Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-04-14
ECLI:NL:GHARL:2026:2284
Civiel recht
Hoger beroep
16,231 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2284 text/xml public 2026-05-12T09:24:39 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-14 200.348.793/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Civiel recht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2024:5435 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2284 text/html public 2026-05-12T09:24:01 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2284 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-04-2026 / 200.348.793/01 Overeenkomst van opdracht. Geschil over uitvoering opdracht tot ontwikkeling van digitale applicatie. Is opdrachtnemer tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen? Tussenarrest met bewijsopdracht. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.348.793/01 zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 141858 arrest van 14 april 2026 in de zaak van Visualmedia B.V. die is gevestigd in Hoogeveen advocaat: mr. H. Scheper en [geïntimeerde] die woont in [woonplaats] advocaat: mr. R.S. van der Spek Partijen worden hierna Visualmedia en [geïntimeerde] genoemd. 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1. Visualmedia heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen op 17 juli 2024 tussen partijen heeft gewezen. [geïntimeerde] heeft vervolgens ook beroep ingesteld. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: • de dagvaarding in hoger beroep • de memorie van grieven • de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep • de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep • de akte uitlating productie, van de zijde van [geïntimeerde] • de brief van 23 februari 2026 van de zijde van [geïntimeerde] , met productie (productie 50) • de brief van 24 februari 2026 van de zijde van [geïntimeerde] , met producties (producties 51, 52) • het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling bij het hof van 6 maart 2026. 1.2. Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen. 2 De kern van de zaak 2.1. Tussen [geïntimeerde] en Visualmedia is een overeenkomst van opdracht gesloten. Het doel van de opdracht was de ontwikkeling van een digitale applicatie voor taxatie van onroerend goed. [geïntimeerde] (opdrachtgever) meent dat Visualmedia (opdrachtnemer) tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen en hij wil dat de bedragen die hij aan Visualmedia betaald heeft, worden terugbetaald. Visualmedia wil dat de facturen die onbetaald zijn gebleven, alsnog betaald worden. 2.2. Visualmedia heeft bij de rechtbank gevorderd om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van € 53.186,29, met rente en kosten. [geïntimeerde] heeft een tegenvordering ingesteld. [geïntimeerde] vorderde om vast te stellen dat Visualmedia tekortgeschoten is en dat hij de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden heeft. Verder vorderde [geïntimeerde] om Visualmedia te veroordelen tot terugbetaling van € 70.688,79 (met rente) en betaling van schadevergoeding. Tot slot heeft [geïntimeerde] gevraagd Visualmedia te veroordelen tot afgifte van domeinnaamregistraties en broncodes met bijbehorende data, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom. 2.3. De rechtbank heeft de vordering van Visualmedia grotendeels toegewezen; de tegenvordering van [geïntimeerde] is vrijwel geheel afgewezen. De rechtbank heeft [geïntimeerde] veroordeeld tot betaling van € 38.715,10 aan openstaande facturen, met rente en kosten. Visualmedia is veroordeeld tot afgifte van domeinnaamregistraties en broncodes met bijbehorende data. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2.4. Visualmedia heeft hoger beroep ingesteld en daarbij heeft zij haar eis vermeerderd. Visualmedia vordert dat [geïntimeerde] veroordeeld wordt tot betaling van een aanvullend bedrag van € 76.208,39. [geïntimeerde] vordert in incidenteel hoger beroep om zijn vorderingen alsnog volledig toe te wijzen en om de vorderingen van Visualmedia alsnog volledig af te wijzen. 2.5. Het hof neemt nog geen definitieve beslissing over de zaak. [geïntimeerde] zal namelijk de gelegenheid krijgen om bewijs te leveren van zijn stelling dat Visualmedia op een aantal punten tekortgeschoten is. Die beslissing wordt hieronder toegelicht. Daarbij geeft het hof eerst een kort overzicht van de feiten. 3 De feiten 3.1. Visualmedia is een web- en marketingbureau dat zich onder andere bezighoudt met de bouw van (maatwerk) websites en applicaties. 3.2. [geïntimeerde] is een bedrijfsmakelaar met een eigen bedrijfsmakelaarskantoor. Hij houdt zich onder andere bezig met het taxeren van onroerende zaken. [geïntimeerde] heeft als lid van een expertcommissie geadviseerd en ervaringen opgedaan met de taxatietool ‘Flux’. Die tool, die eigendom is van de NVM, is ontwikkeld binnen het Taxatie Management Instituut (TMI). 3.3. Medio 2018 heeft [geïntimeerde] met Visualmedia (onder andere de heer [naam1] ) diverse gesprekken gehad om de mogelijkheden te verkennen voor ontwikkeling van een nieuwe taxatietool. Het zou gaan om een tool waarbij de taxatiegegevens door de taxateur, via SBR Nexus en in bestandsformaat XBRL, aangeleverd kunnen worden bij de banken. [geïntimeerde] heeft in dat kader uitvoerig informatie aan Visualmedia verstrekt. 3.4. Op 3 december 2018 heeft Visualmedia aan [geïntimeerde] een offerte toegezonden. In de begeleidende brief bij de offerte schrijft Visualmedia: “ Betreft : Realisatie Taxatietool / SBR rapportage (…) Recentelijk hebben we gesproken over de ontwikkeling van een taxatietool voor vastgoed. Aanpalend is ook het genereren van een SBRL rapportage gewenst [ bedoeld is: XBRL rapportage; toevoeging hof ]. Aanleiding is de wens een eigen taxatietool te hebben die betreft mogelijkheden en gebruiksgemak de oplossing van Flux overtreft. We hebben naar aanleiding van de toegezonden informatie gekeken of het haalbaar is een tool te ontwikkelen. Als aangegeven hebben we geen knelpunten waargenomen en hebben we ook verschillende ideeën bij de navigatie door de applicatie heen. In dit voorstel leggen we de wijze van samenwerken vast. Het lijkt ons een mooie uitdaging hier een goede oplossing voor te realiseren, waarbij het een uitdaging is de marktstandaard te verslaan. Mochten er vragen zijn naar aanleiding van dit voorstel, dan hoor ik dat graag.” 3.5. De offerte van Visualmedia van 3 december 2018 vermeldt onder meer: “ Taxatietool [geïntimeerde] Vastgoed Een taxatietool zal worden ontwikkeld voor Commercieel Vastgoed. De tool moet het waarderen van vastgoed mogelijk maken. De basis is de functionaliteit van het systeem van TMS/Flux. De tool bestaat uit een groot aantal datavelden waarachter al dan niet parameters gekoppeld zijn. In deze fase van het project beperken we ons tot de basis van het systeem waarbij we met minimale parameters een correcte calculatie kunnen verwerken. We hebben er voor gekozen niet een volledige inventarisatie van wensen en specificaties te maken. Dit biedt de mogelijkheid gaande de ontwikkeling bij te sturen op wensen en inzichten die tijdens de ontwikkeling ontstaan. Belangrijk is het becommentariëren van de ingevoerde data zodat in de rapportage de data van een context kan worden voorzien. Hier zit een grote plus ten opzichte van de huidige markstandaard. De output van de applicatie en rapportage zal in SBR format op basis va XBRL worden gegenereerd. Deze standaard zal in de toekomst vereist zijn in de communicatie richting banken. Inschatting We hebben gekeken naar de applicatie en functionaliteit. Het realiseren van een basis versie van de berekening hebben we ingeschat op een 160 tot 200 uur. Een en ander is uiteraard afhankelijk van de wensen en inzichten die tijdens de realisatie ontstaan. Ook koppelingen met externe systemen vallen buiten deze begroting. Werken in sprints In de uitvoering van het project gaat gewerkt worden met sprints. Wekelijks wordt een planning/reservering gemaakt van 12 tot 16 uur die besteed wordt aan de realisatie van het project. Na iedere1 tot 3 weken vindt evaluatie plaatst van hetgeen ontwikkeld is. Er wordt dan bepaald welke zaken in de volgende sprint opgepakt worden. VisualMedia reserveert altijd voor de opvolgende 2 weken 12-16 uren.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2284 text/xml public 2026-05-12T09:24:39 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-14 200.348.793/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Civiel recht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2024:5435 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2284 text/html public 2026-05-12T09:24:01 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2284 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-04-2026 / 200.348.793/01 Overeenkomst van opdracht. Geschil over uitvoering opdracht tot ontwikkeling van digitale applicatie. Is opdrachtnemer tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen? Tussenarrest met bewijsopdracht. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.348.793/01 zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 141858 arrest van 14 april 2026 in de zaak van Visualmedia B.V. die is gevestigd in Hoogeveen advocaat: mr. H. Scheper en [geïntimeerde] die woont in [woonplaats] advocaat: mr. R.S. van der Spek Partijen worden hierna Visualmedia en [geïntimeerde] genoemd. 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1. Visualmedia heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen op 17 juli 2024 tussen partijen heeft gewezen. [geïntimeerde] heeft vervolgens ook beroep ingesteld. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: • de dagvaarding in hoger beroep • de memorie van grieven • de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep • de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep • de akte uitlating productie, van de zijde van [geïntimeerde] • de brief van 23 februari 2026 van de zijde van [geïntimeerde] , met productie (productie 50) • de brief van 24 februari 2026 van de zijde van [geïntimeerde] , met producties (producties 51, 52) • het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling bij het hof van 6 maart 2026. 1.2. Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen. 2 De kern van de zaak 2.1. Tussen [geïntimeerde] en Visualmedia is een overeenkomst van opdracht gesloten. Het doel van de opdracht was de ontwikkeling van een digitale applicatie voor taxatie van onroerend goed. [geïntimeerde] (opdrachtgever) meent dat Visualmedia (opdrachtnemer) tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen en hij wil dat de bedragen die hij aan Visualmedia betaald heeft, worden terugbetaald. Visualmedia wil dat de facturen die onbetaald zijn gebleven, alsnog betaald worden. 2.2. Visualmedia heeft bij de rechtbank gevorderd om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van € 53.186,29, met rente en kosten. [geïntimeerde] heeft een tegenvordering ingesteld. [geïntimeerde] vorderde om vast te stellen dat Visualmedia tekortgeschoten is en dat hij de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden heeft. Verder vorderde [geïntimeerde] om Visualmedia te veroordelen tot terugbetaling van € 70.688,79 (met rente) en betaling van schadevergoeding. Tot slot heeft [geïntimeerde] gevraagd Visualmedia te veroordelen tot afgifte van domeinnaamregistraties en broncodes met bijbehorende data, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom. 2.3. De rechtbank heeft de vordering van Visualmedia grotendeels toegewezen; de tegenvordering van [geïntimeerde] is vrijwel geheel afgewezen. De rechtbank heeft [geïntimeerde] veroordeeld tot betaling van € 38.715,10 aan openstaande facturen, met rente en kosten. Visualmedia is veroordeeld tot afgifte van domeinnaamregistraties en broncodes met bijbehorende data. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2.4. Visualmedia heeft hoger beroep ingesteld en daarbij heeft zij haar eis vermeerderd. Visualmedia vordert dat [geïntimeerde] veroordeeld wordt tot betaling van een aanvullend bedrag van € 76.208,39. [geïntimeerde] vordert in incidenteel hoger beroep om zijn vorderingen alsnog volledig toe te wijzen en om de vorderingen van Visualmedia alsnog volledig af te wijzen. 2.5. Het hof neemt nog geen definitieve beslissing over de zaak. [geïntimeerde] zal namelijk de gelegenheid krijgen om bewijs te leveren van zijn stelling dat Visualmedia op een aantal punten tekortgeschoten is. Die beslissing wordt hieronder toegelicht. Daarbij geeft het hof eerst een kort overzicht van de feiten. 3 De feiten 3.1. Visualmedia is een web- en marketingbureau dat zich onder andere bezighoudt met de bouw van (maatwerk) websites en applicaties. 3.2. [geïntimeerde] is een bedrijfsmakelaar met een eigen bedrijfsmakelaarskantoor. Hij houdt zich onder andere bezig met het taxeren van onroerende zaken. [geïntimeerde] heeft als lid van een expertcommissie geadviseerd en ervaringen opgedaan met de taxatietool ‘Flux’. Die tool, die eigendom is van de NVM, is ontwikkeld binnen het Taxatie Management Instituut (TMI). 3.3. Medio 2018 heeft [geïntimeerde] met Visualmedia (onder andere de heer [naam1] ) diverse gesprekken gehad om de mogelijkheden te verkennen voor ontwikkeling van een nieuwe taxatietool. Het zou gaan om een tool waarbij de taxatiegegevens door de taxateur, via SBR Nexus en in bestandsformaat XBRL, aangeleverd kunnen worden bij de banken. [geïntimeerde] heeft in dat kader uitvoerig informatie aan Visualmedia verstrekt. 3.4. Op 3 december 2018 heeft Visualmedia aan [geïntimeerde] een offerte toegezonden. In de begeleidende brief bij de offerte schrijft Visualmedia: “ Betreft : Realisatie Taxatietool / SBR rapportage (…) Recentelijk hebben we gesproken over de ontwikkeling van een taxatietool voor vastgoed. Aanpalend is ook het genereren van een SBRL rapportage gewenst [ bedoeld is: XBRL rapportage; toevoeging hof ]. Aanleiding is de wens een eigen taxatietool te hebben die betreft mogelijkheden en gebruiksgemak de oplossing van Flux overtreft. We hebben naar aanleiding van de toegezonden informatie gekeken of het haalbaar is een tool te ontwikkelen. Als aangegeven hebben we geen knelpunten waargenomen en hebben we ook verschillende ideeën bij de navigatie door de applicatie heen. In dit voorstel leggen we de wijze van samenwerken vast. Het lijkt ons een mooie uitdaging hier een goede oplossing voor te realiseren, waarbij het een uitdaging is de marktstandaard te verslaan. Mochten er vragen zijn naar aanleiding van dit voorstel, dan hoor ik dat graag.” 3.5. De offerte van Visualmedia van 3 december 2018 vermeldt onder meer: “ Taxatietool [geïntimeerde] Vastgoed Een taxatietool zal worden ontwikkeld voor Commercieel Vastgoed. De tool moet het waarderen van vastgoed mogelijk maken. De basis is de functionaliteit van het systeem van TMS/Flux. De tool bestaat uit een groot aantal datavelden waarachter al dan niet parameters gekoppeld zijn. In deze fase van het project beperken we ons tot de basis van het systeem waarbij we met minimale parameters een correcte calculatie kunnen verwerken. We hebben er voor gekozen niet een volledige inventarisatie van wensen en specificaties te maken. Dit biedt de mogelijkheid gaande de ontwikkeling bij te sturen op wensen en inzichten die tijdens de ontwikkeling ontstaan. Belangrijk is het becommentariëren van de ingevoerde data zodat in de rapportage de data van een context kan worden voorzien. Hier zit een grote plus ten opzichte van de huidige markstandaard. De output van de applicatie en rapportage zal in SBR format op basis va XBRL worden gegenereerd. Deze standaard zal in de toekomst vereist zijn in de communicatie richting banken. Inschatting We hebben gekeken naar de applicatie en functionaliteit. Het realiseren van een basis versie van de berekening hebben we ingeschat op een 160 tot 200 uur. Een en ander is uiteraard afhankelijk van de wensen en inzichten die tijdens de realisatie ontstaan. Ook koppelingen met externe systemen vallen buiten deze begroting. Werken in sprints In de uitvoering van het project gaat gewerkt worden met sprints. Wekelijks wordt een planning/reservering gemaakt van 12 tot 16 uur die besteed wordt aan de realisatie van het project. Na iedere1 tot 3 weken vindt evaluatie plaatst van hetgeen ontwikkeld is. Er wordt dan bepaald welke zaken in de volgende sprint opgepakt worden. VisualMedia reserveert altijd voor de opvolgende 2 weken 12-16 uren.
Volledig
Het project kan ieder moment beëindigd worden tegen eind van de week met in achtneming van 2 weken. Wekelijks zal een factuur verstuurd worden op basis van de werkelijk gebruikte uren.” De offerte van Visualmedia vermeldt dat de algemene voorwaarden van Visualmedia van toepassing zijn (artikelen 21, 22 en 23 van die voorwaarden zijn later uitgesloten). Verder wordt het uurtarief van € 95,00 genoemd. Ook wordt genoemd een bedrag van € 800 per jaar voor ‘hosting applicatie met 1 uur support per jaar’. Betaling dient volgens de offerte te geschieden ‘21 dagen na factuur’. 3.6. Op of omstreeks 10 december 2018 heeft [geïntimeerde] aan Visualmedia opdracht gegeven om een taxatietool te ontwikkelen. 3.7. [geïntimeerde] had eind 2018/begin 2019 contact met enkele andere taxateurs/makelaars die (mogelijk) bereid waren om ook in de ontwikkeling van de taxatietool te investeren. De bedoeling van [geïntimeerde] was om een taxatietool te creëren die beter was dan de tool ‘Flux’ van de NVM, en om de eigen taxatietool uiteindelijk te gaan vermarkten. 3.8. SBR Nexus – een intermediair die data verzamelt, koppelt en doorstuurt aan de banken – werkte aanvankelijk met XBRL-versie VT12 (VT staat voor ‘vastgoedtaxonomie’). Begin 2019, kort na de start van het project, hebben [geïntimeerde] en Visualmedia ervoor gekozen om een deel van de werkzaamheden voor de tool (het deel dat zag op aanlevering van gegevens als XBRL-bestand aan SBR Nexus) aan te houden in afwachting van de beschikbaarheid van XBRL-versie VT13. Partijen hebben zich daarop enige tijd gericht op (onder meer) het verkrijgen van een presentabele demo van de taxatietool. Op 22 maart 2019 stuurde Visualmedia aan [geïntimeerde] een e-mail met daarin onder meer een gebruikersnaam en wachtwoord voor toegang tot een demo-versie van de tot dat moment ontwikkelde software voor de taxatietool. 3.9. Op 20 mei 2020 is het versturen en valideren van een XBRL-file via SBR Nexus in de demo-omgeving geslaagd. Op 4 december 2020 is dit gelukt in een test waarbij Rabobank betrokken geweest is. 3.10. Partijen hebben veel met elkaar gecorrespondeerd over de voortgang van het project en over het uitblijven van betalingen van de door Visualmedia aan [geïntimeerde] toegezonden facturen. In het najaar van 2020 heeft [geïntimeerde] voor de beslissing gestaan om al dan niet met het project door te gaan (een ‘go/no go’ beslissing). Volgens [geïntimeerde] waren de kosten uit de hand gelopen en leverde dit voor hem ernstige liquiditeitsproblemen op. [geïntimeerde] heeft er uiteindelijk voor gekozen om met het project verder te gaan. 3.11. Op 1 april 2021 heeft Visualmedia aan [geïntimeerde] laten weten dat zij voornemens was haar werkzaamheden op te schorten, dit vanwege de ontstane betalingsachterstanden. Ook op 16 september 2021 heeft Visualmedia een dergelijke mededeling aan [geïntimeerde] gedaan. Partijen zijn daarop eind 2021 overeengekomen dat Visualmedia zou komen tot een technisch werkende aanlevering van XBRL-bestanden op basis van XBRL-versie VT14, en dat [geïntimeerde] vervolgens zou overgaan tot betaling van de openstaande facturen van in totaal € 39.464,49 (inclusief btw), vermeerderd met € 5.000,00 (exclusief btw) voor eventueel resterende werkzaamheden dan wel als bonus. Op 24 december 2021 heeft Visualmedia per e-mail aan [geïntimeerde] bericht dat de taxatietool die dag met succes was opgeleverd en partijen konden zien dat de bestanden naar SBR Nexus verzonden werden en gevalideerd werden. Een en ander heeft er echter niet toe geleid dat partijen uit de ontstane impasse zijn gekomen. 3.12. In januari 2022 heeft Visualmedia vanwege het onbetaald blijven van aan [geïntimeerde] toegezonden facturen, enkele door haar beheerde websites/e-mailfaciliteiten van [geïntimeerde] enige tijd ‘offline’ gezet. 4 De beoordeling De vorderingen in hoger beroep 4.1. De rechtbank heeft in haar eindvonnis de vorderingen van Visualmedia grotendeels toegewezen. [geïntimeerde] is veroordeeld tot betaling van € 44.522,37 (facturen en kosten), te vermeerderen met wettelijke handelsrente over € 38.715,10 vanaf de vervaldata van de facturen. Verder is [geïntimeerde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de procedure in conventie in eerste aanleg. In reconventie heeft de rechtbank Visualmedia veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis aan [geïntimeerde] over te dragen “de domeinnaamregistraties, de broncodes en alle data van en behorende bij de domeinnamen: (a.) ‘fienbentum.nl’, (b.) ‘viavia.info’ en (c.) ‘transactiescan.nl’”. De proceskosten in reconventie zijn gecompenseerd. De rechtbank heeft de genoemde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde is afgewezen. 4.2. Visualmedia vordert in hoger beroep om het vonnis van de rechtbank te vernietigen voor zover haar vorderingen daarin zijn afgewezen, en om – in zoverre opnieuw rechtdoende – [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van een aanvullend bedrag van € 76.208,39. Dit bedrag betreft, naar het hof begrijpt, € 21.556,24 aan onbetaalde facturen, een compensatie van € 50.000,- wegens inbreuk op auteursrecht, en € 4.652,15 aan buitengerechtelijke kosten. 4.3. [geïntimeerde] vordert in incidenteel hoger beroep dat de vorderingen van Visualmedia alsnog volledig worden afgewezen en dat zijn bij de rechtbank ingestelde tegenvorderingen alsnog worden toegewezen. Die tegenvorderingen houden in, kort gezegd, dat vastgesteld wordt dat Visualmedia tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst en dat [geïntimeerde] de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden heeft, en dat Visualmedia veroordeeld wordt tot terugbetaling van € 70.688,79 (met rente) en vergoeding van de schade die [geïntimeerde] door de tekortkoming en de ontbinding lijdt. Verder vraagt [geïntimeerde] het hof om alsnog een dwangsom te verbinden aan de veroordeling tot afgifte van de domeinnaamregistraties en broncodes (met bijbehorende data) en om Visualmedia te veroordelen tot terugbetaling van alles wat hij voldaan heeft ter voldoening aan het vonnis van de rechtbank. 4.4. Het hof zal eerst de vorderingen van [geïntimeerde] beoordelen. Het gaat daarbij allereerst om de vraag of Visualmedia, zoals [geïntimeerde] meent, tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst (grief I in incidenteel hoger beroep). Als het hof oordeelt dat de vorderingen van [geïntimeerde] toewijsbaar zijn, dan volgt daaruit namelijk dat de vorderingen van Visualmedia geheel, of in elk geval voor een belangrijk deel moeten worden afgewezen. De inhoud van de overeenkomst 4.5. Bij beantwoording van de vraag of Visualmedia tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst, is allereerst van belang wat er tussen partijen overeengekomen is. De vraag wat overeengekomen is, moet beantwoord worden aan de hand van de zogenaamde Haviltex-maatstaf. Deze maatstaf houdt in, kort gezegd, dat niet alleen gekeken moet worden naar een taalkundige uitleg van de contractsbepalingen, maar dat het aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij dienen alle omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen. 4.6. Tussen partijen is, zoals ook niet ter discussie staat, een overeenkomst van opdracht gesloten. [geïntimeerde] betoogt dat die overeenkomst inhield dat Visualmedia een ‘complete’ taxatietool zou maken die beter was dan de taxatietool Flux, dit in de arbeidsuren zoals die in de offerte van 3 december 2018 waren ingeschat (160 tot 200 arbeidsuren). Het hof verwerpt dat betoog van [geïntimeerde] . Visualmedia wijst er terecht op dat de offerte uitdrukkelijk vermeldt dat partijen zich ‘in deze fase van het project’ zullen beperken ‘tot de basis van het systeem waarbij we met minimale parameters een correcte calculatie kunnen verwerken’.
Volledig
Het project kan ieder moment beëindigd worden tegen eind van de week met in achtneming van 2 weken. Wekelijks zal een factuur verstuurd worden op basis van de werkelijk gebruikte uren.” De offerte van Visualmedia vermeldt dat de algemene voorwaarden van Visualmedia van toepassing zijn (artikelen 21, 22 en 23 van die voorwaarden zijn later uitgesloten). Verder wordt het uurtarief van € 95,00 genoemd. Ook wordt genoemd een bedrag van € 800 per jaar voor ‘hosting applicatie met 1 uur support per jaar’. Betaling dient volgens de offerte te geschieden ‘21 dagen na factuur’. 3.6. Op of omstreeks 10 december 2018 heeft [geïntimeerde] aan Visualmedia opdracht gegeven om een taxatietool te ontwikkelen. 3.7. [geïntimeerde] had eind 2018/begin 2019 contact met enkele andere taxateurs/makelaars die (mogelijk) bereid waren om ook in de ontwikkeling van de taxatietool te investeren. De bedoeling van [geïntimeerde] was om een taxatietool te creëren die beter was dan de tool ‘Flux’ van de NVM, en om de eigen taxatietool uiteindelijk te gaan vermarkten. 3.8. SBR Nexus – een intermediair die data verzamelt, koppelt en doorstuurt aan de banken – werkte aanvankelijk met XBRL-versie VT12 (VT staat voor ‘vastgoedtaxonomie’). Begin 2019, kort na de start van het project, hebben [geïntimeerde] en Visualmedia ervoor gekozen om een deel van de werkzaamheden voor de tool (het deel dat zag op aanlevering van gegevens als XBRL-bestand aan SBR Nexus) aan te houden in afwachting van de beschikbaarheid van XBRL-versie VT13. Partijen hebben zich daarop enige tijd gericht op (onder meer) het verkrijgen van een presentabele demo van de taxatietool. Op 22 maart 2019 stuurde Visualmedia aan [geïntimeerde] een e-mail met daarin onder meer een gebruikersnaam en wachtwoord voor toegang tot een demo-versie van de tot dat moment ontwikkelde software voor de taxatietool. 3.9. Op 20 mei 2020 is het versturen en valideren van een XBRL-file via SBR Nexus in de demo-omgeving geslaagd. Op 4 december 2020 is dit gelukt in een test waarbij Rabobank betrokken geweest is. 3.10. Partijen hebben veel met elkaar gecorrespondeerd over de voortgang van het project en over het uitblijven van betalingen van de door Visualmedia aan [geïntimeerde] toegezonden facturen. In het najaar van 2020 heeft [geïntimeerde] voor de beslissing gestaan om al dan niet met het project door te gaan (een ‘go/no go’ beslissing). Volgens [geïntimeerde] waren de kosten uit de hand gelopen en leverde dit voor hem ernstige liquiditeitsproblemen op. [geïntimeerde] heeft er uiteindelijk voor gekozen om met het project verder te gaan. 3.11. Op 1 april 2021 heeft Visualmedia aan [geïntimeerde] laten weten dat zij voornemens was haar werkzaamheden op te schorten, dit vanwege de ontstane betalingsachterstanden. Ook op 16 september 2021 heeft Visualmedia een dergelijke mededeling aan [geïntimeerde] gedaan. Partijen zijn daarop eind 2021 overeengekomen dat Visualmedia zou komen tot een technisch werkende aanlevering van XBRL-bestanden op basis van XBRL-versie VT14, en dat [geïntimeerde] vervolgens zou overgaan tot betaling van de openstaande facturen van in totaal € 39.464,49 (inclusief btw), vermeerderd met € 5.000,00 (exclusief btw) voor eventueel resterende werkzaamheden dan wel als bonus. Op 24 december 2021 heeft Visualmedia per e-mail aan [geïntimeerde] bericht dat de taxatietool die dag met succes was opgeleverd en partijen konden zien dat de bestanden naar SBR Nexus verzonden werden en gevalideerd werden. Een en ander heeft er echter niet toe geleid dat partijen uit de ontstane impasse zijn gekomen. 3.12. In januari 2022 heeft Visualmedia vanwege het onbetaald blijven van aan [geïntimeerde] toegezonden facturen, enkele door haar beheerde websites/e-mailfaciliteiten van [geïntimeerde] enige tijd ‘offline’ gezet. 4 De beoordeling De vorderingen in hoger beroep 4.1. De rechtbank heeft in haar eindvonnis de vorderingen van Visualmedia grotendeels toegewezen. [geïntimeerde] is veroordeeld tot betaling van € 44.522,37 (facturen en kosten), te vermeerderen met wettelijke handelsrente over € 38.715,10 vanaf de vervaldata van de facturen. Verder is [geïntimeerde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de procedure in conventie in eerste aanleg. In reconventie heeft de rechtbank Visualmedia veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis aan [geïntimeerde] over te dragen “de domeinnaamregistraties, de broncodes en alle data van en behorende bij de domeinnamen: (a.) ‘fienbentum.nl’, (b.) ‘viavia.info’ en (c.) ‘transactiescan.nl’”. De proceskosten in reconventie zijn gecompenseerd. De rechtbank heeft de genoemde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde is afgewezen. 4.2. Visualmedia vordert in hoger beroep om het vonnis van de rechtbank te vernietigen voor zover haar vorderingen daarin zijn afgewezen, en om – in zoverre opnieuw rechtdoende – [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van een aanvullend bedrag van € 76.208,39. Dit bedrag betreft, naar het hof begrijpt, € 21.556,24 aan onbetaalde facturen, een compensatie van € 50.000,- wegens inbreuk op auteursrecht, en € 4.652,15 aan buitengerechtelijke kosten. 4.3. [geïntimeerde] vordert in incidenteel hoger beroep dat de vorderingen van Visualmedia alsnog volledig worden afgewezen en dat zijn bij de rechtbank ingestelde tegenvorderingen alsnog worden toegewezen. Die tegenvorderingen houden in, kort gezegd, dat vastgesteld wordt dat Visualmedia tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst en dat [geïntimeerde] de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden heeft, en dat Visualmedia veroordeeld wordt tot terugbetaling van € 70.688,79 (met rente) en vergoeding van de schade die [geïntimeerde] door de tekortkoming en de ontbinding lijdt. Verder vraagt [geïntimeerde] het hof om alsnog een dwangsom te verbinden aan de veroordeling tot afgifte van de domeinnaamregistraties en broncodes (met bijbehorende data) en om Visualmedia te veroordelen tot terugbetaling van alles wat hij voldaan heeft ter voldoening aan het vonnis van de rechtbank. 4.4. Het hof zal eerst de vorderingen van [geïntimeerde] beoordelen. Het gaat daarbij allereerst om de vraag of Visualmedia, zoals [geïntimeerde] meent, tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst (grief I in incidenteel hoger beroep). Als het hof oordeelt dat de vorderingen van [geïntimeerde] toewijsbaar zijn, dan volgt daaruit namelijk dat de vorderingen van Visualmedia geheel, of in elk geval voor een belangrijk deel moeten worden afgewezen. De inhoud van de overeenkomst 4.5. Bij beantwoording van de vraag of Visualmedia tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst, is allereerst van belang wat er tussen partijen overeengekomen is. De vraag wat overeengekomen is, moet beantwoord worden aan de hand van de zogenaamde Haviltex-maatstaf. Deze maatstaf houdt in, kort gezegd, dat niet alleen gekeken moet worden naar een taalkundige uitleg van de contractsbepalingen, maar dat het aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij dienen alle omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen. 4.6. Tussen partijen is, zoals ook niet ter discussie staat, een overeenkomst van opdracht gesloten. [geïntimeerde] betoogt dat die overeenkomst inhield dat Visualmedia een ‘complete’ taxatietool zou maken die beter was dan de taxatietool Flux, dit in de arbeidsuren zoals die in de offerte van 3 december 2018 waren ingeschat (160 tot 200 arbeidsuren). Het hof verwerpt dat betoog van [geïntimeerde] . Visualmedia wijst er terecht op dat de offerte uitdrukkelijk vermeldt dat partijen zich ‘in deze fase van het project’ zullen beperken ‘tot de basis van het systeem waarbij we met minimale parameters een correcte calculatie kunnen verwerken’.
Volledig
Verder staat er uitdrukkelijk dat de ureninschatting van 160 tot 200 betrekking heeft op de bedoelde ‘basis versie’, en dat ‘ook koppelingen met externe systemen’ buiten de gegeven begroting vallen (zie hierboven, onder 3.5). [geïntimeerde] zelf verklaart dat de koppelingen met externe systemen zoals het Kadaster en Ruimtelijke Plannen, deel waren van de taxatietool die hij als eindresultaat voor ogen had. [geïntimeerde] heeft echter niet voldoende duidelijk gemaakt uit welke feiten en omstandigheden volgt dat hij de offerte en de verdere verklaringen en gedragingen van Visualmedia niettemin – ondanks de vermeldingen in de offerte – zo heeft mogen begrijpen dat Visualmedia in de geschatte 160 à 200 uren, een complete en concurrerende tool zou ontwikkelen. Naar het oordeel van het hof heeft [geïntimeerde] het aanbod van Visualmedia in de gegeven omstandigheden in redelijkheid aldus behoren te begrijpen dat de genoemde ureninschatting alleen zag op een ‘basis versie’ voor de tool, en dat die versie de basis zou kunnen vormen voor een verdere uitwerking tot een complete taxatietool die zich kon meten met Flux. 4.7. [geïntimeerde] betoogt dat partijen bij aanvang van het project niet gesproken hebben over het aantal velden waarmee de taxatietool zou moeten werken. De tool Flux werkte met 1.800 velden. Volgens [geïntimeerde] mocht hij er dan ook van uitgaan dat de basisversie van de te ontwikkelen tool zou werken met veel méér dan 1.800 velden. Het hof verwerpt dat betoog. Visualmedia wijst er terecht op dat de offerte van 3 december 2018 hierover vermeldt: “In deze fase van het project beperken we ons tot de basis van het systeem waarbij we met minimale parameters een correcte calculatie kunnen verwerken” (zie hierboven, onder 3.5). Visualmedia heeft in dit verband verder gewezen op haar e-mail aan [geïntimeerde] van 11 januari 2019 (productie 24 Visualmedia). In die e-mail schrijft Visualmedia: “Hierbij even kort de status waar we staan mbt wat we vanmiddag besproken hebben en wat we hebben gerealiseerd. Een korte samenvatting (…). We zijn gestart met het realiseren van een rapportagetool die het mogelijk maakt om goede en door jou klant te interpreteren rapportages kan maken. Daarbij speelt lay-out en gebruiksvriendelijkheid aan de dataentry kant een belangrijke rol. Vanuit deze opzet heb je aangegeven welke 70 velden de tool zou moeten bevatten. Deze velden heb je naar ik begrepen heb verkregen van SBR banken. (…)” Naar het oordeel van het hof heeft Visualmedia hiermee voldoende aangetoond dat destijds wel degelijk over het aantal velden gesproken is, en dat partijen daarbij afgesproken hebben dat in de ‘basisversie’ van de tool gewerkt zou worden met het minimum van circa 70 of 80 velden. Overigens heeft Visualmedia er op de zitting in het hoger beroep nog op gewezen dat [geïntimeerde] zelf de e-mail heeft overgelegd waarmee hij op 3 december 2019 bij SBR Banken navraag deed naar het minimale aantal velden (productie 7 [geïntimeerde] ). 4.8. Het hof is verder met de rechtbank van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat tussen partijen sprake was van een resultaatsverbintenis in die zin dat Visualmedia toegezegd heeft dat een bepaald eindresultaat werd bereikt. Partijen hebben bij aanvang van het project vastgelegd dat Visualmedia een ‘basisversie’ van de tool zou ontwikkelen en dat gewerkt zou worden in fases/sprints, waarbij tussentijds de werkzaamheden, resultaten en doelen steeds geëvalueerd zouden worden en afspraken zouden worden gemaakt over het vervolg (zie hierboven, onder 3.5). Visualmedia heeft toegelicht dat de werkzaamheden feitelijk ook steeds in fases en in onderling overleg plaatsvonden, en zij heeft dit ook onderbouwd met verwijzing naar de correspondentie die partijen in de loop van het project gevoerd hebben (zie onder meer de hierna onder 4.9 genoemde e-mail van Visualmedia van 3 juli 2019; productie 37 Visualmedia). Dit is door [geïntimeerde] ook niet voldoende gemotiveerd weersproken. 4.9. [geïntimeerde] betoogt dat hij, naast de opdracht voor de eerste (basis)versie, slechts één aanvullend verzoek aan Visualmedia heeft gedaan. Het gaat, aldus [geïntimeerde] , om het verzoek aan Visualmedia om een koppeling met KvK-gegevens in te bouwen. Het hof verwerpt deze stelling van [geïntimeerde] . Visualmedia wijst er terecht op dat [geïntimeerde] met die stelling uitgaat van (en voortbouwt op) de veronderstelling dat de basisversie van de tool zoals bedoeld in de offerte van 3 december 2018, een complete taxatietool zou zijn die beter was dan Flux. Die veronderstelling is, zoals hiervoor is toegelicht, onjuist. Visualmedia heeft ook toegelicht en onderbouwd dat [geïntimeerde] , na de aanvankelijke opdracht tot ontwikkeling van een eenvoudige basisversie, aanvullende opdrachten gaf om te komen tot ontwikkeling van een volwaardige taxatietool. Visualmedia heeft er verder op gewezen dat partijen vaak mondeling en per mail contact hadden over de voortgang van het project, en dat Visualmedia haar uren met korte tussenpozen factureerde. Visualmedia heeft in dat kader onder meer gewezen op haar e-mail aan [geïntimeerde] van 3 juli 2019 (productie 37 Visualmedia). In die e-mail schrijft Visualmedia, naar aanleiding van een opmerking van [geïntimeerde] over de oplopende kosten: “Naar mijn idee hebben we je keurig op de hoogte gehouden dmv de wekelijkse gesprekken. Daarbij is 1 à 2 wekelijks een overzicht van kosten gegeven. Een verrassing kan het dan bijna niet zijn denk ik. Tijdens de updates op vrijdag heb ik sterk aangestuurd op het afkaderen van de werkzaamheden, maar je hebt zelf steeds nieuwe werkzaamheden ter tafel gebracht. Prima om dit a.s. vrijdag ook door te nemen.” Visualmedia wijst in dit verband verder onder meer op de mail van [geïntimeerde] van 11 december 2020, waaruit – zoals Visualmedia opmerkt – volgt dat [geïntimeerde] Visualmedia opdracht gaf voor werkzaamheden in het kader van een ‘BIV wijziging’ (productie 47 Visualmedia). Verder heeft Visualmedia als productie 31 een overzicht van werkzaamheden overgelegd. Het betreft volgens Visualmedia een gespecificeerd overzicht van alle werkzaamheden (met urenregistratie) die zij voor [geïntimeerde] heeft uitgevoerd. Het gaat, aldus Visualmedia, om in totaal 926,65 uren, waarvan 894,41 uren aan [geïntimeerde] in rekening zijn gebracht. Visualmedia verklaart dat [geïntimeerde] (in elk geval tot eind 2021) nooit heeft laten weten dat de facturen onjuist zouden zijn of dat Visualmedia werkzaamheden in rekening bracht waartoe geen opdracht was gegeven. Dat laatste is door [geïntimeerde] ook niet weersproken. Het hof is van oordeel dat het onder die omstandigheden op de weg van [geïntimeerde] lag om nader toe te lichten en te specificeren voor welke werkzaamheden geen opdracht zou zijn gegeven. 4.10. Het hof is van oordeel dat Visualmedia, anders dan de rechtbank heeft aangenomen, ook voldoende heeft aangetoond dat opdracht is gegeven voor de specifieke werkzaamheden die op de (algemene) factuur 20810168 van 5 januari 2021 vermeld zijn als “het overzetten naar nieuwe php-versie, vervangen van het commando ‘object’, voorwerk BIV2 en toevoegen van hulpteksten bij de i-tjes”. In de e-mail van 5 oktober 2020 vermeldt [geïntimeerde] bij de nog door Visualmedia nog te verrichten werkzaamheden immers onder meer “PhP perikelen” en “Taxatie vs object” (waarover [geïntimeerde] in de e-mail schrijft, kennelijk als voorstel: “Vervolgens koppelen we bij aanmaken ‘object’ deze ‘taxatieopdracht’ er onder en het ‘object’ wordt dan de taxatieopdracht”) (productie 30 Visualmedia). En in de e-mail van 11 december 2020 schrijft [geïntimeerde] bij een opsomming van werkzaamheden die Visualmedia volgens hem al had moeten uitvoeren onder meer: “SBR contacte[re]n om jullie door de BIV wijziging heen te helpen” en “i’tjes implementeren” (productie 10 Visualmedia). Het hof is met Visualmedia van oordeel dat hieruit volgt dat [geïntimeerde] wel degelijk opdracht voor de bedoelde werkzaamheden heeft gegeven. Verplichtingen van Visualmedia Uitgangspunten 4.11. De tussen partijen gesloten overeenkomst is een overeenkomst van opdracht (zie artikel 7:400 e.v. BW).
Volledig
Verder staat er uitdrukkelijk dat de ureninschatting van 160 tot 200 betrekking heeft op de bedoelde ‘basis versie’, en dat ‘ook koppelingen met externe systemen’ buiten de gegeven begroting vallen (zie hierboven, onder 3.5). [geïntimeerde] zelf verklaart dat de koppelingen met externe systemen zoals het Kadaster en Ruimtelijke Plannen, deel waren van de taxatietool die hij als eindresultaat voor ogen had. [geïntimeerde] heeft echter niet voldoende duidelijk gemaakt uit welke feiten en omstandigheden volgt dat hij de offerte en de verdere verklaringen en gedragingen van Visualmedia niettemin – ondanks de vermeldingen in de offerte – zo heeft mogen begrijpen dat Visualmedia in de geschatte 160 à 200 uren, een complete en concurrerende tool zou ontwikkelen. Naar het oordeel van het hof heeft [geïntimeerde] het aanbod van Visualmedia in de gegeven omstandigheden in redelijkheid aldus behoren te begrijpen dat de genoemde ureninschatting alleen zag op een ‘basis versie’ voor de tool, en dat die versie de basis zou kunnen vormen voor een verdere uitwerking tot een complete taxatietool die zich kon meten met Flux. 4.7. [geïntimeerde] betoogt dat partijen bij aanvang van het project niet gesproken hebben over het aantal velden waarmee de taxatietool zou moeten werken. De tool Flux werkte met 1.800 velden. Volgens [geïntimeerde] mocht hij er dan ook van uitgaan dat de basisversie van de te ontwikkelen tool zou werken met veel méér dan 1.800 velden. Het hof verwerpt dat betoog. Visualmedia wijst er terecht op dat de offerte van 3 december 2018 hierover vermeldt: “In deze fase van het project beperken we ons tot de basis van het systeem waarbij we met minimale parameters een correcte calculatie kunnen verwerken” (zie hierboven, onder 3.5). Visualmedia heeft in dit verband verder gewezen op haar e-mail aan [geïntimeerde] van 11 januari 2019 (productie 24 Visualmedia). In die e-mail schrijft Visualmedia: “Hierbij even kort de status waar we staan mbt wat we vanmiddag besproken hebben en wat we hebben gerealiseerd. Een korte samenvatting (…). We zijn gestart met het realiseren van een rapportagetool die het mogelijk maakt om goede en door jou klant te interpreteren rapportages kan maken. Daarbij speelt lay-out en gebruiksvriendelijkheid aan de dataentry kant een belangrijke rol. Vanuit deze opzet heb je aangegeven welke 70 velden de tool zou moeten bevatten. Deze velden heb je naar ik begrepen heb verkregen van SBR banken. (…)” Naar het oordeel van het hof heeft Visualmedia hiermee voldoende aangetoond dat destijds wel degelijk over het aantal velden gesproken is, en dat partijen daarbij afgesproken hebben dat in de ‘basisversie’ van de tool gewerkt zou worden met het minimum van circa 70 of 80 velden. Overigens heeft Visualmedia er op de zitting in het hoger beroep nog op gewezen dat [geïntimeerde] zelf de e-mail heeft overgelegd waarmee hij op 3 december 2019 bij SBR Banken navraag deed naar het minimale aantal velden (productie 7 [geïntimeerde] ). 4.8. Het hof is verder met de rechtbank van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat tussen partijen sprake was van een resultaatsverbintenis in die zin dat Visualmedia toegezegd heeft dat een bepaald eindresultaat werd bereikt. Partijen hebben bij aanvang van het project vastgelegd dat Visualmedia een ‘basisversie’ van de tool zou ontwikkelen en dat gewerkt zou worden in fases/sprints, waarbij tussentijds de werkzaamheden, resultaten en doelen steeds geëvalueerd zouden worden en afspraken zouden worden gemaakt over het vervolg (zie hierboven, onder 3.5). Visualmedia heeft toegelicht dat de werkzaamheden feitelijk ook steeds in fases en in onderling overleg plaatsvonden, en zij heeft dit ook onderbouwd met verwijzing naar de correspondentie die partijen in de loop van het project gevoerd hebben (zie onder meer de hierna onder 4.9 genoemde e-mail van Visualmedia van 3 juli 2019; productie 37 Visualmedia). Dit is door [geïntimeerde] ook niet voldoende gemotiveerd weersproken. 4.9. [geïntimeerde] betoogt dat hij, naast de opdracht voor de eerste (basis)versie, slechts één aanvullend verzoek aan Visualmedia heeft gedaan. Het gaat, aldus [geïntimeerde] , om het verzoek aan Visualmedia om een koppeling met KvK-gegevens in te bouwen. Het hof verwerpt deze stelling van [geïntimeerde] . Visualmedia wijst er terecht op dat [geïntimeerde] met die stelling uitgaat van (en voortbouwt op) de veronderstelling dat de basisversie van de tool zoals bedoeld in de offerte van 3 december 2018, een complete taxatietool zou zijn die beter was dan Flux. Die veronderstelling is, zoals hiervoor is toegelicht, onjuist. Visualmedia heeft ook toegelicht en onderbouwd dat [geïntimeerde] , na de aanvankelijke opdracht tot ontwikkeling van een eenvoudige basisversie, aanvullende opdrachten gaf om te komen tot ontwikkeling van een volwaardige taxatietool. Visualmedia heeft er verder op gewezen dat partijen vaak mondeling en per mail contact hadden over de voortgang van het project, en dat Visualmedia haar uren met korte tussenpozen factureerde. Visualmedia heeft in dat kader onder meer gewezen op haar e-mail aan [geïntimeerde] van 3 juli 2019 (productie 37 Visualmedia). In die e-mail schrijft Visualmedia, naar aanleiding van een opmerking van [geïntimeerde] over de oplopende kosten: “Naar mijn idee hebben we je keurig op de hoogte gehouden dmv de wekelijkse gesprekken. Daarbij is 1 à 2 wekelijks een overzicht van kosten gegeven. Een verrassing kan het dan bijna niet zijn denk ik. Tijdens de updates op vrijdag heb ik sterk aangestuurd op het afkaderen van de werkzaamheden, maar je hebt zelf steeds nieuwe werkzaamheden ter tafel gebracht. Prima om dit a.s. vrijdag ook door te nemen.” Visualmedia wijst in dit verband verder onder meer op de mail van [geïntimeerde] van 11 december 2020, waaruit – zoals Visualmedia opmerkt – volgt dat [geïntimeerde] Visualmedia opdracht gaf voor werkzaamheden in het kader van een ‘BIV wijziging’ (productie 47 Visualmedia). Verder heeft Visualmedia als productie 31 een overzicht van werkzaamheden overgelegd. Het betreft volgens Visualmedia een gespecificeerd overzicht van alle werkzaamheden (met urenregistratie) die zij voor [geïntimeerde] heeft uitgevoerd. Het gaat, aldus Visualmedia, om in totaal 926,65 uren, waarvan 894,41 uren aan [geïntimeerde] in rekening zijn gebracht. Visualmedia verklaart dat [geïntimeerde] (in elk geval tot eind 2021) nooit heeft laten weten dat de facturen onjuist zouden zijn of dat Visualmedia werkzaamheden in rekening bracht waartoe geen opdracht was gegeven. Dat laatste is door [geïntimeerde] ook niet weersproken. Het hof is van oordeel dat het onder die omstandigheden op de weg van [geïntimeerde] lag om nader toe te lichten en te specificeren voor welke werkzaamheden geen opdracht zou zijn gegeven. 4.10. Het hof is van oordeel dat Visualmedia, anders dan de rechtbank heeft aangenomen, ook voldoende heeft aangetoond dat opdracht is gegeven voor de specifieke werkzaamheden die op de (algemene) factuur 20810168 van 5 januari 2021 vermeld zijn als “het overzetten naar nieuwe php-versie, vervangen van het commando ‘object’, voorwerk BIV2 en toevoegen van hulpteksten bij de i-tjes”. In de e-mail van 5 oktober 2020 vermeldt [geïntimeerde] bij de nog door Visualmedia nog te verrichten werkzaamheden immers onder meer “PhP perikelen” en “Taxatie vs object” (waarover [geïntimeerde] in de e-mail schrijft, kennelijk als voorstel: “Vervolgens koppelen we bij aanmaken ‘object’ deze ‘taxatieopdracht’ er onder en het ‘object’ wordt dan de taxatieopdracht”) (productie 30 Visualmedia). En in de e-mail van 11 december 2020 schrijft [geïntimeerde] bij een opsomming van werkzaamheden die Visualmedia volgens hem al had moeten uitvoeren onder meer: “SBR contacte[re]n om jullie door de BIV wijziging heen te helpen” en “i’tjes implementeren” (productie 10 Visualmedia). Het hof is met Visualmedia van oordeel dat hieruit volgt dat [geïntimeerde] wel degelijk opdracht voor de bedoelde werkzaamheden heeft gegeven. Verplichtingen van Visualmedia Uitgangspunten 4.11. De tussen partijen gesloten overeenkomst is een overeenkomst van opdracht (zie artikel 7:400 e.v. BW).
Volledig
Een opdrachtnemer – hier Visualmedia – moet bij de uitvoering van de opdracht de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen (artikel 7:401 BW). Wat die zorgplicht in een concreet geval inhoudt of meebrengt, hangt onder meer af van de aard en inhoud van de overeenkomst en van de persoon van de opdrachtgever en de opdrachtnemer. 4.12. [geïntimeerde] betoogt dat Visualmedia de rol had van IT-leverancier en dat er om die reden op Visualmedia als opdrachtnemer een verzwaarde zorgplicht rustte. Die verzwaarde zorgplicht houdt in, aldus [geïntimeerde] , dat Visualmedia bij de uitvoering van de opdracht moet voldoen aan de mate van zorgvuldigheid die van een redelijk handelend en bekwaam IT-deskundige geëist mag worden, en dat Visualmedia het belang van de opdrachtgever voorop moet stellen. Het hof acht dit in zoverre juist dat bij de beantwoording van de vraag wat de zorgplicht van Visualmedia in dit geval inhoudt, mede in aanmerking moet worden genomen dat sprake is van een IT-contract. Het gaat hier om een opdracht voor de ontwikkeling van een digitale applicatie, en voor uitvoering van die opdracht was specifieke technische kennis en ervaring nodig. Overigens moet, zoals Visualmedia terecht opmerkt, ook acht worden geslagen op de bij [geïntimeerde] zélf aanwezige kennis en ervaring. Visualmedia wijst erop dat [geïntimeerde] als lid van een expertisecommissie in elk geval enige kennis had van en ervaring had met de tool Flux had, en dat [geïntimeerde] – daarbij puttend uit die ervaring – ook specifieke instructies gaf aan Visualmedia voor de ontwikkeling van de eigen taxatietool. Verder neemt het hof in aanmerking dat [geïntimeerde] zakelijk opdrachtgever is en dat hij de tool niet alleen wilde gebruiken voor zijn eigen activiteiten als taxateur, maar dat hij de tool ook wilde exploiteren door deze tegen betaling in gebruik te geven aan derden. [geïntimeerde] had in dat kader destijds ook contact met enkele (mogelijke) mede-investeerders, en dit gegeven – waarover tussen [geïntimeerde] en Visualmedia ook gesproken werd – was, in elk geval volgens Visualmedia, ook van invloed op de wijze waarop het project werd uitgevoerd. Waarschuwen voor totale kosten; informeren over werkzaamheden en gemaakte kosten 4.13. [geïntimeerde] stelt dat Visualmedia in de eerste plaats in haar zorgplicht tekortgeschoten is doordat zij veel meer kosten in rekening heeft gebracht dan aanvankelijk was ingeschat. Dit betoog wordt verworpen. Anders dan [geïntimeerde] meent, kan niet worden aangenomen dat de inschatting van Visualmedia die vermeld is in de offerte van 3 december 2018, betrekking had op de ontwikkeling van een complete taxatietool. Die inschatting (160 tot 200 uur, tegen € 95 per uur excl. btw) zag enkel op de basisversie. Visualmedia wijst er bovendien terecht op dat uit de overgelegde e-mails blijkt dat zij in elk geval al op 11 april 2019 gewaarschuwd heeft dat de totale kosten van de ontwikkeling in de tool ‘in de tonnen’ konden lopen (zie productie 5 Visualmedia). Op die datum schreef [geïntimeerde] aan Visualmedia: “(…) Ook moeten we het morgen even hebben over de kosten tot nu toe, en de kosten per sprint, want zoals het nu gaat lijkt het me wel extreem uit de klauwen te lopen en als ik dan de eerste begroting in ogenschouw neem ... .” Visualmedia heeft in reactie daarop diezelfde dag aan [geïntimeerde] geschreven: “(…) Betreft de kosten hebben we je zo goed mogelijk op de hoogte gehouden. Daarin verschillende keuzes gegeven om al dan niet verfijnd te ontwikkelen en grip te houden. . Ik heb je ook aangegeven dat het heel groot zou kunnen worden. Immers zijn er partijen die al jaren in deze markt aan het ontwikkelen zijn. Ik heb daarbij bedragen genoemd van tonnen die er ingestoken zouden kunnen worden. Ook heb je duidelijk gestuurd op een hoog detailniveau, ook daar waar ik grofmazige of met minder details had kunnen werken. In dat kader kan dit geen verrassingen hebben denk ik.” Het betoog van [geïntimeerde] dat hij ervan uitging dat met die ‘tonnen’ gedoeld werd op andere kosten, zoals de kosten voor marketing, is tevergeefs. Onderwerp van de bovengenoemde e-mails zijn immers de oplopende kosten van Visualmedia. Dat de opmerking over de ‘tonnen’ aldus begrepen zou kunnen en mogen worden dat deze opmerking (mede) ziet op andere kosten dan de ontwikkelingskosten van Visualmedia, valt bij gebreke van een andere toelichting en onderbouwing niet in te zien. Visualmedia heeft met de genoemde e-mail wel degelijk duidelijk gewaarschuwd dat de totale kosten voor ontwikkeling van de taxatietool ‘in de tonnen’ zouden kunnen lopen. 4.14. Visualmedia heeft toegelicht en onderbouwd dat zij [geïntimeerde] telkens tussentijds en tijdig over de verrichte werkzaamheden en de kosten daarvan geïnformeerd heeft, en dat zij ook bij herhaling heeft gewezen op het belang van inperking of prioritering van de aan haar gegeven instructies. Visualmedia heeft in dat verband onder meer gewezen op de e-mail van 3 juli 2019, waarin zij opmerkt dat zij 1 à 2 wekelijks een overzicht heeft gegeven van de kosten en waarin zij ook (nogmaals) wijst op de noodzaak om de werkzaamheden af te kaderen (zie hierboven, onder 4.9). Ook heeft Visualmedia gewezen op de specificatie van haar werkzaamheden (productie 31 Visualmedia). Visualmedia heeft verder toegelicht dat zij [geïntimeerde] niet alleen tussentijds steeds informeerde over de werkzaamheden en de kosten daarvan, maar dat zij ook per vier weken factureerde. Volgens Visualmedia heeft zij pas medio 2020, toen [geïntimeerde] een groot aantal facturen onvoldaan liet, er om fiscale redenen (afdracht van btw over onbetaalde facturen) voor gekozen om over een langere periode te factureren. Een en ander is door [geïntimeerde] niet voldoende gemotiveerd weersproken. 4.15. Het hof stelt dan ook vast dat Visualmedia in elk geval in een vroeg stadium – toen de kosten nog relatief beperkt waren – gewaarschuwd heeft dat de totale kosten ‘in de tonnen’ zouden kunnen lopen. Verder heeft Visualmedia voldoende aangetoond dat zij [geïntimeerde] telkens tijdig over de verrichte werkzaamheden en de kosten daarvan geïnformeerd heeft en dat zij de gemaakte kosten ook tijdig in rekening heeft gebracht. Het betoog van [geïntimeerde] dat Visualmedia op de bedoelde punten tekortgeschoten is en dat Visualmedia op die punten niet voldaan heeft aan haar zorgplicht, wordt dan ook verworpen. Evenredigheid kosten; kwaliteit werkzaamheden; inschatting verdere kosten; etc. 4.16. [geïntimeerde] betoogt dat Visualmedia onevenredig veel uren aan het werk heeft besteed, dat het personeel van Visualmedia niet bekwaam was, dat de vele personele wisselingen bij Visualmedia en tussentijdse updates van bestaande programma’s en applicaties tot extra kosten leidden, dat onvoldoende vooruitgang werd geboekt, en dat zowel tussentijds als uiteindelijk geen resultaat is aangeleverd, in elk geval geen bruikbaar resultaat. Daarbij betoogt [geïntimeerde] onder meer dat een basale classificatiefout mogelijk de oorzaak was van de problemen bij doorgifte van data aan SBR Nexus, dat SBR Nexus op 9 augustus 2021 op die fout gewezen heeft maar dat Visualmedia niets met die feedback gedaan heeft, en dat de fout pas hersteld werd nadat deze in december 2021 ontdekt werd door [naam2] (hierna: [naam2] ), een door Visualmedia ingeschakelde zzp’er (zie memorie [geïntimeerde] , par 38 t/m 40). Volgens [geïntimeerde] moet achteraf geconcludeerd worden dat Visualmedia helemaal niet in staat was om de taxatietool te realiseren. Visualmedia had de opdracht dan ook moeten weigeren, aldus [geïntimeerde] . Volgens [geïntimeerde] deed Visualmedia het ook telkens voorkomen alsof er nog maar beperkte werkzaamheden nodig waren en het eindresultaat in zicht was. [geïntimeerde] is, zo verklaart hij, daarin meegegaan omdat hij al veel tijd en geld in het project geïnvesteerd had en hij wilde voorkomen dat die investeringen verloren zouden gaan. Volgens [geïntimeerde] had Visualmedia hem (nader en beter) moeten waarschuwen voor en informeren over de kosten die nog gemaakt zouden moeten worden om tot bruikbaar eindresultaat te komen.
Volledig
Een opdrachtnemer – hier Visualmedia – moet bij de uitvoering van de opdracht de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen (artikel 7:401 BW). Wat die zorgplicht in een concreet geval inhoudt of meebrengt, hangt onder meer af van de aard en inhoud van de overeenkomst en van de persoon van de opdrachtgever en de opdrachtnemer. 4.12. [geïntimeerde] betoogt dat Visualmedia de rol had van IT-leverancier en dat er om die reden op Visualmedia als opdrachtnemer een verzwaarde zorgplicht rustte. Die verzwaarde zorgplicht houdt in, aldus [geïntimeerde] , dat Visualmedia bij de uitvoering van de opdracht moet voldoen aan de mate van zorgvuldigheid die van een redelijk handelend en bekwaam IT-deskundige geëist mag worden, en dat Visualmedia het belang van de opdrachtgever voorop moet stellen. Het hof acht dit in zoverre juist dat bij de beantwoording van de vraag wat de zorgplicht van Visualmedia in dit geval inhoudt, mede in aanmerking moet worden genomen dat sprake is van een IT-contract. Het gaat hier om een opdracht voor de ontwikkeling van een digitale applicatie, en voor uitvoering van die opdracht was specifieke technische kennis en ervaring nodig. Overigens moet, zoals Visualmedia terecht opmerkt, ook acht worden geslagen op de bij [geïntimeerde] zélf aanwezige kennis en ervaring. Visualmedia wijst erop dat [geïntimeerde] als lid van een expertisecommissie in elk geval enige kennis had van en ervaring had met de tool Flux had, en dat [geïntimeerde] – daarbij puttend uit die ervaring – ook specifieke instructies gaf aan Visualmedia voor de ontwikkeling van de eigen taxatietool. Verder neemt het hof in aanmerking dat [geïntimeerde] zakelijk opdrachtgever is en dat hij de tool niet alleen wilde gebruiken voor zijn eigen activiteiten als taxateur, maar dat hij de tool ook wilde exploiteren door deze tegen betaling in gebruik te geven aan derden. [geïntimeerde] had in dat kader destijds ook contact met enkele (mogelijke) mede-investeerders, en dit gegeven – waarover tussen [geïntimeerde] en Visualmedia ook gesproken werd – was, in elk geval volgens Visualmedia, ook van invloed op de wijze waarop het project werd uitgevoerd. Waarschuwen voor totale kosten; informeren over werkzaamheden en gemaakte kosten 4.13. [geïntimeerde] stelt dat Visualmedia in de eerste plaats in haar zorgplicht tekortgeschoten is doordat zij veel meer kosten in rekening heeft gebracht dan aanvankelijk was ingeschat. Dit betoog wordt verworpen. Anders dan [geïntimeerde] meent, kan niet worden aangenomen dat de inschatting van Visualmedia die vermeld is in de offerte van 3 december 2018, betrekking had op de ontwikkeling van een complete taxatietool. Die inschatting (160 tot 200 uur, tegen € 95 per uur excl. btw) zag enkel op de basisversie. Visualmedia wijst er bovendien terecht op dat uit de overgelegde e-mails blijkt dat zij in elk geval al op 11 april 2019 gewaarschuwd heeft dat de totale kosten van de ontwikkeling in de tool ‘in de tonnen’ konden lopen (zie productie 5 Visualmedia). Op die datum schreef [geïntimeerde] aan Visualmedia: “(…) Ook moeten we het morgen even hebben over de kosten tot nu toe, en de kosten per sprint, want zoals het nu gaat lijkt het me wel extreem uit de klauwen te lopen en als ik dan de eerste begroting in ogenschouw neem ... .” Visualmedia heeft in reactie daarop diezelfde dag aan [geïntimeerde] geschreven: “(…) Betreft de kosten hebben we je zo goed mogelijk op de hoogte gehouden. Daarin verschillende keuzes gegeven om al dan niet verfijnd te ontwikkelen en grip te houden. . Ik heb je ook aangegeven dat het heel groot zou kunnen worden. Immers zijn er partijen die al jaren in deze markt aan het ontwikkelen zijn. Ik heb daarbij bedragen genoemd van tonnen die er ingestoken zouden kunnen worden. Ook heb je duidelijk gestuurd op een hoog detailniveau, ook daar waar ik grofmazige of met minder details had kunnen werken. In dat kader kan dit geen verrassingen hebben denk ik.” Het betoog van [geïntimeerde] dat hij ervan uitging dat met die ‘tonnen’ gedoeld werd op andere kosten, zoals de kosten voor marketing, is tevergeefs. Onderwerp van de bovengenoemde e-mails zijn immers de oplopende kosten van Visualmedia. Dat de opmerking over de ‘tonnen’ aldus begrepen zou kunnen en mogen worden dat deze opmerking (mede) ziet op andere kosten dan de ontwikkelingskosten van Visualmedia, valt bij gebreke van een andere toelichting en onderbouwing niet in te zien. Visualmedia heeft met de genoemde e-mail wel degelijk duidelijk gewaarschuwd dat de totale kosten voor ontwikkeling van de taxatietool ‘in de tonnen’ zouden kunnen lopen. 4.14. Visualmedia heeft toegelicht en onderbouwd dat zij [geïntimeerde] telkens tussentijds en tijdig over de verrichte werkzaamheden en de kosten daarvan geïnformeerd heeft, en dat zij ook bij herhaling heeft gewezen op het belang van inperking of prioritering van de aan haar gegeven instructies. Visualmedia heeft in dat verband onder meer gewezen op de e-mail van 3 juli 2019, waarin zij opmerkt dat zij 1 à 2 wekelijks een overzicht heeft gegeven van de kosten en waarin zij ook (nogmaals) wijst op de noodzaak om de werkzaamheden af te kaderen (zie hierboven, onder 4.9). Ook heeft Visualmedia gewezen op de specificatie van haar werkzaamheden (productie 31 Visualmedia). Visualmedia heeft verder toegelicht dat zij [geïntimeerde] niet alleen tussentijds steeds informeerde over de werkzaamheden en de kosten daarvan, maar dat zij ook per vier weken factureerde. Volgens Visualmedia heeft zij pas medio 2020, toen [geïntimeerde] een groot aantal facturen onvoldaan liet, er om fiscale redenen (afdracht van btw over onbetaalde facturen) voor gekozen om over een langere periode te factureren. Een en ander is door [geïntimeerde] niet voldoende gemotiveerd weersproken. 4.15. Het hof stelt dan ook vast dat Visualmedia in elk geval in een vroeg stadium – toen de kosten nog relatief beperkt waren – gewaarschuwd heeft dat de totale kosten ‘in de tonnen’ zouden kunnen lopen. Verder heeft Visualmedia voldoende aangetoond dat zij [geïntimeerde] telkens tijdig over de verrichte werkzaamheden en de kosten daarvan geïnformeerd heeft en dat zij de gemaakte kosten ook tijdig in rekening heeft gebracht. Het betoog van [geïntimeerde] dat Visualmedia op de bedoelde punten tekortgeschoten is en dat Visualmedia op die punten niet voldaan heeft aan haar zorgplicht, wordt dan ook verworpen. Evenredigheid kosten; kwaliteit werkzaamheden; inschatting verdere kosten; etc. 4.16. [geïntimeerde] betoogt dat Visualmedia onevenredig veel uren aan het werk heeft besteed, dat het personeel van Visualmedia niet bekwaam was, dat de vele personele wisselingen bij Visualmedia en tussentijdse updates van bestaande programma’s en applicaties tot extra kosten leidden, dat onvoldoende vooruitgang werd geboekt, en dat zowel tussentijds als uiteindelijk geen resultaat is aangeleverd, in elk geval geen bruikbaar resultaat. Daarbij betoogt [geïntimeerde] onder meer dat een basale classificatiefout mogelijk de oorzaak was van de problemen bij doorgifte van data aan SBR Nexus, dat SBR Nexus op 9 augustus 2021 op die fout gewezen heeft maar dat Visualmedia niets met die feedback gedaan heeft, en dat de fout pas hersteld werd nadat deze in december 2021 ontdekt werd door [naam2] (hierna: [naam2] ), een door Visualmedia ingeschakelde zzp’er (zie memorie [geïntimeerde] , par 38 t/m 40). Volgens [geïntimeerde] moet achteraf geconcludeerd worden dat Visualmedia helemaal niet in staat was om de taxatietool te realiseren. Visualmedia had de opdracht dan ook moeten weigeren, aldus [geïntimeerde] . Volgens [geïntimeerde] deed Visualmedia het ook telkens voorkomen alsof er nog maar beperkte werkzaamheden nodig waren en het eindresultaat in zicht was. [geïntimeerde] is, zo verklaart hij, daarin meegegaan omdat hij al veel tijd en geld in het project geïnvesteerd had en hij wilde voorkomen dat die investeringen verloren zouden gaan. Volgens [geïntimeerde] had Visualmedia hem (nader en beter) moeten waarschuwen voor en informeren over de kosten die nog gemaakt zouden moeten worden om tot bruikbaar eindresultaat te komen.