Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2023-05-30
ECLI:NL:GHDHA:2023:986
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Hoger beroep
3,475 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.305.420/01
Zaaknummer rechtbank : C/10/615828 / HA ZA 21-283
Arrest van 30 mei 2023
in de zaak van
1de vennootschap onder firmaHoreca Crowdfunding Nederland,
gevestigd in Rotterdam,
en haar vennoten
2. Hospitality Concept Group B.V.,
gevestigd in Berkel en Rodenrijs,
3. I.M. Hospitality B.V.,
gevestigd in Den Haag,
4. Hoog B.V.,
gevestigd in Voorburg,
appellanten,
advocaat: mr. J.C.T. Papeveld, kantoorhoudend in Waalwijk,
tegen
Modus Vivendi Meerderjarigenbewind B.V. q.q.,
gevestigd in Zwijndrecht;
in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [X],
wonende in [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. I.P. van Rossen, kantoorhoudend in Amsterdam.
Het hof zal appellante onder 1 HCN noemen en de appellanten gezamenlijk HCN c.s.
Geïntimeerde zal worden aangeduid als Modus Vivendi q.q. en [X] als [X] .
1De zaak in het kort
1.1
De zaak betreft een geschil over (de uitleg van) een overeenkomst van geldlening van een crowdfunding-platform aan een horecabedrijf. Het horecabedrijf is failliet gegaan. Daarna heeft het crowdfunding-platform de indirect bestuurder van het horecabedrijf aangesproken tot terugbetaling van de lening, stellende dat deze de leningsovereenkomst heeft meegetekend voor hoofdelijke aansprakelijkheid. De vraag die beantwoord moet worden is of de indirect bestuurder zichzelf hoofdelijk heeft verbonden voor de lening.
Procesverloop
2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 11 januari 2022 waarmee HCN c.s. in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam, team handel en haven, van 20 oktober 2021;
de memorie van grieven van HCN c.s., met bijlagen;
de memorie van antwoord van Modus Vivendi q.q., met bijlage.
Feiten
3.1
De door de rechtbank in het bestreden vonnis vastgestelde feiten zijn door partijen niet bestreden, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan. In aanvulling daarop zal het hof ook zelf enkele feiten vaststellen. De rechter is niet gehouden alle door partijen aangevoerde feiten in zijn feitenvaststelling op te nemen.
3.2
Het gaat in deze zaak om het volgende.
a. HCN drijft een onderneming die het tot stand komen van geldleningsovereenkomsten faciliteert tussen investeerders en ondernemers in de horeca.
[X] was enig bestuurder van [Beheer] B.V. (hierna: [Beheer] ). [Beheer] was op haar beurt enig bestuurder van [de horecazaak] B.V. (hierna: [de horecazaak] ), een lunchroom in [vestigingsplaats] .
In maart 2017 heeft in het kader van een financiering voor de uitbreiding (verbouwing) van [de horecazaak] , een crowdfunding plaatsgevonden. Op de website van HCN was in de daartoe gepubliceerde pitch onder meer het volgende vermeld:
" [de horecazaak] [vestigingsplaats]
Project nr.: […] Financieringsbedrag: € 50.000,00
(…)
Recensie HCN: de ondernemer heeft ruim voldoende (ondernemers-) en horeca-ervaring. (…) HCN heeft de verpanding op inventaris van de vestiging en er is uiteraard sprake van hoofdelijke aansprakelijkheid."
Nadat 31 particuliere investeerders gezamenlijk € 50.000,-- hadden geïnvesteerd naar aanleiding van voornoemde pitch, heeft HCN c.s. een leningsovereenkomst opgesteld, die door [X] op 12 april 2017 op het kantoor van notaris [notaris] (verder: de notaris) is ondertekend. De overeenkomst bevat voor zover hier van belang de volgende bepalingen:
"LENINGNUMMER […]
De ondergetekenden:
A) [de horecazaak] BV gevestigd te [vestigingsplaats] (...)
En in deze wettelijk vertegenwoordigd door de volgende bestuurders:
B1) [Beheer] BV, gevestigd te [vestigingsplaats] (...)
in deze wettelijk vertegenwoordigd door haar enig bestuurder: Dhr. [X] (...)
Bestuurder/vennoot van de hiervoor onder A) genoemde onderneming
[de horecazaak] BV, voornoemd, als mede haar bestuurder(s)/vennoot/vennoten hierna (zowel tezamen als ieder afzonderlijk) te noemen:
"schuldenaar"
, verklaren ieder wegens ter leen ontvangen gelden ten behoeve van de onderneming van [de horecazaak] [vestigingsplaats], voornoemd, te hebben ontvangen van - en
Hoofdelijk
schuldig te zijn aan:
Horeca Crowdfunding Nederland (... )
hierna te noemen:
"schuldeiser"
,
een geldsom van € 50.000,00 hierna te noemen
"hoofdsom"
onder de navolgende tussen partijen overeengekomen bepalingen:
(…)
Getekend te 's-Gravenhage op 12 april 2017
Namens Schuldenaar A: [de horecazaak] BV gevestigd te [vestigingsplaats]
Naam bestuurder B1) [X] BV namens deze [X] [handtekening] [handtekening]
(handtekening bestuurder B1) handtekening [X]
(in privé)
Namens Schuldeiser: Horeca Crowdfunding Nederland (...)
Getekend te Rotterdam op 5 april 2017
Naam bestuurder Horeca Crowdfunding Nederland
(…)
[handtekening]
(handtekening bestuurder Horeca Crowdfunding Nederland)"
Op dezelfde dag heeft de notaris een akte van verpanding opgemaakt. In deze akte is onder meer vermeld:
"Op twaalf april tweeduizend zeventien verscheen voor mij, (…):
1. de heer [X] ,(…), te dezen handelend als enig bestuurder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: [Beheer] B.V., (…), welke vennootschap te dezen handelt als enig bestuurder van de besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid: [de horecazaak] B.V., (…), laatstgenoemde vennootschap hierna te noemen: "pandgever" of "schuldenaar";
2. (…), te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van de vennootschap onder firma: Horeca Crowdfunding Nederland (…) hierna te noemen: "pandnemer" of "schuldeiser".
(…)
De verschenen personen, handelend als gemeld, hebben mij het volgende verklaard: (…)
LENINGOVEREENKOMST, VESTIGING PANDRECHT, ZEKERHEIDS-BEPALINGEN EN OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 1
Pandgever en pandnemer, onder anderen, hebben op heden een leningovereenkomst gesloten.
(…)
Artikel 2
Pandgever verbindt zich jegens pandnemer tot het verpanden van de navolgende zekerheden aan de pandnemer, welke zekerheden pandnemer van pandgever bedingt. (…)"
Op 2 mei 2017 is de hoofdsom van € 50.000,00 (minus een provisiebedrag) ter beschikking gesteld. In 2017 en 2018 hebben in het kader van de leningsovereenkomst een aantal terugbetalingen plaatsgevonden.
Op 18 september 2018 is [de horecazaak] failliet verklaard.
Op 9 januari 2019 is op [X] de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) van toepassing verklaard met benoeming van [wsnp bewindvoerder] tot bewindvoerder WSNP.
i. Bij beschikking van 17 februari 2020 zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan [X] onder bewind gesteld wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden en is Modus Vivendi q.q. benoemd tot bewindvoerder.
Bij brief van 28 juli 2020 heeft de rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam [X] bericht dat er op 15 september 2020 een pro-formaverificatievergadering zal plaatsvinden buiten aanwezigheid van hem en de bewindvoerder WSNP.
Op 15 september 2020 heeft de pro-formaverificatievergadering plaatsgevonden. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal vermeldt dat er geen vorderingen worden betwist. Op de lijst van erkende schuldeisers staat onder meer HCN met een geldlening voor € 36.013,40.
Bij e-mail van 13 november 2020 heeft de bewindvoerder WSNP aan HCN c.s. bericht dat de slotuitdelingslijst vanaf 18 december 2020 tien dagen ter inzage op de griffie van de rechtbank ligt en daarna verbindend wordt, dat [X] de schone lei is geweigerd en dat 1 februari 2021 als datum kan worden aangehouden waarna opnieuw kan worden overgegaan tot incasso van de restvordering.
Op 6 februari 2021 is de WSNP ter zake van [X] geëindigd. In het kader van de slotuitdeling is aan HCN c.s. € 631,90 uitgekeerd.
Bij brieven van 4 maart 2021 heeft HCN c.s. [X] en [Beheer] gesommeerd tot betaling van – voor zover relevant – de resterende hoofdsom van € 35.404,96, vermeerderd met rente.
4Procedure bij de rechtbank
4.1
HCN c.s. heeft [Beheer] en Modus Vivendi q.q. gedagvaard en gevorderd dat, samengevat, zij hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling aan haar van een bedrag van € 35.404,96, vermeerderd met rente en kosten.
4.2
De rechtbank heeft – zakelijk weergegeven – de vorderingen tegen [Beheer] toegewezen en die tegen Modus Vivendi q.q. afgewezen.
Beoordeling
6.1
Partijen verschillen van mening over de vraag of [X] zich in de (hiervoor onder 3.2 sub d. bedoelde) leningsovereenkomst hoofdelijk heeft verbonden tot terugbetaling van de lening.
6.2
Tussen partijen is terecht niet in geschil dat deze vraag dient te worden beantwoord aan de hand van het Haviltex-criterium, dat wil zeggen dat het gaat om de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en wat zij in dat verband redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval – in onderlinge samenhang – van belang, dus de tekst van de overeenkomst hoeft niet doorslaggevend te zijn. Zo is bijvoorbeeld ook van belang tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zulke partijen kan worden verwacht.
6.3
De rechtbank heeft in rov. 4.10 en 4.11 van het bestreden vonnis overwogen dat uit de tekst van de leningsovereenkomst, niet volgt dat [X] als indirect bestuurder van [de horecazaak] óók als schuldenaar heeft te gelden. De enkele handtekening van [X] ("in privé") onderaan de leningsovereenkomst maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders. Volgens Modus Vivendi q.q. heeft [X] gemeend de twee handtekeningen te plaatsen namens zijn twee (als ondergetekende genoemde) vennootschappen A. ( [de horecazaak] ) en B1 ( [Beheer] ).
6.4
Toch was het volgens HCN c.s. voor [X] volstrekt duidelijk dat het de bedoeling was dat hij als ondernemer in privé hoofdelijk aansprakelijk zou zijn voor de lening. HCN c.s. stelt daartoe (onder meer) dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van [X] in privé tussen partijen aan de orde is geweest bij het opstellen van de pitch voorafgaande aan het sluiten van de leningsovereenkomst, en dat deze ook door de notaris voorafgaande aan de ondertekening van de overeenkomst nog eens expliciet is besproken. Modus Vivendi q.q. heeft dit op haar beurt gemotiveerd weersproken.
6.5
HCN c.s. heeft in hoger beroep concreet aangeboden de notaris en haar indirect vennoot, de heer I.P. Kuijer, als getuigen te doen horen. Het hof zal HCN c.s. – conform haar aanbod – toelaten tot bewijs. Het hof beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat het niet nodig is deze voor het getuigenverhoor over te leggen.
6.6
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
Het hof:
- laat HCN c.s. toe tot bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat het voor [X] duidelijk was dat hij zich met het ondertekenen van de leningsovereenkomst hoofdelijk bond als medeschuldenaar;
- bepaalt dat, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag voor de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. M.J. van der Ven, op donderdag 24 augustus 2023 om 11:00 uur;
- bepaalt dat, indien één der partijen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak, opgeeft verhinderd te zijn op de genoemde datum en daarbij de verhinderdata van beide partijen in de maanden augustus tot en met november van 2023 opgeeft, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de getuigenverhoren zal vaststellen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.J. van der Ven, G.C de Heer en H.J. van Harten en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2023 in aanwezigheid van de griffier.