Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-03-30
ECLI:NL:GHARL:2026:1847
Strafrecht
Hoger beroep
7,594 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1847 text/xml public 2026-03-30T14:29:27 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-30 21-003027-25 Uitspraak Hoger beroep NL Utrecht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1847 text/html public 2026-03-30T11:57:14 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1847 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-03-2026 / 21-003027-25 Het plegen van schennis van de eerbaarheid op de snelweg leidt tot een taakstraf van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het hof maakt gebruik van een schakelbewijsconstructie met betrekking tot de feiten. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003027-25 Uitspraakdatum: 30 maart 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Utrecht, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 27 juni 2025 met parketnummer 16-357316-24 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 16 maart 2026 en wat op de zitting bij de politierechter besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. T. van Nimwegen, is aangevoerd. Het vonnis De politierechter heeft verdachte voor het tweemaal opzettelijk in het openbaar verrichten van handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Het hof legt aan de verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 8 juli 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op de A2, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door zich toen en daar (terwijl hij als bestuurder in een personenauto reed) met ontbloot geslachtsdeel te bevinden en/of te masturberen; 2. hij op of omstreeks 19 augustus 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op de A2, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door zich toen en daar (terwijl hij als bestuurder in een personenauto reed) met ontbloot geslachtsdeel te bevinden en/of te masturberen; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverweging Standpunt van het openbaar ministerie Volgens de advocaat-generaal kunnen beide feiten bewezen worden verklaard. De modus operandi komt bij beide feiten grotendeels overeen, waardoor de aangiften als schakelbewijs voor elkaar kunnen dienen. Doordat het kenteken (geheel of grotendeels) is gezien door de aangeefsters en uit de door de leasemaatschappij verstrekte gegevens blijkt dat verdachte de lessee was van het voertuig en de verdachte aan het door de aangeefsters gegeven signalement voldoet, kan met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden gesteld dat verdachte de feiten heeft gepleegd. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat geen gebruik kan worden gemaakt van een schakelbewijsconstructie, nu niet vaststaat dat het in beide gevallen om dezelfde persoon ging. Aangeefster [aangever 1] zag niet het hele nummerbord en heeft niet het type witte Tesla genoemd, maar alleen dat het een “klein model” was. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat aangeefsters dezelfde Tesla hebben gezien. Verder komt het signalement dat de aangeefsters hebben gegeven niet overeen met het uiterlijk van de verdachte, omdat zij beiden zijn gezichtsbeharing niet vermelden. Bovendien zijn de gegeven signalementen algemeen van aard. Voor het tweede feit geldt dat er ook nog een andere witte Tesla in Nederland is met een kentekencombinatie die begint met [deel van kenteken] zoals onthouden door de aangeefster. Voor het eerste feit kan niet worden vastgesteld dat de verdachte op 8 juli 2024 de lessee was van het voertuig, nu pas op 24 juli 2024 een vordering tot verstrekking van identificerende gegevens bij de leasemaatschappij is gedaan en uit de verkregen gegevens niet blijkt dat verdachte al op 8 juli 2024 gebruikmaakte van het voertuig. Op basis van het dossier kan niet worden bewezen dat beide aangeefsters dezelfde witte Tesla en dezelfde persoon hebben waargenomen, laat staan specifiek de verdachte. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van beide tenlastegelegde feiten. Oordeel van het hof Aangeefster [aangever 2] reed op 8 juli 2024 op de snelweg A2 van [plaats] richting [plaats] , via de oprit aan de [straat] in [plaats] . Vrijwel direct kwam er een witte Tesla opvallend naast haar rijden met het kenteken [kenteken] . Toen zij naar links keek, zag ze een blanke man met kort donker haar. Ze schatte zijn leeftijd ongeveer tussen de 32 jaar en de 37 jaar. Zij reed vervolgens wat sneller van hem vandaan. Even later kwam hij weer links naast haar rijden. De man bleef contact zoeken, dit ging ongeveer vier keer door. Op enig moment zag zij de rechterhand van de man om zijn geslachtsdeel. Zij zag dat zijn hand toen op en neer ging, hij was aan het masturberen. Hij moest na het zien van haar reactie hard lachen. Vervolgens reed hij met een flinke snelheid bij haar vandaan. Aangeefster [aangever 1] reed op 19 augustus 2024 op de snelweg A2 in de richting van [plaats] , iets voor de afslag [plaats] . Er kwam een witte Tesla links van haar rijden en deze auto hield dezelfde snelheid aan als zij. Op enig moment keek zij naar links en zag zij een man masturberen. Deze man bleef haar aankijken terwijl hij aan het masturberen was. De man had een witte huidskleur en donker, krullend haar. Ze schatte de man tussen de 35 en 45 jaar. Na het zien van haar reactie begon hij te lachen en reed hij heel hard door. Van het kenteken heeft zij [deel van kenteken] onthouden. Verbalisant [verbalisant] deed onderzoek naar de gegevens die beschikbaar waren gesteld door de leasemaatschappij [bedrijf] naar aanleiding van de vordering verstrekking identificerende gegevens van het kenteken [kenteken] . Het resultaat hiervan was dat dit kenteken bleek te zijn gekoppeld aan [verdachte] . Daarnaast zag zij dat de rijbewijsfoto van [verdachte] overeenkwam met de omschrijving van het signalement. Over verdachte zijn in het politiesysteem een zestal mutaties opgenomen (periode 2020-2022), waarin steeds is vermeld dat de verdachte zichtbaar voor anderen masturbeerde voor het raam van zijn woning. Bewijsoverwegingen Op basis van de hiervoor besproken bewijsmiddelen acht het hof bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Hierbij maakt het hof gebruik van een schakelbewijsconstructie met betrekking tot beide feiten. Naar het oordeel van het hof komen het onder 1 tenlastegelegde en het onder 2 tenlastegelegde op essentiële punten overeen wat betreft de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de beide feiten zijn begaan. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat: In beide gevallen de dader dezelfde, specifieke modus operandi had. De dader kwam in zijn witte Tesla op de snelweg links naast de slachtoffers rijden en trok de aandacht door daar te blijven rijden en dezelfde snelheid aan te houden. De dader keek de slachtoffers aan, masturbeerde en op het moment dat de slachtoffers dit opmerkten ging hij lachen en reed hij met grote snelheid weg. In beide gevallen de dader een blanke man betrof van ongeveer midden 30 jaar met donker haar.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1847 text/xml public 2026-03-30T14:29:27 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-30 21-003027-25 Uitspraak Hoger beroep NL Utrecht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1847 text/html public 2026-03-30T11:57:14 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1847 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-03-2026 / 21-003027-25 Het plegen van schennis van de eerbaarheid op de snelweg leidt tot een taakstraf van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het hof maakt gebruik van een schakelbewijsconstructie met betrekking tot de feiten. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003027-25 Uitspraakdatum: 30 maart 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Utrecht, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 27 juni 2025 met parketnummer 16-357316-24 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 16 maart 2026 en wat op de zitting bij de politierechter besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. T. van Nimwegen, is aangevoerd. Het vonnis De politierechter heeft verdachte voor het tweemaal opzettelijk in het openbaar verrichten van handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Het hof legt aan de verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 8 juli 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op de A2, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door zich toen en daar (terwijl hij als bestuurder in een personenauto reed) met ontbloot geslachtsdeel te bevinden en/of te masturberen; 2. hij op of omstreeks 19 augustus 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op de A2, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door zich toen en daar (terwijl hij als bestuurder in een personenauto reed) met ontbloot geslachtsdeel te bevinden en/of te masturberen; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverweging Standpunt van het openbaar ministerie Volgens de advocaat-generaal kunnen beide feiten bewezen worden verklaard. De modus operandi komt bij beide feiten grotendeels overeen, waardoor de aangiften als schakelbewijs voor elkaar kunnen dienen. Doordat het kenteken (geheel of grotendeels) is gezien door de aangeefsters en uit de door de leasemaatschappij verstrekte gegevens blijkt dat verdachte de lessee was van het voertuig en de verdachte aan het door de aangeefsters gegeven signalement voldoet, kan met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden gesteld dat verdachte de feiten heeft gepleegd. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat geen gebruik kan worden gemaakt van een schakelbewijsconstructie, nu niet vaststaat dat het in beide gevallen om dezelfde persoon ging. Aangeefster [aangever 1] zag niet het hele nummerbord en heeft niet het type witte Tesla genoemd, maar alleen dat het een “klein model” was. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat aangeefsters dezelfde Tesla hebben gezien. Verder komt het signalement dat de aangeefsters hebben gegeven niet overeen met het uiterlijk van de verdachte, omdat zij beiden zijn gezichtsbeharing niet vermelden. Bovendien zijn de gegeven signalementen algemeen van aard. Voor het tweede feit geldt dat er ook nog een andere witte Tesla in Nederland is met een kentekencombinatie die begint met [deel van kenteken] zoals onthouden door de aangeefster. Voor het eerste feit kan niet worden vastgesteld dat de verdachte op 8 juli 2024 de lessee was van het voertuig, nu pas op 24 juli 2024 een vordering tot verstrekking van identificerende gegevens bij de leasemaatschappij is gedaan en uit de verkregen gegevens niet blijkt dat verdachte al op 8 juli 2024 gebruikmaakte van het voertuig. Op basis van het dossier kan niet worden bewezen dat beide aangeefsters dezelfde witte Tesla en dezelfde persoon hebben waargenomen, laat staan specifiek de verdachte. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van beide tenlastegelegde feiten. Oordeel van het hof Aangeefster [aangever 2] reed op 8 juli 2024 op de snelweg A2 van [plaats] richting [plaats] , via de oprit aan de [straat] in [plaats] . Vrijwel direct kwam er een witte Tesla opvallend naast haar rijden met het kenteken [kenteken] . Toen zij naar links keek, zag ze een blanke man met kort donker haar. Ze schatte zijn leeftijd ongeveer tussen de 32 jaar en de 37 jaar. Zij reed vervolgens wat sneller van hem vandaan. Even later kwam hij weer links naast haar rijden. De man bleef contact zoeken, dit ging ongeveer vier keer door. Op enig moment zag zij de rechterhand van de man om zijn geslachtsdeel. Zij zag dat zijn hand toen op en neer ging, hij was aan het masturberen. Hij moest na het zien van haar reactie hard lachen. Vervolgens reed hij met een flinke snelheid bij haar vandaan. Aangeefster [aangever 1] reed op 19 augustus 2024 op de snelweg A2 in de richting van [plaats] , iets voor de afslag [plaats] . Er kwam een witte Tesla links van haar rijden en deze auto hield dezelfde snelheid aan als zij. Op enig moment keek zij naar links en zag zij een man masturberen. Deze man bleef haar aankijken terwijl hij aan het masturberen was. De man had een witte huidskleur en donker, krullend haar. Ze schatte de man tussen de 35 en 45 jaar. Na het zien van haar reactie begon hij te lachen en reed hij heel hard door. Van het kenteken heeft zij [deel van kenteken] onthouden. Verbalisant [verbalisant] deed onderzoek naar de gegevens die beschikbaar waren gesteld door de leasemaatschappij [bedrijf] naar aanleiding van de vordering verstrekking identificerende gegevens van het kenteken [kenteken] . Het resultaat hiervan was dat dit kenteken bleek te zijn gekoppeld aan [verdachte] . Daarnaast zag zij dat de rijbewijsfoto van [verdachte] overeenkwam met de omschrijving van het signalement. Over verdachte zijn in het politiesysteem een zestal mutaties opgenomen (periode 2020-2022), waarin steeds is vermeld dat de verdachte zichtbaar voor anderen masturbeerde voor het raam van zijn woning. Bewijsoverwegingen Op basis van de hiervoor besproken bewijsmiddelen acht het hof bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Hierbij maakt het hof gebruik van een schakelbewijsconstructie met betrekking tot beide feiten. Naar het oordeel van het hof komen het onder 1 tenlastegelegde en het onder 2 tenlastegelegde op essentiële punten overeen wat betreft de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de beide feiten zijn begaan. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat: In beide gevallen de dader dezelfde, specifieke modus operandi had. De dader kwam in zijn witte Tesla op de snelweg links naast de slachtoffers rijden en trok de aandacht door daar te blijven rijden en dezelfde snelheid aan te houden. De dader keek de slachtoffers aan, masturbeerde en op het moment dat de slachtoffers dit opmerkten ging hij lachen en reed hij met grote snelheid weg. In beide gevallen de dader een blanke man betrof van ongeveer midden 30 jaar met donker haar.
Volledig
Beide feiten plaats hebben gevonden op dezelfde snelweg, de A2, in de richting van [plaats] en redelijk dicht bij elkaar in de buurt op dat traject, ter hoogte van respectievelijk [plaats] en [plaats] . Beide feiten zijn begaan in dezelfde periode, namelijk in een tijdsbestek van anderhalve maand. Het hof is van oordeel dat op basis van het voorgaande vastgesteld kan worden dat het zowel op 8 juli 2024 als 19 augustus 2024 om dezelfde dader ging en dat dit de verdachte was. Zijn handelwijze was bij beide feiten op essentiële punten hetzelfde en de door de aangeefsters gegeven signalementen (hoewel vrij algemeen) komen met elkaar overeen en passen bij het uiterlijk van de verdachte. In combinatie met het onderzoek naar het kenteken van het voertuig en de rijbewijsfoto, volgt hieruit dat de verdachte bij beide feiten betrokken is geweest. Dat er kleine verschillen zijn tussen de verklaringen van beide aangeefsters – [aangever 1] spreekt bijvoorbeeld alleen van een klein model Tesla en had de laatste letters van het kenteken niet onthouden – doet daaraan gelet op de hiervoor besproken overeenkomsten van de modus operandi en de verdere inhoud van de verklaringen niet af. Dat uit het procesdossier niet uitdrukkelijk blijkt dat verdachte op 8 juli 2024 al de lessee was van het voertuig, betekent niet dat dat wel het geval kan zijn en staat uitdrukkelijk niet in de weg aan de conclusie dat hij op genoemde datum de bestuurder van de auto was, gelet op de eerder besproken modus operandi en het signalement. Tenslotte overweegt het hof dat voor de overtuiging meeweegt dat er over verdachte in het politiesysteem een zestal mutaties is opgenomen (periode 2020-2022), waarin steeds is vermeld dat de verdachte zichtbaar voor anderen masturbeerde voor het raam van zijn woning. Het hof komt gelet op het voorgaande tot wettig en overtuigend bewijs en dus tot een bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op of omstreeks 8 juli 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op de A2, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door zich toen en daar (terwijl hij als bestuurder in een personenauto reed) met ontbloot geslachtsdeel te bevinden en /of te masturberen; 2. hij op of omstreeks 19 augustus 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op de A2, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door zich toen en daar (terwijl hij als bestuurder in een personenauto reed) met ontbloot geslachtsdeel te bevinden en /of te masturberen; Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar. Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op: telkens: opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten. Strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is. Oplegging van straf Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd om verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Oordeel van het hof Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Verdachte heeft zich twee keer schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid door aangevers al rijdende in een personenauto op de snelweg te confronteren met zijn ontblote geslachtsdeel en aftrekkende bewegingen te maken. Het hoeft geen nader betoog dat de aangevers hier enorm van zijn geschrokken. Het gedrag van verdachte wordt als hinderlijk, onfatsoenlijk, aanstootgevend en angstaanjagend beschouwd en is in strijd met de publieke moraal. Bovendien heeft verdachte andere verkeersdeelnemers in gevaar gebracht door zich tijdens het rijden op de snelweg met andere handelingen bezig te houden dan het besturen van zijn auto. Tenslotte hadden ook de aangeefsters een gevaarlijke situatie kunnen veroorzaken door een schrikreactie op deze onverwachte en ongewenste confrontatie. Uit het strafblad van verdachte van 12 februari 2026 blijkt dat hij nog niet eerder is veroordeeld zodat dat niet strafverhogend werkt. Het hof acht, anders dan de politierechter en de advocaat-generaal, een voorwaardelijk strafdeel geboden, om zo verdachte ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Gelet op het voorgaande legt het hof aan de verdachte een taakstraf op van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Deze straf is passend en noodzakelijk. Wetsartikelen De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 254b van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis . Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 40 (veertig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Aldus gewezen door mr. L.G.J.M. van Ekert, voorzitter, mr. A. van Maanen en mr. J.J. Roos, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. S.J.H. Salvino, griffier, en op 30 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het proces-verbaal van de politie Midden-Nederland, dossiernummer PL0900-2024266540 (doorgenummerd 1 t/m 30) met bijlagen. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Het proces-verbaal aangifte van [aangever 2] , pagina 6-7. Het proces-verbaal aangifte van [aangever 1] , pagina 9. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 17. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 12. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 12.
Volledig
Beide feiten plaats hebben gevonden op dezelfde snelweg, de A2, in de richting van [plaats] en redelijk dicht bij elkaar in de buurt op dat traject, ter hoogte van respectievelijk [plaats] en [plaats] . Beide feiten zijn begaan in dezelfde periode, namelijk in een tijdsbestek van anderhalve maand. Het hof is van oordeel dat op basis van het voorgaande vastgesteld kan worden dat het zowel op 8 juli 2024 als 19 augustus 2024 om dezelfde dader ging en dat dit de verdachte was. Zijn handelwijze was bij beide feiten op essentiële punten hetzelfde en de door de aangeefsters gegeven signalementen (hoewel vrij algemeen) komen met elkaar overeen en passen bij het uiterlijk van de verdachte. In combinatie met het onderzoek naar het kenteken van het voertuig en de rijbewijsfoto, volgt hieruit dat de verdachte bij beide feiten betrokken is geweest. Dat er kleine verschillen zijn tussen de verklaringen van beide aangeefsters – [aangever 1] spreekt bijvoorbeeld alleen van een klein model Tesla en had de laatste letters van het kenteken niet onthouden – doet daaraan gelet op de hiervoor besproken overeenkomsten van de modus operandi en de verdere inhoud van de verklaringen niet af. Dat uit het procesdossier niet uitdrukkelijk blijkt dat verdachte op 8 juli 2024 al de lessee was van het voertuig, betekent niet dat dat wel het geval kan zijn en staat uitdrukkelijk niet in de weg aan de conclusie dat hij op genoemde datum de bestuurder van de auto was, gelet op de eerder besproken modus operandi en het signalement. Tenslotte overweegt het hof dat voor de overtuiging meeweegt dat er over verdachte in het politiesysteem een zestal mutaties is opgenomen (periode 2020-2022), waarin steeds is vermeld dat de verdachte zichtbaar voor anderen masturbeerde voor het raam van zijn woning. Het hof komt gelet op het voorgaande tot wettig en overtuigend bewijs en dus tot een bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op of omstreeks 8 juli 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op de A2, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door zich toen en daar (terwijl hij als bestuurder in een personenauto reed) met ontbloot geslachtsdeel te bevinden en /of te masturberen; 2. hij op of omstreeks 19 augustus 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op de A2, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door zich toen en daar (terwijl hij als bestuurder in een personenauto reed) met ontbloot geslachtsdeel te bevinden en /of te masturberen; Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar. Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op: telkens: opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten. Strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is. Oplegging van straf Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd om verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Oordeel van het hof Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Verdachte heeft zich twee keer schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid door aangevers al rijdende in een personenauto op de snelweg te confronteren met zijn ontblote geslachtsdeel en aftrekkende bewegingen te maken. Het hoeft geen nader betoog dat de aangevers hier enorm van zijn geschrokken. Het gedrag van verdachte wordt als hinderlijk, onfatsoenlijk, aanstootgevend en angstaanjagend beschouwd en is in strijd met de publieke moraal. Bovendien heeft verdachte andere verkeersdeelnemers in gevaar gebracht door zich tijdens het rijden op de snelweg met andere handelingen bezig te houden dan het besturen van zijn auto. Tenslotte hadden ook de aangeefsters een gevaarlijke situatie kunnen veroorzaken door een schrikreactie op deze onverwachte en ongewenste confrontatie. Uit het strafblad van verdachte van 12 februari 2026 blijkt dat hij nog niet eerder is veroordeeld zodat dat niet strafverhogend werkt. Het hof acht, anders dan de politierechter en de advocaat-generaal, een voorwaardelijk strafdeel geboden, om zo verdachte ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Gelet op het voorgaande legt het hof aan de verdachte een taakstraf op van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Deze straf is passend en noodzakelijk. Wetsartikelen De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 254b van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis . Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 40 (veertig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Aldus gewezen door mr. L.G.J.M. van Ekert, voorzitter, mr. A. van Maanen en mr. J.J. Roos, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. S.J.H. Salvino, griffier, en op 30 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het proces-verbaal van de politie Midden-Nederland, dossiernummer PL0900-2024266540 (doorgenummerd 1 t/m 30) met bijlagen. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Het proces-verbaal aangifte van [aangever 2] , pagina 6-7. Het proces-verbaal aangifte van [aangever 1] , pagina 9. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 17. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 12. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 12.