Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-03-17
ECLI:NL:GHARL:2026:1606
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
4,062 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1606 text/xml public 2026-03-25T12:00:24 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-17 200.362.655/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1606 text/html public 2026-03-20T14:45:27 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1606 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 17-03-2026 / 200.362.655/01 Verlenging machtiging uithuisplaatsing bij neutraal pleeggezin of bij grootouders? GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.362.655/01 (zaaknummer rechtbank Overijssel 335969) beschikking van 17 maart 2026 over de uithuisplaatsing van [de minderjarige1] in de zaak van [verzoekster] (de moeder), die woont in [woonplaats1] , advocaat: mr. E. Baldan Kaya, en de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (de GI), die is gevestigd in Amsterdam, en [belanghebbende1] (de vader), die woont in [woonplaats2] , advocaat: mr. B.H.J. van Rhijn, en de heer [naam1] en mevrouw [naam2] (de pleegouders), die wonen op een bij het hof bekend adres. 1 Samenvatting De meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] bij de pleegouders verlengd tot 3 september 2026. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom. 2 De feiten 2.1. De moeder en de vader zijn de ouders van: - [de minderjarige1] , geboren [in] 2023 ( [de minderjarige1] ) en - [de minderjarige2] , geboren [in] 2025 ( [de minderjarige2] ). De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Over [de minderjarige1] : 2.2. Op 2 augustus 2023 is de toen nog ongeboren [de minderjarige1] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI. 2.3. Op 4 oktober 2023 is een spoedmachtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] . Bij beschikking van de kinderrechter van 13 oktober 2023 is de ondertoezichtstelling over [de minderjarige1] uitgesproken en is een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verleend. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn nadien verlengd. 2.4. [de minderjarige1] woont vanaf 4 oktober 2023 bij de pleegouders. 2.5. Er geldt een omgangsregeling waarbij de moeder [de minderjarige1] één keer per maand ziet (met begeleiding). In juli 2025 heeft de moeder ervoor gekozen deze omgangsregeling niet meer uit te voeren. Sindsdien heeft er geen omgang meer plaatsgevonden tussen de moeder en [de minderjarige1] . [de minderjarige1] heeft één keer per maand begeleide omgang met de vader. Ook heeft zij één keer per twee weken gedurende een uur begeleide omgang met de grootouders van moederszijde (hierna: de grootouders) bij [naam3] . Over [de minderjarige2] : 2.6. Op 29 april 2025 is de toen nog ongeboren [de minderjarige2] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI. 2.7. Op 9 mei 2025 is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van de toen nog ongeboren [de minderjarige2] in het netwerkpleeggezin van de grootouders vanaf de geboorte van [de minderjarige2] . Bij beschikking van de kinderrechter van 17 juli 2025 is de ondertoezichtstelling over [de minderjarige2] uitgesproken en is de machtiging tot uithuisplaatsing in het netwerkpleeggezin verlengd. 2.8. [de minderjarige2] woont sinds haar geboorte bij de grootouders. De moeder komt in beginsel twee keer per week op bezoek. 3 De procedure bij de rechtbank 3.1. De GI heeft de rechtbank verzocht de ondertoezichtstelling over [de minderjarige1] voor de duur van elf maanden te verlengen (zodat de periodes gelijk lopen) en [de minderjarige1] voor nog een periode van een jaar uit huis te mogen plaatsen bij de pleegouders (een voorziening voor pleegzorg). 3.2. De rechtbank heeft de verzoeken van de GI toegewezen en zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] verlengd tot 3 september 2026. 3.3. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 2 september 2025. 4 De procedure bij het hof 4.1. De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over de uithuisplaatsing. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof bepaalt dat [de minderjarige1] bij de grootouders wordt geplaatst. Als het hof van oordeel is dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is, verzoekt de moeder om een deskundige te benoemen om te onderzoeken of de grootouders geschikt zijn om te functioneren als perspectiefbiedende opvoeders. Daarnaast had de moeder in haar beroepschrift het hof verzocht om te bepalen dat de GI haar volledige medewerking moet verlenen zowel aan het deskundigenonderzoek als aan een passende opbouw van het contact tussen [de minderjarige1] , de grootouders en het hele gezin. Dit verzoek betreffende de opbouw van het contact heeft de moeder tijdens de zitting ingetrokken. Het hof hoeft dus niet meer te beslissen op dit verzoek. 4.2. De GI wil dat de beslissing in stand blijft. De informatie die het hof heeft ontvangen 4.3. Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: het beroepschrift, ontvangen op 2 december 2025; de brief van de raad voor de kinderbescherming (de raad) van 6 januari 2026, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting; het verweerschrift van de GI; de stukken van de moeder, ingediend op 20 februari 2026 en 23 februari 2026. 4.4. De zitting bij het hof was op 25 februari 2026 in Zwolle. Aanwezig waren: mr. Baldan Kaya; twee vertegenwoordigers van de GI; de pleegouders. Mr. Baldan Kaya en de pleegouders hebben tijdens de zitting spreekaantekeningen respectievelijk een brief overgelegd en voorgelezen. 5 Het oordeel van het hof Wat staat in de wet? 5.1. De kinderrechter kan een machtiging geven de kinderen uit huis te plaatsen. De kinderrechter kan die machtiging geven als dat noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen of voor onderzoek van de kinderen . De kinderrechter kan die machtiging ook verlengen als de GI of de raad dat verzoekt . Hoe oordeelt het hof? 5.2. Ter beoordeling aan het hof ligt de vraag voor of [de minderjarige1] bij de pleegouders moet blijven wonen of dat zij geplaatst moet worden bij de grootouders. 5.3. Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] bij de pleegouders noodzakelijk is. Het hof zal de beslissing van de rechtbank over de uithuisplaatsing daarom in stand laten (bekrachtigen). Het hof neemt de motivering van de rechtbank - na eigen onderzoek - over en maakt die tot de zijne. Het hof voegt daar nog het volgende aan toe. 5.4. De moeder heeft zich in hoger beroep onder meer op het standpunt gesteld dat het door [naam3] uitgevoerde perpectiefonderzoek ondeugdelijk, eenzijdig en onvolledig is geweest. Bovendien is er volgens de moeder sprake geweest van onjuiste interpretaties, die ertoe hebben geleid dat de grootouders geen eerlijke kans hebben gekregen. Het hof volgt de moeder niet in dit standpunt. Het hof is van oordeel dat het onderzoek voldoende deugdelijk, zorgvuldig en volledig is uitgevoerd. 5.5. [naam3] heeft in het “Advies opvoedbesluit en plan van aanpak vervolg” van 7 augustus 2025 geadviseerd om [de minderjarige1] bij de pleegouders te laten wonen en de grootouders niet de verantwoordelijkheid te laten dragen voor de opvoeding en verzorging van [de minderjarige1] . Het hof neemt, net als de rechtbank, dit advies van [naam3] over. Gelet hierop gaat het hof voorbij aan de stelling van de moeder dat de rechtbank onlangs ten aanzien van [de minderjarige2] , het zusje van [de minderjarige1] , heeft geoordeeld dat zij wel bij de grootouders kan wonen en er daarom geen reden is waarom dat voor [de minderjarige1] anders zou moeten zijn. De situatie van de beide kinderen is immers niet gelijk. 5.6. Verder heeft de moeder aangevoerd dat de rechtbank onvoldoende gewicht heeft toegekend aan het recht van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] om als zussen samen op te groeien en hun belang om op te groeien binnen hun eigen cultuur en religie.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1606 text/xml public 2026-03-25T12:00:24 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-17 200.362.655/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1606 text/html public 2026-03-20T14:45:27 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1606 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 17-03-2026 / 200.362.655/01 Verlenging machtiging uithuisplaatsing bij neutraal pleeggezin of bij grootouders? GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.362.655/01 (zaaknummer rechtbank Overijssel 335969) beschikking van 17 maart 2026 over de uithuisplaatsing van [de minderjarige1] in de zaak van [verzoekster] (de moeder), die woont in [woonplaats1] , advocaat: mr. E. Baldan Kaya, en de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (de GI), die is gevestigd in Amsterdam, en [belanghebbende1] (de vader), die woont in [woonplaats2] , advocaat: mr. B.H.J. van Rhijn, en de heer [naam1] en mevrouw [naam2] (de pleegouders), die wonen op een bij het hof bekend adres. 1 Samenvatting De meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] bij de pleegouders verlengd tot 3 september 2026. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom. 2 De feiten 2.1. De moeder en de vader zijn de ouders van: - [de minderjarige1] , geboren [in] 2023 ( [de minderjarige1] ) en - [de minderjarige2] , geboren [in] 2025 ( [de minderjarige2] ). De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Over [de minderjarige1] : 2.2. Op 2 augustus 2023 is de toen nog ongeboren [de minderjarige1] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI. 2.3. Op 4 oktober 2023 is een spoedmachtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] . Bij beschikking van de kinderrechter van 13 oktober 2023 is de ondertoezichtstelling over [de minderjarige1] uitgesproken en is een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verleend. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn nadien verlengd. 2.4. [de minderjarige1] woont vanaf 4 oktober 2023 bij de pleegouders. 2.5. Er geldt een omgangsregeling waarbij de moeder [de minderjarige1] één keer per maand ziet (met begeleiding). In juli 2025 heeft de moeder ervoor gekozen deze omgangsregeling niet meer uit te voeren. Sindsdien heeft er geen omgang meer plaatsgevonden tussen de moeder en [de minderjarige1] . [de minderjarige1] heeft één keer per maand begeleide omgang met de vader. Ook heeft zij één keer per twee weken gedurende een uur begeleide omgang met de grootouders van moederszijde (hierna: de grootouders) bij [naam3] . Over [de minderjarige2] : 2.6. Op 29 april 2025 is de toen nog ongeboren [de minderjarige2] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI. 2.7. Op 9 mei 2025 is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van de toen nog ongeboren [de minderjarige2] in het netwerkpleeggezin van de grootouders vanaf de geboorte van [de minderjarige2] . Bij beschikking van de kinderrechter van 17 juli 2025 is de ondertoezichtstelling over [de minderjarige2] uitgesproken en is de machtiging tot uithuisplaatsing in het netwerkpleeggezin verlengd. 2.8. [de minderjarige2] woont sinds haar geboorte bij de grootouders. De moeder komt in beginsel twee keer per week op bezoek. 3 De procedure bij de rechtbank 3.1. De GI heeft de rechtbank verzocht de ondertoezichtstelling over [de minderjarige1] voor de duur van elf maanden te verlengen (zodat de periodes gelijk lopen) en [de minderjarige1] voor nog een periode van een jaar uit huis te mogen plaatsen bij de pleegouders (een voorziening voor pleegzorg). 3.2. De rechtbank heeft de verzoeken van de GI toegewezen en zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] verlengd tot 3 september 2026. 3.3. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 2 september 2025. 4 De procedure bij het hof 4.1. De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over de uithuisplaatsing. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof bepaalt dat [de minderjarige1] bij de grootouders wordt geplaatst. Als het hof van oordeel is dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is, verzoekt de moeder om een deskundige te benoemen om te onderzoeken of de grootouders geschikt zijn om te functioneren als perspectiefbiedende opvoeders. Daarnaast had de moeder in haar beroepschrift het hof verzocht om te bepalen dat de GI haar volledige medewerking moet verlenen zowel aan het deskundigenonderzoek als aan een passende opbouw van het contact tussen [de minderjarige1] , de grootouders en het hele gezin. Dit verzoek betreffende de opbouw van het contact heeft de moeder tijdens de zitting ingetrokken. Het hof hoeft dus niet meer te beslissen op dit verzoek. 4.2. De GI wil dat de beslissing in stand blijft. De informatie die het hof heeft ontvangen 4.3. Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: het beroepschrift, ontvangen op 2 december 2025; de brief van de raad voor de kinderbescherming (de raad) van 6 januari 2026, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting; het verweerschrift van de GI; de stukken van de moeder, ingediend op 20 februari 2026 en 23 februari 2026. 4.4. De zitting bij het hof was op 25 februari 2026 in Zwolle. Aanwezig waren: mr. Baldan Kaya; twee vertegenwoordigers van de GI; de pleegouders. Mr. Baldan Kaya en de pleegouders hebben tijdens de zitting spreekaantekeningen respectievelijk een brief overgelegd en voorgelezen. 5 Het oordeel van het hof Wat staat in de wet? 5.1. De kinderrechter kan een machtiging geven de kinderen uit huis te plaatsen. De kinderrechter kan die machtiging geven als dat noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen of voor onderzoek van de kinderen . De kinderrechter kan die machtiging ook verlengen als de GI of de raad dat verzoekt . Hoe oordeelt het hof? 5.2. Ter beoordeling aan het hof ligt de vraag voor of [de minderjarige1] bij de pleegouders moet blijven wonen of dat zij geplaatst moet worden bij de grootouders. 5.3. Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] bij de pleegouders noodzakelijk is. Het hof zal de beslissing van de rechtbank over de uithuisplaatsing daarom in stand laten (bekrachtigen). Het hof neemt de motivering van de rechtbank - na eigen onderzoek - over en maakt die tot de zijne. Het hof voegt daar nog het volgende aan toe. 5.4. De moeder heeft zich in hoger beroep onder meer op het standpunt gesteld dat het door [naam3] uitgevoerde perpectiefonderzoek ondeugdelijk, eenzijdig en onvolledig is geweest. Bovendien is er volgens de moeder sprake geweest van onjuiste interpretaties, die ertoe hebben geleid dat de grootouders geen eerlijke kans hebben gekregen. Het hof volgt de moeder niet in dit standpunt. Het hof is van oordeel dat het onderzoek voldoende deugdelijk, zorgvuldig en volledig is uitgevoerd. 5.5. [naam3] heeft in het “Advies opvoedbesluit en plan van aanpak vervolg” van 7 augustus 2025 geadviseerd om [de minderjarige1] bij de pleegouders te laten wonen en de grootouders niet de verantwoordelijkheid te laten dragen voor de opvoeding en verzorging van [de minderjarige1] . Het hof neemt, net als de rechtbank, dit advies van [naam3] over. Gelet hierop gaat het hof voorbij aan de stelling van de moeder dat de rechtbank onlangs ten aanzien van [de minderjarige2] , het zusje van [de minderjarige1] , heeft geoordeeld dat zij wel bij de grootouders kan wonen en er daarom geen reden is waarom dat voor [de minderjarige1] anders zou moeten zijn. De situatie van de beide kinderen is immers niet gelijk. 5.6. Verder heeft de moeder aangevoerd dat de rechtbank onvoldoende gewicht heeft toegekend aan het recht van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] om als zussen samen op te groeien en hun belang om op te groeien binnen hun eigen cultuur en religie.