Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2025-04-22
ECLI:NL:GHDHA:2025:2959
Civiel recht
Hoger beroep
1,269 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHDHA:2025:2959 text/xml public 2026-03-30T09:38:34 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Den Haag 2025-04-22 200.329.398/01 Uitspraak Hoger beroep Tussenuitspraak NL Den Haag Civiel recht Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2025:2958 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2959 text/html public 2026-03-30T09:35:06 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHDHA:2025:2959 Gerechtshof Den Haag , 22-04-2025 / 200.329.398/01 Tweede tussenarrest. Vordering aannemer tot vernietiging arbitrale vonnissen. GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.329.398/01 Arrest van 22 april 2025 in de zaak van [eiseres] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente] , eiseres, advocaat: mr. E. Hoekstra, kantoorhoudend in Alkmaar, tegen 1 [verweerder 1] , wonend in [woonplaats] , 2. [verweerder 2] , wonend in [woonplaats] , 3. [verweerder 3] , wonend in [woonplaats] , 4. [verweerder 4] , wonend in [woonplaats] , 5. [verweerder 5] , wonend in [woonplaats] , 6. [verweerder 6] , wonend in [woonplaats] , 7. [verweerder 7] , wonend in [woonplaats] , 8. [verweerder 8] , wonend in [woonplaats] , 9. [verweerder 9] , wonend in [woonplaats] , 10. [verweerder 10] , wonend in [woonplaats] , 11. [verweerder 11] , wonend in [woonplaats] , 12. [verweerder 12] , wonend in [woonplaats] , verweerders, advocaat: mr. F. Dijkslag, kantoorhoudend in Amersfoort. Het hof noemt eiseres hierna [eiseres] . Verweerders worden afzonderlijk aangeduid met hun achternaam. 1 Procesverloop Voor het procesverloop verwijst het hof naar het tussen partijen gewezen tussenarrest van dit hof van 25 februari 2025. Het hof heeft daarin zijn voornemen uitgesproken de zaak tussen [eiseres] enerzijds en [verweerder 5] en [verweerder 6] anderzijds en de zaak tussen [eiseres] enerzijds en [verweerder 3] en [verweerder 4] anderzijds terug te verwijzen naar de Geschillencommissie Verbouw en Nieuwbouw. Het hof heeft deze partijen gelegenheid gegeven zich over dat voornemen uit te laten. Zij hebben van deze gelegenheid gebruikgemaakt, bij afzonderlijke akten van 11 maart 2025. 2 Beoordeling in hoger beroep 2.1 Namens [verweerder 5] , [verweerder 6] , [verweerder 3] en [verweerder 4] is kenbaar gemaakt dat zij zich kunnen vinden in het voornemen van het hof de zaak terug te verwijzen naar de Geschillencommissie. [eiseres] heeft het hof echter verzocht de zaak aan zich te houden en na uitlating partijen zelf af te doen. 2.2 In dat wat [eiseres] naar voren heeft gebracht, ziet het hof geen aanleiding om terug te komen van het voornemen de zaak naar de Geschillencommissie terug te verwijzen. Artikel 1066 Rv neemt tot uitgangspunt dat vernietiging van een arbitraal vonnis ultimum remedium is. De Geschillencommissie moet de gelegenheid worden geboden de vernietigingsgrond weg te nemen. Het hof ziet geen redenen, ook geen redenen van proceseconomische aard, om de zaak aan zich te houden,. Partijen zullen zich immers hoe dan ook moeten uitlaten over de twee in het arrest van 25 februari 2025 genoemde punten. Los daarvan is de Geschillencommissie op materiële gronden de meest aangewezen partij om over de openstaande punten te oordelen. Het hof zal de vernietigingsprocedure dan ook schorsen voor de duur van zes maanden en de zaak terugverwijzen naar de Geschillencommissie teneinde – met inachtneming van deze beslissing en de beslissing van het hof van 25 februari 2025 – de arbitrale gedingen tussen partijen te heropenen en te beslissen op de twee openstaande punten ten aanzien van de bouwtijdverlenging (zie rov. 5.22 - 5.24 van het arrest van het hof van 25 februari 2025). 2.3 Iedere verdere beslissing, waaronder die ten aanzien van de proceskosten, zal worden aangehouden. 3 Beslissing Het hof: schorst deze vernietigingsprocedure voor de duur van zes maanden teneinde de Geschillencommissie in staat te stellen de in het arrest van 25 februari 2025 geconstateerde grond voor vernietiging van de door de Geschillencommissie gewezen arbitrale vonnissen van 1 september 2022 met als kenmerk 154098/163010 (in de zaak tussen [eiseres] enerzijds en [verweerder 3] en [verweerder 4] anderzijds) en 154096/163008 (in de zaak tussen [eiseres] enerzijds en [verweerder 5] en [verweerder 6] anderzijds) ongedaan te maken; wijst de Geschillencommissie op het bepaalde in de artikelen 1058 lid 3 en 1065a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; draagt de griffier van het hof op een afschrift van deze beslissing en het arrest van 25 februari 2025 toe te zenden aan de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw, Postbus 90600, 2509 LP Den Haag; draagt partijen op om zich ter rolle van 28 oktober 2025 – of zoveel eerder als mogelijk – uit te laten met het oog op de door het hof op de voet van artikel 1065a lid 4 Rv te geven beslissing; houdt iedere verdere beslissing, daaronder begrepen die ten aanzien van de proceskosten, aan. Dit arrest is gewezen door mrs. P. Volker, J.S. Honée en A.J. Swelheim en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2025 in aanwezigheid van de griffier.