ECLI:NL:GHSHE:2022:2526
Parketnummer: 20-002314-20 Uitspraak : 18 februari 2022 TEGENSPRAAK Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingslocatie Breda, van 14 oktober 2020, in de strafzaak onder parketnummer 96-016446-20 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, wonende te [adres] . Kwalificatie Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (670 microgram). Gepleegd op 13 januari 2020 te Moerdijk. Toegepaste wetsartikelen De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis . Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand , elke termijn groot € 150,00 (honderdvijftig euro) . Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden . Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht. Dit arrest is mondeling gewezen door mr. F. van Es. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 februari 2022.