Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-04-10
ECLI:NL:GHARL:2026:2158
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
3,971 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2158 text/xml public 2026-04-17T14:52:50 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-10 21-003781-25 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht; Strafprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2158 text/html public 2026-04-17T14:52:04 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2158 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-04-2026 / 21-003781-25 Veroordeling voor mishandeling echtgenote, huiselijk geweld. Het hof veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 25 uren, te vervangen door 12 dagen hechtenis. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003781-25 Uitspraakdatum: 10 april 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 14 augustus 2025 met parketnummer 18-135422-25 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), wonende te [adres 1] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 27 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het aan hem ten laste gelegde (mishandeling van zijn echtgenote) tot een taakstraf van 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M. Wierts, hebben aangevoerd. Het vonnis waarvan beroep De politierechter heeft bij vonnis van 14 augustus 2025, waartegen het beroep is gericht, verdachte ter zake van het aan hem ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis, waarvan 20 uren, te vervangen door 10 dagen, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht. Tenlastelegging Op de zitting in hoger beroep is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 4 mei 2025 te [plaats] , gemeente [gemeente] , zijn echtgenote, [naam] , heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal, - die [naam] in/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen; - die [naam] tegen/op haar pols en/of hand te slaan; - die [naam] (tegen een muur) te duwen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverweging Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, met partiële vrijspraak van het slaan in het gezicht en tegen de pols van [naam] . De advocaat-generaal heeft daarover aangevoerd dat de echtgenote van verdachte niet goed Nederlands sprak en zij wellicht heeft bedoeld te zeggen dat zij geduwd is. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft integraal vrijspraak bepleit, nu verdachte [naam] wel heeft geduwd, maar dit niet opzettelijk heeft gedaan. Volgens de verdediging was sprake van een wederzijdse worsteling. Oordeel van het hof Anders dan de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [naam] meermalen in het gezicht heeft geslagen en op haar pols of hand heeft geslagen. Het hof overweegt hiertoe als volgt. Het hof gaat uit van hetgeen [naam] over het feit heeft verklaard. Zij belt op de ochtend van het ten laste gelegde huilend aan bij een buurman en vertelt hem dat haar man haar heeft geslagen. De buurman ziet dat [naam] bloed heeft bij haar mond en dat de linkerkant van haar gezicht gezwollen is. Enige tijd later komt de politie ter plaatse. Ook aan de politie verklaart [naam] over de mishandeling en zij vertelt dat verdachte haar een aantal keren in haar gezicht heeft geslagen. De politie ziet hetzelfde letsel als de buurman. Gelet op het feit dat [naam] tweemaal hetzelfde vertelt over de mishandeling, acht het hof haar verklaring betrouwbaar. Dat [naam] dusdanig slecht Nederlands sprak dat zij met slaan eigenlijk duwen heeft bedoeld, is het hof niet gebleken. Het dossier bevat daarvoor geen aanknopingspunten. Tot slot overweegt het hof dat de reactie van [naam] op het feit, namelijk huilend wegrennen uit de woning en voor hulp aanbellen bij meerdere van haar buren, totdat er iemand open doet, niet past binnen het scenario van een wederzijdse worsteling. Het hof is verder van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt op basis waarvan wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [naam] tegen de muur heeft geduwd. Het hof zal verdachte daar dan ook partieel van vrijspreken. Bewijsmiddelen De bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen: 1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 mei 2025, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025116158 d.d. 7 mei 2025, inhoudende de verklaring van [getuige] : Op zondag 4 mei 2025 was ik in de woonkamer van mijn woning, gelegen aan de [adres 2] te [plaats] . Om ongeveer 06:40 uur werd er aan de voordeur gebeld. Ik ben naar de voordeur gelopen en de voordeur geopend. Ik zag een vrouw huilend voor mijn deur staan. Ik herkende de vrouw. Ik weet dat zij op het adres [adres 3] te [plaats] verblijft. Ik zag dat de vrouw aan haar gezicht, ter hoogte van haar mond, letsel had. Ik hoorde van haar dat zij was geslagen door haar man. Toen ik dichter bij de vrouw zat zag ik dat de vrouw bloed had bij haar mond en dat de linkerkant van haar gezicht dik was. Ook hoorde ik dat de vrouw zei dat ze pijn had aan haar rechter hand. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 mei 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van [verbalisant] en [verbalisant2] : Op zondag 4 mei 2025 spraken wij met het slachtoffer [naam] . Wij hoorden haar zeggen dat ze vanochtend met haar echtgenoot in de woonkamer zat. Ze kregen ruzie over geld en toen hoorden wij mevrouw [naam] zeggen dat ze geslagen werd met gebalde vuisten. Volgens haar werd ze meerdere keren met een vuist in haar gezicht geslagen. Ze verklaarde ook dat op haar pols of hand werd geslagen. 3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 4 mei 2025, opgenomen op pagina 28 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van [verbalisant] en [verbalisant2] : Op zondag 4 mei 2025 werden wij naar de [adres 2] te [plaats] gestuurd. Daar zou een slachtoffer van huiselijk geweld heen gevlucht zijn. Wij werden binnengevraagd en daar zagen wij twee vrouwen zitten. Een van de vrouwen, die later het slachtoffer (het hof begrijpt: [naam] ) bleek te zijn, was zichtbaar overstuur en huilde. Wij, verbalisanten wilden ons voorstellen. Wij zagen dat de vrouw kennelijk zo veel pijn had aan haar rechterpols, dat ze ons een linkerhand aanreikte. Wij zagen we dat het slachtoffer een opgezwollen gezicht had. Tevens zagen wij dat zij een opgezwollen lip had waar de bloedresten op zichtbaar waren. We hoorden haar zeggen dat ze ruzie had gehad met haar echtgenoot en dat ze een aantal keren in haar gezicht gestompt was. Ook vertelde ze dat ze op haar rechterarm gestompt was. In de woning aan de [adres 3] hebben wij verdachte [verdachte] aangehouden op verdenking van mishandeling.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2158 text/xml public 2026-04-17T14:52:50 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-10 21-003781-25 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht; Strafprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2158 text/html public 2026-04-17T14:52:04 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2158 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-04-2026 / 21-003781-25 Veroordeling voor mishandeling echtgenote, huiselijk geweld. Het hof veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 25 uren, te vervangen door 12 dagen hechtenis. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003781-25 Uitspraakdatum: 10 april 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 14 augustus 2025 met parketnummer 18-135422-25 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), wonende te [adres 1] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 27 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het aan hem ten laste gelegde (mishandeling van zijn echtgenote) tot een taakstraf van 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M. Wierts, hebben aangevoerd. Het vonnis waarvan beroep De politierechter heeft bij vonnis van 14 augustus 2025, waartegen het beroep is gericht, verdachte ter zake van het aan hem ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis, waarvan 20 uren, te vervangen door 10 dagen, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht. Tenlastelegging Op de zitting in hoger beroep is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 4 mei 2025 te [plaats] , gemeente [gemeente] , zijn echtgenote, [naam] , heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal, - die [naam] in/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen; - die [naam] tegen/op haar pols en/of hand te slaan; - die [naam] (tegen een muur) te duwen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverweging Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, met partiële vrijspraak van het slaan in het gezicht en tegen de pols van [naam] . De advocaat-generaal heeft daarover aangevoerd dat de echtgenote van verdachte niet goed Nederlands sprak en zij wellicht heeft bedoeld te zeggen dat zij geduwd is. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft integraal vrijspraak bepleit, nu verdachte [naam] wel heeft geduwd, maar dit niet opzettelijk heeft gedaan. Volgens de verdediging was sprake van een wederzijdse worsteling. Oordeel van het hof Anders dan de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [naam] meermalen in het gezicht heeft geslagen en op haar pols of hand heeft geslagen. Het hof overweegt hiertoe als volgt. Het hof gaat uit van hetgeen [naam] over het feit heeft verklaard. Zij belt op de ochtend van het ten laste gelegde huilend aan bij een buurman en vertelt hem dat haar man haar heeft geslagen. De buurman ziet dat [naam] bloed heeft bij haar mond en dat de linkerkant van haar gezicht gezwollen is. Enige tijd later komt de politie ter plaatse. Ook aan de politie verklaart [naam] over de mishandeling en zij vertelt dat verdachte haar een aantal keren in haar gezicht heeft geslagen. De politie ziet hetzelfde letsel als de buurman. Gelet op het feit dat [naam] tweemaal hetzelfde vertelt over de mishandeling, acht het hof haar verklaring betrouwbaar. Dat [naam] dusdanig slecht Nederlands sprak dat zij met slaan eigenlijk duwen heeft bedoeld, is het hof niet gebleken. Het dossier bevat daarvoor geen aanknopingspunten. Tot slot overweegt het hof dat de reactie van [naam] op het feit, namelijk huilend wegrennen uit de woning en voor hulp aanbellen bij meerdere van haar buren, totdat er iemand open doet, niet past binnen het scenario van een wederzijdse worsteling. Het hof is verder van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt op basis waarvan wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [naam] tegen de muur heeft geduwd. Het hof zal verdachte daar dan ook partieel van vrijspreken. Bewijsmiddelen De bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen: 1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 mei 2025, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025116158 d.d. 7 mei 2025, inhoudende de verklaring van [getuige] : Op zondag 4 mei 2025 was ik in de woonkamer van mijn woning, gelegen aan de [adres 2] te [plaats] . Om ongeveer 06:40 uur werd er aan de voordeur gebeld. Ik ben naar de voordeur gelopen en de voordeur geopend. Ik zag een vrouw huilend voor mijn deur staan. Ik herkende de vrouw. Ik weet dat zij op het adres [adres 3] te [plaats] verblijft. Ik zag dat de vrouw aan haar gezicht, ter hoogte van haar mond, letsel had. Ik hoorde van haar dat zij was geslagen door haar man. Toen ik dichter bij de vrouw zat zag ik dat de vrouw bloed had bij haar mond en dat de linkerkant van haar gezicht dik was. Ook hoorde ik dat de vrouw zei dat ze pijn had aan haar rechter hand. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 mei 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van [verbalisant] en [verbalisant2] : Op zondag 4 mei 2025 spraken wij met het slachtoffer [naam] . Wij hoorden haar zeggen dat ze vanochtend met haar echtgenoot in de woonkamer zat. Ze kregen ruzie over geld en toen hoorden wij mevrouw [naam] zeggen dat ze geslagen werd met gebalde vuisten. Volgens haar werd ze meerdere keren met een vuist in haar gezicht geslagen. Ze verklaarde ook dat op haar pols of hand werd geslagen. 3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 4 mei 2025, opgenomen op pagina 28 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van [verbalisant] en [verbalisant2] : Op zondag 4 mei 2025 werden wij naar de [adres 2] te [plaats] gestuurd. Daar zou een slachtoffer van huiselijk geweld heen gevlucht zijn. Wij werden binnengevraagd en daar zagen wij twee vrouwen zitten. Een van de vrouwen, die later het slachtoffer (het hof begrijpt: [naam] ) bleek te zijn, was zichtbaar overstuur en huilde. Wij, verbalisanten wilden ons voorstellen. Wij zagen dat de vrouw kennelijk zo veel pijn had aan haar rechterpols, dat ze ons een linkerhand aanreikte. Wij zagen we dat het slachtoffer een opgezwollen gezicht had. Tevens zagen wij dat zij een opgezwollen lip had waar de bloedresten op zichtbaar waren. We hoorden haar zeggen dat ze ruzie had gehad met haar echtgenoot en dat ze een aantal keren in haar gezicht gestompt was. Ook vertelde ze dat ze op haar rechterarm gestompt was. In de woning aan de [adres 3] hebben wij verdachte [verdachte] aangehouden op verdenking van mishandeling.