ECLI:NL:GHSHE:2021:3488
Parketnummer: 20-003526-19 Uitspraak : 16 april 2021 TEGENSPRAAK (art. 279 Sv) Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, van 15 november 2019, in de strafzaak onder parketnummer 02-107008-19 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adres] , thans uit anderen hoofde verblijvende in [verblijfsplaats] . Kwalificatie Het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde levert op: verduistering. Gepleegd op 3 mei 2019 te Roosendaal. Toegepaste wetsartikelen De beslissing is gegrond op de artikelen 63 en 321 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde. Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Dit arrest is mondeling gewezen door mr. A.M.G. Smit. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 april 2021.