Rechtspraak 1999-09-03
ECLI:NL:GHSGR:1999:AB0442
Uitspraak : 3 september 1999 Rek.nummer: 265-H-99 Rek.nr.rb.: 98/1513 GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE FAMILIEKAMER B e s c h i k k i n g in de zaak van 1) [naam verzoeker 1], wonende te [woonplaats verzoeker 1], 2) [naam verzoeker 2], wonende te [woonplaats verzoeker 2] (Zwitserland), 3) [naam verzoeker 3], wonende te [woonplaats verzoeker 3] (België), hierna gezamenlijk te noemen: de verzoekers, procureur mr. C.G. Meeder. Als belanghebbende is opgeroepen: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage, zetelend te 's-Gravenhage, hierna te noemen: de ambtenaar. HET GEDING Verzoeker sub 1), geboren op [geboortedatum] 1917, is op 2 september 1950 in het huwelijk getre-den met jonk-heer [naam van de vader], de vader van verzoeker sub 2), geboren op 21 novem-ber 1941, en verzoeker sub 3), geboren op 13 november 1939. Verzoeker sub 1) heeft bij notariële akte van adoptie, op 1 augustus 1994 verleden voor mr. M. de Graeve, notaris te Antwerpen (België), de verzoekers sub 2) en sub 3) geadop-teerd. Het Hof van Beroep te Antwerpen heeft bij arrest van 12 juni 1996 de adoptie, verle-den bij voornoemde notariële akte, geho-mo-logeerd en gezegd dat de naam van de geadopteerden onveran-derd zal blijven. Op 9 maart 1998 hebben de verzoekers de rechtbank te 's-Gra-venhage ver-zocht te verklaren voor recht dat de door het Hof van Beroep te Antwerpen gedane uitspraak d.d. 12 juni 1996 bevoegdelijk buiten Nederland is gedaan en naar haar aard vatbaar is voor opneming in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand. De rechtbank heeft bij beschikking van 8 februari 1999 het verzoek afgewezen. De verzoekers zijn van die beschikking tijdig in hoger beroep gekomen en hebben verzocht het beroepschrift gegrond te ver-klaren, de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende, te verklaren voor recht dat de uit-spraak van het Hof van Beroep te Antwerpen d.d 12 juni 1996 zal worden erkend en opgenomen in het Nederlands register van de burgerlijke stand. Op 10 juni 1999 is bij het hof ingekomen een schrijven van de ambtenaar d.d. 8 juni 1999. Op 21 juni 1999 is bij het hof ingekomen een schrijven van de Advocaat-Generaal, mr. A.J.M. Kaptein, houdende de conclusie van het Openbaar Ministerie. Op 23 juni 1999 is de zaak mondeling behandeld. BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP 1. Sinds de voltrekking van het huwelijk op 2 september 1950 van appellante sub 1 met de natuurlijke vader van appellanten sub 2 en 3, heeft zij hen als stiefmoeder opgevoed tot hun volwassenheid. Appellante sub 1 heeft zelf geen kinderen. De na-tuur-lijke vader en de natuurlijke moeder van appellanten sub 2 en 3 zijn overleden. 2. Appellante sub 1 heeft bij adoptie-akte van 1 augustus 1994 appellanten sub 2 en 3 in België geadopteerd. Het Hof van Beroep te Antwerpen heeft bij arrest van 12 juli 1996 de adoptie, verle-den bij voornoemde akte, gehomologeerd. Het beschikkend ge-deelte van dit arrest is inmiddels ingeschreven in de regis-ters van de burgerlijke stand van de gemeente Kapellen te België. 3. Appellanten wensen thans dat de adoptie tevens in Nederland wordt erkend en wordt ingeschreven in de registers van de burgerlij-ke stand. Het verzoek tot erkenning is bij beschik-king van de rechtbank te 's-Gravenhage van 8 februari 1999 afgewezen. 4. In het hoger beroep tegen deze beschikking stellen appel-lanten in grief I dat de rechtbank ten onrechte strijd met de openbare orde heeft geconstateerd. In grief II voeren zij aan van oordeel te zijn dat in het onderhavige geval artikel 8 EVRM ertoe dient te leiden dat het ver-zoek tot erkenning van de adoptie wordt toegewezen. Als laatste grief voeren zij aan dat de rechtbank het verbod op discriminatie, zoals neergelegd in artikel 14 EVRM, heeft geschonden. 5. Het Openbaar Ministerie concludeert dat hetgeen door appel-lan-ten wordt verzocht fundamenteel in strijd zou komen met de openbare orde, en dat derhalve het verzoek moet worden afgewe-zen. Het Openbaar Ministerie is van mening dat natuurlijke af