Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-04-30
ECLI:NL:GHARL:2026:2679
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
4,094 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2679 text/xml public 2026-05-18T11:55:50 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-30 200.360.743/01 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2679 text/html public 2026-05-18T11:51:57 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2679 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-04-2026 / 200.360.743/01 Artikel 1:431 lid 1 BW. Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd, waarbij een meerderjarigenbewind werd ingesteld. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.360.743 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 11654836 UT VERZ 25-3308) beschikking van 30 april 2026 inzake [verzoeker] ( [verzoeker] ), wonende in [woonplaats1] , gemeente [gemeentenaam] , verzoeker in hoger beroep, advocaat: mr. J. Brouwer, en [verweerster] ( [verweerster] ), wonende op een geheim adres, verweerster in hoger beroep, advocaat: W. Vahl. Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt: [belanghebbende1] ( [belanghebbende1] ), wonende in [woonplaats1] , gemeente [gemeentenaam] , en [belanghebbende2] ( [belanghebbende2] ), wonende in [woonplaats2] , en Jurist & Bewind B.V. (de bewindvoerder), gevestigd in Amsterdam. 1 Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 25 juli 2025, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer (hierna ook aangeduid als: de bestreden beschikking). 2 Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 23 oktober 2025; - het verweerschrift; - een emailbericht van de bewindvoerder van 17 maart 2026 met de mededeling dat zij niet fysiek aanwezig kan zijn op de zitting, maar indien gewenst wel telefonisch aanwezig kan zijn. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 20 maart 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren: - [verzoeker] , bijgestaan door zijn advocaat; - [verweerster] , bijgestaan door haar advocaat; - [belanghebbende2] . 3 De feiten [belanghebbende1] is geboren [in] 1947. [belanghebbende1] is de moeder van [belanghebbende2] en [verweerster] . [belanghebbende1] is in 1979 gescheiden van de vader van [belanghebbende2] en [verweerster] en in 1990 gehuwd met [verzoeker] . 4 De omvang van het geschil 4.1 Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 15 april 2025, hebben [belanghebbende2] en [verweerster] verzocht om een bewind in te stellen over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [belanghebbende1] . Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [belanghebbende1] wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand. De kantonrechter heeft Jurist & Bewind B.V. tot bewindvoerder benoemd. 4.2 [verzoeker] komt in hoger beroep van de bestreden beschikking. [verzoeker] beoogt het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. [verzoeker] verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek tot onderbewindstelling af te wijzen, en als het hof dat niet doet hem tot bewindvoerder te benoemen, en anders een beperkt bewind op te leggen. 4.3 [verweerster] voert verweer en vraagt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen. Op de zitting is gebleken dat [belanghebbende2] ook aan het hof vraagt de bestreden beschikking te bekrachtigen. 5 De motivering van de beslissing 5.1 In artikel 1:431, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de rechter de goederen van een persoon onder bewind kan stellen. Dat kan om twee redenen. Een reden kan zijn dat iemand als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. De andere reden is als sprake is van verkwisting of het hebben van problematische schulden. 5.2 In artikel 1:435, derde lid, BW staat dat de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur volgt van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. In lid 4 van dit artikel staat dat, tenzij lid 3 is toegepast, indien de rechthebbende is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levenspartner heeft, bij voorkeur de echtgenoot, geregistreerd partner, dan wel een andere levensgezel tot bewindvoerder wordt benoemd. Is het voorgaande niet van toepassing, dan wordt bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zussen tot bewindvoerder benoemd. 5.3 Het is niet in geschil dat [belanghebbende1] in verband met haar geestelijke toestand niet meer in staat is zelf haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Aan de vereisten voor bewind is naar het oordeel van het hof voldaan. De vraag die voorligt is of een bewind noodzakelijk is om de vermogensrechtelijke belangen van [belanghebbende1] waar te nemen. Volgens [verzoeker] is die noodzaak er niet, want hij heeft al meer dan 30 jaar naar behoren de financiën behartigd van hemzelf en [belanghebbende1] . Bovendien is er sprake van een stabiele financiële situatie, zonder schulden. Mocht het hof een bewind wel noodzakelijk vinden dan verzoekt [verzoeker] hem tot bewindvoerder te benoemen, en anders een beperkt bewind op te leggen. 5.4 Naar het oordeel van het hof is er een noodzaak om een bewind in te stellen. Weliswaar heeft [verzoeker] jarenlang de financiën van hemzelf en [belanghebbende1] geregeld, maar het hof twijfelt aan de mogelijkheden van [verzoeker] om op dit moment nog de belangen van [belanghebbende1] naar behoren te behartigen. [verzoeker] kon op de zitting namelijk moeilijk adequaat antwoord geven op door het hof gestelde vragen over zijn inkomsten, de inkomsten van [belanghebbende1] en de omvang van hun vermogen. Hij verklaarde daar tegenstrijdig over en pas na herhaaldelijk en indringend doorvragen door het hof was hij bereid om iets meer inzicht in de stand van het vermogen en de inkomsten te geven. Mogelijk kwam dit door de enorme weerstand van [verzoeker] tegen het bewind van [belanghebbende1] , maar dit neemt niet weg dat het hof de indruk kreeg dat [verzoeker] vooral bang was dat hijzelf in de financiële problemen komt als hij niet langer over de besteding van het inkomen van [belanghebbende1] kan beslissen. [verzoeker] gaf er voorts geen blijk van rekening te houden met de belangen van [belanghebbende1] die mogelijk anders zijn dan zijn eigen belangen, omdat [belanghebbende1] niet meer thuis woont. Verder speelt mee dat uit het dossier en op de zitting duidelijk naar voren komt dat de verstandhouding tussen [verzoeker] enerzijds en [verweerster] en [belanghebbende2] anderzijds ernstig is verstoord. Om hem moverende reden is [verzoeker] boos op [verweerster] en [belanghebbende2] en is hij van mening dat zij van het geld van [belanghebbende1] moeten afblijven, zoals hij dat op de zitting zei. [verweerster] is ook de mentor van [belanghebbende1] . Door de verstoorde verstandhouding is het niet mogelijk dat [verzoeker] en [verweerster] constructief samenwerken en onderling afstemmen wat nodig is aan financiële middelen, zodat [belanghebbende1] de benodigde zorg krijgt. Naast de twijfel of [verzoeker] de belangen van [belanghebbende1] goed kan behartigen, ziet het hof in de verstoorde verstandhouding tussen [verzoeker] en [verweerster] , als mentor, eveneens een grond om de financiële belangen van [belanghebbende1] te laten behartigen door een onafhankelijke en professionele bewindvoerder. Voor zover nodig merkt het hof op dat de bewindvoerder niet verplicht is aan belanghebbenden (zoals [verzoeker] , [verweerster] en [belanghebbende2] ) inzage te geven in de geldzaken van [belanghebbende1] , dan wel geldzaken met hen af te stemmen. Ondanks zijn weerstand tegen het bewind is het wel van belang dat [verzoeker] gaat samenwerken met de bewindvoerder, zodat de bewindvoerder zijn taken en verplichtingen naar behoren kan uitvoeren, maar ook om af te stemmen hoe de gezamenlijke kosten van [verzoeker] en [belanghebbende1] worden betaald.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2679 text/xml public 2026-05-18T11:55:50 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-30 200.360.743/01 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2679 text/html public 2026-05-18T11:51:57 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2679 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-04-2026 / 200.360.743/01 Artikel 1:431 lid 1 BW. Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd, waarbij een meerderjarigenbewind werd ingesteld. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.360.743 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 11654836 UT VERZ 25-3308) beschikking van 30 april 2026 inzake [verzoeker] ( [verzoeker] ), wonende in [woonplaats1] , gemeente [gemeentenaam] , verzoeker in hoger beroep, advocaat: mr. J. Brouwer, en [verweerster] ( [verweerster] ), wonende op een geheim adres, verweerster in hoger beroep, advocaat: W. Vahl. Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt: [belanghebbende1] ( [belanghebbende1] ), wonende in [woonplaats1] , gemeente [gemeentenaam] , en [belanghebbende2] ( [belanghebbende2] ), wonende in [woonplaats2] , en Jurist & Bewind B.V. (de bewindvoerder), gevestigd in Amsterdam. 1 Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 25 juli 2025, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer (hierna ook aangeduid als: de bestreden beschikking). 2 Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 23 oktober 2025; - het verweerschrift; - een emailbericht van de bewindvoerder van 17 maart 2026 met de mededeling dat zij niet fysiek aanwezig kan zijn op de zitting, maar indien gewenst wel telefonisch aanwezig kan zijn. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 20 maart 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren: - [verzoeker] , bijgestaan door zijn advocaat; - [verweerster] , bijgestaan door haar advocaat; - [belanghebbende2] . 3 De feiten [belanghebbende1] is geboren [in] 1947. [belanghebbende1] is de moeder van [belanghebbende2] en [verweerster] . [belanghebbende1] is in 1979 gescheiden van de vader van [belanghebbende2] en [verweerster] en in 1990 gehuwd met [verzoeker] . 4 De omvang van het geschil 4.1 Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 15 april 2025, hebben [belanghebbende2] en [verweerster] verzocht om een bewind in te stellen over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [belanghebbende1] . Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [belanghebbende1] wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand. De kantonrechter heeft Jurist & Bewind B.V. tot bewindvoerder benoemd. 4.2 [verzoeker] komt in hoger beroep van de bestreden beschikking. [verzoeker] beoogt het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. [verzoeker] verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek tot onderbewindstelling af te wijzen, en als het hof dat niet doet hem tot bewindvoerder te benoemen, en anders een beperkt bewind op te leggen. 4.3 [verweerster] voert verweer en vraagt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen. Op de zitting is gebleken dat [belanghebbende2] ook aan het hof vraagt de bestreden beschikking te bekrachtigen. 5 De motivering van de beslissing 5.1 In artikel 1:431, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de rechter de goederen van een persoon onder bewind kan stellen. Dat kan om twee redenen. Een reden kan zijn dat iemand als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. De andere reden is als sprake is van verkwisting of het hebben van problematische schulden. 5.2 In artikel 1:435, derde lid, BW staat dat de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur volgt van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. In lid 4 van dit artikel staat dat, tenzij lid 3 is toegepast, indien de rechthebbende is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levenspartner heeft, bij voorkeur de echtgenoot, geregistreerd partner, dan wel een andere levensgezel tot bewindvoerder wordt benoemd. Is het voorgaande niet van toepassing, dan wordt bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zussen tot bewindvoerder benoemd. 5.3 Het is niet in geschil dat [belanghebbende1] in verband met haar geestelijke toestand niet meer in staat is zelf haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Aan de vereisten voor bewind is naar het oordeel van het hof voldaan. De vraag die voorligt is of een bewind noodzakelijk is om de vermogensrechtelijke belangen van [belanghebbende1] waar te nemen. Volgens [verzoeker] is die noodzaak er niet, want hij heeft al meer dan 30 jaar naar behoren de financiën behartigd van hemzelf en [belanghebbende1] . Bovendien is er sprake van een stabiele financiële situatie, zonder schulden. Mocht het hof een bewind wel noodzakelijk vinden dan verzoekt [verzoeker] hem tot bewindvoerder te benoemen, en anders een beperkt bewind op te leggen. 5.4 Naar het oordeel van het hof is er een noodzaak om een bewind in te stellen. Weliswaar heeft [verzoeker] jarenlang de financiën van hemzelf en [belanghebbende1] geregeld, maar het hof twijfelt aan de mogelijkheden van [verzoeker] om op dit moment nog de belangen van [belanghebbende1] naar behoren te behartigen. [verzoeker] kon op de zitting namelijk moeilijk adequaat antwoord geven op door het hof gestelde vragen over zijn inkomsten, de inkomsten van [belanghebbende1] en de omvang van hun vermogen. Hij verklaarde daar tegenstrijdig over en pas na herhaaldelijk en indringend doorvragen door het hof was hij bereid om iets meer inzicht in de stand van het vermogen en de inkomsten te geven. Mogelijk kwam dit door de enorme weerstand van [verzoeker] tegen het bewind van [belanghebbende1] , maar dit neemt niet weg dat het hof de indruk kreeg dat [verzoeker] vooral bang was dat hijzelf in de financiële problemen komt als hij niet langer over de besteding van het inkomen van [belanghebbende1] kan beslissen. [verzoeker] gaf er voorts geen blijk van rekening te houden met de belangen van [belanghebbende1] die mogelijk anders zijn dan zijn eigen belangen, omdat [belanghebbende1] niet meer thuis woont. Verder speelt mee dat uit het dossier en op de zitting duidelijk naar voren komt dat de verstandhouding tussen [verzoeker] enerzijds en [verweerster] en [belanghebbende2] anderzijds ernstig is verstoord. Om hem moverende reden is [verzoeker] boos op [verweerster] en [belanghebbende2] en is hij van mening dat zij van het geld van [belanghebbende1] moeten afblijven, zoals hij dat op de zitting zei. [verweerster] is ook de mentor van [belanghebbende1] . Door de verstoorde verstandhouding is het niet mogelijk dat [verzoeker] en [verweerster] constructief samenwerken en onderling afstemmen wat nodig is aan financiële middelen, zodat [belanghebbende1] de benodigde zorg krijgt. Naast de twijfel of [verzoeker] de belangen van [belanghebbende1] goed kan behartigen, ziet het hof in de verstoorde verstandhouding tussen [verzoeker] en [verweerster] , als mentor, eveneens een grond om de financiële belangen van [belanghebbende1] te laten behartigen door een onafhankelijke en professionele bewindvoerder. Voor zover nodig merkt het hof op dat de bewindvoerder niet verplicht is aan belanghebbenden (zoals [verzoeker] , [verweerster] en [belanghebbende2] ) inzage te geven in de geldzaken van [belanghebbende1] , dan wel geldzaken met hen af te stemmen. Ondanks zijn weerstand tegen het bewind is het wel van belang dat [verzoeker] gaat samenwerken met de bewindvoerder, zodat de bewindvoerder zijn taken en verplichtingen naar behoren kan uitvoeren, maar ook om af te stemmen hoe de gezamenlijke kosten van [verzoeker] en [belanghebbende1] worden betaald.