Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-05-07
ECLI:NL:GHARL:2026:2786
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
4,076 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2786 text/xml public 2026-05-15T12:00:31 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-05-07 200.365.249 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2786 text/html public 2026-05-13T15:03:06 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2786 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 07-05-2026 / 200.365.249 Ondertoezichtstelling. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.365.249 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 601660 beschikking van 7 mei 2026 over de ondertoezichtstelling van [de minderjarige6] en [de minderjarige7] in de zaak van [verzoekster] (de moeder) die woont op een bij het hof bekend adres advocaat: mr. J.J.C. Engels en de raad voor de kinderbescherming (de raad) die is gevestigd in Eindhoven regio Midden Nederland die is gevestigd in Utrecht en de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland (de GI) die is gevestigd in Utrecht. 1 Samenvatting De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft [de minderjarige6] en [de minderjarige7] onder toezicht gesteld tot 20 november 2026. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom. 2 De feiten 2.1. De moeder heeft zeven kinderen: [de minderjarige1] , [de minderjarige2] , [de minderjarige3] , [de minderjarige4] , [de minderjarige5] , [de minderjarige6] en [de minderjarige7] . 2.2. [de minderjarige1] , [de minderjarige2] , [de minderjarige3] , [de minderjarige4] en [de minderjarige5] staan onder toezicht van de GI en wonen in pleeggezinnen. 2.3. Deze procedure gaat alleen over de jongste twee kinderen van de moeder: [de minderjarige6] en [de minderjarige7] (zij worden hierna samen ook ‘de kinderen’ genoemd). Zij zijn geboren [in] 2025. 2.4. De moeder heeft het gezag over de kinderen. De (biologische) vader heeft de kinderen niet erkend. 2.5. De kinderen wonen bij de moeder. 3 De procedure bij de kinderrechter 3.1. De raad heeft verzocht de kinderen onder toezicht te stellen voor een jaar. 3.2. De kinderrechter heeft het verzoek van de raad toegewezen en de kinderen onder toezicht gesteld tot 20 november 2026. 3.3. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 20 november 2025. 4 De procedure bij het hof 4.1. De moeder is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt. Als het hof dit niet in het belang van de kinderen vindt, dan wil de moeder dat de ondertoezichtstelling voor zes maanden wordt uitgesproken, tot 20 mei 2026. 4.2. De raad wil dat de beslissing in stand blijft. De informatie die het hof heeft ontvangen 4.3. Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: het beroepschrift, ontvangen op 20 februari 2026 het verweerschrift van de raad de stukken van de raad ontvangen op 17 maart 2026 4.4. De zitting bij het hof was op 24 maart 2026. Aanwezig waren: de moeder met mr C. Güzel, als waarnemer voor mr. Engels een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad) twee vertegenwoordigers van de GI 5 Het oordeel van het hof Wat staat in de wet? 5.1. De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Ook moet vast komen te staan dat de ouders niet of niet genoeg meewerken aan vrijwillige hulpverlening. Ten slotte moet de kinderrechter ervan kunnen uitgaan dat de ouders de opvoeding en verzorging binnen een aanvaardbare termijn weer helemaal zelf op zich kunnen nemen . Dat is de periode van onzekerheid die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade op te lopen in zijn ontwikkeling. Standpunten 5.2. De moeder vindt dat niet is voldaan aan de vereisten voor een ondertoezichtstelling. Volgens de moeder is er geen sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige6] en [de minderjarige7] . Zij ontwikkelen zich goed. De door de raad geschetste zorgen zien volgens de moeder alleen op het verleden. Deze zorgen kunnen volgens de moeder worden weggenomen met hulpverlening in het vrijwillige kader. De moeder staat hiervoor open. Het gedwongen kader van de ondertoezichtstelling is volgens de moeder dan ook niet nodig. 5.3. Volgens de raad is er wel sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De raad maakt zich zorgen om het psychisch welzijn van de moeder en haar emotionele beschikbaarheid. De zorgen die eerder zijn gesignaleerd bij de vijf oudere kinderen van de moeder, die uithuisgeplaatst zijn, worden door de moeder gebagatelliseerd. Volgens de raad lijkt de moeder onvoldoende te reflecteren op het verleden en is het risico op herhaling van eerdere problemen groot. De raad maakt zich ook zorgen om de wisselende en onveilige relaties van de moeder. De moeder heeft op dit moment geen contact met de vader van [de minderjarige6] en [de minderjarige7] , maar hij is wel aanwezig geweest bij de bevalling. Het is volgens de raad van belang dat er duidelijkheid ontstaat over de rol van de vader van [de minderjarige6] en [de minderjarige7] in het leven van de kinderen en over de veiligheid van de opvoedomgeving. Volgens de raad biedt het vrijwillig kader onvoldoende waarborgen om de zorgen weg te nemen. De raad vindt dat de moeder ook deze zorgen bagatelliseert. De noodzakelijk gevonden schematherapie om patronen te doorbreken, is door de moeder nog niet gestart. Ook de afspraken met het netwerk van de moeder moeten nog worden vormgegeven. De raad vreest dat bij het wegvallen van een juridisch kader het patroon dat al jarenlang in de gezinssituatie van de moeder zichtbaar is, zich herhaalt en de moeder vanuit onmacht en onvoldoende probleembesef de noodzakelijke hulpverlening niet langer aangaat. Daarom vindt de raad dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. 5.4. De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling bij het hof verteld dat de moeder goed meewerkt en dat ze haar best doet. De GI ziet dat de moeder een ontwikkeling heeft doorgemaakt als het gaat om het één op één contact met de kinderen. De GI maakt zich wel zorgen om de emotionele beschikbaarheid van de moeder in het contact met meerdere kinderen tegelijkertijd. De GI vindt het noodzakelijk dat de moeder schematherapie gaat volgen, zodat voorkomen kan worden dat het in de toekomst weer misgaat. Ook moet de ingezette IHM-behandeling (Infant Mental Health) afgerond worden. Hoe oordeelt het hof? 5.5. De kinderrechter heeft de kinderen op goede gronden onder toezicht gesteld. 5.6. De moeder is kwetsbaar en heeft in het verleden ingrijpende gebeurtenissen doorgemaakt die zij onvoldoende lijkt te hebben verwerkt. Er was veel onrust bij de moeder thuis door onveilige en wisselende relaties, waarbij (dreiging van) huiselijk geweld zich bleef herhalen. Dit laat een patroon zien van het niet goed kunnen inschatten van de veiligheid van partners, die de moeder wel in het leven van de kinderen brengt. Dit brengt risico’s mee. De GI heeft verteld dat de moeder een ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat de moeder op dit moment ook goed meewerkt. Desondanks is de schematherapie, die twee GGZ-betrokkenen ( [naam1] en [naam2] ) hebben geadviseerd en die de GI als noodzakelijk ziet, door de moeder niet opgestart. De moeder is wel op eigen initiatief gestart bij praktijk ‘ [naam3] ’, waar zij een traumabehandeling krijgt. Op de zitting bij het hof heeft ze verteld dat deze behandeling lijkt op schematherapie maar dat het net iets anders is. De moeder voelt zich op haar gemak bij de coach/behandelaar van [naam3] . De GI heeft een plan van aanpak opgesteld, en schematherapie is een (belangrijk) onderdeel van dat plan. De GI heeft op de zitting gezegd dat zij met de moeder en de therapeute een afspraak wil inplannen om te onderzoeken of de door [naam3] aangeboden therapie afdoende is om de diepgewortelde patronen te doorbreken, of dat daarvoor meer of andere hulp nodig is. Het hof begrijpt dat dit nodig is, dat de GI hier kritisch naar wil kijken en ook dat hier enige tijd overheen zal gaan. 5.7.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2786 text/xml public 2026-05-15T12:00:31 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-05-07 200.365.249 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2786 text/html public 2026-05-13T15:03:06 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2786 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 07-05-2026 / 200.365.249 Ondertoezichtstelling. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.365.249 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 601660 beschikking van 7 mei 2026 over de ondertoezichtstelling van [de minderjarige6] en [de minderjarige7] in de zaak van [verzoekster] (de moeder) die woont op een bij het hof bekend adres advocaat: mr. J.J.C. Engels en de raad voor de kinderbescherming (de raad) die is gevestigd in Eindhoven regio Midden Nederland die is gevestigd in Utrecht en de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland (de GI) die is gevestigd in Utrecht. 1 Samenvatting De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft [de minderjarige6] en [de minderjarige7] onder toezicht gesteld tot 20 november 2026. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom. 2 De feiten 2.1. De moeder heeft zeven kinderen: [de minderjarige1] , [de minderjarige2] , [de minderjarige3] , [de minderjarige4] , [de minderjarige5] , [de minderjarige6] en [de minderjarige7] . 2.2. [de minderjarige1] , [de minderjarige2] , [de minderjarige3] , [de minderjarige4] en [de minderjarige5] staan onder toezicht van de GI en wonen in pleeggezinnen. 2.3. Deze procedure gaat alleen over de jongste twee kinderen van de moeder: [de minderjarige6] en [de minderjarige7] (zij worden hierna samen ook ‘de kinderen’ genoemd). Zij zijn geboren [in] 2025. 2.4. De moeder heeft het gezag over de kinderen. De (biologische) vader heeft de kinderen niet erkend. 2.5. De kinderen wonen bij de moeder. 3 De procedure bij de kinderrechter 3.1. De raad heeft verzocht de kinderen onder toezicht te stellen voor een jaar. 3.2. De kinderrechter heeft het verzoek van de raad toegewezen en de kinderen onder toezicht gesteld tot 20 november 2026. 3.3. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 20 november 2025. 4 De procedure bij het hof 4.1. De moeder is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt. Als het hof dit niet in het belang van de kinderen vindt, dan wil de moeder dat de ondertoezichtstelling voor zes maanden wordt uitgesproken, tot 20 mei 2026. 4.2. De raad wil dat de beslissing in stand blijft. De informatie die het hof heeft ontvangen 4.3. Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: het beroepschrift, ontvangen op 20 februari 2026 het verweerschrift van de raad de stukken van de raad ontvangen op 17 maart 2026 4.4. De zitting bij het hof was op 24 maart 2026. Aanwezig waren: de moeder met mr C. Güzel, als waarnemer voor mr. Engels een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad) twee vertegenwoordigers van de GI 5 Het oordeel van het hof Wat staat in de wet? 5.1. De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Ook moet vast komen te staan dat de ouders niet of niet genoeg meewerken aan vrijwillige hulpverlening. Ten slotte moet de kinderrechter ervan kunnen uitgaan dat de ouders de opvoeding en verzorging binnen een aanvaardbare termijn weer helemaal zelf op zich kunnen nemen . Dat is de periode van onzekerheid die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade op te lopen in zijn ontwikkeling. Standpunten 5.2. De moeder vindt dat niet is voldaan aan de vereisten voor een ondertoezichtstelling. Volgens de moeder is er geen sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige6] en [de minderjarige7] . Zij ontwikkelen zich goed. De door de raad geschetste zorgen zien volgens de moeder alleen op het verleden. Deze zorgen kunnen volgens de moeder worden weggenomen met hulpverlening in het vrijwillige kader. De moeder staat hiervoor open. Het gedwongen kader van de ondertoezichtstelling is volgens de moeder dan ook niet nodig. 5.3. Volgens de raad is er wel sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De raad maakt zich zorgen om het psychisch welzijn van de moeder en haar emotionele beschikbaarheid. De zorgen die eerder zijn gesignaleerd bij de vijf oudere kinderen van de moeder, die uithuisgeplaatst zijn, worden door de moeder gebagatelliseerd. Volgens de raad lijkt de moeder onvoldoende te reflecteren op het verleden en is het risico op herhaling van eerdere problemen groot. De raad maakt zich ook zorgen om de wisselende en onveilige relaties van de moeder. De moeder heeft op dit moment geen contact met de vader van [de minderjarige6] en [de minderjarige7] , maar hij is wel aanwezig geweest bij de bevalling. Het is volgens de raad van belang dat er duidelijkheid ontstaat over de rol van de vader van [de minderjarige6] en [de minderjarige7] in het leven van de kinderen en over de veiligheid van de opvoedomgeving. Volgens de raad biedt het vrijwillig kader onvoldoende waarborgen om de zorgen weg te nemen. De raad vindt dat de moeder ook deze zorgen bagatelliseert. De noodzakelijk gevonden schematherapie om patronen te doorbreken, is door de moeder nog niet gestart. Ook de afspraken met het netwerk van de moeder moeten nog worden vormgegeven. De raad vreest dat bij het wegvallen van een juridisch kader het patroon dat al jarenlang in de gezinssituatie van de moeder zichtbaar is, zich herhaalt en de moeder vanuit onmacht en onvoldoende probleembesef de noodzakelijke hulpverlening niet langer aangaat. Daarom vindt de raad dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. 5.4. De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling bij het hof verteld dat de moeder goed meewerkt en dat ze haar best doet. De GI ziet dat de moeder een ontwikkeling heeft doorgemaakt als het gaat om het één op één contact met de kinderen. De GI maakt zich wel zorgen om de emotionele beschikbaarheid van de moeder in het contact met meerdere kinderen tegelijkertijd. De GI vindt het noodzakelijk dat de moeder schematherapie gaat volgen, zodat voorkomen kan worden dat het in de toekomst weer misgaat. Ook moet de ingezette IHM-behandeling (Infant Mental Health) afgerond worden. Hoe oordeelt het hof? 5.5. De kinderrechter heeft de kinderen op goede gronden onder toezicht gesteld. 5.6. De moeder is kwetsbaar en heeft in het verleden ingrijpende gebeurtenissen doorgemaakt die zij onvoldoende lijkt te hebben verwerkt. Er was veel onrust bij de moeder thuis door onveilige en wisselende relaties, waarbij (dreiging van) huiselijk geweld zich bleef herhalen. Dit laat een patroon zien van het niet goed kunnen inschatten van de veiligheid van partners, die de moeder wel in het leven van de kinderen brengt. Dit brengt risico’s mee. De GI heeft verteld dat de moeder een ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat de moeder op dit moment ook goed meewerkt. Desondanks is de schematherapie, die twee GGZ-betrokkenen ( [naam1] en [naam2] ) hebben geadviseerd en die de GI als noodzakelijk ziet, door de moeder niet opgestart. De moeder is wel op eigen initiatief gestart bij praktijk ‘ [naam3] ’, waar zij een traumabehandeling krijgt. Op de zitting bij het hof heeft ze verteld dat deze behandeling lijkt op schematherapie maar dat het net iets anders is. De moeder voelt zich op haar gemak bij de coach/behandelaar van [naam3] . De GI heeft een plan van aanpak opgesteld, en schematherapie is een (belangrijk) onderdeel van dat plan. De GI heeft op de zitting gezegd dat zij met de moeder en de therapeute een afspraak wil inplannen om te onderzoeken of de door [naam3] aangeboden therapie afdoende is om de diepgewortelde patronen te doorbreken, of dat daarvoor meer of andere hulp nodig is. Het hof begrijpt dat dit nodig is, dat de GI hier kritisch naar wil kijken en ook dat hier enige tijd overheen zal gaan. 5.7.