Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-04-17
ECLI:NL:GHARL:2026:2733
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
4,066 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2733 text/xml public 2026-05-07T11:08:15 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-17 21-004373-25 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht; Strafprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2733 text/html public 2026-05-07T11:06:43 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2733 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 17-04-2026 / 21-004373-25 Vrijspraak van oplichting. Het hof overweegt dat geen sprake is van oplichtingsmiddelen. Vrijspraak van het verduisteren dan wel stelen en witwassen van een tractor. Naar het oordeel van het hof biedt het dossier onvoldoende duidelijkheid over de vraag hoe en wanneer verdachte de tractor voorhanden kreeg. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in hun vordering. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004373-25 Uitspraakdatum: 17 april 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 17 oktober 2025 met parketnummer 18-201320-25 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van de zitting van het hof van 17 april 2026 en de zitting bij de rechtbank. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot algehele vrijspraak van verdachte en niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in hun vorderingen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. H. Veldman, hebben aangevoerd. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Het hof leest het onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde op die manier dat de daarin omschreven delicten moeten worden begrepen als impliciet cumulatief ten laste gelegd. Verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van respectievelijk het verduisteren dan wel de diefstal, en het witwassen van de tractor van het merk Fiat. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen die vrijspraken. Tegen een beslissing tot vrijspraak kan verdachte geen hoger beroep instellen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep is gericht tegen deze in het vonnis gegeven vrijspraken. Het vonnis waarvan beroep De politierechter heeft bij vonnis van 17 oktober 2025, waartegen het beroep is gericht, het aan verdachte onder 1 (oplichting van [benadeelde 1] ), 2 subsidiair (diefstal van een tractor [merk] ) en 3 (witwassen van een tractor [merk] ) ten laste gelegde bewezenverklaard, met voornoemde partiële vrijspraak. De politierechter heeft aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis, opgelegd. Verder heeft de politierechter de vordering van benadeelde partij [benadeelde 1] afgewezen tot een bedrag van € 675,00 en de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in het overige deel van haar vordering. Tot slot heeft de politierechter [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht. Tenlastelegging Op de zitting bij de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging – voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen – ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 28 november 2024 te [plaats 1] , [gemeente 1] , althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam] en/of [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten Tot het aangaan van een schuld en/of tot betaling/afgifte van een geldbedrag, te weten een bedrag van zeshonderdvijfenzeventig euro, door valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, - zich voor te doen als bonafide verkoper - de impressie te wekken dat de IPhone geschikt was om door te verkopen - deze telefoon te verkopen aan [benadeelde 1] onder de valse veronderstelling dat deze nieuw was en/of geschikt was om door te verkopen waardoor de genoemde perso(o)n(en) is/zijn bewogen tot betaling/afgifte van het bovenomschreven geldbedrag; 2. primair hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2024 tot en met 7 november 2024 te [plaats 2] , [gemeente 2] , althans in Nederland, opzettelijk, een tractor van het merk [merk] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [BV 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als werknemer bij [BV 2] (ingehuurd door [BV 1] ), in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; 2. subsidiair hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2024 tot en met 7 november 2024 te [plaats 2] , [gemeente 2] , althans in Nederland, een tractor van het merk [merk] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [BV 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 3. hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2024 tot en met 7 november 2024 te [plaats 2] , [gemeente 2] , althans in Nederland, (van) een tractor van het merk [merk] , althans een of meer voorwerpen - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf. Vrijspraak Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan. De beslissing is mondeling na het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting toegelicht, een en ander als volgt: Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan. Het hof overweegt daartoe als volgt. Ten aanzien van feit 1 Het hof is met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat de ten laste gelegde handelingen van verdachte, zoals deze uit het dossier naar voren komen, niet aan te merken zijn als oplichtingsmiddelen die (de medewerker van) [benadeelde 1] zouden hebben bewogen tot het betalen van € 675,00. Het hof acht feit 1 dan ook niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Ten aanzien van feit 2 primair en subsidiair Het hof overweegt ten aanzien van de primair ten laste gelegde verduistering van de tractor dat deze zou hebben plaatsgevonden terwijl verdachte de tractor uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich had. Uit het dossier komt niet naar voren dat tussen verdachte en [BV 1] sprake was van een dienstbetrekking. Het onder 2 primair ten laste gelegde kan daarmee niet worden bewezen en het hof spreekt verdachte daarvan vrij. Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde diefstal overweegt het hof dat uit het dossier onvoldoende naar voren komt wanneer en hoe verdachte de tractor zou hebben weggenomen. Het enkele feit dat verdachte toegang had tot de loods waar de tractor zich bevond, maakt niet dat diefstal kan worden bewezen. Gelet hierop acht het hof feit 2 subsidiair niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte moet worden vrijgesproken.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2733 text/xml public 2026-05-07T11:08:15 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-17 21-004373-25 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht; Strafprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2733 text/html public 2026-05-07T11:06:43 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2733 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 17-04-2026 / 21-004373-25 Vrijspraak van oplichting. Het hof overweegt dat geen sprake is van oplichtingsmiddelen. Vrijspraak van het verduisteren dan wel stelen en witwassen van een tractor. Naar het oordeel van het hof biedt het dossier onvoldoende duidelijkheid over de vraag hoe en wanneer verdachte de tractor voorhanden kreeg. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in hun vordering. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004373-25 Uitspraakdatum: 17 april 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 17 oktober 2025 met parketnummer 18-201320-25 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van de zitting van het hof van 17 april 2026 en de zitting bij de rechtbank. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot algehele vrijspraak van verdachte en niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in hun vorderingen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. H. Veldman, hebben aangevoerd. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Het hof leest het onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde op die manier dat de daarin omschreven delicten moeten worden begrepen als impliciet cumulatief ten laste gelegd. Verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van respectievelijk het verduisteren dan wel de diefstal, en het witwassen van de tractor van het merk Fiat. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen die vrijspraken. Tegen een beslissing tot vrijspraak kan verdachte geen hoger beroep instellen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep is gericht tegen deze in het vonnis gegeven vrijspraken. Het vonnis waarvan beroep De politierechter heeft bij vonnis van 17 oktober 2025, waartegen het beroep is gericht, het aan verdachte onder 1 (oplichting van [benadeelde 1] ), 2 subsidiair (diefstal van een tractor [merk] ) en 3 (witwassen van een tractor [merk] ) ten laste gelegde bewezenverklaard, met voornoemde partiële vrijspraak. De politierechter heeft aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis, opgelegd. Verder heeft de politierechter de vordering van benadeelde partij [benadeelde 1] afgewezen tot een bedrag van € 675,00 en de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in het overige deel van haar vordering. Tot slot heeft de politierechter [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht. Tenlastelegging Op de zitting bij de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging – voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen – ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 28 november 2024 te [plaats 1] , [gemeente 1] , althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam] en/of [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten Tot het aangaan van een schuld en/of tot betaling/afgifte van een geldbedrag, te weten een bedrag van zeshonderdvijfenzeventig euro, door valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, - zich voor te doen als bonafide verkoper - de impressie te wekken dat de IPhone geschikt was om door te verkopen - deze telefoon te verkopen aan [benadeelde 1] onder de valse veronderstelling dat deze nieuw was en/of geschikt was om door te verkopen waardoor de genoemde perso(o)n(en) is/zijn bewogen tot betaling/afgifte van het bovenomschreven geldbedrag; 2. primair hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2024 tot en met 7 november 2024 te [plaats 2] , [gemeente 2] , althans in Nederland, opzettelijk, een tractor van het merk [merk] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [BV 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als werknemer bij [BV 2] (ingehuurd door [BV 1] ), in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; 2. subsidiair hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2024 tot en met 7 november 2024 te [plaats 2] , [gemeente 2] , althans in Nederland, een tractor van het merk [merk] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [BV 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 3. hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2024 tot en met 7 november 2024 te [plaats 2] , [gemeente 2] , althans in Nederland, (van) een tractor van het merk [merk] , althans een of meer voorwerpen - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf. Vrijspraak Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan. De beslissing is mondeling na het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting toegelicht, een en ander als volgt: Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan. Het hof overweegt daartoe als volgt. Ten aanzien van feit 1 Het hof is met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat de ten laste gelegde handelingen van verdachte, zoals deze uit het dossier naar voren komen, niet aan te merken zijn als oplichtingsmiddelen die (de medewerker van) [benadeelde 1] zouden hebben bewogen tot het betalen van € 675,00. Het hof acht feit 1 dan ook niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Ten aanzien van feit 2 primair en subsidiair Het hof overweegt ten aanzien van de primair ten laste gelegde verduistering van de tractor dat deze zou hebben plaatsgevonden terwijl verdachte de tractor uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich had. Uit het dossier komt niet naar voren dat tussen verdachte en [BV 1] sprake was van een dienstbetrekking. Het onder 2 primair ten laste gelegde kan daarmee niet worden bewezen en het hof spreekt verdachte daarvan vrij. Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde diefstal overweegt het hof dat uit het dossier onvoldoende naar voren komt wanneer en hoe verdachte de tractor zou hebben weggenomen. Het enkele feit dat verdachte toegang had tot de loods waar de tractor zich bevond, maakt niet dat diefstal kan worden bewezen. Gelet hierop acht het hof feit 2 subsidiair niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte moet worden vrijgesproken.