
V: Vraag verbalisanten
A: Antwoord [slachtoffer]
O: Opmerking verbalisanten
O: Afgelopen maandag hebben wij een gedeelte van jouw aangifte opgenomen. Vandaag gaan wij verder.
Dossierpagina 174
V: Vertel eens alles over de allerlaatste keer?
A: Het was dinsdag 10 juli 2018 dat we boodschappen gingen doen en ruzie kregen. ’s Middags voor het boodschappen doen, gingen we op bed liggen omdat we moe waren. Dat was toen de laatste keer.
V: Hoe zijn jullie in bed gekomen?
A: Ik zei dat ik best moe was en ik zei dat ik op bed ging liggen. In die tijd sliepen we al samen in bed. Hij ging met mij mee en kwam bij me liggen. Dit was dus het bed van [verdachte] . Ik had een pyjama aangedaan. Toen deed hij mijn kleren uit. Hij ging aan me zitten en op een gegeven moment hadden we echt seks, zijn piemel in mijn vagina.
Oh, Ik heb mijn harde schijf bij me, zal ik die alvast geven.
O: Graag, dan gaan we die meteen naar de digitale recherche brengen.
Dossierpagina 175
V: Hoe weet jij dat het dinsdag 10 juli 2018 was?
A: Ik heb dat onthouden. Die dinsdagavond hebben we ruzie gekregen en ik ben woensdag
erna vertrokken. Wacht ik kijk even in mijn agenda. Het was dus dinsdag 10 juli en woensdag 11 juli 2018 ben ik weggegaan.
V: Begrijpen we het dan goed dat jij de laatste keer seks met [verdachte] had op dinsdag 10
juli 2018?
A: Ja.
4
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 23 oktober 2018, dossierpagina’s 189-197, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer] :
Dossierpagina 189
V: Vraag verbalisanten
A: Antwoord [slachtoffer]
O: Opmerking verbalisanten
O: Op 1 en 4 oktober 2018 hebben wij een gedeelte van jouw aangifte opgenomen. Vandaag gaan wij verder.
Dossierpagina 190
O: Tijdens het aangiftegesprek van 1 oktober 2018 verklaarde jij dat jouw moeder naar [woonplaats 2] verhuisde.
V: Wanneer verhuisde jouw moeder?
A: 28 juli 2014.
V: Waarom verhuisde je moeder toen?
A: Zij had toen ruzie met [verdachte] .
V: Waar ging die ruzie over?
A: Die ruzie heeft een paar dagen geduurd. Ze is tussendoor nog naar [woonplaats 2] gegaan en ze hadden nog steeds ruzie. Hij vond het maar apart dat ze in het weekend thuiskwam, terwijl ze de hele week had gewerkt. Ze moest ook salaris inleveren. Er was al huiselijk geweld want [verdachte] was heel agressief. Ze hadden dan ruzie. Ik lag al in bed. Ik hoorde mijn moeder gillen vanuit de slaapkamer. Ik zag dat [verdachte] mijn moeder met zijn handen bij de keel vast had in een wurggreep. Ik zag dat [verdachte] toen los liet op het moment dat ik binnenkwam.
In de middag was er ook een keer ruzie. Ik heb gezien dat [verdachte] mijn moeder onder andere in een wurggreep had, haar sloeg, mijn moeder bijna van de trap duwde.
Inleiding
Ook heeft [verdachte] mijn moeder met geweld haar trouwring proberen af te doen. Ik zag toen dat [verdachte] mijn moeder met een wurggreep bij haar keel tegen de muur aan zette. Ik heb hierop de politie gebeld. [verdachte] had al eerder geweld gebruikt tegen mijn moeder waarbij politiebemoeienis is geweest.
V: Hoe vaak is de wurggreep gebeurd?
A: Dat is 2x gebeurd.
Dossierpagina 191
V: Hoeveel keer heb je gezien dat [verdachte] dit soort handelingen bij je moeder heeft gedaan?
A: Dat was echt op het einde, laatste 2 weken.
Dossierpagina 194
V: Wanneer ben jij bij [verdachte] weggegaan?
A: 10 of 11 juli 2018.
V: Hoe kwam het dat je toen bij [verdachte] bent weggegaan?
A: We hadden ruzie over sla. Ik ben de dag erna gaan werken maar ik had toen nog ruzie met [verdachte] . Na het werk gingen we eten bij [verdachte] zijn moeder. Tijdens het eten, mijn vriend was er ook bij, is de ruzie geëscaleerd. Bij thuiskomst heb ik mijn spullen gepakt en ben ik met mijn vriend [getuige 1] meegegaan.
Ik kreeg toen een hele rits sms-jes. Hij dreigde toen nog om alles tegen [getuige 1] te vertellen wat er allemaal gebeurd was. Uiteindelijk heeft [verdachte] het ook gezegd tegen [getuige 1] .
Dossierpagina 195
O: Tijdens het informatieve gesprek verklaarde jij dat foto’s op jouw harde schijf stonden waarop jij en [verdachte] te zien zijn. Op 4 oktober 2018 had jij deze harde schijf aan ons overgedragen en zijn de ter zake dienende bestanden door onze collega van de digitale recherche opgeslagen.
V: Wat voor bestanden staan op deze harde schijf?
A: Foto’s in de jacuzzi, dat ik hem pijp in de jacuzzi. De foto’s zijn gemaakt met een telefoon.
Dossierpagina 196
V: Waarom werden er foto’s gemaakt?
A: Dat vond [verdachte] leuk.
V: Tegen wie heb je het de eerste keer verteld wat er gebeurd was?
A: Tegen [getuige 2] , zij is mijn beste vriendin. Ik heb haar ook verteld dat ik seks met hem heb gehad toen ik minderjarig was.
5
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 2 augustus 2019, dossierpagina’s 199-203, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer] :
Dossierpagina 199
V: Vraag verbalisanten
O: Opmerking verbalisanten
A: Antwoord aangeefster
Dossierpagina 200
V: We hebben onderzoek gedaan aan de gegevensdragers en we willen jou zo meteen een foto laten zien. Dit betreft een foto waarop een seksuele handeling te zien is. We laten je nu die foto zien. Wat kan je hierover zeggen?
O: Het betreft een foto die vernoemd staat in het proces-verbaal 2018143477-28,
opgemaakt door digitaal rechercheur [verbalisant 3] .
A: Ja, dat ben ik en hij, [verdachte] . Ik herken mezelf op deze foto en ik herken [verdachte] aan zijn buik en aan het formaat van zijn penis. Ik heb alleen met hem deze seksuele handelingen gedaan in die jacuzzi.
O: Wij laten een foto [bestandsnaam 5] zien aan [slachtoffer] , bijgevoegd als bijlage I aan dit
Dossierpagina 201
proces-verbaal.
A: Dat is [verdachte] . Ik kan mij herinneren dat wij toen bewust deze foto's hebben gemaakt en
ook in deze positie.
V: Waar is deze foto gemaakt?
A: In de jacuzzi bij [verdachte] thuis op [adres] .
V: Door wie zijn deze foto’s gemaakt?
A: Door mij.
V: Hoe kwam het dat jij deze foto’s zelf hebt gemaakt?
A: Dat was het plan en dat heb ik gedaan.
V: Van wie was dat plan?
A: Van [verdachte] . Hij is de enige met wie ik foto’s heb gemaakt op seksueel gebied.
V: Wij hebben ook een fotosessie aangetroffen die jullie hebben laten maken bij een
Dossierpagina 202
fotograaf, wie zijn idee was dat?
A: Op online vakantieveilingen had hij een fotosessie gewonnen in [woonplaats 5] .
Het idee kwam van [verdachte] om wat kleding uit te doen om het natuurlijker uit te laten zien.
En de bedoeling was ook dat ik mijn slip uit moest doen maar dat wilde ik absoluut niet. [verdachte] wilde dat ik mijn slip uit deed. Ik was toen 17 jaar oud.
O: Bijlage I: foto van [verdachte] in de jacuzzi.
6
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 2 augustus 2019, dossierpagina’s 219-226, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
Dossierpagina 219
V: vraag /opmerking verbalisanten
A: antwoord getuige.
V: [slachtoffer] heeft in haar aangifte over jou verklaard en daarom willen wij jou wat
vragen stellen.
Dossierpagina 220
V: Sinds wanneer ken jij [slachtoffer] ?
A: Nu 3 jaar ongeveer, misschien 3,5 jaar.
V: Over welk jaartal heb je het dan?
A: 2016.
V: Waar woonde zij toen?
A: Bij [verdachte] op [adres] .
V: Sinds wanneer heb jij een relatie met haar?
A: Nu bedoelt u? Vanaf 12 juli 2018.
V: Leg eens uit?
A: In die drie jaar dat ik haar ken, is het veel aan en uit gegaan en achteraf kwam het door hem, daar bedoel ik [verdachte] mee.
Dan ging het hartstikke goed met ons en van de een op de andere dag kwam [slachtoffer] met gekke redenen dat het niet zou gaan werken.
V: Hoe vaak is dit gebeurd?
A: Zeker twee keer en de derde keer heb ik haar daar weggehaald. Zij vroeg toen of zij met mij mee kon.
V: Vertel daar eens alles over?
A: Wij gingen vaker bij de moeder van [verdachte] avondeten en [slachtoffer] vroeg of ik meeging. Blijkbaar hadden [slachtoffer] en [verdachte] die dag een meningsverschil gehad. De sfeer daar was apart want [verdachte] was bot tegen [slachtoffer] en ze hadden ruzie over dat [slachtoffer] de verkeerde sla had gekocht. En
Dossierpagina 221
’s avonds bij het avondeten bleef het doorgaan en [verdachte] zei als het haar niet beviel dat ze dan maar weg moest gaan. Op een gegeven moment toen wij alleen in de auto zaten vroeg [slachtoffer] of ze met mij mee mocht. Ik vond dat goed.
V: Wanneer ben je daar voor de eerste keer bij [verdachte] en [slachtoffer] thuis geweest?
A: Dat was in de zomer in het jaar 2016.
V: Wanneer is het geweest waar je net over vertelde dat jullie bij de moeder van [verdachte] gingen eten?
A: Dat is eind zomer 2018 geweest. Toen is ze bij mij komen wonen na dat incident met de sla. En toen heeft ze ook haar spullen gepakt en heeft ze niet meer bij [verdachte] gewoond.
V: Wanneer heeft [slachtoffer] aan jou verteld wat er is gebeurd tussen haar en [verdachte] ?
A: Dat was de dag nadat ze bij mij is komen wonen, dat was 2018. Toen is ze bij mij blijven slapen en ik zou de dag daarna naar Praag gaan op vakantie met vrienden. ’s Nachts om 03.00 uur kreeg ik een WhatsAppje van [verdachte] : “Vraag maar eens aan jouw vriendin hoe trouw ze is want je kunt haar niet vertrouwen, vraag maar hoe het echt zit”.
V: En toen na dat WhatsApp-bericht?
A: [slachtoffer] was wakker en maakte mij wakker want ik was niet wakker geworden van het appje wat ik van hem had gekregen. [verdachte] had [slachtoffer] blijkbaar ook gewhatsappt dat hij mij een bericht had verstuurd.
V: [slachtoffer] maakt jou wakker en toen?
Ik moet jou wat vertellen, kijk maar even op de telefoon en ik keek op mijn telefoon.
Ik zag dat WhatsAppje wat ik net zei. Ik vroeg aan [slachtoffer] wat er aan de hand was.
Toen zei ze [verdachte] heeft mij geneukt.
Inleiding
Hoe was [slachtoffer] er aan toe toen zij dit tegen jou vertelde
Ze was emotioneel, ze barstte niet in huilen uit maar ik zag wel dat ze een traantje
Dossierpagina 222
moest laten en ik hoorde het aan haar stem.
V: Wanneer heeft [slachtoffer] meer verteld aan jou wat er gebeurd is tussen haar en [verdachte] ?
A: Dat is niet in een keer geweest. Het kwam er met beetjes uit. Ze heeft niet alles in een keer verteld en ze heeft ook niet de details verteld. Ze wilde ook niet alles vertellen om mij niet te kwetsen.
V: Wat heeft zij aan jou verteld in deze gesprekken?
A: Toen [getuige 4] nog daar woonde ging [getuige 4] in [woonplaats 2] wonen (hof: werken) en zij was een groot deel weg van de tijd. Toen langzamerhand [verdachte] toenadering zocht en dat hij haar gemanipuleerd had en beïnvloed zodat er seksueel is misbruikt in de tijd dat [getuige 4] niet aanwezig was. Dat hij haar isoleerde en dat zij geen contacten meer had. Daardoor werd ze nog meer beïnvloed omdat ze geen mening kreeg van andere mensen. En dat dit helemaal niet gek was en dat het zo hoorde. En dat het vaak is gebeurd in die 4 jaar. Toen [getuige 4] helemaal uit beeld was, [verdachte] helemaal vrij spel had en dat het toen juist heel veel gebeurde het seksueel misbruik.
V: Wanneer ben jij op vakantie geweest naar Praag?
A: Dat was op 13, 14 en 15 juli 2018, zie ik nu in mijn telefoon.
V: Wanneer is dat incident geweest met die sla bij de moeder van [verdachte] ?
A: Dat was die woensdag 11 juli 2018.
Dossierpagina 225
V: Wat heeft [verdachte] tegen jou gezegd wat er tussen hem en [slachtoffer] is gebeurd?
A: Hij heeft gezegd dat hij spijt heeft en heeft sorry gezegd over de situatie. Hij wist van [slachtoffer] dat ik alles wist. Hij zei dit toen we de tweede keer daar waren om haar spullen op te halen.
7
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 6 augustus 2019, dossierpagina’s 227-234, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] , geboren [geboortedatum 2] :
Dossierpagina 227
V = Vraag verbalisanten
A = Antwoord getuige
V: We hebben je uitgenodigd om een verklaring af te komen leggen. [slachtoffer] heeft een aangifte bij de politie gedaan. Wat weet jij van deze aangifte?
A: Ik wist dat ze aangifte had gedaan. Ik wist wat er aan de hand was, omdat zij alles tegen mij heeft verteld. Zij heeft aangifte gedaan van seksueel misbruik door [verdachte] .
Dossierpagina 228
V: Waar ken jij [slachtoffer] van?
A: Zij zat bij mij op de HAVO, toen woonde zij nog met haar moeder in [woonplaats 1] . In
de kerstvakantie was zij verhuisd naar Roermond, omdat haar moeder toen een relatie
kreeg met [verdachte] . Dat was als het goed is in het schooljaar 2012 – 2013.
V: Waar was [slachtoffer] toen naar toe verhuisd?
A: Zij zijn toen bij [verdachte] ingetrokken.
V: Ben jij op het adres van [verdachte] in Roermond geweest?
A: Een paar keer en ik ben er zelfs een keer blijven logeren.
V: Wanneer is de moeder van [slachtoffer] weggegaan?
Dossierpagina 229
A: Dat was in het jaar dat [slachtoffer] examen deed, in 2014 of 2015. Zij is toen bij [verdachte] blijven wonen om haar school af te maken. Haar moeder ging toen naar [woonplaats 2] en daar zou zij weer opnieuw met een studie moeten beginnen en vrienden moeten maken.
Dossierpagina 228
V: Hoe vaak ben jij bij [slachtoffer] geweest nadat haar moeder weg was?
A: Regelmatig. Een keer of 4, 5. Een keer met carnaval, een keer met de verjaardag en een keer met zwemmen.
V: Met wie woonde [slachtoffer] daar?
A: Alleen met [verdachte] .
V: Hoe was toen de thuissituatie tussen [slachtoffer] en [verdachte] ?
A: Aan het begin was [verdachte] de vaderfiguur. Later veranderde dat. Dat kwam door de manier hoe hij naar [slachtoffer] , maar ook naar mij, keek. Hij gedroeg zich anders.
Dossierpagina 229
V: Hoe keek [verdachte] naar jullie?
A: Meer zoals leeftijdsgenoten zouden doen. Als je kijkt naar iemand die je leuk vindt en er voor openstaat. Op het laatst kwam ik er achter dat hij openstond voor seksuele handelingen en dingen die hij heeft gezegd.
V: Wanneer heeft [slachtoffer] jou verteld wat er tussen haar en [verdachte] is gebeurd?
A: Dat was tijdens het omslagpunt, toen haar moeder weg ging. [slachtoffer] had gezegd dat zij met [verdachte] naar bed was geweest terwijl haar moeder daar nog woonde. Ik vond dat heel erg heftig. Toen haar moeder wegging had ze aan mij verteld dat ze al eens eerder met [verdachte] naar bed was geweest toen haar moeder er nog was. Dat hij eerder al zulke dingen naar haar toe deed.
V: Wanneer was de eerste keer dat [slachtoffer] tegen jou vertelde wat er tussen haar en [verdachte] was gebeurd?
A: Toen haar moeder weg was gegaan had zij verteld dat zij bij [verdachte] bleef wonen vanwege de studie en haar sociale leven. Iets later vertelde zij aan mij dat ze naar bed ging met [verdachte] en dat zij al eerder met [verdachte] naar bed was geweest, ook toen haar moeder daar nog woonde.
V: Wat deed het met jou dat [slachtoffer] met [verdachte] naar bed was geweest en dat toen ook
nog steeds deed?
A: Ik was wel geschrokken. Ik was toen zelf 15 of 16 jaar oud.
Dossierpagina 230
Met de carnaval is het een keer uit de hand gelopen. [verdachte] bleef wijntjes kopen, omdat wij dat nog niet zelf konden, omdat wij nog geen achttien jaar oud waren. Ik was niets gewend, dus dat tikte flink aan. Ik zei dat ik geen alcohol meer wilde, maar hij bleef dat kopen. Ik had toen het idee dat hij een andere intentie had door ons zoveel mogelijk alcohol te geven en zo zat mogelijk te krijgen.
V: [slachtoffer] verklaarde dat [verdachte] ook iets bij jou geprobeerd heeft. Wat bedoelde ze daarmee?
A: Ik ben ook een keer blijven logeren en toen lag [slachtoffer] 's ochtend niet meer naast mij. Zij lag bij [verdachte] in bed en kwam later naar mij toe en zei dat [verdachte] vroeg of ik ook bij hun kwam liggen. Zij bedoelde daarmee dat wij met zijn drieën in hun tweepersoonsbed kwamen te liggen. Ik heb dat niet gedaan. [slachtoffer] heeft me ook wel eens verteld dat [verdachte] het wel zag zitten om iets met zijn drieën in bed te doen. Seksuele dingen.
V: Wanneer was dat?
A: Rond die carnaval was van drie jaar geleden.
Dossierpagina 232
V: Met heb jij over de seksuele relatie van [slachtoffer] en [verdachte] gesproken?
A: Met mijn vriend en moeder. Ik heb dat vrijwel meteen tegen mijn moeder gezegd, nadat [slachtoffer] alles op tafel had gelegd. Dat was in het examenjaar, in het schooljaar 2015 - 2016. Ik vertelde het mijn moeder net nadat [slachtoffer] 's moeder weg was. Ik heb mijn moeder verteld dat [slachtoffer] daar bleef en dat zij en [verdachte] met elkaar naar bed gingen.
8
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 6 september 2019, dossierpagina’s 239-243, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 3] :
Dossierpagina 239
V = Vraag verbalisanten
A = Antwoord getuige
V: Wat kan je ons vertellen over hetgeen jouw dochter [getuige 2] jou verteld heeft?
A: Een keer, toen ze daar gelogeerd had, sliep ze bij [slachtoffer] op de kamer. 's Nachts was [slachtoffer] een keer weg en werd [getuige 2] wakker. [slachtoffer] kwam daarna naar [getuige 2] toe. [slachtoffer] moest van [verdachte] vragen of ze ook bij [verdachte] erbij kwam liggen. [slachtoffer] lag namelijk bij [verdachte] in bed.
Inleiding
En met de carnaval is zij uit geweest met [verdachte] en [slachtoffer] . Toen heeft [verdachte] steeds wijn voor hen gehaald. [getuige 2] had het idee dat hij hen
zat wilde voeren.
Dossierpagina 240
Ik heb [getuige 2] vaker afgezet in Roermond. Op een gegeven moment was de moeder van [slachtoffer] uit beeld en [slachtoffer] is bij [verdachte] blijven wonen. Ik vond dat raar omdat het de ex-vriend van de moeder was, maar [getuige 2] zei dat ze elkaar al zolang kenden. Maar toen [getuige 2] later zei dat [slachtoffer] met [verdachte] naar bed ging en seks met elkaar hadden, zei ik dat het niet normaal was. Ik zei, ze is minderjarig.
Dossierpagina 241
V: Hoe weet jij dat [slachtoffer] toen minderjarig was?
A: Omdat [getuige 2] het mij vertelde toen [getuige 2] ook nog minderjarig was. [getuige 2] en [slachtoffer] zijn even oud, [getuige 2] is een paar maanden ouder.
V: Hoe was [getuige 2] toen ze je dat vertelde?
A: In ieder geval in de periode dat [getuige 2] 16 en 17 jaar oud was.
9
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 27 augustus 2019, dossierpagina’s 244-259, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 4] :
Dossierpagina 244
V: Vraag verbalisanten
A: Antwoord getuige
O: Opmerking verbalisanten
O: Jouw dochter [slachtoffer] heeft een aangifte gedaan bij de politie tegen [verdachte] . En
daarnaast heb jij in 2014 zelf aangifte gedaan tegen [verdachte] . Hierover willen wij jou vragen stellen.
Dossierpagina 245
V: Wanneer ben je met [verdachte] gaan samenwonen?
A: in december 2012.
V: Waar was dat?
A: In Roermond, op [adres] .
V: Hoe was het contact tussen [slachtoffer] en [verdachte] toen jullie samenwoonden?
A: In het begin was het allemaal gezellig. Dat heeft erin geresulteerd dat ik met hem
ging trouwen. Het ging helemaal prima, ogenschijnlijk. Sinds we getrouwd zijn, 26 februari 2014, moest ik mijn salaris naar hem storten, naar zijn bankrekening. Ik kon
Dossierpagina 246
volgens [verdachte] zogenaamd niet met geld omgaan en hij regelde het wel. Op een gegeven moment moest mijn spaargeld ook naar hem. Als ik dat niet deed, had ik een probleem. Hij zweeg me helemaal dood. Hij maakte smerige opmerkingen en manipuleerde mij. Ik was de ruzies en dreigingen helemaal beu en ik was murw. Toen [verdachte] dit niet meer kreeg omdat ik bij hem weg was gegaan, heeft hij [slachtoffer] ingezet. Toen het pleegvaderschap was uitgesproken, kreeg [verdachte] elke maand pleegvergoeding.
V: Geef eens een voorbeeld van een dreiging?
A: Ik ben elke week naar [woonplaats 2] gegaan voor mijn werk van dinsdag tot vrijdag. Het ergste wat hij gezegd heeft, was toen ik op een vrijdag terug kwam. Ik moest mijn koffer meteen uitpakken zodat hij niet zag dat ik weg was geweest. En aangezien ik volgens hem vakantie had gehad, mocht ik meteen aan de slag. Huishouden en dingen opruimen en voor 21.00 uur hadden we dikke ruzie. En toen heeft hij gezegd: "kijk maar uit dat ik je dochter niet pak als jij in [woonplaats 2] bent". Ik wist toen nog niet dat hij dat al lang had gedaan.
De laatste 3 weken voordat ik echt ben vertrokken bij [verdachte] , werd hij ook fysiek gewelddadig.
V: Wat deden [slachtoffer] en [verdachte] zoal samen, toen jij met [verdachte] getrouwd was?
A: Door de weeks was ik er niet, van dinsdag tot vrijdag. Ze zat met [verdachte] in dat huis.
V: En hoe zit het met het samen, [verdachte] en [slachtoffer] , in het bubbelbad gaan?
A: We hebben 1 keer met z'n drieën in de jacuzzi gezeten na een avondje stappen met carnaval in 2014. Blijkbaar is het toen begonnen, dat heb ik achteraf van [slachtoffer] gehoord. Ik moest naar de wc en ging eruit. Toen zou het gebeurd zijn.
Dossierpagina 247
V: Vanaf wanneer ben jij van dinsdag tot vrijdag naar [woonplaats 2] gegaan?
A: Volgens mij vanaf februari 2014 totdat ik bij [verdachte] wegging. Dat was op 27 juli 2014.
V: Hoe vaak kwam het voor dat zij bij jou en [verdachte] in bed ging slapen?
A: Ze lag wel eens tussen ons in als wij film aan het kijken waren.
V: Kwam het wel eens voor dat een van jullie in slaap viel tijdens het film kijken als jullie met zijn drieën in bed lagen?
A: Ja, daar ben ik wel goed in want ik val vaker in slaap als wij film keken.
V: [slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat zij meerdere malen seks met [verdachte] had gehad in het bed, terwijl jij ernaast lag te slapen. Wat heb jij daarvan gemerkt?
A: Niks, anders had ik mijn kind weggepakt. Daar schrik ik wel heel erg van. Als ik slaap dan slaap ik heel vast.
Dossierpagina 251
V: Wat is er gebeurd? We verwijzen naar de aangifte die je in 2014 hebt gedaan.
A: Twee weekenden voor die 27 juli 2014 is dat geweld begonnen. Ik kwam op een vrijdag thuis van het werk. [verdachte] ging blowen en drinken en hij werd boos. Ik ben toen op de logeerkamer gaan liggen. De dag daarna was de sfeer niet goed in huis. [verdachte] zei dat wij hoeren waren en dat wij er nog wel achter zouden komen. Toen zijn [slachtoffer] en ik samen op de logeerkamer gaan slapen, want ik durfde [slachtoffer] niet alleen te laten, want [verdachte] had de avond daarvoor tegen mij gezegd “kijk maar uit dat ik jouw dochter niet pak”.
Dossierpagina 252
De volgende ochtend kwam [verdachte] beneden en toen vloog hij mij aan. Ik had al een melding gemaakt bij de politie. Dat was die zaterdag daarvoor. Hij viel me dus aan en probeerde mijn trouwring van mijn vinger af te halen. Hij probeerde mij te slaan en duwde mij tegen een raam. [slachtoffer] heeft toen direct de politie gebeld en die is toen ook gekomen. Uiteindelijk heb ik aangifte gedaan in [woonplaats 2] en zij hebben de aangifte naar Roemond gestuurd.
Dossierpagina 256
V: Wanneer heeft [slachtoffer] gezegd wanneer het de laatste keer was geweest?
A: Kort voor 14 juli 2018, want toen is [slachtoffer] bij hem weggegaan.
10
Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de getuige [slachtoffer] van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Limburg, d.d. 10 december 2020, pagina’s 1-4, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer] voornoemd:
Op vragen van de rechter-commissaris:
Ik heb bij de politie, bij al mijn verklaringen, naar waarheid verklaard. Ik zag [verdachte] als mijn stiefvader. Het is veranderd toen er seks bij kwam kijken. Ik weet ook echt niet meer hoe vaak ik ben gebeft of seks heb gehad. (…) Er zijn naast beffen en vingeren en
seks ook andere seksuele activiteiten geweest. Dat betreft bijvoorbeeld: pijpen, aftrekken.
11
Het proces-verbaal van bevindingen(proces-verbaalnummer 2018143477-27) d.d. 4 juni 2019, dossierpagina’s 88-97, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] , inspecteur van politie, operationeel expert bij het Team Bestrijding Kinderporno & Kindersekstoerisme (TBKK) van de politie eenheid Limburg, digitaal rechercheur:
Dossierpagina 88
Hoofdstuk 1
In kader van een onderzoek ter zake seksueel misbruik was aangifte gedaan door [slachtoffer] . Zij overhandigde een smartphone die digitaal werd onderzocht.
De gegevens uit deze smartphone, een Apple iPhone 5, werden veiliggesteld. Op verzoek van het onderzoeksteam heb ik de foto-bestanden die op deze smartphone werden aangetroffen nader onderzocht.
Ik trof onder andere aan 51 afbeeldingen die kennelijk gemaakt werden in een professionele omgeving.
Inleiding
Dossierpagina 89
De foto’s zijn van zeer goede kwaliteit en duidelijk genomen in een ruimte die als studio was ingericht. Door de afgebeelde personen worden diverse poses ingenomen. Op enkele van deze foto’s worden twee personen, een volwassen man en een jonge vrouw, afgebeeld. Op enkele andere foto’s staat telkens slechts één van beiden afgebeeld. De personen zijn op enkele van deze foto’s gedeeltelijk naakt. Gezien het geheel is er sprake van een fotoshoot waarbij meerdere opnames werden gemaakt. Alle foto’s zijn kennelijk genomen in dezelfde setting. Gezien het geheel is er sprake van een fotoshoot waarbij meerdere opnames werden gemaakt. Het geheel van deze foto’s kan dan ook naar mijn mening als coherente serie worden aangemerkt.
Hoofdstuk 2
Op 7 maart 2019 vond er in het kader van dit onderzoek een doorzoeking ter inbeslagname plaats op het adres: [adres] . Ik nam deel aan deze zoeking. De bewoner van het pand, [verdachte] , werd door mij herkend als de volwassen man die op de in hoofdstuk 1 bedoelde foto’s staat afgedeeld.
Dossierpagina 90
Tijdens de zoeking werden meerdere goederen in beslag genomen. Ik trof op de onderste plank van een kast in de woonkamer een fotoalbum met rode kaft aan.
In het album trof ik 34 foto’s aan. Het was een gedeelte van dezelfde foto’s als bedoeld in hoofdstuk 1. Eén foto heb ik uit het album verwijderd. Op de achterzijde van deze foto is onder andere een datum afgedrukt: 26.01.2017.
Dossierpagina 91
In de bestandsnaam is de code V2 vermeld. Dit wordt in het algemeen gebuikt om een versie aan te geven, in dit geval dus versie nummer 2. Dit duidt erop dat deze foto kennelijk bewerkt werd en dit niet de originele opname betreft. Op pagina 1 van het album staat de volgende tekst vermeld:
‘Fotoshoot [verdachte] en [slachtoffer] , 15 december 2016’.
Bij een foto, bestandsnaam 161215_V2_ [verdachte] _2594.jpg, aangetroffen op gegevensdrager 8-0541-025, werd geen informatie aangetroffen van een fotobewerkingsprogramma.
In de exifinformatie wordt vermeld dat de foto werd gemaakt op 15 december 2016 om 15.22 uur. De datum komt overeen met de datum die handgeschreven werd aangetroffen in het album. De bedoelde foto werd overigens 4 maal aangetroffen op gegevensdrager 18-0541-035-01. Het verschil in datums is te verklaren doordat kennelijk op 15 december 2016 een fotoshoot plaatsvond. De meeste van de toen gemaakte foto’s werden later, 19 en/of 20 januari 2017 met een fotobewerkingsprogramma bewerkt. Die bewerkte foto’s zijn vervolgens aan de klant verstrekt, samen met eventuele niet bewerkte foto’s. Deze laatste foto’s hebben als creation date de datum van de fotoshoot.
12
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juni 2019, dossierpagina’s 98-99, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] , brigadier, gecertificeerd zedenrechercheur:
Dossierpagina 98
Naar aanleiding van hetgeen vermeld wordt in proces verbaal 2018143477-28 (hof: zie bewijsmiddel hierna) van digitaal rechercheur [verbalisant 3] , heb ik de daarin genoemde fotobestanden beoordeeld op de aanwezigheid van kinderpornografisch beeldmateriaal. Op de foto's staat een volwassen man afgebeeld die blijkens eerder genoemd proces-verbaal 2018143477-27 verdachte [verdachte] is. De op die foto's afgebeelde jonge vrouw herkende ik als [slachtoffer] . Uit het eerder genoemd proces-verbaal blijkt dat de fotoserie vervaardigd is op of omstreeks 15 december 2016. Gezien de geboortedatum van [slachtoffer] , namelijk [geboortedatum 1] , had zij de leeftijd van 18 jaren nog niet bereikt op 15 december 2016. De, eerder genoemde, fotoserie is aangetroffen in een fotoalbum tijdens de doorzoeking ter inbeslagname bij verdachte [verdachte] , op het adres [adres] . In het fotoalbum zaten 34 foto's. Gezien de seriematigheid zijn alle 34 foto's door mij beoordeeld als zijnde kinderpornografisch beeldmateriaal.
Vier van deze foto’s worden hieronder beschreven.
Foto 1
Achterzijde foto: [bestandsnaam 1]
[slachtoffer] staat achter [verdachte] en van beiden is de rechterkant van het bovenlichaam
zichtbaar. Beiden hebben een ontbloot bovenlichaam. Op de foto is de bovenrand van
het zwart slipje van [slachtoffer] zichtbaar. [slachtoffer] staat met haar gehele bovenlichaam
tegen de blote rug van [verdachte] aan. De zijkant van haar rechterborst is gedeeltelijk
zichtbaar. Het lijkt erop dat [slachtoffer] met haar borsten tegen de rug van [verdachte] aan
Dossierpagina 98
staat. [slachtoffer] heeft haar rechterarm om [verdachte] heen geslagen. Haar rechterarm gaat onder de rechterarm van [verdachte] door en zij houdt met haar hand de buik van [verdachte] vast. Haar linkerwang heeft zij tegen de rug van [verdachte] aan en ze kijkt lachend in de camera.
Foto 2
Achterzijde foto: [bestandsnaam 2]
[verdachte] zit met een ontbloot bovenlichaam en een ontbloot rechterbeen. De rechterzijde
van zijn lichaam is gedeeltelijk zichtbaar. Hij heeft zijn rechterbeen opgetrokken en
kijkt naar voren cq naar boven. [slachtoffer] zit meteen achter het opgetrokken
rechterbeen. De voorkant van haar bovenlichaam is gericht naar de camera. Zij heeft
een ontbloot bovenlichaam. Haar rechterhand ligt op het rechterbovenbeen van [verdachte] .
Haar linkerhand ligt op het rechteronderbeen van [verdachte] . [verdachte] omarmt [slachtoffer] en houdt
haar vast. Hij heeft zijn rechterarm voor het voor het bovenlichaam van [slachtoffer] en
hij houdt met zijn rechterhand de linkerbovenarm van [slachtoffer] vast. Het lijkt erop dat
[slachtoffer] met haar rechterschouder tegen het bovenlichaam van [verdachte] leunt. De
rechterzijde van het hoofd van [slachtoffer] is tegen de linkerzijde van het hoofd van
[verdachte] . [slachtoffer] kijkt recht in de camera.
Foto 3
Achterzijde foto: [bestandsnaam 3]
[slachtoffer] ligt met haar rechterzijde op de grond. Haar bovenlichaam en een gedeelte van
haar linkerbovenbeen zijn zichtbaar. Zij draagt alleen een zwart slipje. Haar
bovenlichaam en haar linkerbovenbeen zijn ontbloot.
Met haar rechterarm ondersteunt zij haar hoofd, door de achterkant van haar
rechterhand achter haar rechteroor en in haar nek te leggen. Zij kijkt recht in de
camera. Haar bovenlichaam is naar de camera gericht. Door deze pose die zij aanneemt
wordt de focus gelegd op haar borsten. Haar linkerbeen heeft zij opgetrokken en deze
komt gedeeltelijk in beeld. De ronding van haar linkerbil wordt hierdoor zichtbaar.
Door de pose die zij aanneemt, waarbij haar borsten prominent in beeld zijn, krijgt
deze foto een seksuele strekking. Haar linker onderarm ligt op haar linkerbil.
Foto 4
Achterzijde foto : [bestandsnaam 4]
[slachtoffer] ligt met haar buik op de grond, haar bovenlichaam komt een klein beetje van
de grond af. Haar onderarmen heeft zij voor haar op de grond te liggen, waardoor zij
zichzelf ondersteunt. Zij draagt alleen een zwart slipje. De rest van haar lichaam is
ontbloot. Haar bovenlichaam en haar linkerbovenbeen zijn zichtbaar. Haar linkerbeen
heeft zij gedeeltelijk opgetrokken. De ronding van haar linker bil is zichtbaar. Door
de houding die zij aanneemt zijn haar borsten zichtbaar in beeld, waarbij ook haar
tepels te zien zijn. Gezien deze gehele pose, krijgt deze foto een seksuele
strekking.
13
Het proces-verbaal d.d.
Inleiding
4 juni 2019 (proces-verbaalnummer 2018143477-28), dossierpagina’s 111-112, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] , inspecteur van politie, operationeel expert bij het Team Bestrijding Kinderporno & Kindersekstoerisme (TBKK) van de politie eenheid Limburg, digitaal rechercheur:
Dossierpagina 111
Blijkens haar verklaring heeft aangeefster aan de politie een gegevensdrager overhandigd, waarvan zij eerder verklaarde zich daarop foto's zouden bevinden waarop wordt afgebeeld dat zij orale seks heeft met [verdachte] . Op haar aanwijzen werd een map met foto's veiliggesteld. Ik heb vervolgens die foto's nader bekeken. Ik trof onder andere 36 foto's aan die erg op elkaar gelijken. 12 van deze foto's zijn uniek. De foto's zijn voorzien van exifinformatie. Ze zijn gemaakt met een smartphone merk iPhone 5. De datum bij al deze foto's is: 20.11.2016. De tijdstippen zijn gelegen tussen 23.42 en 23.57 uur. Enkele foto's zijn tevens voorzien van coördinaten. ( [coördinaten] ) Deze coördinaten komen overeen met de ligging van de woning van [verdachte] aan [adres] . Gezien de tot nu toe bekend geworden feiten zijn de foto's kennelijk gemaakt in de aanbouw bij de woning van [verdachte] waarin zich een bubbelbad (jacuzzi) bevindt.
Door mij wordt op 4 van deze foto's [verdachte] herkend. Hij zit naakt in een bad.
Dossierpagina 112
Aangeefster verklaarde dat op deze foto's onder andere te zien zou zijn dat zij de penis van [verdachte] in haar mond had. Op 8 foto's is te zien dat de stijve penis van een man zich bevindt in de mond van een kennelijk jonge vrouw. De jonge vrouw die die penis is haar mond heeft vertoont enige gelijkenis met de foto’s die ik heb gezien van aangeefster.
14
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2019, dossierpagina 113, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 4] , [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :
In het proces-verbaal, opgemaakt door collega [verbalisant 3] , voorzien van proces-verbaal nummer 2018143477-28, verklaarde collega [verbalisant 3] over het aantreffen van 36 foto's in het geheugen van een iPhone 5. 12 van deze foto's waren uniek. Deze foto's waren erg donker waardoor het lastig te zien was wat er op de foto's was afgebeeld en daardoor waren de personen op de foto's moeilijk te herkennen. Vanuit het onderzoeksteam kreeg ik, verbalisant [verbalisant 5] , de vraag of ik de belichting van deze foto's kon aanpassen zodat er duidelijker te zien was wat er op de foto's was afgebeeld. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , heb de instellingen van de digitale foto’s aangepast. Door het aanpassen van de foto’s is hetgeen afgebeeld staat op de foto niet gewijzigd. Vervolgens heb ik de foto’s met de gewijzigde instellingen ter beschikking gesteld van het onderzoeksteam. Op een aantal foto’s is een meisje afgebeeld die een penis in haar mond heeft.
Wij, verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 6] , hebben de belichtte foto's bekeken. In het proces-verbaal van collega [verbalisant 3] , voorzien van proces-verbaal nummer 2018143477-28, staat verwoord dat er kennelijk sprake is van een serie opeenvolgende afbeeldingen. Wij herkennen op deze foto's aangeefster [slachtoffer] als degene die de penis in haar mond heeft. Op de andere foto's herkennen wij [verdachte] als degene die in de jacuzzi zit.
15
Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de getuige [slachtoffer] van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Limburg, d.d. 10 december 2020, pagina’s 1-4, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer] voornoemd:
Blad 2
Op vragen van de raadsman:
Blad 4
De foto’s van de fotoshoot zijn gemaakt in december 2016. Het was [verdachte] ’s idee om ook half naakt te poseren.
U vraagt mij met wie ik de afgelopen jaren in de jacuzzi gezeten heb. Met mijn beste
vriendin, mijn vriendje van toen, met mijn moeder en met [verdachte] . In de jacuzzi heb ik alleen
met [verdachte] seksuele handelingen verricht. Niet met mijn toenmalig vriendje of andere
mensen.
16
Het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de rechtbank Limburg van 31 mei 2021, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :
Pagina 2
De voorzitter houdt voor dat [slachtoffer] heeft verklaard dat zij op 11 juli 2018 is vertrokken. Verdachte zou haar daarna een heleboel sms’jes hebben gestuurd.
Verdachte reageert: In juni of juli is ze vertrokken. Ik was er verbaasd over dat een ruzie die slechts ging over een krop sla, zo is geëscaleerd.
Pagina 3
De voorzitter wijst op een fotoshoot in een professionele studio, op 15 december 2016.
Verdachte reageert: In december 2016 heb ik via vakantieveilingen een fotoshoot gekocht. Ik heb een afspraak gemaakt met de fotograaf. Er zijn foto’s gemaakt. Op de foto’s hebben we een ontbloot bovenlijf. Toen de foto’s van [slachtoffer] werden gemaakt, was ik in de ruimte.
Pagina 4
Het klopt dat ik met [slachtoffer] in een huis heb gewoond.
De officier van justitie merkt op dat de foto’s waar [slachtoffer] alleen op staat twee jaar na de fotoshoot nog bij verdachte in de kast zijn aangetroffen.
Verdachte reageert: De albums staan gewoon in de kast in de woonkamer.
17
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 18 augustus 2014, dossierpagina’s 409-411, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [getuige 4] :
Dossierpagina 409
Op zondag 27 augustus 2014 (het hof begrijpt: 27 juli 2014, gelet op de datum van de aangifte -18 augustus 2014- en gelet op de aanhef van de aangifte ‘zij deed aangifte en verklaarde het volgende over het in de aanhef vermelde incident dat plaatsvond op de locatie genoemd bij plaats delict, tussen zondag 27 juli 2014 te 23.00 uur en maandag 28 juli 2014 te 00.00 uur’) omstreeks 20.00 uur bevond ik me in mijn woning aan [adres] . Ik woon hier samen met mijn man [verdachte] en mijn dochter [slachtoffer] van 15 jaar oud. In onze slaapkamer kreeg ik ruzie met mijn man over de dagen dat ik in [woonplaats 2] zit doordeweeks en weinig thuis ben. Ik pakte hierop mijn man zijn telefoon en gooide deze uit woedde tegen de kast. Hierop viel de telefoon uit elkaar. Mijn man duwde mij van voren, met twee amen op het bed en ging op mij zitten. Ik lag met mijn gezicht richting het plafond. Mijn man ging met zijn beide benen op mijn lichaam zitten en omvatte met beide handen mijn nek en ik voelde hoe hij kracht zette met zijn handen om te proberen mijn keel dicht te knijpen. Ik voelde de pijn en kreeg het heel benauwd, alsof ik lucht te kort kwam. Ik was ten tijde hiervan druk aan het proberen met mijn gehele lichaam om los te komen en dit lukte mij. Hij pakte hierop mijn haar beet en trok mij zijn kant uit. Hierbij verloor ik een hoop haren uit mijn hoofd. Ik schreeuwde vanuit volle borst richting mijn dochter [slachtoffer] , die zich in haar slaapkamer bevond, dat ik hulp nodig had. Ik was ondertussen gedeeltelijk onder mijn man vandaan gekomen en liet mij los toen ik naar [slachtoffer] schreeuwde. Ik heb hem vanachter een klap met mijn linkerhand gegeven en raakte hem onder zijn oksel. Hij draaide zich om en sloeg mij met zijn rechterhand en gebalde vuist tegen mijn mond. Ik voelde hierop een hevige pijn ter hoogte van mijn wang en mijn mond. Ik werd meteen duizelig en viel op mijn buik.
Dossierpagina 410
Ik belandde met mijn hoofd boven de bovenste traptrede. Ik was tijdelijk buiten bewustzijn. [slachtoffer] heeft dit gezien. Toen ik weer bij kwam, hoorde ik mijn man tegen [slachtoffer] zeggen “die komt zo wel weer bij”.
Inleiding
Ik ben toen opgestaan en ben in bed gaan liggen.
Zulke mishandelingen zijn drie keer eerder voorgevallen. De eerste keer was vrijdag 11 juli 2014. Toen heeft mijn man na een ruzie ook mijn keel dichtgeknepen. Dit deed hij tijdens mijn slaap. Ik voelde hierbij hoe hij heel hard mijn nek dichtkneep en ik direct geen lucht meer had. Ik was mijzelf kapot geschrokken, ik had dit nog nooit eerder meegemaakt. Hij kneep hierop wederom met beide handen mijn keel dicht en bedekte hierop mijn neus en mond met beide handen. Hij zei tegen mij: “je kunt zes minuten zonder lucht". Hij is hierop plots gestopt en liet mij los.
Ik zal u ook over de ergste keer vertellen. Dit begon op vrijdag 18 juli 2014 en eindigde op 20 juli 2014. Bij dit incident is de politie van Roermond bij onze woning geweest. Dit vanwege de telefonische melding van mijn dochter [slachtoffer] . Hierbij is door de politie een mutatie gemaakt.
In de avond van vrijdag 18 juli 2014 kregen wij ruzie en dit escaleerde het en ben ik op de logeerkamer gaan liggen om erger te voorkomen. Op zaterdag 19 juli 2014 omstreeks 16:30 kwam mijn man naar beneden van de slaapkamer, daar had hij de hele dag gezeten. Hij zei mij dat ik de woning moest verlaten, hierbij heeft hij mij beetgepakt en bij de keel gegrepen en gezegd dat ik weg moest. Ik ben gaan zitten aan de eetkamertafel en hierop zij hij dat hij zijn trouwring terug wilde. Ik zei hem dat hij de ring niet kreeg. Hij werd hierop woest en kwam met opgeheven bovenlichaam op mij af, ik deinsde hiervan terug en liep richting het raam. Hij pakte mijn keel beet en ging op mijn voet staan. Hierbij drukte hij met kracht mij tegen het raam aan. Ik voelde de kracht die hij met zijn twee handen op mijn keel zette. Ik voelde dat ik weinig lucht meer kreeg, ik voelde tevens de pijn van het drukken van zijn handen in mijn nek. Hij zei tegen mij: "pas maar op dat ik je dochter niet pak als je in [woonplaats 2] zit". Ik heb toen omstreeks 19:00 uur de politie gebeld en hier melding van gemaakt.
Dit had ik gedaan om hun op de hoogte te brengen van de situatie mocht het weer gebeuren. Ik wilde niet dat de politie ter plaatse kwam, ik was bang dat het dan nog meer zou escaleren. Diezelfde avond nog ben ik samen met [slachtoffer] op de logeerkamer gaan slapen. Hij is 's nachts naar de logeerkamer gekomen en heeft toen geroepen dat wij hoeren waren.
Dossierpagina 411
Zondag 20 juli 2014 omstreeks 14:00 uur kwam hij naar de huiskamer waar ik met
[slachtoffer] aan de eetkamertafel zat. Hij kwam direct agressief op mij af en haalde
drie keer met gebalde rechtervuist uit in de richting van mijn hoofd, ik kon dit net
ontwijken. Ik hoorde [slachtoffer] roepen of zij de politie moest bellen. Ik heb hierop met
‘ja’ geantwoord. Ondertussen heeft hij mij vastgehouden. Toen hij waarschijnlijk
doorkreeg dat de politie gebeld was, is hij naar boven gegaan. Ik heb samen met
[slachtoffer] op de politie gewacht. Rond 15:00 uur was de politie er en hebben ons te woord
gestaan. Ik heb toen geen aangifte gedaan omdat ik dacht dat wij er wel uit zouden
komen.
18
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 september 2019, dossierpagina’s 215-218, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 4] :
Melding 19 juli 2014, BVH nummer 2014062801:
Op zaterdag 19 juli 2014, omstreeks 20.42 uur kwam bij het meldcentrum van de regiopolitie Limburg Noord een melding binnen van [getuige 4] . Zij meldde bij de medewerker van het meldcentrum en later bij de zedenrechercheur dat:
- haar man [verdachte] haar die dag 2 keer bij de keel had gegrepen;
- haar man had gedreigd om haar dochter van 15 jaar, [slachtoffer] , seksueel te misbruiken;
Melding 20 juli 2014, BVH nummer 2014063004:
Op 20 juli 2014 kwam bij het meldcentrum van de regiopolitie Limburg Noord een melding binnen van [slachtoffer] . Zij meldde dat:
haar moeder, [getuige 4] , zojuist was geslagen door haar man [verdachte] ,
haar moeder zou pijn hebben aan haar voet en haar arm;
dit al eerder was gebeurd;
[verdachte] haar moeder had willen wurgen.
Hierop is een patrouille ter plaatse gegaan.
Bewijsoverwegingen
A.
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van het onder feit 1, feit 2, feit 4 subsidiair en feit 5 tenlastegelegde. Daartoe is – op de gronden zoals nader in de overgelegde pleitaantekeningen verwoord – in de kern het volgende aangevoerd.
De verklaringen van aangeefster [slachtoffer] zijn in de visie van de verdediging onbetrouwbaar en worden door de raadsman als kennelijk leugenachtig bestempeld. Hiertoe wijst de raadsman met nadruk op de wijze waarop aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard. Zo heeft zij niet gedetailleerd verklaard, gaf zij geen duidelijke antwoorden op vragen, had zij zich goed voorbereid op kritische vragen, gaf zij geen blijk van emoties, heeft zij tegenstrijdig verklaard, gaf zij niet zonder aarzeling antwoord, wist zij vragen niet te beantwoorden of durfde zij het niet te zeggen, was zij lacherig en zijn terloops opmerkingen over schadevergoeding ‘hoe meer, hoe beter’ gemaakt.
Het rapport van deskundige dr. [deskundige] inzake de betrouwbaarheid van haar verklaringen kan volgens de raadsman niet tot een andere conclusie leiden, nu er op dat rapport het nodige is aan te merken. Indien dat rapport door het hof tot het bewijs zal worden gebezigd, dan doet de verdediging het voorwaardelijke verzoek om de deskundige ter terechtzitting te horen over en te bevragen naar zijn bevindingen.
Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij met niemand anders dan met de verdachte in de jacuzzi zou hebben gezeten, waaraan het Openbaar Ministerie het bewijs ontleent dat het de penis van de verdachte moet zijn geweest op de foto waarop is te zien dat aangeefster een manspersoon pijpt in de jacuzzi. Indien het hof tot het oordeel zou komen dat het de verdachte is die door aangeefster oraal wordt bevredigd, dan doet de verdediging het voorwaardelijke verzoek om [getuige 5] , [getuige 6] , [getuige 1] , [getuige 7] , [getuige 8] en [getuige 9] als getuigen te mogen horen, teneinde hen te vragen of zij op enig moment met aangeefster in de jacuzzi hebben gezeten teneinde de betrouwbaarheid van haar verklaring te kunnen toetsen en om te kunnen verifiëren of zij de betrokken persoon zijn op de betreffende foto.
De verklaringen van aangeefster [slachtoffer] worden voorts niet ondersteund door de verklaringen van de verdachte en [getuige 4] . Zij worden volgens de raadsman zelfs door hun verklaringen weersproken. Aldus ontbreekt steunbewijs voor de aangifte. Het steunbewijs dat in het dossier aanwezig is, is ‘van horen zeggen’ (waaronder de getuigenverklaring van vriendin [getuige 2] ) en ziet niet op belangrijke aspecten van de verklaringen van aangeefster.
Daarbij wekt het bevreemding dat [getuige 4] , zoals zij heeft verklaard, nimmer iets van de vermeende seksuele handelingen heeft gemerkt, terwijl zij in het bed sliep waar een en ander zou hebben plaatsgevonden.
Inleiding
Aangeefster [verdachte] heeft ook gesteld dat seksuele handelingen zouden zijn opgenomen, maar de politie heeft alle mogelijke gegevensdragers onderzocht en daarop zijn geen beelden aangetroffen.
Voorts is de verdediging van mening dat verbalisant [verbalisant 3] niet tot een herkenning kan zijn gekomen van de penis van de verdachte, omdat niet is gebleken dat er foto’s beschikbaar zijn dan wel beschikbaar zijn gesteld, waarop de verdachte met een erectie te zien zou zijn en op basis waarvan de herkenning zou hebben kunnen plaatsvinden. Op de foto’s die in het dossier voorhanden zijn, zijn de kenmerkende tatoeages die de verdachte op zijn lichaam heeft, niet te zien.
Indien het hof de rapporten van Bureau Jeugdzorg, waarin is vermeld dat de verdachte bepaalde uitlatingen zou hebben gedaan, als bewijsmiddel gebruikt, dan wenst de verdediging rapporteur [getuige 10] alsnog als getuige te horen over of de verdachte die uitlatingen daadwerkelijk heeft gedaan en hoe deze dienen te worden geïnterpreteerd.
Met betrekking tot de tenlastegelegde mishandeling van [getuige 4] is aangevoerd dat haar verklaring evenmin betrouwbaar is, aangezien uit het dossier volgt dat haar verklaring niet geheel op waarheid zou berusten en zij de verdachte een hak zou willen zetten (vide dossierpagina 376). De verklaring van [slachtoffer] is niet ondersteunend, waarbij de raadsman opmerkt dat [getuige 4] heeft verklaard dat [slachtoffer] niet bij de vermeende mishandeling aanwezig zou zijn geweest. Tevens is door de politieagenten geen letsel bij [getuige 4] geconstateerd. Om voormelde redenen zou evenmin tot een bewezenverklaring van het onder feit 4 subsidiair tenlastegelegde kunnen worden gekomen, aldus de raadsman.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
B.
Het hof stelt voorop dat het in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering neergelegde bewijsminimum, de zogeheten unus testis, nullus testis-regel, volgens bestendige jurisprudentie betekent dat het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Deze bepaling betreft de tenlastelegging in haar geheel; niet is vereist dat elk onderdeel daarvan ook in ander bewijsmateriaal steun dient te vinden.
Dit voorschrift betekent dat als van elkaar te onderscheiden beslissingen moeten worden aangemerkt enerzijds het oordeel dat de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar is en anderzijds het oordeel dat de verklaring van het slachtoffer in ander bewijsmateriaal voldoende steun vindt. Het steunbewijs zal voorts dienen te zien op feiten en omstandigheden die niet in een te ver verwijderd verband staan tot de aan de verdachte verweten gedragingen.
Het hof dient in voormeld verband te beoordelen of de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] betrouwbaar zijn. Daarnaast zal het hof moeten bepalen of voor de beweringen van deze [slachtoffer] voldoende (steun)bewijs in het procesdossier aanwezig is. De juistheid van de kern van de tenlastelegging moet – met andere woorden – niet alleen uit de (betrouwbaar bevonden) gebezigde verklaringen van aangeefster [slachtoffer] volgen, maar ook uit ander bewijsmateriaal dat bovendien afkomstig moet zijn uit een andere bron.
C.
Het hof stelt vast dat aangeefster [slachtoffer] gedetailleerd en in de kern consistent heeft verklaard over hetgeen met de verdachte is voorgevallen. De verklaring van aangeefster vindt bovendien steun in de overige tot het bewijs gebezigde getuigenverklaringen van [getuige 4] , [getuige 2] , [getuige 1] en [getuige 3] , alsmede in het aangetroffen fotomateriaal.
De verklaring van [getuige 4] ondersteunt de mogelijke locaties en momenten waar(op) het misbruik zou hebben plaatsgevonden, namelijk in de jacuzzi op een carnavalsavond in 2014, terwijl [getuige 4] naar het toilet was, alsook in het kader van filmavonden in het bed van de verdachte en [getuige 4] , terwijl [getuige 4] sliep. Dat destijds seksueel misbruik door de verdachte heeft plaatsgevonden, vindt steun in de verklaring van getuige [getuige 2] , die verklaarde dat haar vriendin [slachtoffer] haar – toen [slachtoffer] haar moeder net naar [woonplaats 2] was vertrokken – heeft verteld dat zij seks had gehad met de verdachte, voordat haar moeder naar [woonplaats 2] vertrokken was. Deze verklaring van [slachtoffer] vindt tevens verankering in de verklaring van getuige [getuige 3] , zijnde de moeder van getuige [getuige 2] , aan wie [getuige 2] destijds heeft doorverteld wat aangeefster haar had verteld. Haar dochter [getuige 2] , die een aantal maanden ouder is dan [slachtoffer] , was nog minderjarig toen zij vertelde dat [slachtoffer] seks had met de verdachte. Daarenboven heeft [getuige 2] zelf nog het volgende verklaard uit eigen waarneming. Toen zij en [slachtoffer] nog minderjarig waren, bleef de verdachte met carnaval wijntjes voor hen kopen, omdat zij dat nog niet zelf konden daar zij nog geen achttien jaar oud waren. Toentertijd, rond die carnaval van drie jaren tevoren (hof: aldus in 2016), is [getuige 2] ook een keer blijven logeren en ’s ochtends lag [slachtoffer] niet meer naast [getuige 2] , maar [slachtoffer] lag bij verdachte in bed. Volgens [getuige 2] zei [slachtoffer] haar zelfs dat verdachte vroeg of [getuige 2] ook bij hen kwam liggen, zodat zij met zijn drieën in het tweepersoonsbed kwamen te liggen. Voorts ondersteunt getuige [getuige 1] de verklaring van aangeefster [slachtoffer] over het seksuele misbruik door de verdachte. Niet alleen verklaarde hij over de emoties die hij waarnam bij aangeefster toen zij hem inlichtte over het misbruik. Ook vertelde [getuige 1] over de door hem ontvangen de app-berichten van de verdachte met de tekst: “Vraag maar eens aan jouw vriendin hoe trouw ze is want je kunt haar niet vertrouwen, vraag maar hoe het echt zit” en de spijtbetuiging van de zijde van de verdachte. Dit alles ondersteunt naar het oordeel van het hof de verklaring van aangeefster dat zij seksueel is misbruikt door de verdachte toen zij minderjarig was.
Ten slotte vindt het hof ondersteuning voor de verklaring van aangeefster in het niets verhullende aangetroffen fotomateriaal. In de eerste plaats de fotoshoot van 15 december 2016 (en niet van januari 2017, zoals door de verdediging ter terechtzitting in eerste aanleg geopperd) toen aangeefster [slachtoffer] nog minderjarig was en waaraan de verdachte volgens deze aangeefster ‘een erotisch tintje’ wilde geven. Het betreft een coherente serie foto’s die volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen zijn aangemerkt als kinderpornografisch van aard, vanwege de seksuele strekking van de beelden. In de tweede en laatste plaats gaat het hierbij om de foto van 20 november 2016 in de jacuzzi waarop te zien is dat aangeefster [slachtoffer] de verdachte oraal bevredigt, naar – eigen zeggen – dat zij hem pijpt, terwijl zij nog minderjarig was. Al deze foto’s leveren steunbewijs op voor de verklaringen van aangeefster dat de verdachte met haar, toen zij nog minderjarig was, de bewezenverklaarde ontuchtige handelingen heeft gepleegd. Voor wat betreft die laatste foto, is het bovendien, anders dan de verdediging heeft betoogd, niet zo dat aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard alleen met de verdachte als enige man in de jacuzzi te hebben gezeten, maar zij heeft verklaard dat zij alleen met hem ‘deze seksuele handelingen’, waarvan het hof begrijpt (onder meer) deze op foto vastgelegde orale bevrediging, in de jacuzzi te hebben verricht.
Inleiding
Reeds tegen deze achtergrond wordt het voorwaardelijke verzoek om [getuige 5] , [getuige 6] , [getuige 1] , [getuige 7] , [getuige 8] en [getuige 9] als getuigen te horen, als zijnde niet noodzakelijk door het hof afgewezen. Daarbij komt nog dat uit bewijsmiddel 13 naar voren komt dat de coördinaten van deze foto overeenkomen met de locatie waarop de jacuzzi van de verdachte zich bevindt, namelijk in de achtertuin van de verdachte, en voorts dat op deze foto naast aangeefster [slachtoffer] , louter de verdachte op verschillende foto’s in de fotoreeks (die in dezelfde en korte tijdsspanne die late avond zijn gemaakt als de gewraakte foto) in de betreffende jacuzzi is herkend door verbalisanten, zodat het ook om die redenen voor het hof geen twijfel leidt dat het de verdachte is geweest die door aangeefster [slachtoffer] op de foto oraal wordt bevredigd conform hetgeen aangeefster [slachtoffer] van meet af aan zelf over deze foto heeft verklaard.
De omstandigheid dat in de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] op detailniveau enige discrepanties zijn te ontwaren, maakt niet dat die verklaringen als onbetrouwbaar terzijde moeten worden gesteld. Een verklaring daarvoor kan worden gevonden in de feilbaarheid van het menselijk geheugen. Het gaat in dezen om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop ze zijn afgelegd. Daarover is reeds vastgesteld dat aangeefster [slachtoffer] details in haar verklaringen benoemd, die ook terugkomen in de overige bewijsmiddelen.
Het voorgaande leidt ertoe dat de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] op het hof authentiek en betrouwbaar overkomen, zodat deze bruikbaar zijn om te bezigen tot het bewijs en ook daartoe worden gebezigd. Het hof ziet ook geen aanleiding om te veronderstellen dat [slachtoffer] een onwaarachtige verklaring heeft afgelegd over de bewezenverklaarde en vergaande seksuele handelingen die door de verdachte jegens haar zijn gepleegd, temeer nu haar verklaringen, zoals hiervoor reeds is overwogen, voldoende steun vinden in de overige bewijsmiddelen.
Het hof overweegt ten overvloede dat zijn oordeel omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] niet wordt weerlegd door de bevindingen uit het (op verzoek van de verdediging) in hoger beroep opgemaakte rapport van dr. [deskundige] van 10 mei 2023. Integendeel, ook deze deskundige concludeert dat hij geen aanwijzingen heeft gevonden die de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] in twijfel trekken, reden waarom haar verklaringen volgens de deskundige in aanzienlijke mate valide en betrouwbaar geacht kunnen worden. Ofschoon het hof reeds zelfstandig tot dit betrouwbaarheidsoordeel is gekomen en reeds om die reden het voorwaardelijk verzoek om de deskundige te mogen horen geen bespreking behoeft, acht het hof het horen van die getuige evenmin noodzakelijk. Immers, de verdediging is reeds in de gelegenheid gesteld schriftelijk vragen aan de deskundige te stellen over de inhoud van zijn rapport, waarvan de verdediging gebruik heeft gemaakt en waarop de deskundige bij brief van 18 mei 2023 heeft gerespondeerd. Hetgeen de verdediging in dat verband heeft aangevoerd, heeft de deskundige geen reden gegeven om zijn rapport aan te passen. Dat de uitkomsten van dit door de verdediging geëntameerde betrouwbaarheidsonderzoek dan wel de daarop gevolgde antwoorden de verdachte niet welgevallig zijn, kan bezwaarlijk tot een ander oordeel leiden.
Hetgeen overigens door de raadsman van de verdachte ten verwere is aangevoerd, daaronder begrepen dat [getuige 4] nooit iets van de seksuele handelingen heeft gemerkt, dat niet blijkt van emotie uit de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] en dat de seksuele handelingen niet op gegevensdragers zijn aangetroffen, dwingt niet tot een andersluidend oordeel met betrekking tot het tenlastegelegde. Het eerste wekt immers geen verwondering, gezien de uitlatingen van aangeefster dat de seksuele handelingen geschiedde als haar moeder sliep (vide dossierpagina 167), dat de verdachte zachtjes te werk ging opdat [getuige 4] niet zou ontwaken (vide dossierpagina’s 161-162), dat hij stopte als hij dacht dat zij ontwaakte (dossierpagina 161) en gelet op de omstandigheid dat [getuige 4] naar eigen zeggen erg vast slaapt (vide dossierpagina 248). De tweede omstandigheid doet – wat daar ook van zij – niet af aan het feit dat de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] voldoende steun vinden in de overige bewijsmiddelen, nog daargelaten dat wel degelijk emoties bij [slachtoffer] zijn waargenomen. Het feit dat de seksuele handelingen niet op onderzochte gegevensdragers zijn aangetroffen doet evenmin af aan een bewezenverklaring en al helemaal niet aan het kinderpornografisch beeldmateriaal waarop ook de verdachte figureert dat wél is aangetroffen op de door aangeefster [slachtoffer] aangeleverde gegevensdragers.
Het verweer van de verdediging dat niet tot een herkenning kan zijn gekomen van de verdachte, omdat op de betreffende foto’s volgens de verdediging niet de verdachte kenmerkende tatoeages op diens linkerzijde van het lichaam en rechterbovenbeen zijn te zien, leidt het hof allerminst tot de gevolgtrekking dat de foto’s waarop een penis in de mond van [slachtoffer] is te zien, niet de penis van de verdachte zou kunnen zijn. Reeds niet omdat het een van dichtbij genomen foto betreft en het reeds daarom verklaarbaar is dat de verdachte kenmerkende tatoeage(s) niet op de foto waarneembaar is/zijn. Het hof verwijst in dit verband naar de foto’s op dossierpagina 114. Deze foto’s zijn na aanpassing van de belichting opnieuw bekeken en daarop is volgens de verbalisanten - zoals uit de bewijsmiddelen blijkt - [slachtoffer] herkenbaar in beeld, terwijl zij een penis in haar mond heeft. Het hof neemt waar dat het lichaam waartoe de penis behoort daarbij niet/nauwelijks in beeld is en mitsdien niet nader is omschreven. Het hof is aan de hand van nadere bestudering van het betreffende beschikbare fotomateriaal in raadkamer overigens tot deze conclusie gekomen: er is nauwelijks een stuk van de zijkant van het lijf van de verdachte zichtbaar op -kort gezegd- de jacuzzi-foto’s en waar dat zichtbaar is, is de kwaliteit van het beeld zodanig dat daarop een tatoeage niet is te onderscheiden. Dat volgens de verdediging niet is gebleken dat er eerder foto’s beschikbaar zijn (geweest/gesteld) van de verdachte, waarop hij met een erectie is te zien, en op basis waarvan al dan niet een ‘penis-herkenning’ zou (hebben) kunnen plaatsvinden, doet aan alle waarnemingen, bevindingen en gevolgtrekkingen als hiervoor vermeld niet af. Het hof gaat aan dat verweer daarom voorbij.
Het voorwaardelijke verzoek om rapporteur [getuige 10] van Bureau Jeugdzorg als getuige te mogen horen, behoeft evenmin nog bespreking, aangezien de bestreden rapporten van Bureau Jeugdzorg niet door het hof tot het bewijs worden gebezigd.
D.
Met betrekking tot de onder feit 4 subsidiair tenlastegelegde mishandeling stelt het hof vast dat uit de bewijsmiddelen volgt dat zowel aangeefster [getuige 4] als getuige [slachtoffer] hebben verklaard dat de verdachte meerdere malen met zijn handen de keel van [getuige 4] heeft dichtgeknepen. Getuige [slachtoffer] omschrijft het incident op 28 juli 2014 als een wurggreep, waarbij de verdachte met zijn handen de keel van haar moeder vast had. [getuige 4] verklaarde over meerdere momenten waarop de verdachte met zijn handen in haar nek heeft gedrukt, in de periode vlak voordat zij de woning van de verdachte had verlaten. Daarnaast verklaren zij beiden over de andere in de bewezenverklaring genoemde mishandelingen.
Hetgeen de raadsman dienaangaande heeft aangevoerd, hetgeen in de kern neerkomt op mogelijke wraakgevoelens van [getuige 4] jegens de verdachte, doet – wat daar ook van zij – niet af aan de betrouwbaarheid van haar verklaring.
Inleiding
Deze wordt immers bevestigd door de verklaringen van [slachtoffer] hieromtrent en in het feit dat dienaangaande tweemaal een melding is gedaan bij de politie die ook een keer ter plaatse is gekomen. Derhalve kan ook het onder feit 4 subsidiair tenlastegelegde naar het oordeel van het hof worden bewezen. De omstandigheid dat door politieagenten geen letsel bij [getuige 4] is geconstateerd maakt het voorgaande niet anders.
E.
Het hof stelt vast dat uit de bewijsmiddelen naar voren komt dat op 20 november 2016 een foto van de minderjarige [slachtoffer] is gemaakt, waarop zij een penis – zijnde die van de verdachte – in haar mond heeft. De foto is gemaakt door en met de telefoon van aangeefster [slachtoffer] , zij het op instigatie van de verdachte.
Ofschoon het vervaardigen van deze kinderpornografische afbeelding aldus feitelijk niet door de verdachte zelf is geschied, is de rol van de verdachte bij de totstandkoming daarvan dusdanig geweest (gelet op het zijn van initiatiefnemer, regisseur, participant en persoon die feitelijk overwicht had op het slachtoffer) dat naar het oordeel van het hof een bewezenverklaring voor het vervaardigen van die afbeelding dient te volgen.
F.
Aldus falen de verweren. Het hof verwerpt mitsdien de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in al hun onderdelen.
Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien en slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het betreffende bewijsmiddel blijkens zijn inhoud betrekking heeft – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3, feit 4 subsidiair en feit 5 tenlastegelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een minderjarig kind dat aan zijn zorg is toevertrouwd, meermalen gepleegd.
Het onder feit 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
ontucht plegen met zijn minderjarig stiefkind of pleegkind, meermalen gepleegd.
Het onder feit 3 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd.
Het onder feit 4 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
mishandeling, begaan tegen zijn echtgenote, meermalen gepleegd.
Het onder feit 5 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich jarenlang schuldig heeft gemaakt aan vergaande ontucht met zijn minderjarig stief- of pleegkind, aan het verwerven, voorhanden hebben en vervaardigen van kinderpornografie waarbij dezelfde minderjarige was betrokken, alsmede aan mishandeling van zijn echtgenote. Nadat de moeder van de toentertijd dertienjarige [slachtoffer] een relatie kreeg met de verdachte, is zij met haar dochter bij de verdachte ingetrokken. Zij zijn ruim een jaar later in het huwelijk getreden en daarna ging de relatie bergafwaarts. Intussen is de verdachte het slachtoffer op stiekeme wijze gaan misbruiken, waarvan het slachtoffer eerst uit loyaliteit tegenover haar moeder niets heeft durven zeggen. Nadat haar moeder na een reeks mishandelingen de echtelijke woning had verlaten. Mede doordat de verdachte haar ouders zwartmaakte, is de minderjarige [slachtoffer] bij de verdachte achtergebleven. Terwijl hij degene was die voor de minderjarige diende te zorgen, heeft hij zich bij herhaling aan haar vergrepen en haar verleid. Zo raakte de minderjarige [slachtoffer] ongewild, mede vanuit haar behoefte aan rust en veiligheid, in de ban van de verdachte en werd zij het slachtoffer van zijn perverse lusten. Het is het zelfs zover gekomen dat hij als pleegvader van [slachtoffer] werd aangesteld en haar ouders buitenspel werden gezet. Door het slinkse manipulatieve gedrag van de verdachte werden Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming jarenlang misleid en stond de moeder van [slachtoffer] machteloos om haar kind tegen dit seksuele misbruik te beschermen. Dit alles leidde er zelfs toe dat het minderjarige slachtoffer dacht dat deze gang van zaken normaal was en dat dit hoorde bij de relatie die zij met de verdachte meende te hebben. Pas op het moment dat het slachtoffer 19 jaren oud was en door een zelfgekozen relatie met een leeftijdsgenoot meer en meer besefte wat haar al die jaren door de verdachte is aangedaan, heeft zij de verdachte uit eigener beweging verlaten.
De verdachte heeft door zijn bewezenverklaarde handelen, kennelijk puur uit het oogpunt van eigen seksuele behoeftebevrediging, op grove wijze misbruik gemaakt van zijn positie als stiefvader en ook als pleegvader en heeft tevens de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer [slachtoffer] ernstig geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijk gedrag langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers. Bovendien bestaat daardoor bij hen de gerede kans op een scheefgroei in de psychoseksuele ontwikkeling en kan het vertrouwen in de medemens ernstig verstoord raken. Dat deze gevolgen zich ook daadwerkelijk hebben geopenbaard, komt onder meer naar voren uit de ter terechtzitting in hoger beroep voorgedragen slachtofferverklaring.
Door zijn ex-echtgenote meermalen te mishandelen, heeft hij ook haar lichamelijke integriteit op ernstige wijze aangetast. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de mishandelingen plaatsvonden in de huiselijke sfeer, terwijl een ieder zich in zijn of haar eigen woning juist veilig zou moeten kunnen voelen.
Gezien het vorenstaande rekent het hof het de verdachte dan ook zwaar aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Inleiding
Daarbij komt dat de verdachte, blijkens het verhandelde ter terechtzitting, nog steeds niet is doordrongen van het kwalijke van zijn gedrag, daar hij categorisch de aantijgingen aan zijn adres ontkent.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 september 2023, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder onherroepelijk voor strafbare feiten is veroordeeld.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij te kampen heeft met de longaandoening COPD, dat hij mantelzorger is voor zijn hulpbehoevende moeder en dat als hij gedetineerd zou raken hij zijn woning en huisdieren kwijt zal raken.
Het hof is van oordeel dat, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen door dit hof plegen te worden opgelegd en uit het oogpunt van vergelding, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Hoewel de rechtbank en de advocaat-generaal zulks eveneens hebben onderkend, is het hof van oordeel dat met oplegging van de door de rechtbank gevonniste en door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf onvoldoende recht wordt gedaan aan de ernst van deze zaak die zo diep heeft ingegrepen op het leven van [slachtoffer] en dat van haar moeder. Het hof zal mitsdien overgaan tot oplegging van een gevangenisstraf van langere duur.
Tegen voormelde achtergrond ziet het hof geen aanleiding om te komen tot oplegging van een taakstraf in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, waartoe door de verdediging is verzocht.
Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren passend en geboden.
Aangezien het hof van bijzondere omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer 5 maanden in de fase van hoger beroep rechtvaardigen
– namelijk het op instigatie van de verdediging opmaken van een rapport over de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster en het horen van getuigen – volstaat het hof met de constatering dat inbreuk is gemaakt op artikel 6 van het EVRM.
Overeenkomstig het imperatief bepaalde in artikel 359, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering zal het hof ten slotte bepalen dat tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf volledig zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 31.263,99, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering valt uiteen in de volgende bedragen:
een bedrag van € 350,77 (jaar 2019) en een bedrag van € 78,22 (jaar 2020) aan kosten van eigen risico uit hoofde van een zorgverzekeringsovereenkomst;
een bedrag van € 835,00 aan legeskosten voor een wijziging van de achternaam;
een bedrag van € 30.000,00 aan smartengeld.
De rechtbank heeft de vordering bij het vonnis waarvan beroep integraal toegewezen tot het bedrag van € 31.263,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.
De raadsman van de verdachte heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering tot schadevergoeding in verband met de bepleite vrijspraak. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat in de visie van de verdediging post ii., zijnde toekomstige schade, niet voor toewijzing in aanmerking komt, ook niet omdat bij een strafrechtelijke veroordeling er geen legeskosten voor naamwijziging in rekening zullen worden gebracht.
Het hof is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van het onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks materiële en immateriële schade heeft geleden. Het hof overweegt daartoe als volgt.
De vordering tot schadevergoeding, voor zover die ziet op de kosten voor het eigen risico (post i.), is door de verdediging niet inhoudelijk betwist en door de benadeelde partij voldoende onderbouwd, zodat het hof van oordeel is dat de gestelde bedragen van € 350,77 (jaar 2019) en € 78,22 (jaar 2020) voor toewijzing gereed liggen.
De advocaat van de benadeelde partij heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangaande post ii. toegelicht dat de benadeelde partij ervoor heeft gekozen een procedure tot naamswijziging te starten, omdat zij niet langer de achternaam van de verdachte wenst te dragen. Daartoe kan kort gezegd ofwel een onherroepelijke veroordeling, ofwel het bestaan van psychische hinder als grond dienen. Alleen in dat eerste geval zijn geen legeskosten verschuldigd, maar de benadeelde partij vreest dat met dit arrest de strafzaak nog niet onherroepelijk zal eindigen, zodat zij bij die kosten persisteert. Het hof is van oordeel dat, nu de benadeelde partij ervoor heeft gekozen haar vordering te gronden op het bestaan van psychische hinder, zij de daartoe vereiste procedure in gang heeft gezet en er reeds om die reden met zekerheid te verwachten valt dat de daarmee samenhangende legeskosten verschuldigd zullen worden, er wel degelijk sprake is van schade. Gelet op het haar door de verdachte toegebrachte leed, is het alleszins redelijk dat zij met deze naamswijziging niet wil wachten totdat er een onherroepelijke veroordeling van de verdachte is uitgesproken. Het hof is van oordeel dat die schade voor vergoeding in aanmerking komt. De stelling van de raadsman, inhoudende dat binnen een strafrechtelijke procedure een vordering tot vergoeding van toekomstige schade niet mogelijk is, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.
Met betrekking tot de gestelde immateriële schade (post iii.) overweegt het hof als volgt. Immateriële schade komt in dit geval slechts dan voor vergoeding in aanmerking indien deze schade valt onder het bereik van artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Het ligt op de weg van de benadeelde partij om voldoende concrete gegevens aan te voeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval een psychische beschadiging is ontstaan, waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel is of had kunnen zijn vastgesteld. Immateriële schadevergoeding kan in uitzonderlijke gevallen ook worden toegewezen in verband met de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen hiervan voor het slachtoffer, waardoor kan worden gesproken van schending van een persoonlijkheidsrecht en daarmee van aantasting in de persoon.
Het hof is op grond van het onderzoek ter terechtzitting van oordeel dat daarvan sprake is. De benadeelde partij, althans haar advocaat, heeft in dit verband immers gesteld dat zij door de gebeurtenis ernstig is beschadigd in haar emotioneel, psychologisch, maatschappelijk en sociaal functioneren.