Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-04-14
ECLI:NL:GHARL:2026:2237
Civiel recht
Hoger beroep
4,037 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2237 text/xml public 2026-05-06T08:00:07 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-14 200.356.648 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2237 text/html public 2026-04-29T09:29:47 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2237 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-04-2026 / 200.356.648 Overeenkomst van opdracht: projectbegeleiding in het kader van een renovatie van een woning en kantoor. Recht op aanvullende vergoeding? Doordat de opdrachtnemer bovendien zijn werkzaamheden uit de overeenkomst is blijven uitvoeren en zijn werkzaamheden ook de opdrachten betroffen die door opdrachtgever zélf aan derden waren verstrekt (en de mogelijk gebrekkige uitvoering daarvan), is het hof van oordeel dat de kosten van deze opdrachten, ook in de uitleg van de overeenkomst zoals opdrachtgever die voorstaat, meetellen bij het bepalen van de totale bouw- en installatiekosten waarop opdrachtnemer zijn honorarium baseert. Het hoger beroep slaagt niet. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.356.648 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht: 11407570 arrest van 14 april 2026 in de zaak van Q-Team Solutions B.V. (“Q-Team”) die is gevestigd in Nieuwegein advocaat: mr. L.A. de Haan en [geintimeerde] handelend onder de naam Projectmanagement (“ [geintimeerde] ”) die woont in [woonplaats1] advocaat: mr. J.A. Spigt 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep Naar aanleiding van het arrest van 23 december 2025 heeft op 10 maart 2026 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen. 2 De kern van de zaak 2.1. [geintimeerde] heeft in opdracht van Q-Team de projectbegeleiding verzorgd voor de renovatie van de woning en het kantoor van (de vennoten van) Q-Team. Q-Team heeft daarvoor een bedrag van € 10.000,- exclusief btw aan [geintimeerde] betaald. Volgens [geintimeerde] heeft hij nog recht op een aanvullende betaling. Q-Team is het daar niet mee eens. 2.2. [geintimeerde] heeft bij de kantonrechter gevorderd dat Q-Team hem nog aanvullend moet betalen. Volgens de kantonrechter heeft [geintimeerde] inderdaad recht op een aanvullende betaling. De beslissing van de kantonrechter luidt dat Q-Team nog € 5.263,00 (vermeerderd met wettelijke rente) aan [geintimeerde] moet betalen. Ook moet Q-Team de incassokosten betalen. 2.3. Q-Team is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en heeft daarom hoger beroep ingesteld. Het hof is het eens met de beslissing van de kantonrechter en laat het vonnis daarom in stand. Het hof licht hierna toe waarom. 3 De toelichting op de beslissing van het hof De inhoud van de overeenkomst van opdracht 3.1. Partijen hebben een overeenkomst van opdracht gesloten, waaruit volgt welke werkzaamheden [geintimeerde] voor Q-Team zou gaan verrichten en welke prijs Q-Team daarvoor moet betalen. Onder 2. van de overeenkomst staan veertien activiteiten genoemd die tot de werkzaamheden van [geintimeerde] behoren. Onder 3. staat beschreven wat het honorarium is waarop [geintimeerde] recht heeft. Daar staat: “Het honorarium voor onze werkzaamheden bedraagt vast €10.000 excl. BTW, incl. reiskosten. Het honorarium wordt berekend over de totale bouw en installatiekosten en bedraagt 5% van deze kosten. Het betekent dat verrekening van het honorarium zal plaatsvinden wanneer de som van bouwkundige en installatiekosten boven €200.000,- excl. BTW komt, over de kosten hierboven zal 5% honorarium worden gedeclareerd. Voor de vaststelling hiertoe is leidend de verstrekte opdrachten aan de uitvoerende partijen.” [geintimeerde] heeft recht op een aanvullende vergoeding 3.2. [geintimeerde] stelt dat de totale bouw- en installatiekosten hoger zijn uitgevallen dan € 200.000,- en dat hij daarom recht heeft op een aanvullende betaling. Q-Team bevestigt dat de bouw- en installatiekosten inderdaad hoger zijn uitgevallen. Toch heeft [geintimeerde] volgens haar geen recht op een extra vergoeding, omdat zij stelt dat [geintimeerde] vanaf 1 januari 2024 geen nieuwe opdrachten meer voor haar heeft verstrekt en begeleid. Vanaf die datum is er nog wel werk uitbesteed aan (onder)aannemers, maar dat heeft Q-Team zélf geregeld. Volgens Q-Team was [geintimeerde] niet meer - in de zin van de overeenkomst - bij die uitbestedingen betrokken. Daarom tellen de kosten van die werkzaamheden volgens Q-Team niet mee bij het bepalen van de totale bouw- en installatiekosten waarop [geintimeerde] zijn aanvullende vergoeding baseert. Daardoor blijft het totaalbedrag onder de € 200.000,- en bestaat dus geen recht op een extra vergoeding. 3.3. Anders dan Q-Team stelt, ziet het hof voldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat [geintimeerde] zijn werkzaamheden per 1 januari 2024 heeft voortgezet en dat hij als projectbegeleider betrokken is gebleven bij de renovatie in zijn geheel. Weliswaar is [geintimeerde] vanaf dat moment - zoals hij ook tijdens de mondelinge behandeling te kennen gaf - wellicht minder actief geweest, en blijkt bovendien dat tussen partijen frictie was ontstaan, maar uit de overgelegde e-mailcorrespondentie en Whatsappberichten (productie 8 bij de inleidende dagvaarding) blijkt dat [geintimeerde] betrokken bleef bij het project, dat wil zeggen bij de in artikel 2 van de overeenkomst benoemde activiteiten. Zo hadden partijen nog steeds met regelmaat contact over de renovatiewerkzaamheden en werden gebreken in het werk bij [geintimeerde] onder de aandacht gebracht, getuige bijvoorbeeld de Whatsappberichten die in juni 2024 zijn gewisseld. Ook werd [geintimeerde] om advies gevraagd, had hij contact met [naam1] over de uitvoering van het werk, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het Whatsappbericht van 5 juli 2024 van [geintimeerde] aan Q-team, en was hij aanwezig bij de oplevering. Dat op enig moment opdrachten voor werkzaamheden waarmee [geintimeerde] bemoeienis had door Q-Team zélf zijn verstrekt en niet door [geintimeerde] , is naar het oordeel van het hof niet van belang. [geintimeerde] heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat de gebruikelijke gang van zaken tussen partijen was dat [geintimeerde] - voordat hij een opdracht verstrekte aan (onder)aannemers - eerst Q-Team om toestemming vroeg, waarna hij pas akkoord gaf aan de betreffende derde. Indirect werd elke opdracht die aan een (onder)aannemer werd verstrekt dus geaccordeerd door Q-Team zelf. Q-Team heeft die gang van zaken niet betwist. Dat Q-Team vanaf 1 januari 2024 zélf de opdrachten is gaan verstrekken aan (onder)aannemers wijkt dus in zoverre niet wezenlijk af van de werkwijze van daarvoor. Bovendien volgt uit de aangehaalde correspondentie dat [geintimeerde] verschillende keren is gevraagd om zijn verplichtingen uit de overeenkomst na te komen en dat hij in dat kader door Q-Team in gebreke is gesteld bij aangetekende mail van 20 maart 2024. Hoewel de relatie tussen partijen precair bleef, zijn zij weer met elkaar verder gegaan en is de overeenkomst niet door Q-Team opgezegd of ontbonden. 3.4. Q-Team heeft dan ook onvoldoende onderbouwd gesteld dat de opdrachten aan de uitvoerende partijen voor zover vanaf januari 2024 door Q-Team en niet [geintimeerde] verstrekt, geen betrekking hebben op werkzaamheden voor de uitvoering en cöordinatie waarvan Q-Team [geintimeerde] heeft ingeschakeld. Doordat [geintimeerde] bovendien zijn werkzaamheden uit de overeenkomst is blijven uitvoeren en zijn werkzaamheden ook de opdrachten betroffen die door Q-Team zélf aan derden waren verstrekt (en de mogelijk gebrekkige uitvoering daarvan), is het hof van oordeel dat de kosten van deze opdrachten, ook in de uitleg van de overeenkomst zoals Q-Team die voorstaat, meetellen bij het bepalen van de totale bouw- en installatiekosten waarop [geintimeerde] zijn honorarium baseert. Daarom kan in het midden blijven of die uitleg juist is. 3.5.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2237 text/xml public 2026-05-06T08:00:07 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-14 200.356.648 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2237 text/html public 2026-04-29T09:29:47 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2237 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-04-2026 / 200.356.648 Overeenkomst van opdracht: projectbegeleiding in het kader van een renovatie van een woning en kantoor. Recht op aanvullende vergoeding? Doordat de opdrachtnemer bovendien zijn werkzaamheden uit de overeenkomst is blijven uitvoeren en zijn werkzaamheden ook de opdrachten betroffen die door opdrachtgever zélf aan derden waren verstrekt (en de mogelijk gebrekkige uitvoering daarvan), is het hof van oordeel dat de kosten van deze opdrachten, ook in de uitleg van de overeenkomst zoals opdrachtgever die voorstaat, meetellen bij het bepalen van de totale bouw- en installatiekosten waarop opdrachtnemer zijn honorarium baseert. Het hoger beroep slaagt niet. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.356.648 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht: 11407570 arrest van 14 april 2026 in de zaak van Q-Team Solutions B.V. (“Q-Team”) die is gevestigd in Nieuwegein advocaat: mr. L.A. de Haan en [geintimeerde] handelend onder de naam Projectmanagement (“ [geintimeerde] ”) die woont in [woonplaats1] advocaat: mr. J.A. Spigt 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep Naar aanleiding van het arrest van 23 december 2025 heeft op 10 maart 2026 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen. 2 De kern van de zaak 2.1. [geintimeerde] heeft in opdracht van Q-Team de projectbegeleiding verzorgd voor de renovatie van de woning en het kantoor van (de vennoten van) Q-Team. Q-Team heeft daarvoor een bedrag van € 10.000,- exclusief btw aan [geintimeerde] betaald. Volgens [geintimeerde] heeft hij nog recht op een aanvullende betaling. Q-Team is het daar niet mee eens. 2.2. [geintimeerde] heeft bij de kantonrechter gevorderd dat Q-Team hem nog aanvullend moet betalen. Volgens de kantonrechter heeft [geintimeerde] inderdaad recht op een aanvullende betaling. De beslissing van de kantonrechter luidt dat Q-Team nog € 5.263,00 (vermeerderd met wettelijke rente) aan [geintimeerde] moet betalen. Ook moet Q-Team de incassokosten betalen. 2.3. Q-Team is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en heeft daarom hoger beroep ingesteld. Het hof is het eens met de beslissing van de kantonrechter en laat het vonnis daarom in stand. Het hof licht hierna toe waarom. 3 De toelichting op de beslissing van het hof De inhoud van de overeenkomst van opdracht 3.1. Partijen hebben een overeenkomst van opdracht gesloten, waaruit volgt welke werkzaamheden [geintimeerde] voor Q-Team zou gaan verrichten en welke prijs Q-Team daarvoor moet betalen. Onder 2. van de overeenkomst staan veertien activiteiten genoemd die tot de werkzaamheden van [geintimeerde] behoren. Onder 3. staat beschreven wat het honorarium is waarop [geintimeerde] recht heeft. Daar staat: “Het honorarium voor onze werkzaamheden bedraagt vast €10.000 excl. BTW, incl. reiskosten. Het honorarium wordt berekend over de totale bouw en installatiekosten en bedraagt 5% van deze kosten. Het betekent dat verrekening van het honorarium zal plaatsvinden wanneer de som van bouwkundige en installatiekosten boven €200.000,- excl. BTW komt, over de kosten hierboven zal 5% honorarium worden gedeclareerd. Voor de vaststelling hiertoe is leidend de verstrekte opdrachten aan de uitvoerende partijen.” [geintimeerde] heeft recht op een aanvullende vergoeding 3.2. [geintimeerde] stelt dat de totale bouw- en installatiekosten hoger zijn uitgevallen dan € 200.000,- en dat hij daarom recht heeft op een aanvullende betaling. Q-Team bevestigt dat de bouw- en installatiekosten inderdaad hoger zijn uitgevallen. Toch heeft [geintimeerde] volgens haar geen recht op een extra vergoeding, omdat zij stelt dat [geintimeerde] vanaf 1 januari 2024 geen nieuwe opdrachten meer voor haar heeft verstrekt en begeleid. Vanaf die datum is er nog wel werk uitbesteed aan (onder)aannemers, maar dat heeft Q-Team zélf geregeld. Volgens Q-Team was [geintimeerde] niet meer - in de zin van de overeenkomst - bij die uitbestedingen betrokken. Daarom tellen de kosten van die werkzaamheden volgens Q-Team niet mee bij het bepalen van de totale bouw- en installatiekosten waarop [geintimeerde] zijn aanvullende vergoeding baseert. Daardoor blijft het totaalbedrag onder de € 200.000,- en bestaat dus geen recht op een extra vergoeding. 3.3. Anders dan Q-Team stelt, ziet het hof voldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat [geintimeerde] zijn werkzaamheden per 1 januari 2024 heeft voortgezet en dat hij als projectbegeleider betrokken is gebleven bij de renovatie in zijn geheel. Weliswaar is [geintimeerde] vanaf dat moment - zoals hij ook tijdens de mondelinge behandeling te kennen gaf - wellicht minder actief geweest, en blijkt bovendien dat tussen partijen frictie was ontstaan, maar uit de overgelegde e-mailcorrespondentie en Whatsappberichten (productie 8 bij de inleidende dagvaarding) blijkt dat [geintimeerde] betrokken bleef bij het project, dat wil zeggen bij de in artikel 2 van de overeenkomst benoemde activiteiten. Zo hadden partijen nog steeds met regelmaat contact over de renovatiewerkzaamheden en werden gebreken in het werk bij [geintimeerde] onder de aandacht gebracht, getuige bijvoorbeeld de Whatsappberichten die in juni 2024 zijn gewisseld. Ook werd [geintimeerde] om advies gevraagd, had hij contact met [naam1] over de uitvoering van het werk, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het Whatsappbericht van 5 juli 2024 van [geintimeerde] aan Q-team, en was hij aanwezig bij de oplevering. Dat op enig moment opdrachten voor werkzaamheden waarmee [geintimeerde] bemoeienis had door Q-Team zélf zijn verstrekt en niet door [geintimeerde] , is naar het oordeel van het hof niet van belang. [geintimeerde] heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat de gebruikelijke gang van zaken tussen partijen was dat [geintimeerde] - voordat hij een opdracht verstrekte aan (onder)aannemers - eerst Q-Team om toestemming vroeg, waarna hij pas akkoord gaf aan de betreffende derde. Indirect werd elke opdracht die aan een (onder)aannemer werd verstrekt dus geaccordeerd door Q-Team zelf. Q-Team heeft die gang van zaken niet betwist. Dat Q-Team vanaf 1 januari 2024 zélf de opdrachten is gaan verstrekken aan (onder)aannemers wijkt dus in zoverre niet wezenlijk af van de werkwijze van daarvoor. Bovendien volgt uit de aangehaalde correspondentie dat [geintimeerde] verschillende keren is gevraagd om zijn verplichtingen uit de overeenkomst na te komen en dat hij in dat kader door Q-Team in gebreke is gesteld bij aangetekende mail van 20 maart 2024. Hoewel de relatie tussen partijen precair bleef, zijn zij weer met elkaar verder gegaan en is de overeenkomst niet door Q-Team opgezegd of ontbonden. 3.4. Q-Team heeft dan ook onvoldoende onderbouwd gesteld dat de opdrachten aan de uitvoerende partijen voor zover vanaf januari 2024 door Q-Team en niet [geintimeerde] verstrekt, geen betrekking hebben op werkzaamheden voor de uitvoering en cöordinatie waarvan Q-Team [geintimeerde] heeft ingeschakeld. Doordat [geintimeerde] bovendien zijn werkzaamheden uit de overeenkomst is blijven uitvoeren en zijn werkzaamheden ook de opdrachten betroffen die door Q-Team zélf aan derden waren verstrekt (en de mogelijk gebrekkige uitvoering daarvan), is het hof van oordeel dat de kosten van deze opdrachten, ook in de uitleg van de overeenkomst zoals Q-Team die voorstaat, meetellen bij het bepalen van de totale bouw- en installatiekosten waarop [geintimeerde] zijn honorarium baseert. Daarom kan in het midden blijven of die uitleg juist is. 3.5.