Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2026-05-06
ECLI:NL:GHDHA:2026:1593
Strafrecht
Hoger beroep
4,025 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHDHA:2026:1593 text/xml public 2026-05-11T13:31:44 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Den Haag 2026-05-06 22-000595-24 Uitspraak Hoger beroep NL Den Haag Strafrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2020:11432, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1593 text/html public 2026-05-11T13:27:33 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHDHA:2026:1593 Gerechtshof Den Haag , 06-05-2026 / 22-000595-24 Procesafspraken. Witwassen van een geldbedrag. Rekening is gehouden met de tussen het openbaar ministerie en de verdediging gemaakte procesafspraken. Het hof acht de in de procesafspraken opgenomen afdoening redelijk en passend. Rolnummer: 22-000595-24 Parketnummer: 10-960210-16 Datum uitspraak: 6 mei 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 2 december 2020 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 41 dagen, alsmede tot een geldboete ter hoogte van € 5.000,-, subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 februari 2016 tot en met 10 mei 2016 te Bergen op Zoom en/of Halsteren, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) van in totaal 73.770 USD (omgerekend 66.157 euro), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, althans van (een) voorwerp(en), te weten voornoemde geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) contante geldbedrag(en) gestort op [bankrekeningnummer 1] , ten name van [V.O.F.] en/of hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) dit/deze contante geldbedrag(en) (in USD) overgemaakt naar [bankrekeningnummer 2] , ten name van [N.V.] , terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd behoudens ten aanzien van de strafoplegging. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis in zoverre zal worden vernietigd en dat - conform, in de fase van het hoger beroep overeengekomen, procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte - de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 41 dagen, met aftrek van het voorarrest. Het vonnis waarvan beroep De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de motivering daarvan. In zoverre zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen. Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis en zal het hof het vonnis bevestigen. Strafmotivering Procesafspraken Op 7 april 2026 is per e-mail, namens de advocaat-generaal, het hof op de hoogte gebracht van het voornemen van het Openbaar Ministerie en de verdediging om de zaak middels procesafspraken af te doen. De tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte tot stand gekomen procesafspraken en de redenen waarom is besloten de zaak middels procesafspraken af te doen, zijn neergelegd in een door de advocaat-generaal, de verdachte en zijn raadsman getekende overeenkomst gedateerd 17 februari 2026. De procesafspraken luiden als volgt: In deze zaak kan een bewezenverklaring volgen conform het vonnis van de rechtbank. De verdediging zal ter zake de feiten geen verweer voeren; De verdediging doet afstand van reeds ingediende onderzoekswensen en zal geen nadere en/of nieuwe onderzoekswensen indienen; Het Openbaar Ministerie eist voor het tenlastegelegde feit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 41 dagen met aftrek van het voorarrest; De inbeslaggenomen goederen worden verbeurdverklaard conform het vonnis van de rechtbank. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal conform de hiervoor weergegeven procesafspraken gerekwireerd. De raadsman heeft zich - bij wijze van pleidooi - aan de vordering van de advocaat-generaal gerefereerd. Hij heeft ter zitting toegevoegd dat hij verzoekt het onderzoek te heropenen indien het hof voornemens is tot een andere hogere, strafoplegging te komen. Het toetsingskader van de Hoge Raad: waarborging van het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de rechten van de mens (verder: EVRM) De Hoge Raad heeft in het arrest van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252) overwogen dat de rechter alleen acht kan slaan op een door het Openbaar Ministerie en de verdediging opgesteld afdoeningsvoorstel als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 EVRM stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een afdoeningsvoorstel deel uitmaakt de afspraak dat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten. Op de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof de procesafspraken besproken met de aanwezige verdachte en zijn raadsman. De verdachte heeft voldoende gelegenheid gehad om weloverwogen tot een ondubbelzinnige beslissing te komen en heeft, bijgestaan door zijn raadsman, zich rekenschap kunnen geven van de inhoud, de strekking en de rechtsgevolgen van de procesafspraken. De verdachte heeft ter zitting in hoger beroep desgevraagd te kennen gegeven zich te kunnen vinden in de gemaakte procesafspraken en is, naar het hof heeft vastgesteld, vrijwillig tot deze beslissing gekomenen door zijn raadsman adequaat voorgelicht. In deze zaak zijn geen slachtoffers of benadeelde partijen. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het acht kan slaan op de voorliggende procesafspraken. Overwegingen ten aanzien van de straf Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan het witwassen van geld. Door witwassen wordt het plegen van criminele activiteiten bevorderd, vergemakkelijkt en in stand gehouden. Verdachte heeft eraan meegewerkt dat de opbrengst van gepleegde misdrijven aan het zicht werd onttrokken. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 april 2026. De verdachte heeft in deze zaak 41 dagen doorgebracht in voorlopige hechtenis, die met ingang van 6 juli 2016 is geschorst. De verdachte heeft de schorsingsvoorwaarden niet overtreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 2 april 2020 het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst, opgeheven.
Volledig
ECLI:NL:GHDHA:2026:1593 text/xml public 2026-05-11T13:31:44 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Den Haag 2026-05-06 22-000595-24 Uitspraak Hoger beroep NL Den Haag Strafrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2020:11432, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1593 text/html public 2026-05-11T13:27:33 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHDHA:2026:1593 Gerechtshof Den Haag , 06-05-2026 / 22-000595-24 Procesafspraken. Witwassen van een geldbedrag. Rekening is gehouden met de tussen het openbaar ministerie en de verdediging gemaakte procesafspraken. Het hof acht de in de procesafspraken opgenomen afdoening redelijk en passend. Rolnummer: 22-000595-24 Parketnummer: 10-960210-16 Datum uitspraak: 6 mei 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 2 december 2020 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 41 dagen, alsmede tot een geldboete ter hoogte van € 5.000,-, subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 februari 2016 tot en met 10 mei 2016 te Bergen op Zoom en/of Halsteren, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) van in totaal 73.770 USD (omgerekend 66.157 euro), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, althans van (een) voorwerp(en), te weten voornoemde geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) contante geldbedrag(en) gestort op [bankrekeningnummer 1] , ten name van [V.O.F.] en/of hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) dit/deze contante geldbedrag(en) (in USD) overgemaakt naar [bankrekeningnummer 2] , ten name van [N.V.] , terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd behoudens ten aanzien van de strafoplegging. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis in zoverre zal worden vernietigd en dat - conform, in de fase van het hoger beroep overeengekomen, procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte - de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 41 dagen, met aftrek van het voorarrest. Het vonnis waarvan beroep De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de motivering daarvan. In zoverre zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen. Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis en zal het hof het vonnis bevestigen. Strafmotivering Procesafspraken Op 7 april 2026 is per e-mail, namens de advocaat-generaal, het hof op de hoogte gebracht van het voornemen van het Openbaar Ministerie en de verdediging om de zaak middels procesafspraken af te doen. De tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte tot stand gekomen procesafspraken en de redenen waarom is besloten de zaak middels procesafspraken af te doen, zijn neergelegd in een door de advocaat-generaal, de verdachte en zijn raadsman getekende overeenkomst gedateerd 17 februari 2026. De procesafspraken luiden als volgt: In deze zaak kan een bewezenverklaring volgen conform het vonnis van de rechtbank. De verdediging zal ter zake de feiten geen verweer voeren; De verdediging doet afstand van reeds ingediende onderzoekswensen en zal geen nadere en/of nieuwe onderzoekswensen indienen; Het Openbaar Ministerie eist voor het tenlastegelegde feit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 41 dagen met aftrek van het voorarrest; De inbeslaggenomen goederen worden verbeurdverklaard conform het vonnis van de rechtbank. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal conform de hiervoor weergegeven procesafspraken gerekwireerd. De raadsman heeft zich - bij wijze van pleidooi - aan de vordering van de advocaat-generaal gerefereerd. Hij heeft ter zitting toegevoegd dat hij verzoekt het onderzoek te heropenen indien het hof voornemens is tot een andere hogere, strafoplegging te komen. Het toetsingskader van de Hoge Raad: waarborging van het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de rechten van de mens (verder: EVRM) De Hoge Raad heeft in het arrest van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252) overwogen dat de rechter alleen acht kan slaan op een door het Openbaar Ministerie en de verdediging opgesteld afdoeningsvoorstel als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 EVRM stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een afdoeningsvoorstel deel uitmaakt de afspraak dat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten. Op de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof de procesafspraken besproken met de aanwezige verdachte en zijn raadsman. De verdachte heeft voldoende gelegenheid gehad om weloverwogen tot een ondubbelzinnige beslissing te komen en heeft, bijgestaan door zijn raadsman, zich rekenschap kunnen geven van de inhoud, de strekking en de rechtsgevolgen van de procesafspraken. De verdachte heeft ter zitting in hoger beroep desgevraagd te kennen gegeven zich te kunnen vinden in de gemaakte procesafspraken en is, naar het hof heeft vastgesteld, vrijwillig tot deze beslissing gekomenen door zijn raadsman adequaat voorgelicht. In deze zaak zijn geen slachtoffers of benadeelde partijen. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het acht kan slaan op de voorliggende procesafspraken. Overwegingen ten aanzien van de straf Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan het witwassen van geld. Door witwassen wordt het plegen van criminele activiteiten bevorderd, vergemakkelijkt en in stand gehouden. Verdachte heeft eraan meegewerkt dat de opbrengst van gepleegde misdrijven aan het zicht werd onttrokken. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 april 2026. De verdachte heeft in deze zaak 41 dagen doorgebracht in voorlopige hechtenis, die met ingang van 6 juli 2016 is geschorst. De verdachte heeft de schorsingsvoorwaarden niet overtreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 2 april 2020 het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst, opgeheven.