Rechtspraak 2003-08-26
ECLI:NL:GHARN:2003:AJ9993
ECLI:NL:GHARN:2003:AJ9993 text/xml public 2023-06-04T17:05:42 2013-04-04 Raad voor de Rechtspraak nl AJ9993 AN7785 Gerechtshof Arnhem 2003-08-26 00/841 Uitspraak Hoger beroep kort geding NL Civiel recht Burgerlijk Wetboek Boek 6 Burgerlijk Wetboek Boek 6 248 Rechtspraak.nl JOR 2003/250 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2003:AJ9993 text/html public 2013-04-04T19:37:00 2003-09-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARN:2003:AJ9993 Gerechtshof Arnhem , 26-08-2003 / 00/841 Het hof ziet aanleiding om allereerst het incidenteel appèl te behandelen, omdat dit van de verste strekking is. In het incidenteel appèl staat de vraag centraal of tussen PSL Groep en ATP een definitieve overeenkomst is totstandgekomen met betrekking tot de verkoop/koop van de aandelen in de vennootschap. Hierbij is niet in geschil dat tussen de onderhandelaars van partijen overeenstemming is bereikt, zoals neergelegd in de tweede conceptkoopovereenkomst van aandelen van 18 april 2000, maar gaat het erom of ATP zich mag beroepen op de door haar gemaakte opschortende voorwaarde dat de algemene vergadering van aandeelhouders van ATP haar goedkeuring dient te geven voor de onderhavige transactie. 26 augustus 2003 eerste civiele kamer rolnummer 2000/841 KG G E R E C H T S H O F T E A R N H E M Arrest in de zaak van: 1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Advanced Travel Partners Nederland B.V., 2 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Friezenberg B.V., 3 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Advances Travel Partners Beheer B.V., alle gevestigd te Rijssen, principaal appellanten, incidenteel geïntimeerden, procureur: mr. J.M.J. Huver, tegen: 1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PSL Groep B.V., gevestigd te Eindhoven, 2 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PSL Financiële Adviesgroep B.V., gevestigd te Eindhoven, 3 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid J.S. Lindhout Holding B.V., gevestigd te Eindhoven, 4 [geïntimeerde sub 4], wonende te [woonplaats], principaal geïntimeerden, incidenteel appellanten, procureur: mr. J.C.N.B. Kaal. 1 Het geding in eerste aanleg Voor het verloop van het geding in eerste aanleg wordt verwezen naar het vonnis van 2 november 2000 dat de president van de rechtbank te Almelo heeft gewezen tussen principaal appellanten (hierna gezamenlijk te noemen ATP c.s. dan wel afzonderlijk ATP, Friezenberg en ATP Beheer) als gedaagden en principaal geïntimeerden (hierna gezamenlijk te noemen PSL c.s. dan wel afzonderlijk PSL Groep, PSL Financiële Adviesgroep, Lindhout Holding en [geïntimeerde sub 4]) als eisers. Een fotokopie van dat vonnis is aan dit arrest gehecht. 2 Het geding in hoger beroep 2.1 Bij exploot van 15 november 2000 hebben ATP c.s. hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis met dagvaarding van PSL c.s. voor dit hof. 2.2 Bij memorie van grieven hebben ATP c.s. vijf grieven aangevoerd tegen het bestreden vonnis, producties overgelegd en geconcludeerd dat het hof dit vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, PSL c.s. alsnog in hun vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren althans hun deze vorderingen zal ontzeggen, met veroordeling van PSL c.s. om aan ATP c.s. te restitueren het door ATP c.s. op 13 november 2000 aan PSL c.s. betaalde bedrag van fl. 509.705,= (€ 231.294,05), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 november 2000 tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander tegen behoorlijk bewijs van kwijting en met veroordeling van PSL c.s. in de kosten van het geding in beide instanties. 2.3 PSL c.s. hebben bij memorie van antwoord in het principaal appèl tevens memorie van grieven in het incidenteel appèl, verweer gevoerd, bewijs aangeboden en - onder aanvoering van vier grieven - incidenteel appèl ingesteld tegen het vonnis van 2 november 2000. PSL c.s. hebben daarbij geconcludeerd: - in het principaal appèl: dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij wege van voorschot op een bij een in te stellen bodemprocedure te vorderen schadevergoeding te voldoen een bedrag van € 499.158,24, althans een voorschot als het hof in goede justitie meent te kunnen bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 oktober 2000, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening; III zowel primair als subsidiair: ATP c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, zal veroordelen in de proceskosten in beide instanties, onder bepaling dat, indien de proceskosten niet binnen veertien dagen na datum arrest aan PSL c.s. zullen zijn voldaan, ATP c.s. daarover de wettelijke rente verschuldigd worden met ingang van de veertiende dag na datum arrest. 2.4 In het incidenteel appèl hebben ATP c.s. bij memorie van antwoord verweer gevoerd, producties overgelegd en bewijs aangeboden, dit laatste ook met betrekking tot het principaal appèl. ATP c.s. hebben daarbij geconcludeerd dat het hof PSL c.s. in hun vordering niet-ontvankelijk zal verklaren dan wel hun deze vordering zal ontzeggen, met veroordeling van PSL c.s. hoofdelijk, des dat de een betaald hebbende de anderen zullen zijn gekweten, in de proceskosten van het incidenteel appèl. 2.5 Ter terechtzitting van het hof van 26 juni 2003 hebben partijen de zaak doen bepleiten, waarbij namens PSL c.s. het woord is gevoerd door mr. R.W.F. Hendriks, advocaat te Den Bosch, en namens ATP c.s. door mr. J.D. Veltman, advocaat te Enschede, overeenkomstig door hen overgelegde pleitnota's. Aan beide partijen is akte verleend van het in geding brengen van nieuwe producties. Ook hebben ATP c.s. bij akte hun vordering in zoverre gewijzigd dat zij de hoofdelijke veroordeling vorderen van PSL c.s. 2.6 Vervolgens zijn de procesdossiers overgelegd voor het wijzen van arrest. 3 De vaststaande feiten Tegen de overwegingen van de president onder 1 inzake de vaststaande feiten zijn geen grieven gericht, zodat die feiten ook in hoger beroep vaststaan. 4 De beoordeling van het geschil in hoger beroep 4.1 De grieven in het principaal appèl en het incidenteel appèl leggen het geschil in volle omvang aan het hof voor. 4.2 Het hof ziet aanleiding om allereerst het incidenteel appèl te behandelen, omdat dit van de verste strekking is. In het incidenteel appèl staat de vraag centraal of tussen PSL Groep en ATP een definitieve overeenkomst is totstandgekomen met betrekking tot de verkoop/koop van de aandelen in de vennootschap. Hierbij is niet in geschil dat tussen de onderhandelaars van partijen overeenstemming is bereikt, zoals neergelegd in de tweede conceptkoopovereenkomst van aandelen van 18 april 2000, maar gaat het erom of ATP zich mag beroepen op de door haar gemaakte opschortende voorwaarde dat de algemene vergadering van aandeelhouders van ATP haar goedkeuring dient te geven voor de onderhavige transactie. 4.3 Bij brief van 25 augustus 2000 heeft [J.H.J.] (hierna te noemen: [J.H.J.]) namens ATP aan PSL Groep bericht dat de algemene vergadering van aandeelhouders geen goedkeuring heeft gegeven voor de transactie. Deze brief luidt, voorzover hier van belang, als volgt: “Wij moeten u helaas mededelen dat het door ons uitgevoerde due diligence onderzoek naar PSL Reisadviesgroep B.V. niet tot aanvaardbare resultaten heeft geleid. In het kader van het due diligence onderzoek hebben wij met name de door PSL Reisadviesgroep B.V. opgestelde tussentijdse cijfers per 30 juni 2000 beoordeeld. Hierbij valt vooral op dat de omzet aanzienlijk achterblijft ten opzichte van het budget en dat de salarissen en overige personeelskosten stijgen ten opzichte van het budget. Dit heeft voor het eerste halfjaar geresulteerd in een aanzienlijk verlies. Het spijt ons u te moeten meedelen dat gezien deze teleurstellende financiële ontwikkeling, die aanzienlijk afwijkt van het eerder door u afgegeven budget, wij van onze aandeelhouders geen toestemming krijgen om tot de beoogde aandelentransactie over te gaan.” 4.4 Het hof stelt voorop d In het eerste weekverslag van de Managements Assistants Meeting (hierna te noemen: MAM) van ATP van 19 mei 2000 is vermeld dat afgelopen week is afgesproken dat pas in de eerste week van juli de overeenkomst met PSL Reisadvies-groep te Eindhoven afgerond zal worden en dat PSL Reisadviesgroep dan volledig onderdeel van ATP zal worden. Verder bevat het weekverslag informatie over de organisatie en werkzaamheden van PSL Reisadviesgroep. Volgende weekverslagen van MAM, zoals die van 26 mei 2000, 16 juni 2000, 14 juli 2000 en 25 augustus 2000, bevatten informatie over PSL Reisadviesgroep alsof die reeds onderdeel uitmaakte van ATP. Op 8 augustus 2000 heeft PSL Groep de halfjaarcijfers 2000 van de vennootschap verstrekt aan ATP. 4.6 Uit voormelde feiten en omstandigheden blijkt dat [J.H.J.], die namens ATP als onderhandelaar is opgetreden, zelf ook als (indirect) bestuurder van meerderheidsaandeelhouder Friezenberg deel uitmaakte van de algemene vergadering van aandeelhouders van ATP, zij het tevens in de positie van (indirect) minderheidsaandeelhouder van Friezenberg, alsmede dat [J.H.J.] in elk geval bij het begin van het onderhandelingstraject over de overname van de aandelen heeft gesproken met de (indirect) medebestuurders van Friezenberg, tevens (indirect) meerderheidsaandeelhouders [D.W.] en [H.M.H.]. Het hof acht daarom voorshands minder waarschijnlijk de stelling van ATP dat verder geen contacten meer tussen enerzijds [J.H.J.] en anderzijds [D.W.] en [H.M.H.] geweest zouden zijn over de beoogde transactie tot na de ontvangst van de halfjaarcijfers van de vennootschap in augustus 2000. Voorts gelet op het nauwe verband tussen [J.H.J.] en de algemene vergadering van aandeelhouders van ATP en mede gelet op het daardoor bij PSL Groep opgewekte vertrouwen dat [J.H.J.] handelde met instemming van de meerderheid van de algemene vergadering van aandeelhouders, zodat de opschortende voorwaarde van goedkeuring door de algemene vergadering van aandeelhouders nog slechts een formaliteit zou zijn, wordt naar het voorlopig oordeel van het hof de mogelijkheid van een beroep op het ontbreken van de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders beperkt, met name nu overigens overeenstemming over de overname is bereikt en daaraan al, gelet op de MAM-weekverslagen, een begin van uitvoering is gegeven. Bovendien is het hof voorshands van oordeel dat de algemene vergadering van aandeelhouders geen goede grond heeft gehanteerd voor het onthouden van haar toestemming. Het argument dat het due diligence onderzoek niet tot aanvaardbare resultaten heeft geleid, is ondeugdelijk. Niet alleen omdat het due diligence onderzoek reeds in maart 2000 was afgerond en omdat ATP zich reeds met de resultaten akkoord had verklaard - hetgeen is bevestigd in de considerans van de concept-overeenkomst van 18 april 2000 -, maar ook omdat de overname zou plaatsvinden naar de situatie per 1 januari 2000 en dus de resultaten over 2000 niet meer van belang waren voor het sluiten van de overeenkomst. Voor eventuele negatieve ontwikkelingen in de periode vanaf 1 januari 2000 tot aan de leveringsdatum waren juist de garanties overeengekomen. Ook is onjuist het argument dat PSL Groep een budget voor 2000 zou hebben afgegeven. Voorshands is onvoldoende aannemelijk geworden dat het desbetreffende stuk de status van een budget had. Ook is in de conceptkoopovereenkomst geen enkel woord gewijd aan dit “budget” of door PSL Groep afgegeven cijfers voor 2000. Het hof gaat daarom voorshands ervan uit dat het desbetreffende stuk, zoals door PSL Groep is betoogd, slechts een rekenvoorbeeld was. 4.7 De voorlopige conclusie is dat ATP zich jegens PSL Groep ten onrechte heeft beroepen op de onthouding van de goedkeuring door de algemene vergadering van aandeelhouders van ATP. 4.8 Het incidenteel appèl is gegrond. De primaire vordering van PSL c.s. onder A1 zal worden toegewezen zoals hierna is geformuleerd, behoudens de gevorderde dwangsom, nu bepaald zal worden dat de uitsp