Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2017-10-06
ECLI:NL:GHSHE:2017:4289
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 16/00323 en 16/00373 Uitspraak op het hoger beroep van de inspecteur van de Belastingdienst , hierna: de Inspecteur, en op het hoger beroep van [belanghebbende] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de Rechtbank) van 30 maart 2016, nummer BRE 15/2387, in het geding tussen belanghebbende , en de Inspecteur , betreffende de hierna vermelde op aangifte voldane belasting. 1 Ontstaan en loop van het geding 1.1. Belanghebbende heeft op 20 oktober 2014, onder het nummer [aanslagnummer] , aangifte gedaan van de door haar over het tijdvak september 2014 verschuldigde omzetbelasting naar een bedrag van € 21.164 en heeft dit bedrag voldaan op 30 oktober 2014. Bij schrijven van 31 oktober 2014 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen dit op aangifte voldane bedrag en verzocht om een teruggaaf van € 16, waarna de Inspecteur bij uitspraak van 6 maart 2015 heeft besloten geen teruggaaf te verlenen. 1.2. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank van belanghebbende een griffierecht geheven van € 331. De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, een teruggaaf van € 8 aan omzetbelasting verleend en een vergoeding van de proceskosten en het griffierecht gelast. 1.3. Tegen de uitspraak van de Rechtbank heeft de Inspecteur hoger beroep ingesteld bij het Hof, bij het Hof bekend onder nummer 16/00323. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. 1.4. Belanghebbende heeft eveneens hoger beroep ingesteld bij het Hof, bij het Hof bekend onder nummer 16/00373. Ter zake van dit hoger beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 503. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.5. Bij brief van 1 augustus 2017 heeft belanghebbende aangekondigd de heer [A] , anesthesioloog, als deskundige mee te brengen naar de hierna genoemde zitting. Deze brief is door tussenkomst van de griffier doorgezonden aan de wederpartij. 1.6. Op grond van artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) heeft belanghebbende vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn door tussenkomst van de griffier in afschrift verstrekt aan de wederpartij. 1.7. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 24 augustus 2017 te ‘s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord mevrouw [B] en de heer [C] , beiden directeur van belanghebbende, de heer [D] en mevrouw [E] , als gemachtigden van belanghebbende, ter bijstand vergezeld van de deskundige, de heer [A] , anesthesioloog, alsmede, namens de Inspecteur, mevrouw [F] , de heren [G] en [H] . 1.8. De Inspecteur heeft kort voor de zitting, in elk van de zaken, een pleitnota toegezonden aan het Hof en exemplaren daarvan ter zitting overgelegd aan de wederpartij en beide pleitnota’s ter zitting voorgedragen. Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. De Inspecteur heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen overlegging van de twee bij de pleitnota van belanghebbende behorende bijlagen. 1.9. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten. 1.10. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat in afschrift aan partijen is verzonden. 2 Feiten Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan: 2.1. Belanghebbende drijft een groothandel in medische hulpmiddelen en is daarmee ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) . 2.2. Het [K] ziekenhuis te [plaats] heeft op 18 september 2014 bij belanghebbende de volgende producten besteld, die door belanghebbende zijn geleverd: een QuadraLite anesthesiemasker small; een QuadraLite anesthesie Algemeen Katheters zijn buisjes die onder meer zijn bestemd voor: het toedienen van geneesmiddelen, vloeistoffen (o.m. zout- en glucose-oplossingen en contrastvloeistoffen) en voedingsmiddelen (m.n. sondevoeding) enz. aan het menselijk lichaam; het afvoeren van bloed en lichaamsvocht (urine, wondvocht e.d.) enz. uit het menselijk lichaam; het transporteren van hulpmiddelen (ballon, stent enz.) in het menselijk lichaam. Het begrip katheter mag ruim worden uitgelegd. Er zijn echter twee criteria waaraan een medisch hulpmiddel moet voldoen wil sprake zijn van een katheter. Ten eerste moet het buisje de functie hebben om iets uit, naar of door het lichaam te transporteren. Ten tweede moet het gaan om buisjes die zelf door een opening in het lichaam of een bloedvat worden ingebracht. Als niets wordt getransporteerd of als het buisje niet zelf door een opening in het lichaam of een bloedvat wordt ingebracht, is geen sprake van een katheter in de zin van de tabelpost. Omdat het gaat om het functievereiste van transport, maakt het niet uit dat de hulpmiddelen ook andere functies hebben, bijvoorbeeld het wegsnijden van weefsel zoals bij zogenoemde shaverblades en RF probes het geval is. Als het hulpmiddel de functie van een katheter heeft, kan het onder de tabelpost vallen. Het is dus niet noodzakelijk dat de katheterfunctie de overheersende functie is. Alle soorten katheters vallen onder de post, bijvoorbeeld: intraveneuze katheters; urologiekatheters; spoelkatheters/blaasspoellijnen: katheters waarmee spoelvloeistof in de blaas wordt gebracht, om de blaas schoon te spoelen; afzuigkatheters: katheters waarmee lichaamsvocht (slijm e.d.) wordt afgevoerd; drainagekatheters: interne katheters, voor de afvoer van wondvocht, vocht achter de longen e.d.; blaaskatheters; ballonkatheters; angiokatheters; geleidekatheters; katheters die worden gebruikt voor RFA (Radio Frequentie Ablatie), deze katheters transporteren energie door het lichaam; diagnostische katheters; shaverblades (endoscopische wegwerpmessen waarmee weefsel wordt verwijderd in gewrichtsholten. Via de holle binnenzijde van de blades wordt het verwijderde weefsel weggezogen); radiofrequentie probes, waarbij via de holle binnenzijde weefsel wordt weggebrand uit de gewrichtsholte via RF-energie. Het afzuigsysteem zorgt ervoor dat het weefsel wordt afgezogen en uit het menselijk lichaam wordt afgevoerd. 4.2. Onderdelen en toebehoren Goedkeuring Ik keur goed dat afzonderlijk geleverde delen, onderdelen en toebehoren die kennelijk zijn vervaardigd en bestemd voor katheters onder de post worden gerangschikt. Te denken valt aan ventielen, verbindingsstukken, voerdraden (pressure wires) en verlengslangen voor katheters.” 3 Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen 3.1. Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of op de levering van het anesthesiemasker en van het coaxiaal beademingssysteem het verlaagde tarief van artikel 9 van de Wet van toepassing is. Met betrekking tot het anesthesiemasker is primair in geschil of dit kwalificeert als katheter in de zin van post a.37 van tabel I, behorend bij de Wet (hierna ook wel aangeduid als: de tabelpost). Subsidiair is in geschil of met betrekking tot beide goederen sprake is van een toebehoren van een katheter, als bedoeld in het Besluit van 2014. Voorts is in geschil of het neutraliteitsbeginsel dan wel het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Belanghebbende is van mening dat deze vragen bevestigend moeten worden beantwoord. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan. 3.2. Partijen doen hun standpunten in hoger beroep steunen op de gronden, die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Voor hetgeen hieraan ter zitting is toegevoegd, wordt verwezen naar het van deze zitting opgemaakte proces-verbaal. 3.3. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, gegrondverklaring van het Hij acht deze uitleg in overeenstemming met de betekenis, die naar het spraakgebruik aan het begrip katheter wordt gegeven en met het Besluit van 2014, waarin als tweede eis voor een katheter is opgenomen dat sprake moet zijn van een buisje, dat zelf door een opening in het lichaam of een bloedvat wordt ingebracht. Belanghebbende heeft dit betoog betwist. 4.7. Naar het spraakgebruik is (volgens de Van Dale) een katheter een buis tot aftapping van lichaamsvochten, met name van urine, of om eten en drinken toe te dienen. Een sonde, als medisch begrip, wordt (volgens de Van Dale) ook als katheter aangemerkt. Een sonde wordt daarin omschreven als een dun, buigzaam staafje om de diepte en eigenschappen van wonden en lichaamsholten te onderzoeken, dan wel als een in het lichaam gebracht buisje, waarmee vocht of voedsel wordt af- of toegevoerd. Het Hof stelt in dit verband vast dat een sonde de vorm heeft van een staafje dan wel van een buisje, dat in het lichaam wordt ingebracht voor de af- of toevoer van vocht of voedsel. Van Dale omschrijft een katheter als een buis tot aftapping of toediening van vocht of voedsel. Daaruit leidt het Hof af dat een sonde als een bijzondere katheter is aan te merken en een sonde wel een katheter is, maar niet elke katheter is een sonde. Deze omschrijving wijkt af van hetgeen in de medische wereld onder het begrip katheter wordt verstaan (zie 4.4). De wetsgeschiedenis (zoals aangehaald in 4.2) lijkt echter aan te sluiten bij de medische interpretatie, waarbij de nadruk ligt op de transportfunctie waarbij vloeistoffen in of uit het lichaam worden toegediend of afgevoerd. De Staatssecretaris lijkt daar in zijn bewoordingen eveneens bij aan te sluiten, maar heeft in het Besluit van 2014 een vereiste toegevoegd: namelijk dat het moet gaan om een buisje dat zelf door een opening in het lichaam of een bloedvat wordt ingebracht. De reden van het toevoegen van deze tweede eis is niet te herleiden tot de wet noch tot de parlementaire geschiedenis. Bovendien sluit het niet aan bij de interpretatie die in de medische wereld aan het begrip “katheter” wordt gegeven. De Staatssecretaris heeft in het Besluit van 2014 mogelijk aansluiting gezocht bij de definitie van “sonde”, die echter slechts een soort katheter is. Het Hof is dan ook van oordeel dat het niet voldoen aan die laatstgenoemde voorwaarde voor de toepassing van het Besluit van 2014, geen aanleiding is om een goed, dat beantwoordt aan de kwalificatie van de tabelpost, zoals het anesthesiemasker, het verlaagde tarief te ontzeggen. Het Hof wijst het betoog van de Inspecteur af. 4.8. Met betrekking tot het coaxiaal beademingssysteem is tussen partijen in geschil of dit systeem kan worden aangemerkt als onderdeel of toebehoren van een katheter, waarvoor in punt 4.2 van het Besluit van 2014 de rangschikking onder de tabelpost a.37 is goedgekeurd. 4.9. De Inspecteur betoogt dat de in het Besluit van 2014 gegeven ruime uitleg van het begrip katheter niet wordt aangetroffen in de passage “Onderdelen en toebehoren”. Hieruit leidt de Inspecteur af, dat de termen “delen, onderdelen en toebehoren” strikt moeten worden uitgelegd en dat in verband met de zinsnede “die kennelijk zijn vervaardigd en bestemd voor katheters” producten, die ook voor andere doeleinden (kunnen) worden gebruikt dan aan te sluiten op een katheter, zijn uitgesloten van de goedkeuring. De Inspecteur voert aan dat het coaxiaal beademingssysteem niet bijdraagt aan de werking van de katheter als zodanig en dat de hulpmiddelen sluitstuk, filter en beademingssysteem noodzakelijk zijn bij de narcose of beademing van een patiënt, maar dat betekent niet dat deze middelen voor hun afzonderlijk functioneren afhankelijk zijn van elkaar en daarmee vallen deze niet onder de goedkeuring. 4.10. Belanghebbende bestrijdt de standpunten van de Inspecteur en stelt dat zij het coaxiaal beademingssysteem louter ten behoeve van katheters in het kader van de anesthesie levert. Belanghebbende is van mening dat het coax