Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-04-20
ECLI:NL:GHARL:2026:2336
Civiel recht; Arbeidsrecht
Hoger beroep
8,081 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2336 text/xml public 2026-04-29T12:20:19 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-20 200.360.604/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2336 text/html public 2026-04-29T12:20:07 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2336 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-04-2026 / 200.360.604/01 Arbeidszaak, Wwz. Kantonrechter heeft ontslag op staande voet niet vernietigd. Werknemer heeft volgens werkgever meer fruit genomen uit mand voor personeel dan toegestaan. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.360.604 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, 11689162 beschikking van 20 april 2026 in de zaak van [appellant] die woont in [woonplaats] advocaat: mr. T.B.M. Kersten en Autoradam Autoverhuur en Leasing B.V. (Autoradam) die is gevestigd in Almere advocaat: mr. W.F. Wienen 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep [appellant] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen de beschikking die de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, op 17 juli 2025 heeft gegeven (hierna: de bestreden beschikking ). Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: het beroepschrift het verweerschrift het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 13 maart 2026 is gehouden de opgevraagde salarisspecificaties en de reactie van [appellant] daarop. 2 De kern van de zaak 2.1. [appellant] is op 14 maart 2025 op staande voet ontslagen. De kantonrechter heeft het verzoek van [appellant] om primair dat ontslag te vernietigen en de werkgever te veroordelen hem weer toe te laten tot het werk afgewezen. Ook het subsidiaire verzoek om werkgever te veroordelen tot betaling van diverse vergoedingen (voor onregelmatige opzegging, de transitievergoeding en een billijke vergoeding) is afgewezen. Dat geldt ook voor de meer subsidiair verzochte transitievergoeding. 2.2. In hoger beroep heeft [appellant] zijn verzoek gewijzigd. De bedoeling van het hoger beroep is dat de werkgever primair wordt veroordeeld tot betaling van diverse vergoedingen (voor onregelmatige opzegging, de transitievergoeding en een billijke vergoeding) en subsidiair tot betaling van de transitievergoeding. 2.3. Het hof oordeelt, anders dan de kantonrechter, dat in dit geval geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet en daarom heeft [appellant] recht op financiële compensatie. Dat oordeel licht het hof hierna toe, nadat eerst de feiten zijn vastgesteld en een procedureel punt is besproken. 3 De toelichting op de beslissing van het hof de feiten 3.1. [appellant] , geboren in 2000, is op 25 februari 2023 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij Autoradam in de functie van hiker. Dat werk deed hij in deeltijd, naast zijn studie, en voornamelijk in het weekend. Op 10 maart 2025 is afgesproken dat het dienstverband per 25 april 2025 voor onbepaalde tijd zou gelden. 3.2. In de arbeidsovereenkomst is het huishoudelijke reglement van Autoradam van toepassing verklaard en [appellant] heeft voor de ontvangst daarvan getekend. Artikel 4.2 van dat reglement bepaalt dat werknemers 20% korting krijgen op eten en drinken voor direct persoonlijk gebruik, niet op goederen die mee naar huis worden genomen. Het is ook niet toegestaan om producten die afgeschreven zijn tijdens het werk te nuttigen of mee naar huis te nemen. In artikel 4.10 staat dat Autoradam een zero tolerance beleid hanteert bij fraude en diefstal door medewerkers, wat betekent dat dit tot direct ontslag kan leiden. De waarde van de diefstal of fraude is daarbij niet relevant. 3.3. Vanaf februari 2024 stelt Autoradam wekelijks op maandag op iedere vestiging een fruitmand beschikbaar ter bevordering van de gezondheid van haar medewerkers. In de e-mail waarin dit initiatief werd aangekondigd staat: “Grijp elke ochtend je favoriete stuk fruit en laat ons samen werken aan een gezondere levensstijl.” 3.4. [appellant] heeft op maandag 10 maart 2025 aan het einde van zijn werkdag enkele stuks fruit uit de nieuwe kist gepakt en meegenomen. Dit is door een bewakingscamera vastgelegd. Op het gebeuren is [appellant] de volgende dag aangesproken door zijn nieuwe leidinggevende [naam1] en HR manager [naam2] . Op woensdag 12 maart 2025 zijn [appellant] en twee collega’s op non-actief gesteld in verband met het incident. Meegedeeld is dat het gedrag als diefstal wordt beschouwd, dat nader onderzoek wordt verricht en intern overleg zal plaatsvinden over de verdere afhandeling. Uiterlijk vrijdag 14 maart 2025 ontvangt [appellant] bericht over het verdere verloop. 3.5. Op vrijdag 14 maart 2025 heeft [naam1] [appellant] en zijn twee collega’s mondeling ontslag op staande voet aangezegd. Dit ontslag is op 17 maart 2025 schriftelijk bevestigd. In de brief aan [appellant] staat: “Wij hebben geconstateerd dat u samen met collega's op maandag 10 maart j.l. fruit van verschillende afdelingen in tassen hebt gestopt en deze tassen na werktijd mee naar huis zijn genomen. Dit gedrag wordt door ons als diefstal beschouwd en is binnen Autoradam absoluut niet geoorloofd. Dit is voor ons een dringende reden die een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder opzegtermijn rechtvaardigt. Gezien de ernst van deze gedragingen en de daarmee gepaard gaande vertrouwensbreuk, is voortzetting van uw dienstverband voor ons niet langer aanvaardbaar. Dit betekent dat uw dienstverband op 17-3-2025 met onmiddellijke ingang is geëindigd op grond van een dringende reden, te weten het stelen van fruit dat beschikbaar wordt gesteld voor alle medewerkers van Autoradam.” Verder staat in de brief dat bij de eindafrekening de gefixeerde schadeloosstelling wordt verrekend en dat [appellant] geen aanspraak heeft op de transitievergoeding omdat Autoradam vindt dat de dringende reden ook ernstig verwijtbaar is. 3.6. De kantonrechter heeft het verzoek van [appellant] om het ontslag te vernietigen afgewezen. De soortgelijke verzoeken van de twee andere collega’s zijn toegewezen. Hun arbeidsovereenkomsten zijn van rechtswege door tijdsverloop geëindigd voor de datum waarop de kantonrechter uitspraak deed. Bij collega [naam3] oordeelde de kantonrechter dat diefstal niet de lading dekt nu slechts vaststond dat hij twee mandarijntjes gepakt had. Collega [naam4] heeft niet zelf fruit uit de kist gepakt maar de tros bananen, die hem door [appellant] werd aangereikt, zonder nadenken aangepakt. Dat is wel ongeoorloofd, maar geen diefstal, aldus de kantonrechter. beroep werkgever op niet-ontvankelijkheid gaat niet op 3.7. Volgens Autoradam moet [appellant] niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek in hoger beroep, omdat hij geen vernietiging heeft gevraagd van de bestreden beschikking. 3.8. Het hof verwerpt dit standpunt. Uit de verzoeken van [appellant] blijkt zonneklaar dat hij zich niet neerlegt bij de afwijzing van zijn (in eerste aanleg subsidiaire) verzoek en opnieuw om toewijzing van de gevraagde bedragen verzoekt. Hij maakt ook bezwaar tegen de proceskostenveroordeling en verzoekt Autoradam in de kosten van de kantonprocedure te veroordelen. waarom [appellant] het niet eens is met het oordeel van de kantonrechter 3.9. [appellant] legt zich in hoger beroep neer bij het ontslag op staande voet, maar blijft van mening dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen. Het ontslag is niet onverwijld gegeven en er is geen dringende reden. Hij vindt het ook onrechtvaardig dat zijn collega’s een ander lot beschoren was. Er is geen rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en zijn gedrag was niet ernstig verwijtbaar. Hij is ook ten onrechte in de proceskosten veroordeeld. Het hof zal deze bezwaren hierna bespreken. ontslag is wel onverwijld gegeven 3.10. Volgens [appellant] wist Autoradam al alles wat van belang was op dinsdag 11 maart 2025, zodat er geen reden was om te wachten met ontslag tot vrijdag 14 maart 2025. Autoradam heeft dit betwist.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2336 text/xml public 2026-04-29T12:20:19 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-20 200.360.604/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2336 text/html public 2026-04-29T12:20:07 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2336 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-04-2026 / 200.360.604/01 Arbeidszaak, Wwz. Kantonrechter heeft ontslag op staande voet niet vernietigd. Werknemer heeft volgens werkgever meer fruit genomen uit mand voor personeel dan toegestaan. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.360.604 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, 11689162 beschikking van 20 april 2026 in de zaak van [appellant] die woont in [woonplaats] advocaat: mr. T.B.M. Kersten en Autoradam Autoverhuur en Leasing B.V. (Autoradam) die is gevestigd in Almere advocaat: mr. W.F. Wienen 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep [appellant] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen de beschikking die de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, op 17 juli 2025 heeft gegeven (hierna: de bestreden beschikking ). Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: het beroepschrift het verweerschrift het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 13 maart 2026 is gehouden de opgevraagde salarisspecificaties en de reactie van [appellant] daarop. 2 De kern van de zaak 2.1. [appellant] is op 14 maart 2025 op staande voet ontslagen. De kantonrechter heeft het verzoek van [appellant] om primair dat ontslag te vernietigen en de werkgever te veroordelen hem weer toe te laten tot het werk afgewezen. Ook het subsidiaire verzoek om werkgever te veroordelen tot betaling van diverse vergoedingen (voor onregelmatige opzegging, de transitievergoeding en een billijke vergoeding) is afgewezen. Dat geldt ook voor de meer subsidiair verzochte transitievergoeding. 2.2. In hoger beroep heeft [appellant] zijn verzoek gewijzigd. De bedoeling van het hoger beroep is dat de werkgever primair wordt veroordeeld tot betaling van diverse vergoedingen (voor onregelmatige opzegging, de transitievergoeding en een billijke vergoeding) en subsidiair tot betaling van de transitievergoeding. 2.3. Het hof oordeelt, anders dan de kantonrechter, dat in dit geval geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet en daarom heeft [appellant] recht op financiële compensatie. Dat oordeel licht het hof hierna toe, nadat eerst de feiten zijn vastgesteld en een procedureel punt is besproken. 3 De toelichting op de beslissing van het hof de feiten 3.1. [appellant] , geboren in 2000, is op 25 februari 2023 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij Autoradam in de functie van hiker. Dat werk deed hij in deeltijd, naast zijn studie, en voornamelijk in het weekend. Op 10 maart 2025 is afgesproken dat het dienstverband per 25 april 2025 voor onbepaalde tijd zou gelden. 3.2. In de arbeidsovereenkomst is het huishoudelijke reglement van Autoradam van toepassing verklaard en [appellant] heeft voor de ontvangst daarvan getekend. Artikel 4.2 van dat reglement bepaalt dat werknemers 20% korting krijgen op eten en drinken voor direct persoonlijk gebruik, niet op goederen die mee naar huis worden genomen. Het is ook niet toegestaan om producten die afgeschreven zijn tijdens het werk te nuttigen of mee naar huis te nemen. In artikel 4.10 staat dat Autoradam een zero tolerance beleid hanteert bij fraude en diefstal door medewerkers, wat betekent dat dit tot direct ontslag kan leiden. De waarde van de diefstal of fraude is daarbij niet relevant. 3.3. Vanaf februari 2024 stelt Autoradam wekelijks op maandag op iedere vestiging een fruitmand beschikbaar ter bevordering van de gezondheid van haar medewerkers. In de e-mail waarin dit initiatief werd aangekondigd staat: “Grijp elke ochtend je favoriete stuk fruit en laat ons samen werken aan een gezondere levensstijl.” 3.4. [appellant] heeft op maandag 10 maart 2025 aan het einde van zijn werkdag enkele stuks fruit uit de nieuwe kist gepakt en meegenomen. Dit is door een bewakingscamera vastgelegd. Op het gebeuren is [appellant] de volgende dag aangesproken door zijn nieuwe leidinggevende [naam1] en HR manager [naam2] . Op woensdag 12 maart 2025 zijn [appellant] en twee collega’s op non-actief gesteld in verband met het incident. Meegedeeld is dat het gedrag als diefstal wordt beschouwd, dat nader onderzoek wordt verricht en intern overleg zal plaatsvinden over de verdere afhandeling. Uiterlijk vrijdag 14 maart 2025 ontvangt [appellant] bericht over het verdere verloop. 3.5. Op vrijdag 14 maart 2025 heeft [naam1] [appellant] en zijn twee collega’s mondeling ontslag op staande voet aangezegd. Dit ontslag is op 17 maart 2025 schriftelijk bevestigd. In de brief aan [appellant] staat: “Wij hebben geconstateerd dat u samen met collega's op maandag 10 maart j.l. fruit van verschillende afdelingen in tassen hebt gestopt en deze tassen na werktijd mee naar huis zijn genomen. Dit gedrag wordt door ons als diefstal beschouwd en is binnen Autoradam absoluut niet geoorloofd. Dit is voor ons een dringende reden die een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder opzegtermijn rechtvaardigt. Gezien de ernst van deze gedragingen en de daarmee gepaard gaande vertrouwensbreuk, is voortzetting van uw dienstverband voor ons niet langer aanvaardbaar. Dit betekent dat uw dienstverband op 17-3-2025 met onmiddellijke ingang is geëindigd op grond van een dringende reden, te weten het stelen van fruit dat beschikbaar wordt gesteld voor alle medewerkers van Autoradam.” Verder staat in de brief dat bij de eindafrekening de gefixeerde schadeloosstelling wordt verrekend en dat [appellant] geen aanspraak heeft op de transitievergoeding omdat Autoradam vindt dat de dringende reden ook ernstig verwijtbaar is. 3.6. De kantonrechter heeft het verzoek van [appellant] om het ontslag te vernietigen afgewezen. De soortgelijke verzoeken van de twee andere collega’s zijn toegewezen. Hun arbeidsovereenkomsten zijn van rechtswege door tijdsverloop geëindigd voor de datum waarop de kantonrechter uitspraak deed. Bij collega [naam3] oordeelde de kantonrechter dat diefstal niet de lading dekt nu slechts vaststond dat hij twee mandarijntjes gepakt had. Collega [naam4] heeft niet zelf fruit uit de kist gepakt maar de tros bananen, die hem door [appellant] werd aangereikt, zonder nadenken aangepakt. Dat is wel ongeoorloofd, maar geen diefstal, aldus de kantonrechter. beroep werkgever op niet-ontvankelijkheid gaat niet op 3.7. Volgens Autoradam moet [appellant] niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek in hoger beroep, omdat hij geen vernietiging heeft gevraagd van de bestreden beschikking. 3.8. Het hof verwerpt dit standpunt. Uit de verzoeken van [appellant] blijkt zonneklaar dat hij zich niet neerlegt bij de afwijzing van zijn (in eerste aanleg subsidiaire) verzoek en opnieuw om toewijzing van de gevraagde bedragen verzoekt. Hij maakt ook bezwaar tegen de proceskostenveroordeling en verzoekt Autoradam in de kosten van de kantonprocedure te veroordelen. waarom [appellant] het niet eens is met het oordeel van de kantonrechter 3.9. [appellant] legt zich in hoger beroep neer bij het ontslag op staande voet, maar blijft van mening dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen. Het ontslag is niet onverwijld gegeven en er is geen dringende reden. Hij vindt het ook onrechtvaardig dat zijn collega’s een ander lot beschoren was. Er is geen rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en zijn gedrag was niet ernstig verwijtbaar. Hij is ook ten onrechte in de proceskosten veroordeeld. Het hof zal deze bezwaren hierna bespreken. ontslag is wel onverwijld gegeven 3.10. Volgens [appellant] wist Autoradam al alles wat van belang was op dinsdag 11 maart 2025, zodat er geen reden was om te wachten met ontslag tot vrijdag 14 maart 2025. Autoradam heeft dit betwist.
Volledig
[naam1] , die nog maar kort bij Autoradam werkte, wenste overleg over dit geval met algemeen directeur [naam5] die tot de bewuste vrijdag met vakantie op de Filippijnen was. [naam5] heeft op afstand ingestemd met het schorsingsbesluit en na terugkomst besloten tot ontslag op staande voet. 3.11. Het hof oordeelt dat in de omstandigheden van dit geval voldoende voortvarend is gehandeld. maar er is geen dringende reden 3.12. Autoradam beroept zich op haar zero tolerancebeleid bij diefstal, maar in de situatie die hier aan de orde is, gaat het juist om goederen (fruit) die bestemd zijn om zonder betaling te worden gepakt en genuttigd door de werknemers. Voor dit geval is niet gebleken van kenbaar beleid. Autoradam heeft verwezen naar de e-mail waarmee zij in februari 2024 de komst van een wekelijkse fruitmand voor het personeel aankondigde, maar daarin staat niet dat medewerkers maar één stuk fruit per dag mogen pakken en dat bij het pakken van meer dan één stuk fruit per dag ontslag op staande voet zal volgen. Ook staat daarin niet dat een sanctie wordt gesteld op het niet direct nuttigen maar meenemen van het stuk fruit om bij voorbeeld onderweg naar huis op te eten. Van andere duidelijke waarschuwingen is niet gebleken. Anders dan Autoradam stelt, gaat ook de vergelijking met het verbod in het huishoudelijke reglement op meenemen van afgeschreven goederen mank. Daarbij gaat het immers om goederen die bestemd waren voor de verkoop, en dat is met gratis fruit voor het personeel niet het geval. 3.13. Volgens Autoradam zijn ook de (papieren) tasjes waarin het fruit is meegenomen gestolen. Het zonder toestemming meenemen van die tasjes is naar het oordeel van het hof echter niet voldoende duidelijk als reden voor ontslag opgegeven. Onjuist is verder dat, zoals in de ontslagbrief staat, [appellant] ook fruit van andere afdelingen heeft meegenomen. Autoradam heeft erkend dat zij dat niet heeft kunnen vaststellen. 3.14. [appellant] had, zo oordeelt het hof, wel moeten begrijpen dat het niet de bedoeling was om de voor alle collega’s bestemde inhoud van de kist voor ongeveer een kwart deel te legen met de kam bananen, die hij aan collega [naam4] gaf, en de paar stukken fruit voor zichzelf. Dat is ook oncollegiaal. Maar dat is niet genoeg voor het toepassen van de hardste arbeidsrechtelijke sanctie die een ontslag op staande voet is. Het hof oordeelt dat Autoradam in dit geval had moeten volstaan met een minder zware sanctie, zoals een waarschuwing. De onbehoorlijkheid van het gedrag van [appellant] wordt ook een beetje gekleurd door de omstandigheid dat het Ramadan was en [appellant] , die daarom vastte, pas laat mocht eten. Dat was de reden waarom hij niet ter plaatse een stuk fruit at maar het fruit mee wilde nemen. Verder heeft [appellant] toegelicht dat hij vrijwel altijd in het weekend werkte, en dat de fruitkist van de maandag ervoor dan leeg of zo goed als leeg was, zodat hij nauwelijks had geprofiteerd van het nieuwe gezondheidsbeleid. Dit rechtvaardigt geen inhaalslag, maar wekt wel enig begrip voor het feit dat [appellant] deze ene keer niet volstond met één peer. werknemer heeft recht op vergoedingen 3.15. Omdat [appellant] ten onrechte op 14 maart 2025 op staande voet is ontslagen, maakt hij terecht aanspraak op de vergoeding voor onregelmatig ontslag, bestaande uit het loon vanaf die dag tot de datum waartegen Autoradam regulier had kunnen opzeggen. Niet betwist is dat dat in dit geval 30 april 2025 is. Het hof gaat daarbij op grond van de na de zitting toegezonden salaris- en betaalspecificaties uit van een gemiddeld brutoloon vermeerderd met de bruto vergoeding voor vakantiedagen van € 1.417,80 per maand. Voor anderhalve maand is dat dan € 2.205,20 bruto. De verzochte wettelijke rente hierover is toewijsbaar vanaf 14 maart 2025, gelet op artikel 7:686a lid 1 BW. 3.16. Hiernaast heeft [appellant] recht op de transitievergoeding, waarvan hij de hoogte onbetwist heeft berekend op € 951,23 bruto. De verzochte wettelijke rente is op grond van artikel 7:686a lid 1 BW toewijsbaar vanaf 14 april 2025. 3.17. [appellant] heeft verder als billijke vergoeding voor het onterechte ontslag een bedrag van € 15.000,- bruto gevraagd. Hij heeft toegelicht dat hij van de ene op de andere dag zonder inkomen zat terwijl hij zijn studie moest betalen en zijn vriendin in verwachting was. Hij heeft geen WW ontvangen door het ontslag op staande voet en pas in september 2025 weer werk via een uitzendbureau gekregen. Het hof acht het redelijk als billijke vergoeding in ieder geval een bedrag ter hoogte van vier maanden bruto loon met vergoeding voor vakantiedagen toe te kennen (mei tot en met augustus). Dat is vier x € 1.470,80 ofwel € 5.883,20 bruto. Dat bedrag verhoogt het hof tot € 7.500,- bruto ter compensatie van de narigheid die het plotselinge wegvallen van inkomen in de omstandigheden waarin [appellant] zich bevond met zich meebrengt, het geringe verschil tussen het uit te betalen loon en ontvangen loon in periode 2025-3 en het gemis van het toegezegde contract voor onbepaalde tijd. Dat de arbeidsovereenkomst zou zijn ontbonden op het (voorwaardelijk bij de kantonrechter ingediende) verzoek van Autoradam, acht het hof niet waarschijnlijk omdat een duidelijke waarschuwing zou hebben volstaan en niet is gebleken van overige omstandigheden die een ontbinding kunnen rechtvaardigen. De verzochte wettelijke rente over de billijke vergoeding is toewijsbaar met ingang van veertien dagen na de datum van deze beschikking. de verzochte nevenvorderingen 3.18. [appellant] heeft in zijn petitum onder IV doorbetaling gevraagd van zijn salaris vanaf 14 maart 2025 tot einde dienstverband, maar dit verzoek is niet toewijsbaar omdat [appellant] zich heeft neergelegd bij het ontslag per 14 maart 2025. 3.19. [appellant] heeft ook aangevoerd dat hij tot 14 maart 2025 te weinig salaris heeft ontvangen, omdat Autoradam daarop ten onrechte de gefixeerde schadevergoeding heeft ingehouden voor het geven van aanleiding voor het ontslag op staande voet. Hij heeft op dit punt geen loonvordering ingesteld, maar een verklaring voor recht gevraagd dat de verrekening niet rechtsgeldig is. In de laatste specificatie (2025-4) waarin is opgenomen dat [appellant] per 17 maart 2025 uit dienst is, is echter geen inhouding vermeld voor de hier bedoelde schadevergoeding. Uit de reactie van [appellant] blijkt ook dat het in die laatste specificatie berekende nettoloon geheel aan hem is uitbetaald. Dat spoort ook geheel met wat [naam5] en de advocaat van [appellant] tijdens de zitting bij de kantonrechter hebben verklaard. Daarom heeft [appellant] geen belang bij de gevraagde verklaring voor recht. 3.20. Het verzoek Autoradam te veroordelen om binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking een correcte eindafrekening te verstrekken plus een jaaropgave is toewijsbaar, maar zonder dat die verplichting op zichzelf onderworpen is aan wettelijke verhoging en wettelijke rente. Wel toewijsbaar is een dwangsom op die verplichting. Het hof matigt die tot € 50,- per dag nadat veertien dagen zijn verstreken en betekening heeft plaatsgevonden. De dwangsom wordt gemaximeerd tot € 2.000,-. de proceskosten en uitvoerbaarheid bij voorraad 3.21. Omdat [appellant] ten onrechte op staande voet is ontslagen, komt hij terecht op tegen de kostenveroordeling in de procedure bij de kantonrechter. Het hof zal de beslissing op dit punt vernietigen en in plaats daarvan Autoradam veroordelen in de proceskosten in de kantonprocedure. 3.22. In hoger beroep is Autoradam te beschouwen als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij. Zij wordt veroordeeld in de kosten daarvan, te weten € 362,- griffierecht en € 2.580,- aan salaris van de advocaat van [appellant] (2 procespunten × het toepasselijke tarief van € 1.290 per punt). Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. 3.23 De veroordelingen in deze beschikking kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).
Volledig
[naam1] , die nog maar kort bij Autoradam werkte, wenste overleg over dit geval met algemeen directeur [naam5] die tot de bewuste vrijdag met vakantie op de Filippijnen was. [naam5] heeft op afstand ingestemd met het schorsingsbesluit en na terugkomst besloten tot ontslag op staande voet. 3.11. Het hof oordeelt dat in de omstandigheden van dit geval voldoende voortvarend is gehandeld. maar er is geen dringende reden 3.12. Autoradam beroept zich op haar zero tolerancebeleid bij diefstal, maar in de situatie die hier aan de orde is, gaat het juist om goederen (fruit) die bestemd zijn om zonder betaling te worden gepakt en genuttigd door de werknemers. Voor dit geval is niet gebleken van kenbaar beleid. Autoradam heeft verwezen naar de e-mail waarmee zij in februari 2024 de komst van een wekelijkse fruitmand voor het personeel aankondigde, maar daarin staat niet dat medewerkers maar één stuk fruit per dag mogen pakken en dat bij het pakken van meer dan één stuk fruit per dag ontslag op staande voet zal volgen. Ook staat daarin niet dat een sanctie wordt gesteld op het niet direct nuttigen maar meenemen van het stuk fruit om bij voorbeeld onderweg naar huis op te eten. Van andere duidelijke waarschuwingen is niet gebleken. Anders dan Autoradam stelt, gaat ook de vergelijking met het verbod in het huishoudelijke reglement op meenemen van afgeschreven goederen mank. Daarbij gaat het immers om goederen die bestemd waren voor de verkoop, en dat is met gratis fruit voor het personeel niet het geval. 3.13. Volgens Autoradam zijn ook de (papieren) tasjes waarin het fruit is meegenomen gestolen. Het zonder toestemming meenemen van die tasjes is naar het oordeel van het hof echter niet voldoende duidelijk als reden voor ontslag opgegeven. Onjuist is verder dat, zoals in de ontslagbrief staat, [appellant] ook fruit van andere afdelingen heeft meegenomen. Autoradam heeft erkend dat zij dat niet heeft kunnen vaststellen. 3.14. [appellant] had, zo oordeelt het hof, wel moeten begrijpen dat het niet de bedoeling was om de voor alle collega’s bestemde inhoud van de kist voor ongeveer een kwart deel te legen met de kam bananen, die hij aan collega [naam4] gaf, en de paar stukken fruit voor zichzelf. Dat is ook oncollegiaal. Maar dat is niet genoeg voor het toepassen van de hardste arbeidsrechtelijke sanctie die een ontslag op staande voet is. Het hof oordeelt dat Autoradam in dit geval had moeten volstaan met een minder zware sanctie, zoals een waarschuwing. De onbehoorlijkheid van het gedrag van [appellant] wordt ook een beetje gekleurd door de omstandigheid dat het Ramadan was en [appellant] , die daarom vastte, pas laat mocht eten. Dat was de reden waarom hij niet ter plaatse een stuk fruit at maar het fruit mee wilde nemen. Verder heeft [appellant] toegelicht dat hij vrijwel altijd in het weekend werkte, en dat de fruitkist van de maandag ervoor dan leeg of zo goed als leeg was, zodat hij nauwelijks had geprofiteerd van het nieuwe gezondheidsbeleid. Dit rechtvaardigt geen inhaalslag, maar wekt wel enig begrip voor het feit dat [appellant] deze ene keer niet volstond met één peer. werknemer heeft recht op vergoedingen 3.15. Omdat [appellant] ten onrechte op 14 maart 2025 op staande voet is ontslagen, maakt hij terecht aanspraak op de vergoeding voor onregelmatig ontslag, bestaande uit het loon vanaf die dag tot de datum waartegen Autoradam regulier had kunnen opzeggen. Niet betwist is dat dat in dit geval 30 april 2025 is. Het hof gaat daarbij op grond van de na de zitting toegezonden salaris- en betaalspecificaties uit van een gemiddeld brutoloon vermeerderd met de bruto vergoeding voor vakantiedagen van € 1.417,80 per maand. Voor anderhalve maand is dat dan € 2.205,20 bruto. De verzochte wettelijke rente hierover is toewijsbaar vanaf 14 maart 2025, gelet op artikel 7:686a lid 1 BW. 3.16. Hiernaast heeft [appellant] recht op de transitievergoeding, waarvan hij de hoogte onbetwist heeft berekend op € 951,23 bruto. De verzochte wettelijke rente is op grond van artikel 7:686a lid 1 BW toewijsbaar vanaf 14 april 2025. 3.17. [appellant] heeft verder als billijke vergoeding voor het onterechte ontslag een bedrag van € 15.000,- bruto gevraagd. Hij heeft toegelicht dat hij van de ene op de andere dag zonder inkomen zat terwijl hij zijn studie moest betalen en zijn vriendin in verwachting was. Hij heeft geen WW ontvangen door het ontslag op staande voet en pas in september 2025 weer werk via een uitzendbureau gekregen. Het hof acht het redelijk als billijke vergoeding in ieder geval een bedrag ter hoogte van vier maanden bruto loon met vergoeding voor vakantiedagen toe te kennen (mei tot en met augustus). Dat is vier x € 1.470,80 ofwel € 5.883,20 bruto. Dat bedrag verhoogt het hof tot € 7.500,- bruto ter compensatie van de narigheid die het plotselinge wegvallen van inkomen in de omstandigheden waarin [appellant] zich bevond met zich meebrengt, het geringe verschil tussen het uit te betalen loon en ontvangen loon in periode 2025-3 en het gemis van het toegezegde contract voor onbepaalde tijd. Dat de arbeidsovereenkomst zou zijn ontbonden op het (voorwaardelijk bij de kantonrechter ingediende) verzoek van Autoradam, acht het hof niet waarschijnlijk omdat een duidelijke waarschuwing zou hebben volstaan en niet is gebleken van overige omstandigheden die een ontbinding kunnen rechtvaardigen. De verzochte wettelijke rente over de billijke vergoeding is toewijsbaar met ingang van veertien dagen na de datum van deze beschikking. de verzochte nevenvorderingen 3.18. [appellant] heeft in zijn petitum onder IV doorbetaling gevraagd van zijn salaris vanaf 14 maart 2025 tot einde dienstverband, maar dit verzoek is niet toewijsbaar omdat [appellant] zich heeft neergelegd bij het ontslag per 14 maart 2025. 3.19. [appellant] heeft ook aangevoerd dat hij tot 14 maart 2025 te weinig salaris heeft ontvangen, omdat Autoradam daarop ten onrechte de gefixeerde schadevergoeding heeft ingehouden voor het geven van aanleiding voor het ontslag op staande voet. Hij heeft op dit punt geen loonvordering ingesteld, maar een verklaring voor recht gevraagd dat de verrekening niet rechtsgeldig is. In de laatste specificatie (2025-4) waarin is opgenomen dat [appellant] per 17 maart 2025 uit dienst is, is echter geen inhouding vermeld voor de hier bedoelde schadevergoeding. Uit de reactie van [appellant] blijkt ook dat het in die laatste specificatie berekende nettoloon geheel aan hem is uitbetaald. Dat spoort ook geheel met wat [naam5] en de advocaat van [appellant] tijdens de zitting bij de kantonrechter hebben verklaard. Daarom heeft [appellant] geen belang bij de gevraagde verklaring voor recht. 3.20. Het verzoek Autoradam te veroordelen om binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking een correcte eindafrekening te verstrekken plus een jaaropgave is toewijsbaar, maar zonder dat die verplichting op zichzelf onderworpen is aan wettelijke verhoging en wettelijke rente. Wel toewijsbaar is een dwangsom op die verplichting. Het hof matigt die tot € 50,- per dag nadat veertien dagen zijn verstreken en betekening heeft plaatsgevonden. De dwangsom wordt gemaximeerd tot € 2.000,-. de proceskosten en uitvoerbaarheid bij voorraad 3.21. Omdat [appellant] ten onrechte op staande voet is ontslagen, komt hij terecht op tegen de kostenveroordeling in de procedure bij de kantonrechter. Het hof zal de beslissing op dit punt vernietigen en in plaats daarvan Autoradam veroordelen in de proceskosten in de kantonprocedure. 3.22. In hoger beroep is Autoradam te beschouwen als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij. Zij wordt veroordeeld in de kosten daarvan, te weten € 362,- griffierecht en € 2.580,- aan salaris van de advocaat van [appellant] (2 procespunten × het toepasselijke tarief van € 1.290 per punt). Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. 3.23 De veroordelingen in deze beschikking kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).