Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-03-10
ECLI:NL:GHARL:2026:1452
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
851 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHARL:2026:1452 text/xml public 2026-03-25T11:19:22 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-10 200.344.448 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1452 text/html public 2026-03-25T11:10:01 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1452 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-03-2026 / 200.344.448 Overeenstemming tussen partijen vastgelegd in beschikking. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummers gerechtshof 200.344.448/01 en 200.344.449/01 (zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 546163 en 553130) beschikking van 9 oktober 2025 inzake [verzoeker] die woont in [woonplaats] , gemeente [gemeentenaam] verder te noemen: de man advocaat: mr. M.V. Scheffer en [verweerster] die domicilie heeft gekozen in Amersfoort verder te noemen: de vrouw advocaat: mr. E. van de Burgwal 1 Het verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Voor het verloop van het geding tot 17 december 2024 verwijst het hof naar zijn beschikking inzake voorlopige voorzieningen van die datum. 1.2 Het (verdere) verloop blijkt uit: - het beroepschrift, ingekomen op 31 juli 2024; - het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep; - een journaalbericht van mr. Scheffer van 2 september 2025; - een emailbericht van mr. Van de Burgwal van 12 september 2025; - een emailbericht van mr. Van de Burgwal van 23 september 2025. 2 De motivering van de beslissing 2.1 Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de beschikking van 17 december 2024, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist. 2.2 In de beschikking van 17 december 2024 heeft het hof het bedrag dat man de vrouw bij wijze van voorlopige voorziening tot de datum dat de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand dient te betalen als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud met ingang van 30 september 2024 bepaald op € 2.379,- per maand en het meer of anders verzochte afgewezen. 2.3 Uit de onder 1.2 genoemde correspondentie blijkt dat partijen het erover eens zijn dat de bestreden beschikking wat betreft de tussen partijen uitgesproken echtscheiding bij tussenbeschikking kan worden bekrachtigd. Zij verzoeken het hof de zaak voor het overige aan te houden in afwachting van (de uitvoering van) overeengekomen afspraken. 2.4 Hieruit leidt het hof af dat de man zijn grief 1 tegen het uitspreken van de echtscheiding heeft ingetrokken. De vrouw heeft daartegen geen bezwaar. Zij heeft geen incidenteel hoger beroep ingesteld tegen de echtscheiding. 2.5 Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover daarbij de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken en de zaak voor het overige aanhouden in afwachting van (de uitvoering van) door hen gemaakte afspraken. 3 De beslissing Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep: bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 2 mei 2024 voor zover daarbij de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, P.B. Kamminga en M.H.F. van Vugt, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb als griffier, en is op 9 oktober 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.