Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-04-15
ECLI:NL:GHARL:2026:2275
Strafrecht
Hoger beroep
8,082 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2275 text/xml public 2026-05-15T14:44:29 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-15 21-005252-25 Uitspraak Hoger beroep NL Zwolle Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2275 text/html public 2026-05-15T14:43:08 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2275 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 15-04-2026 / 21-005252-25 Jeugdzaak. Artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht. Vernietiging van het vonnis van de kinderrechter. Veroordeling ten aanzien van het medeplegen van diefstal met geweld tot een voorwaardelijke werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005252-25 Uitspraakdatum: 15 april 2026 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel, zittingslocatie Almelo, van 2 december 2025 met parketnummer 08-342601-24 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Hoger beroep Verdachte (hierna: [verdachte] ) heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 1 april 2026 en wat op de zitting bij de kinderrechter besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van [verdachte] ten aanzien van het tenlastegelegde feit tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 30 uren, bij niet of niet naar behoren verrichten, te vervangen door 15 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat [verdachte] en zijn raadsman, mr. M. van Leussen, hebben aangevoerd. Het vonnis De kinderrechter heeft [verdachte] voor het tenlastegelegde medeplegen van diefstal met geweld veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 30 uren, bij niet of niet naar behoren verrichten, te vervangen door 15 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren. Het hof komt in dit arrest (deels) tot een andere bewezenverklaring dan de kinderrechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht. Tenlastelegging Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 25 mei 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere vapes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer] - één of meermalen op de grond te duwen en/of - éen of meermalen tegen zijn lichaam te schoppen en/of te trappen en/of - één of meermalen aan zijn shirt te trekken. Als in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. [verdachte] is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverweging Standpunt van de verdediging De raadsman verzoekt [verdachte] vrij te spreken van de tenlastegelegde diefstal met geweld. Volgens de verdediging is geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en de medeverdachten. [verdachte] had geen invloed op de gang van zaken, werd overvallen door het gepleegde geweld en wenste zich juist te onttrekken aan het geweld. [verdachte] heeft zelf geen geweld gebruikt en heeft ook geen opzet gehad op het gebruikte geweld. Het enkel aanwezig zijn bij de geplande koop kan volgens de verdediging niet leiden tot opzet op het vervolgens gepleegde geweld. Het enige dat [verdachte] heeft gedaan is in de chaos een vape oppakken en daarmee wegrennen. Het oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de bewezenverklaring van het medeplegen van diefstal met geweld. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest. Feiten en omstandigheden Op 25 mei 2024 heeft aangever [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) via Snapchat afgesproken met [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) om vapes aan hem te verkopen. [verdachte] is samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) naar de afspraak met [slachtoffer] gegaan. Ze hadden bij supermarkt [naam] afgesproken. Enkele anderen van de groep jongens waar [verdachte] die dag mee was, zijn niet meegegaan naar deze afspraak. [verdachte] verklaarde hierover dat vooraf is besproken dat een te grote groep verdacht zou overkomen. Toen de jongens op de afgesproken plek, bij supermarkt [naam] , aankwamen, moest [verdachte] achter een papiercontainer gaan staan. Volgens [medeverdachte 1] is dit vooraf afgesproken zodat [verdachte] de vapes kon aanpakken. [verdachte] verklaarde daarover dat dit niet was afgesproken, maar dat hij hier wel een slecht onderbuikgevoel bij kreeg. Uit de afbeeldingen van de camerabeelden van het incident en de verklaring van [verdachte] zelf, volgt dat [verdachte] bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is gaan staan die op dat moment met [slachtoffer] stonden te praten wat wel ongeveer vijf minuten heeft geduurd. [medeverdachte 1] liet het geld zien, maar wilde dit niet aan [slachtoffer] geven. Daarop wilde [slachtoffer] het tasje met de vapes niet aan de jongens geven en ontstond er een conflict waarbij over en weer aan het tasje werd getrokken en het tasje met vapes kapotscheurde. [slachtoffer] werd daarbij op de grond geduwd en werd vervolgens door één van de andere jongens tegen zijn lichaam geschopt. Toen de vapes op de grond lagen, pakte [verdachte] één van de vapes en rende hiermee weg. Oordeel van het hof Door één van de vapes van [slachtoffer] van de grond te pakken en mee te nemen, heeft [verdachte] zich schuldig gemaakt aan diefstal. Vlak voor en tijdens het wegnemen van die vape is door de andere jongens waar [verdachte] op dat moment mee samen was, geweld gebruikt tegen [slachtoffer] . [verdachte] wordt daarom terecht verweten dat hij zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld. [verdachte] is een medepleger. Een medepleger is een verdachte die samen met iemand anders of meerdere anderen een strafbaar feit pleegt. Iemand kan schuldig worden verklaard als medepleger, als duidelijk is dat die persoon voldoende nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen bij het plegen van dat strafbare feit. De bijdrage van de medepleger moet belangrijk genoeg zijn. Om te beoordelen of iemand medepleger is, wordt bijvoorbeeld gekeken naar hoe sterk de samenwerking was, wie welke taken had, welke rol de medepleger had bij de eventuele voorbereiding, uitvoering of afronding van het delict, hoe belangrijk die rol was, of de medepleger er op belangrijke momenten bij was en of hij zich niet op tijd heeft teruggetrokken. Als [verdachte] kan worden aangemerkt als medepleger, wordt hij verantwoordelijk gehouden voor het gehele delict, dus ook voor het door de andere jongens gepleegde geweld. Het hof is gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden van oordeel dat [verdachte] bij het plegen van het strafbare feit nauw en bewust heeft samengewerkt met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Zij hebben vooraf gesproken over de aanwezigheid van het aantal jongens en hebben ook afspraken gemaakt over de uitvoering.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2275 text/xml public 2026-05-15T14:44:29 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-15 21-005252-25 Uitspraak Hoger beroep NL Zwolle Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2275 text/html public 2026-05-15T14:43:08 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2275 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 15-04-2026 / 21-005252-25 Jeugdzaak. Artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht. Vernietiging van het vonnis van de kinderrechter. Veroordeling ten aanzien van het medeplegen van diefstal met geweld tot een voorwaardelijke werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005252-25 Uitspraakdatum: 15 april 2026 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel, zittingslocatie Almelo, van 2 december 2025 met parketnummer 08-342601-24 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Hoger beroep Verdachte (hierna: [verdachte] ) heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 1 april 2026 en wat op de zitting bij de kinderrechter besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van [verdachte] ten aanzien van het tenlastegelegde feit tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 30 uren, bij niet of niet naar behoren verrichten, te vervangen door 15 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat [verdachte] en zijn raadsman, mr. M. van Leussen, hebben aangevoerd. Het vonnis De kinderrechter heeft [verdachte] voor het tenlastegelegde medeplegen van diefstal met geweld veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 30 uren, bij niet of niet naar behoren verrichten, te vervangen door 15 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren. Het hof komt in dit arrest (deels) tot een andere bewezenverklaring dan de kinderrechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht. Tenlastelegging Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 25 mei 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere vapes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer] - één of meermalen op de grond te duwen en/of - éen of meermalen tegen zijn lichaam te schoppen en/of te trappen en/of - één of meermalen aan zijn shirt te trekken. Als in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. [verdachte] is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverweging Standpunt van de verdediging De raadsman verzoekt [verdachte] vrij te spreken van de tenlastegelegde diefstal met geweld. Volgens de verdediging is geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en de medeverdachten. [verdachte] had geen invloed op de gang van zaken, werd overvallen door het gepleegde geweld en wenste zich juist te onttrekken aan het geweld. [verdachte] heeft zelf geen geweld gebruikt en heeft ook geen opzet gehad op het gebruikte geweld. Het enkel aanwezig zijn bij de geplande koop kan volgens de verdediging niet leiden tot opzet op het vervolgens gepleegde geweld. Het enige dat [verdachte] heeft gedaan is in de chaos een vape oppakken en daarmee wegrennen. Het oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de bewezenverklaring van het medeplegen van diefstal met geweld. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest. Feiten en omstandigheden Op 25 mei 2024 heeft aangever [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) via Snapchat afgesproken met [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) om vapes aan hem te verkopen. [verdachte] is samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) naar de afspraak met [slachtoffer] gegaan. Ze hadden bij supermarkt [naam] afgesproken. Enkele anderen van de groep jongens waar [verdachte] die dag mee was, zijn niet meegegaan naar deze afspraak. [verdachte] verklaarde hierover dat vooraf is besproken dat een te grote groep verdacht zou overkomen. Toen de jongens op de afgesproken plek, bij supermarkt [naam] , aankwamen, moest [verdachte] achter een papiercontainer gaan staan. Volgens [medeverdachte 1] is dit vooraf afgesproken zodat [verdachte] de vapes kon aanpakken. [verdachte] verklaarde daarover dat dit niet was afgesproken, maar dat hij hier wel een slecht onderbuikgevoel bij kreeg. Uit de afbeeldingen van de camerabeelden van het incident en de verklaring van [verdachte] zelf, volgt dat [verdachte] bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is gaan staan die op dat moment met [slachtoffer] stonden te praten wat wel ongeveer vijf minuten heeft geduurd. [medeverdachte 1] liet het geld zien, maar wilde dit niet aan [slachtoffer] geven. Daarop wilde [slachtoffer] het tasje met de vapes niet aan de jongens geven en ontstond er een conflict waarbij over en weer aan het tasje werd getrokken en het tasje met vapes kapotscheurde. [slachtoffer] werd daarbij op de grond geduwd en werd vervolgens door één van de andere jongens tegen zijn lichaam geschopt. Toen de vapes op de grond lagen, pakte [verdachte] één van de vapes en rende hiermee weg. Oordeel van het hof Door één van de vapes van [slachtoffer] van de grond te pakken en mee te nemen, heeft [verdachte] zich schuldig gemaakt aan diefstal. Vlak voor en tijdens het wegnemen van die vape is door de andere jongens waar [verdachte] op dat moment mee samen was, geweld gebruikt tegen [slachtoffer] . [verdachte] wordt daarom terecht verweten dat hij zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld. [verdachte] is een medepleger. Een medepleger is een verdachte die samen met iemand anders of meerdere anderen een strafbaar feit pleegt. Iemand kan schuldig worden verklaard als medepleger, als duidelijk is dat die persoon voldoende nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen bij het plegen van dat strafbare feit. De bijdrage van de medepleger moet belangrijk genoeg zijn. Om te beoordelen of iemand medepleger is, wordt bijvoorbeeld gekeken naar hoe sterk de samenwerking was, wie welke taken had, welke rol de medepleger had bij de eventuele voorbereiding, uitvoering of afronding van het delict, hoe belangrijk die rol was, of de medepleger er op belangrijke momenten bij was en of hij zich niet op tijd heeft teruggetrokken. Als [verdachte] kan worden aangemerkt als medepleger, wordt hij verantwoordelijk gehouden voor het gehele delict, dus ook voor het door de andere jongens gepleegde geweld. Het hof is gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden van oordeel dat [verdachte] bij het plegen van het strafbare feit nauw en bewust heeft samengewerkt met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Zij hebben vooraf gesproken over de aanwezigheid van het aantal jongens en hebben ook afspraken gemaakt over de uitvoering.
Volledig
Zo was het de bedoeling dat [verdachte] tijdens de afspraak met [slachtoffer] achter de papiercontainer ging staan. Daar stond [verdachte] in eerste instantie ook. Hij heeft zich bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gevoegd en stond erbij toen het gesprek met [slachtoffer] werd gevoerd en er vervolgens geweld werd gebruikt tegen [slachtoffer] . [verdachte] heeft gezien dat [slachtoffer] op de grond belandde en dat er tegen zijn lichaam werd geschopt. Vervolgens heeft [verdachte] één van de vapes gepakt en is daarmee weggerend. Door dit te doen heeft [verdachte] zich, anders dan de raadsman heeft aangevoerd, niet gedistantieerd van het gebruikte geweld. In tegendeel, doordat er geweld werd gebruikt, scheurde de tas kapot en kon [verdachte] de vape van de grond pakken en daarmee wegrennen. Uit deze omstandigheden volgt dan ook dat [verdachte] een aanzienlijke rol heeft gehad in het gepleegde strafbare feit. Het hof is van oordeel dat [verdachte] daarom kan worden aangemerkt als medepleger. Dit betekent dat [verdachte] , samen met de anderen, verantwoordelijk wordt gehouden voor het gehele delict, waaronder het tegen [slachtoffer] gepleegde geweld ook al heeft [verdachte] zelf geen geweld gebruikt tegen [slachtoffer] . Gelet op het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal met geweld, waarbij de vape van [slachtoffer] is weggenomen terwijl hij vlak daarvoor op de grond is geduwd, tegen zijn lichaam is geschopt en de vape door [verdachte] werd weggenomen. Het tenlastegelegde feit kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op 25 mei 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, een vape, dat geheel aan [slachtoffer] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld en gevolgdvan geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer] - éénmaal op de grond te duwen en - éenmaal tegen zijn lichaam te schoppen. Het hof spreekt [verdachte] vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar. Het bewezenverklaarde levert op: medeplegen van diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. Strafbaarheid van [verdachte] is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat [verdachte] niet strafbaar is. Oplegging van straf Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van [verdachte] . Ernst van het feit [verdachte] heeft zich op 25 mei 2024 samen met een anderen schuldig gemaakt aan diefstal met geweld. Daarbij heeft [verdachte] één van de vapes van [slachtoffer] van de grond gepakt en meegenomen. Vlak daarvoor heeft [verdachte] gezien dat de andere jongens geweld tegen [slachtoffer] hebben gebruikt. [slachtoffer] is daarbij op de grond geduwd en geschopt. Door hierbij aanwezig te zijn en vervolgens een vape van de grond te pakken en ermee weg te rennen, heeft [verdachte] laten zien dat hij geen enkel respect heeft gehad voor het persoonlijk eigendom en de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] . Hij heeft hiermee ook financiële schade toegebracht aan [slachtoffer] . Dit soort feiten zijn ernstig en zorgen bovendien voor maatschappelijke onrust. Strafblad Voor het bepalen van de straf heeft het hof gekeken naar het strafblad van [verdachte] van 2 maart 2026. Hieruit volgt dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Persoonlijke omstandigheden Verder kijkt het hof voor de oplegging van de straf naar de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] zoals deze onder meer volgen uit het raadsrapport van 24 november 2025. De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad) schrijft dat de kans op herhaling van delict gedrag klein is. Er zijn veel beschermende factoren in het leven van [verdachte] . Hij denkt na over oplossingen voor probleemsituaties, gebruikt vaak sociale vaardigheden, gebruikt soms vaardigheden voor moeilijke situaties, doorziet welke gevolgen bepaald gedrag heeft en herkent gebeurtenissen of situaties die tot problemen kunnen leiden. Er is daarnaast zicht op de risicofactoren, namelijk zijn impulsieve gedrag. De raad adviseert een werkstraf op te leggen. Ook kijkt het hof naar wat [verdachte] zelf heeft verklaard over zijn persoonlijke omstandigheden. Hij heeft tijdens de zitting verklaard dat hij zijn best doet om zoveel mogelijk naar school te gaan, maar dat hij merkt dat hij hier niet gelukkig is. Hij kan zich moeilijk concentreren en werkt het liefst met zijn handen. Daarom heeft hij met school af kunnen spreken dat hij tijdelijk minder dagen naar school zal gaan en is hij samen met school aan het kijken naar een BBL-opleiding in de bouw. [verdachte] heeft ook contact met de wijkcoach en de schoolarts. Dit helpt hem. Verder geeft [verdachte] aan sinds het incident bijna geen vrienden meer te hebben en dat hij nog maar weinig buiten komt. Op dit moment heeft hij ook geen werk. Oriëntatiepunten strafoplegging Kijkend naar de binnen de rechtspraak gebruikte oriëntatiepunten bij het bepalen van de straf voor het bewezenverklaarde, is het uitgangspunt bij het plegen van een straatroof de oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf van 60 uren of een jeugddetentie. Het hof vindt dit gelet op de hierboven genoemde persoonlijke omstandigheden van [verdachte] , zijn nog erg jonge leeftijd en in het bijzonder gelet op de omstandigheid dat [verdachte] zelf geen geweldshandelingen heeft verricht in deze zaak niet passend. Het hof is van oordeel dat een lagere straf moet worden opgelegd. Anders dan de raadsman vindt het hof een bewezenverklaring zonder oplegging van een straf (zoals bedoeld in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht) ook niet passend in deze zaak, omdat het gepleegde feit daar te ernstig voor is. Het hof gaat daarnaast niet mee in het subsidiaire verzoek van de raadsman om een voorwaardelijke geldboete op te leggen. [verdachte] heeft zelf immers geen werk en moet wel een stok achter de deur hebben om niet nogmaals een strafbaar feit te plegen. Conclusie De kinderrechter heeft een voorwaardelijke werkstraf van 30 uren opgelegd en het hof vindt deze straf passend bij het aandeel van [verdachte] in het gepleegde strafbare feit. Het hof zal daarom ook een voorwaardelijke werkstraf van 30 uren opleggen. Als stok achter de deur zal het hof hierbij een proeftijd van 2 jaren bepalen. Dit betekent dat als [verdachte] binnen 2 jaren na het onherroepelijk worden van deze uitspraak een strafbaar feit pleegt, hij de werkstraf van 30 uren alsnog moet uitvoeren. Wetsartikelen De straf is gebaseerd op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Volledig
Zo was het de bedoeling dat [verdachte] tijdens de afspraak met [slachtoffer] achter de papiercontainer ging staan. Daar stond [verdachte] in eerste instantie ook. Hij heeft zich bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gevoegd en stond erbij toen het gesprek met [slachtoffer] werd gevoerd en er vervolgens geweld werd gebruikt tegen [slachtoffer] . [verdachte] heeft gezien dat [slachtoffer] op de grond belandde en dat er tegen zijn lichaam werd geschopt. Vervolgens heeft [verdachte] één van de vapes gepakt en is daarmee weggerend. Door dit te doen heeft [verdachte] zich, anders dan de raadsman heeft aangevoerd, niet gedistantieerd van het gebruikte geweld. In tegendeel, doordat er geweld werd gebruikt, scheurde de tas kapot en kon [verdachte] de vape van de grond pakken en daarmee wegrennen. Uit deze omstandigheden volgt dan ook dat [verdachte] een aanzienlijke rol heeft gehad in het gepleegde strafbare feit. Het hof is van oordeel dat [verdachte] daarom kan worden aangemerkt als medepleger. Dit betekent dat [verdachte] , samen met de anderen, verantwoordelijk wordt gehouden voor het gehele delict, waaronder het tegen [slachtoffer] gepleegde geweld ook al heeft [verdachte] zelf geen geweld gebruikt tegen [slachtoffer] . Gelet op het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal met geweld, waarbij de vape van [slachtoffer] is weggenomen terwijl hij vlak daarvoor op de grond is geduwd, tegen zijn lichaam is geschopt en de vape door [verdachte] werd weggenomen. Het tenlastegelegde feit kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op 25 mei 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, een vape, dat geheel aan [slachtoffer] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld en gevolgdvan geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer] - éénmaal op de grond te duwen en - éenmaal tegen zijn lichaam te schoppen. Het hof spreekt [verdachte] vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar. Het bewezenverklaarde levert op: medeplegen van diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. Strafbaarheid van [verdachte] is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat [verdachte] niet strafbaar is. Oplegging van straf Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van [verdachte] . Ernst van het feit [verdachte] heeft zich op 25 mei 2024 samen met een anderen schuldig gemaakt aan diefstal met geweld. Daarbij heeft [verdachte] één van de vapes van [slachtoffer] van de grond gepakt en meegenomen. Vlak daarvoor heeft [verdachte] gezien dat de andere jongens geweld tegen [slachtoffer] hebben gebruikt. [slachtoffer] is daarbij op de grond geduwd en geschopt. Door hierbij aanwezig te zijn en vervolgens een vape van de grond te pakken en ermee weg te rennen, heeft [verdachte] laten zien dat hij geen enkel respect heeft gehad voor het persoonlijk eigendom en de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] . Hij heeft hiermee ook financiële schade toegebracht aan [slachtoffer] . Dit soort feiten zijn ernstig en zorgen bovendien voor maatschappelijke onrust. Strafblad Voor het bepalen van de straf heeft het hof gekeken naar het strafblad van [verdachte] van 2 maart 2026. Hieruit volgt dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Persoonlijke omstandigheden Verder kijkt het hof voor de oplegging van de straf naar de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] zoals deze onder meer volgen uit het raadsrapport van 24 november 2025. De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad) schrijft dat de kans op herhaling van delict gedrag klein is. Er zijn veel beschermende factoren in het leven van [verdachte] . Hij denkt na over oplossingen voor probleemsituaties, gebruikt vaak sociale vaardigheden, gebruikt soms vaardigheden voor moeilijke situaties, doorziet welke gevolgen bepaald gedrag heeft en herkent gebeurtenissen of situaties die tot problemen kunnen leiden. Er is daarnaast zicht op de risicofactoren, namelijk zijn impulsieve gedrag. De raad adviseert een werkstraf op te leggen. Ook kijkt het hof naar wat [verdachte] zelf heeft verklaard over zijn persoonlijke omstandigheden. Hij heeft tijdens de zitting verklaard dat hij zijn best doet om zoveel mogelijk naar school te gaan, maar dat hij merkt dat hij hier niet gelukkig is. Hij kan zich moeilijk concentreren en werkt het liefst met zijn handen. Daarom heeft hij met school af kunnen spreken dat hij tijdelijk minder dagen naar school zal gaan en is hij samen met school aan het kijken naar een BBL-opleiding in de bouw. [verdachte] heeft ook contact met de wijkcoach en de schoolarts. Dit helpt hem. Verder geeft [verdachte] aan sinds het incident bijna geen vrienden meer te hebben en dat hij nog maar weinig buiten komt. Op dit moment heeft hij ook geen werk. Oriëntatiepunten strafoplegging Kijkend naar de binnen de rechtspraak gebruikte oriëntatiepunten bij het bepalen van de straf voor het bewezenverklaarde, is het uitgangspunt bij het plegen van een straatroof de oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf van 60 uren of een jeugddetentie. Het hof vindt dit gelet op de hierboven genoemde persoonlijke omstandigheden van [verdachte] , zijn nog erg jonge leeftijd en in het bijzonder gelet op de omstandigheid dat [verdachte] zelf geen geweldshandelingen heeft verricht in deze zaak niet passend. Het hof is van oordeel dat een lagere straf moet worden opgelegd. Anders dan de raadsman vindt het hof een bewezenverklaring zonder oplegging van een straf (zoals bedoeld in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht) ook niet passend in deze zaak, omdat het gepleegde feit daar te ernstig voor is. Het hof gaat daarnaast niet mee in het subsidiaire verzoek van de raadsman om een voorwaardelijke geldboete op te leggen. [verdachte] heeft zelf immers geen werk en moet wel een stok achter de deur hebben om niet nogmaals een strafbaar feit te plegen. Conclusie De kinderrechter heeft een voorwaardelijke werkstraf van 30 uren opgelegd en het hof vindt deze straf passend bij het aandeel van [verdachte] in het gepleegde strafbare feit. Het hof zal daarom ook een voorwaardelijke werkstraf van 30 uren opleggen. Als stok achter de deur zal het hof hierbij een proeftijd van 2 jaren bepalen. Dit betekent dat als [verdachte] binnen 2 jaren na het onherroepelijk worden van deze uitspraak een strafbaar feit pleegt, hij de werkstraf van 30 uren alsnog moet uitvoeren. Wetsartikelen De straf is gebaseerd op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.