Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-03-04
ECLI:NL:GHARL:2026:1285
Strafrecht
Hoger beroep
1,433 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHARL:2026:1285 text/xml public 2026-04-09T08:52:19 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-04 Wahv 200.357.962/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1285 text/html public 2026-04-09T08:51:27 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1285 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 04-03-2026 / Wahv 200.357.962/01 Bij haaientanden geen voorrang verlenen. Van ritsen was hier geen sprake. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.357.962/01 CJIB-nummer : 266485859 Uitspraak d.d. : 4 maart 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 17 april 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De zaak is behandeld op de zitting van 18 februari 2026. De betrokkene is verschenen. De advocaatgeneraal is vertegenwoordigd door mr. [naam]. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 300,- voor: “bij op wegdek aangebrachte haaientanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op kruisende weg”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 mei 2024 om 17:05 uur op Plein 1813 in ‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De betrokkene voert aan dat sprake was van omstandigheden, die de verrichte gedraging rechtvaardigen. Er was sprake van een enorme verkeersdrukte. Daardoor werd er stapvoets gereden en omwille van de doorstroming werd er geritst. Ter plaatse was een proPalestinademonstratie. Dat de ambtenaar de betrokkene staande kon houden op de doorgaande weg - en niet langs de kant van de weg -, geeft het uitzonderlijke karakter van de situatie weer. De betrokkene stelt dat de verklaring, waarin de ambtenaar aangeeft dat de betrokkene zich tussen het doorgaande verkeer heeft gepropt, berust op interpretatie en onvoldoende overtuigend is. 3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 62 in verbinding met artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Artikel 62 van het RVV 1990 bepaalt dat weggebruikers verplicht zijn gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Ingevolge artikel 80 van het RVV 1990 hebben haaientanden de volgende betekenis: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. 4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik, verbalisant, zag dat betrokken voertuig voor een kruising met haaientanden stond te wachten. Ik zag dat de auto optrok en tussen het doorgaande verkeer propte. Voertuig negeerde hierbij de haaientanden die voor hem golden. Hiervoor een beschikking gegeven. Overtreden artikel: 62 jo. 80 RVV 1990. (…) Verklaring betrokkene: er was file en ik was aan het ritsen.” 6. Van ritsen wordt gesproken wanneer bestuurders beurtelings een voertuig voor laten gaan, indien op een weghelft met meerdere gelijkwaardige rijstroken een wegversmalling ontstaat door het eindigen van een rijstrook. Een dergelijke situatie deed zich hier echter niet voor. De betrokkene stond te wachten voor een kruising met haaientanden. Ingevolge artikel 80 van het RVV 1990 hebben haaientanden de volgende betekenis: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Door zijn voertuig tussen het kruisende verkeer te drukken voldeed hij niet aan dit gebod. Dat sprake was van uitzonderlijke verkeersdrukte als gevolg van een demonstratie maakt dit niet anders. De betrokkene diende zolang als nodig te wachten totdat er voldoende ruimte was om de kruising op te rijden. De omstandigheden van het geval leiden evenmin tot het oordeel dat sprake was van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om het bedrag van de administratieve sanctie te matigen. 7. Gelet op het voorgaande is het hof is van oordeel dat de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat de sanctie terecht aan de betrokkene is opgelegd. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.