Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2023-06-08
ECLI:NL:GHSHE:2023:1877
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
3,595 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 8 juni 2023
Zaaknummer : 200.318.373/01
Zaaknummers 1e aanleg: C/03/305903 / JE RK 22-1008, C/03/305907 / JE RK 22-1009 en
C/03/305912 / JE RK 22-1010
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. B.N. Voogd.
Deze zaak gaat over de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , hierna te noemen [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] ,
hierna samen ook aangeduid als de kinderen.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
- [de moeder] , hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. A.P. van Stralen.
Als informant wordt aangemerkt:
- Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.
Procesverloop
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 29 juli 2022, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.
Procesverloop
2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 31 oktober 2022, heeft de vader verzocht voormelde beschikking te vernietigen en ter behartiging van de belangen van de kinderen een kinder- en jeugdpsycholoog als bijzondere curator te benoemen.
2.2.
Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 19 december 2022, heeft de moeder verzocht het hoger beroep ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 mei 2023. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- mr. Voogd namens de vader;
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Stralen en door de tolk [tolk] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] ;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
2.3.1.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen.
2.3.2.
Het hof heeft de minderjarige [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken.
Hij heeft hiervan gebruik gemaakt door het hof een brief te sturen, die ter griffie is ingekomen op 13 april 2023. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van die brief zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.
2.4.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 20 juli 2022.
Beoordeling
3.1.
De moeder heeft de Pakistaanse nationaliteit en de vader heeft de Nederlandse nationaliteit. Daarmee draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dienen de rechtsmacht en het toepasselijk recht te worden bepaald.
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van de Europese unie van 27 november 2003 (Brussel II-bis), nu de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben en het verzoek betrekking heeft op de ouderlijke verantwoordelijkheid, zoals bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 7, Brussel II-bis.
Aangezien het verzoek betrekking heeft op de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid, valt het daarmee binnen de materiële reikwijdte van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen van 19 oktober 1996 (het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996), hierna te noemen HKBV (artikel 1 aanhef en sub c HKBV). Ingevolge artikel 15 van het HKBV past de bevoegde rechter zijn interne recht toe, hetgeen betekent dat in deze procedure Nederlands recht zal worden toegepast.
3.2.
Uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk van de moeder en de vader zijn de kinderen geboren.
De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit. De kinderen hebben het hoofdverblijf bij de moeder.
3.3.
De kinderen staan sinds 9 augustus 2019 onder toezicht van de GI. De ondertoezichtstelling is laatstelijk verlengd tot 9 augustus 2023.
3.4.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het zelfstandig verzoek van de vader om een bijzondere curator over de kinderen te benoemen afgewezen.
3.5.
De vader kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.
De standpunten in hoger beroep
3.6.
De vader voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling, samengevat het volgende aan. Het is noodzakelijk dat er een bijzondere curator ten behoeve van de kinderen wordt benoemd, ook al is er door de ondertoezichtstelling een gezinsvoogd betrokken. De bijzondere curator is er namelijk voor de kinderen zelf, is alleen belast met de belangen van de kinderen en is onafhankelijk, terwijl de gezinsvoogd met name doende is met het regelen van hulp, vooral voor de moeder. De GI heeft er blijk van gegeven eenzijdig de belangen van de moeder te behartigen. De GI schermt de kinderen af voor de vader. De kinderen moeten door middel van een bijzondere curator een authentieke stem krijgen. De vader heeft al sinds de scheiding van partijen in 2017 zorgen dat zij door de moeder worden negatief worden beïnvloed. De GI en de raad hebben deze zorgen niet op de juiste manier geadresseerd.
De vader doet al jarenlang inspanningen om het contact met de kinderen te herstellen, maar tevergeefs. Er is geen sprake van contra-indicaties voor het contact tussen de vader en de kinderen. De moeder verwijt de vader onterecht gewelds- en zedenincidenten, waarvan de kinderen getuige zouden zijn geweest. Er is sprake van ouderverstoting. Ook de raad is te zeer verweven met de belangen van de moeder. De raad heeft op geen enkel moment de zware aantijgingen van de moeder aan het adres van de vader op juistheid gecontroleerd. Zo heeft de raad nagelaten om informatie in te winnen bij de scholen waarop de kinderen zaten tijdens het huwelijk van partijen.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank geoordeeld dat het aan de GI en de raad is om te onderzoeken of er sprake is van ouderverstoting. Een dergelijk onderzoek is niet gedaan.
De vader krijgt nauwelijks informatie over de kinderen, behalve over de traumabehandeling. Het is voor de vader echter niet duidelijk wat die traumabehandeling inhoudt. Pas onlangs heeft de vader voor het eerst een foto van de kinderen ontvangen. De berichten die de vader op onregelmatige basis over de kinderen krijgt zijn standaard en nietszeggend.
De vader heeft nog geen toestemming gegeven voor het aanvragen van paspoorten van de kinderen, omdat hij bang is dat de moeder met de kinderen naar het buitenland verhuist.
Een bijzondere curator zou de vraag kunnen beantwoorden of er nog nader onderzoek nodig is naar ouderverstoting door een daarin gespecialiseerde organisatie. Dit kan de start zijn van een meer evenwichtig beeld over de mogelijkheden voor contactherstel tussen de vader en de kinderen.
De vader heeft het gevoel dat hij tijdens de begeleide omgangsregeling gecriminaliseerd is. Zo mochten zijn familieleden niet achterblijven op de parkeerplaats. Tijdens een videogesprek moest de vader zijn handen op het hoofd leggen, zodat hij geen print screen kon maken van het gesprek met de kinderen. Het hele dossier is gespekt met het idee dat wat moeder stelt over het vermeende geweld, ook echt is gebeurd.
In zijn brief aan het hof schrijft [minderjarige 1] dat hij niet wil dat de gezinsvoogd weggaat. Dat kan hij niet zelf verzonnen hebben. Ook dit is een bewijs dat hij beïnvloed wordt. Verder zijn de kinderen te jong om te kunnen meepraten over het versturen van een foto naar de vader. Dit is ook een signaal van beïnvloeding.
3.7.
De moeder brengt in het verweerschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling, samengevat het volgende naar voren. Partijen hebben nog steeds een verschillende beleving van hun huwelijk. De moeder is destijds met de kinderen naar een veilige opvang vertrokken.
De kinderen kampen met kind eigen problematiek, die in de weg staat aan contactherstel met de vader. De kinderen reageren negatief op pogingen om het contact met de vader te herstellen. Zij zijn boos over wat er in het verleden in het gezin is voorgevallen, met name de twee oudste kinderen. Verder komt de vader afspraken met de hulpverlening niet na, is er onvoldoende zicht op zijn opvoedvaardigheden en belemmert hij hulpverlening voor de kinderen. Ook geeft de vader geen toestemming voor het aanvragen van paspoorten voor de kinderen. De kinderen krijgen dit mee en zijn hier boos over. De vader is ook nog nooit op een mondelinge behandeling bij de rechtbank of het hof verschenen.
Anders dan de vader heeft aangevoerd zijn de rapportages van de raad deugdelijk. De vader is zelf debet aan het contactverlies met de kinderen.
De vader heeft verder geen concrete vraag die een bijzondere curator zou kunnen beantwoorden. Na zes jaar scheiding is moeilijk te achterhalen of de kinderen worden beïnvloed door de moeder. In het geval dat er wel blijkt van signalen van ouderverstoting, is niet duidelijk wat er in de visie van de vader daarna moet gebeuren. De vader heeft geen voorstellen gedaan voor een behandeling van de kinderen noch suggesties voor een ander traject van contactherstel.
De vader krijgt wel degelijk informatie over de kinderen. Met de kinderen gaat het goed, ook op school. Zij doen aan sport. Ook de traumabehandeling verloopt goed. Het is niet bekend hoe lang de traumabehandeling nog duurt, in juli 2023 zal een evaluatie volgen.
Benoeming van een bijzondere curator heeft geen meerwaarde. Er zijn al genoeg instanties betrokken.
3.8.
De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling samengevat het volgende naar voren gebracht. De vader krijgt maandelijks informatie over het welzijn van de kinderen en over school. De begeleider van [instantie 1] stelt dit op in overleg met de moeder. De vader heeft al lange tijd om een foto van de kinderen gevraagd, maar de kinderen wilden dit eerst niet.
[instantie 2] , waar de kinderen de traumatherapie volgen, heeft regelmatig gesprekken met de vader.
Beoordeling
3.10.1.
In artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de rechter, wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding, dan wel het vermogen van de minderjarige, de belangen van de gezaghebbende persoon of instantie in strijd zijn met die van de minderjarige, mede gezien de aard van de belangenstrijd, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator kan benoemen indien dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk wordt geacht, om de minderjarige zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen.
3.10.2.
Het hof ziet geen aanleiding om een bijzondere curator te benoemen omdat dit niet in het belang van de kinderen noodzakelijk is.
Tussen de ouders is sprake van een langdurige en complexe echtscheidingsstrijd. De kinderen hebben al lange tijd last van deze strijd. Daarmee is een strijd van belangen tussen de ouders en de kinderen een gegeven. De vader heeft inmiddels al geruime tijd geen structureel contact met de kinderen. De kinderen hebben veel weerstand tegen het contact met de vader. Ook de begeleide omgangsregeling bij [instantie 2] is mislukt.
Vanwege de strijd tussen de ouders heeft de rechtbank een ondertoezichtstelling van de kinderen uitgesproken en verlengd. De door de GI aangestelde jeugdbeschermer heeft als taak de belangen van de kinderen te behartigen en om beslissingen te nemen in het geval van tegengestelde belangen tussen de kinderen en de ouders. De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling uiteengezet op welke wijze zij multidisciplinaire hulpverlening in de vorm van traumatherapie voor de kinderen inzet en hoe zij zich heeft ingezet om het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen. Het is het hof gebleken dat de GI hierbij de belangen van de kinderen voorop heeft staan. Het hof acht op grond hiervan de benoeming van een bijzondere curator in dit geval niet noodzakelijk in het belang van de kinderen, ook al is in dit geval als gezegd sprake van strijd tussen de belangen van (één van) de ouders met die van de kinderen.
Bovendien zijn er in het kader van de ondertoezichtstelling al verschillende deskundigen bij de kinderen betrokken. Het hof acht het te belastend voor de kinderen en niet in hun belang om daarnaast nog een bijzondere curator te benoemen.
3.11.
Uit het voorgaande volgt dat de grieven van de vader niet slagen. Het hof zal de beschikking waarvan beroep bekrachtigen.
Dictum
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van
29 juli 2022.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.D.M. van der Linden, E.P. de Beij en
M.A. Stammes en is op 8 juni 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.